direct naar inhoud van Regels
Plan: Zomerstraat 41
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0622.0320wp02vopo2010-0030

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

Het wijzigingsplan 'Zomerstraat 41' met identificatienummer NL.IMRO.0622.0320wp02vopo2010-0030 van de gemeente Vlaardingen.

1.2 wijzigingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar volgens de planregels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.5 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.6 bevoegd gezag

Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

1.7 bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.8 gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.9 huishouden

Één of meer personen die in vast verband samenleven, waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid. Kamerverhuur wordt niet aangemerkt als huishouden.

1.10 moederplan

Het bestemmingsplan 'Vettenoordsepolder Oost' met identificatienummer NL.IMRO.0622.0223bpVopo2010-0030 van de gemeente Vlaardingen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Vlaardingen op 27 juni 2013.

1.11 voldoende parkeergelegenheid

Parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de beleidsregels over parkeren en laden en lossen, die zijn vastgesteld in 'Beleidsregel Parkeernormen 2019' (of de rechtsopvolgers daarvan) door het bevoegd gezag.

1.12 wonen

Het bewonen door één huishouden of maximaal twee personen die niet tot een huishouding behoren, in één woning gedurende minstens 6 maanden.

1.13 woning

Besloten ruimte die, met inbegrip van daarbij bijbehorende ruimten, een eigen toegang heeft, bestemd en geschikt voor wonen, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Als wezenlijke voorzieningen worden in ieder geval aangemerkt: slaapkamer, woon/eetkamer, keuken, toilet, badkamer of douche. Ruimtes die voor zelfstandige bewoning geschikt zijn (gemaakt) zoals souterrains, kelderboxen en bergingen vallen hier niet onder.

Artikel 2 Wijze van meten

De wijze van meten van het moederplan is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Wonen - 2

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen -2 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;

al dan niet in combinatie met:

  • b. beroep en bedrijf aan huis;
  • c. gastouderopvang;

en de daarbij horende:

  • d. tuinen;
  • e. erven;
  • f. bergingen;
  • g. parkeren;
  • h. ontsluitingen, wegen en paden;
  • i. groenvoorzieningen;
  • j. speelvoorzieningen;
  • k. nutsvoorzieningen;
  • l. water;

3.2 Bouwregels
3.2.1 Hoofdgebouwen
  • a. Hoofdgebouwen mogen slechts binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. Er mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd;
  • c. Het totaal aantal woningen binnen het plangebied mag niet meer bedragen dan 25;
  • d. De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven, met dien verstande dat de minimum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte' niet minder mag bedragen dan is aangegeven.

3.2.2 Erfbebouwing
  • a. Bijbehorende bouwwerken mogen op het achter- en zijerf van een bijbehorend oorspronkelijk hoofdgebouw worden gebouwd, voor zover het plan dat toestaat, met uitzondering van toegangsportalen;
  • b. Ondergrondse gebouwen mogen slechts onder bijbehorende bouwwerken worden gebouwd;
  • c. Het gezamenlijke oppervlak aan bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50% van het oppervlak van het achter- en zijerf van het oorspronkelijk hoofdgebouw;
  • d. De afstand van de buitenste gevel van aangebouwde, niet functioneel ondergeschikte, bijbehorende bouwwerken tot aan de gevel van het oorspronkelijk hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • e. De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken op een afstand van minder dan 3 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 4 m, alsook 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw en het hoofdgebouw;
  • f. De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken op een afstand van meer dan 3 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • g. De bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 2,80 m als er sprake is van een platte afdekking.

3.2.3 Andere bouwwerken
  • a. Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd;
  • b. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m als de erf- of terreinafscheiding voor de voorgevellijn wordt gebouwd;
  • c. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m als de erf- of terreinafscheiding achter de voorgevellijn wordt gebouwd;
  • d. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen erf- of terreinafscheiding zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

3.2.4 Voorwaardelijke verplichting waterberging
  • a. Op de gronden met de bestemming "Wonen - 2" is het bebouwen van de gronden slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg en behoud van een waterberging op eigen terrein van ten minste 60 l per m2 bebouwd oppervlak;
  • b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid als het realiseren van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.
  • c. Alvorens burgemeester en wethouders beslissen op een daartoe strekkende omgevingsvergunning winnen zij advies in van het waterschap.

3.2.5 Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw conform artikel 3.2.1 kan pas worden verleend nadat naar het oordeel van het bevoegd gezag de bodemkwaliteit in voldoende mate is vastgesteld.

3.2.6 Geluidwering

In aanvulling op de eisen uit het bouwbesluit moet bij de dimensionering van de gevelwering rekening worden gehouden met nestgeluid. Hiervoor mag de geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner zijn dan het verschil tussen de optredende gestandaardiseerd immissieniveau (Li) vanwege afgemeerde scheepvaart van een voor dit verblijfsgebied maatgevende ligplaats en de waarden van de Vercammen 3-10%-curve. In afwijking van NEN 5077 moet de gevelwering worden bepaald tussen 31 en 125 Hz in een nauwkeurigheid van tertsbanden.

3.2.7 Voorwaardelijke verplichting groen

Gelet op de situering van het plangebied binnen het centrum stedelijke gebied wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen of het gebruiken van gronden of bouwwerken slechts verleend, indien bij de aanvraag is aangetoond dat minimaal 10% van het plangebied als groen (zoals: groenvoorzieningen, plantsoenen, beplanting, groen/blauw dak) wordt gerealiseerd en behouden blijft.

3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen te stellen met betrekking tot de plaatsing van de bebouwing ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

 

3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Erfbebouwing

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor erfbebouwing voor het toestaan van een maximaal gezamenlijk oppervlak van 50% onder voorwaarde dat de gebruiksmogelijkheden van en zon- en daglichttoetreding op aangrenzende gronden niet onevenredig worden geschaad.

3.5 Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Beroep en bedrijf aan huis
  • a. Er is beroep en bedrijf aan huis toegestaan, mits dit ondergeschikt is aan de woonfunctie;
  • b. Het gezamenlijke oppervlak dat wordt gebruikt voor beroep en bedrijf aan huis mag niet meer bedragen dan 25% van de vloeroppervlakte van de woning, met een maximum van 50 m²;
  • c. Bedrijf aan huis is uitsluitend toegestaan als de aan huis verbonden bedrijfsactiviteit behoort tot (milieu)categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

3.5.2 Voorkeursgrenswaarden

Het gebruik voor wonen is uitsluitend toegestaan als is aangetoond dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder, dan wel de hogere waarden (en bijbehorende voorwaarden) uit het hogere waardenbesluit die is opgenomen als Bijlage 5.

Artikel 4 Waarde - Archeologie - 1

De regels van moederplan zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Waarde - Cultuurhistorie

De regels van moederplan zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Tenzij - in de regels van dit plan - anders is bepaald, is het bepaalde in de regels van het moederplan van toepassing op het voorliggende plan.

Artikel 6 Parkeren

 

6.1 Bouwen en gebruik

Een omgevingsvergunning voor het bouwen of het gebruik van gronden of bouwwerken wordt slechts verleend indien bij de aanvraag is aangetoond dat voorzien is in voldoende parkeergelegenheid, daar onder begrepen parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden, overeenkomstig de geldende beleidsregel Parkeernormen 2019 of de rechtsopvolger daarvan.

6.2 Afwijken

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden genoemd in de geldende beleidsregel Parkeren 2019, of de rechtsopvolger daarvan, voor zover geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de parkeersituatie in de openbare ruimte en de woon- en leefsituatie.

6.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de aard, plaats en inrichting van de parkeergelegenheid, daar onder begrepen parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden, indien dit noodzakelijk is voor het in stand houden dan wel tot stand brengen van een verkeersveilige situatie of van een in stedenbouwkundig opzicht samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

6.4 Voorwaardelijk gebruik

Het gebruik van gronden en bouwwerken is slechts toegestaan indien voorzien is in voldoende parkeergelegenheid, daar onder begrepen parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden, overeenkomstig de geldende beleidsregel Parkeernormen 2019 of de rechtsopvolger daarvan.

6.5 Beleidsregel

Burgemeester en wethouders passen deze parkeerregel toe met inachtneming van de beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 7 Overgangsrecht

De overgangsbepalingen van het moederplan zijn van toepassing op dit wijzigingsplan.

Artikel 8 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het wijzigingsplan Zomerstraat 41'.