direct naar inhoud van Regels
Plan: Wijzigingsplan Museumkwartier
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0622.0311wp01MuKw2021-0030

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

het Wijzigingsplan Museumkwartier met identificatienummer NL.IMRO.0622.0311wp01MuKw2021-0030 van de gemeente Vlaardingen;

1.2 bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage(n);

1.3 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar volgens de planregels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

1.5 bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.6 moederplan:

Het bestemmingsplan Vettenoordsepolder Oost van de gemeente Vlaardingen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Vlaardingen op 27 juni 2013.

Artikel 2 Wijze van meten

De wijze van meten van het moederplan is van overeenkomstige toepassing

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Ten aanzien van het plan geldt dat, naast het bepaalde in dit wijzigingsplan, de regels gegeven in het moederplan onverkort van toepassing zijn.

Artikel 3 Gemengd - 1

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, al dan niet in combinatie met gastouderopvang en beroep en bedrijf aan huis;
  • b. ambachtelijke bedrijvigheid;
  • c. dienstverlening;
  • d. cultuur en ontspanning;
  • e. recreatie;
  • f. sport;
  • g. horeca in categorie 1 en 2;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'horeca' tevens horeca in categorie 3;
  • i. kantoren met een baliefunctie;
  • j. maatschappelijke voorzieningen en activiteiten;

en de daarbij horende:

  • k. bergingen;
  • l. tuinen, erven en terreinen;
  • m. ontsluitingen, wegen en paden;
  • n. parkeervoorzieningen;
  • o. groenvoorzieningen;
  • p. water.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen
  • a. De bouwhoogte van gebouw mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven;
  • b. de bouw- en/of goothoogte van gebouwen mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte' is aangegeven;
  • c. de ondergrondse bouwdiepte mag niet meer bedragen dan 3 m.
3.2.2 Andere bouwwerken
  • a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m als de erf- of terreinafscheiding voor de voorgevellijn wordt gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m als de erf- of terreinafscheiding achter de voorgevellijn wordt gebouwd;
  • c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen erf- of terreinafscheiding zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
3.3 Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Toegestaan gebruik

Onder toegestaan gebruik wordt verstaan:

  • a. wonen, met dien verstande dat:
    • 1. er maximaal 45 woningen zijn toegestaan;
    • 2. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde, met in aanvulling hierop:
      I. In aanvulling op de eisen uit het bouwbesluit moet bij de dimensionering van de gevelwering rekening worden gehouden met nestgeluid. Hiervoor mag de geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner zijn dan het verschil tussen de optredende gestandaardiseerd immissieniveau (Li) vanwege afgemeerde scheepvaart van een voor dit verblijfsgebied maatgevende ligplaats en de waarden van de Vercammen 3-10%-curve. In afwijking van NEN 5077 moet de gevelwering worden bepaald tussen 31 en 125 Hz in een nauwkeurigheid van tertsbanden.
      II. Indien bij het voldoen aan het gestelde onder lid a strijd ontstaat met het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' prevaleert het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'.
      III. Indien bij panden die zijn ingeschreven in het rijksmonumentregister bij het voldoen aan het gestelde onder lid a strijd ontstaat met de wetgeving die van rijkswege van toepassing is op het behoud van deze panden (Erfgoedwet of diens rechtsopvolger) prevaleert de wetgeving die van rijkswege van toepassing is;
  • b. ambachtelijke bedrijvigheid, detailhandel en groothandel, dienstverlening, sport, recreatie, cultuur en ontspanning, recreatie, kantoor, maatschappelijke voorzieningen en activiteiten, met dien verstande dat:
    • 1. deze functies uitsluitend zijn toegestaan op of onder de begane grond;
    • 2. deze functies uitsluitend zijn toegestaan als dit behoort tot categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
    • 3. de bruto vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 300 m2 per vestiging;
    • 4. perifere detailhandel niet is toegestaan;
  • c. horeca, met dien verstande dat:
    • 1. horeca uitsluitend is toegestaan op of onder de begane grond;
    • 2. uitsluitend horeca in categorie 1 en 2 is toegestaan;
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'horeca' tevens horeca in categorie 3 is toegestaan, met uitzondering van het verschaffen van logies;
    • 4. de bruto vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 300 m2 per vestiging;
  • d. de gezamenlijke gevellengte aan ambachtelijke bedrijvigheid, detailhandel en groothandel, horeca in de categorie 1, horeca in de categorie 2, horeca in de categorie 3, kantoor en dienstverlening en cultuur en ontspanning, recreatie en sport niet meer bedragen dan in de Bijlage 2 Voorgestane functiemenging is aangegeven, met uitzondering van bestaande situaties ten tijde van de inwerkingtreding van dit wijzigingsplan.
3.3.2 Beroep en bedrijf aan huis
  • a. er is beroep en bedrijf aan huis toegestaan, mits dit ondergeschikt is aan de woonfunctie;
  • b. het gezamenlijke oppervlak dat wordt gebruikt voor beroep en bedrijf aan huis mag niet meer bedragen dan 25% van de vloeroppervlakte van de woning, met een maximum van 50 m2;
  • c. bedrijf aan huis is uitsluitend toegestaan als de aan huis verbonden bedrijfsactiviteit behoort tot categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten.
3.3.3 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. het bepaalde in 3.3.1 voor het toestaan van ambachtelijke bedrijvigheid, detailhandel en groothandel, dienstverlening, horeca, kantoor, maatschappelijke voorzieningen en activiteiten die zijn aangemerkt met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • b. het bepaalde in 3.3.1 voor het toestaan van ambachtelijke bedrijvigheid, detailhandel en groothandel, dienstverlening, horeca, kantoor, maatschappelijke voorzieningen en activiteiten boven de begane grond;
  • c. het bepaalde in 3.3.1 voor het toestaan van horeca in de vorm van het verschaffen van kleinschalig logies;
  • d. het bepaalde in 3.3.1 voor het toestaan van een grotere vloeroppervlakte dan 300 m2 tot een maximale bruto vloeroppervlakte van 350 m2 en een maximale verkoopvloeroppervlakte van 300 m2.

Artikel 4 Waarde - Archeologie - 1

4.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
  • b. Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Archeologie - 1' en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen prevaleert het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Archeologie - 1'.
4.2 Bouwregels
  • a. Er mogen uitsluitend de hierna genoemde bouwwerken worden gebouwd;
  • b. er mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de instandhouding en bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden;
  • c. ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - worden gebouwd, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Hiertoe winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de stadsarcheoloog;
  • d. ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - worden gebouwd, indien de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden;
  • e. een mogelijke voorwaarde is de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
  • f. een mogelijke voorwaarde is de verplichting tot het doen van opgravingen;
  • g. een mogelijke voorwaarde is de verplichting de bouw te laten begeleiden door een erkende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg;
  • h. het bepaalde onder c en d is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw en/of bouwwerk, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut;
  • i. het bepaalde onder c en d is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m2;
  • j. het bepaalde onder c en d is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een diepte onder peil van ten hoogste 30 cm.
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 1' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de bodem op te hogen met meer dan 2 m;
  • b. het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 1' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) wegen, paden, banen of parkeergelegenheid aan te leggen en andere oppervlakteverhardingen te verbreden en/of verharden en/of aan te brengen;
  • c. het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 1' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) vijvers en andere wateren aan te leggen, te verbreden en/of te dempen;
  • d. het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 1' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) het waterpeil te verlagen of te verhogen;
  • e. het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 1' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies aan te brengen;
  • f. het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 1' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) graafwerkzaamheden of grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30 cm uit te voeren, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen;
  • g. de omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in onder a t/m f genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal;
  • h. de omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Hiertoe winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de stadsarcheoloog;
  • i. voor zover de onder a t/m f genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kunnen voorwaarden aan het verlenen van een omgevingsvergunning worden verbonden;
  • j. een mogelijke voorwaarde is de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
  • k. een mogelijke voorwaarde is de verplichting tot het doen van opgravingen;
  • l. een mogelijke voorwaarde is de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een erkende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg;
  • m. het verbod als bedoeld onder a t/m f is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen;
  • n. het verbod als bedoeld onder a t/m f is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan;
  • o. het verbod als bedoeld onder a t/m f is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die in het kader van archeologisch vooronderzoek en het doen van opgravingen door een daartoe erkende partij op het gebied van de archeologische monumentenzorg worden uitgevoerd;
  • p. het verbod als bedoeld onder b t/m f is niet van toepassing op werken of werkzaamheden waarvoor de betreffende gronden met een totale oppervlakte van minder dan 50 m2 worden geroerd;
  • q. het verbod als bedoeld onder b t/m f is niet van toepassing op werken of werkzaamheden waarvoor de betreffende gronden op een diepte minder dan 30 cm onder peil worden geroerd.
4.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie - 1' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Artikel 5 Waarde - Archeologie - 2

5.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
  • b. Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Archeologie - 2' en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen prevaleert het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Archeologie - 2' .
5.2 Bouwregels
  • a. Er mogen uitsluitend de hierna genoemde bouwwerken worden gebouwd;
  • b. er mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de instandhouding en bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden;
  • c. ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - worden gebouwd, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Hiertoe winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de stadsarcheoloog;
  • d. ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - worden gebouwd, indien de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden;
  • e. een mogelijke voorwaarde is de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
  • f. een mogelijke voorwaarde is de verplichting tot het doen van opgravingen;
  • g. een mogelijke voorwaarde is de verplichting de bouw te laten begeleiden door een erkende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg;
  • h. het bepaalde onder c en d is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw en/of bouwwerk, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut;
  • i. het bepaalde onder c en d is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een oppervlakte van ten hoogste 100 m2;
  • j. het bepaalde onder c en d is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een diepte onder peil van ten hoogste 2 m.
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de bodem op te hogen met meer dan 2 m;
  • b. het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) wegen, paden, banen of parkeergelegenheid aan te leggen en andere oppervlakteverhardingen te verbreden en/of verharden en/of aan te brengen;
  • c. het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) vijvers en andere wateren aan te leggen, te verbreden en/of te dempen;
  • d. het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) het waterpeil te verlagen of te verhogen;
  • e. het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies aan te brengen;
  • f. het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' bestemde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) graafwerkzaamheden of grondbewerkingen op een grotere diepte dan 2 m uit te voeren, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen;
  • g. de omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de onder a t/m f genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal;
  • h. de omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Hiertoe winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de stadsarcheoloog;
  • i. voor zover de onder a t/m f genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kunnen voorwaarden aan het verlenen van een omgevingsvergunning worden verbonden;
  • j. een mogelijke voorwaarde is de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
  • k. een mogelijke voorwaarde is de verplichting tot het doen van opgravingen;
  • l. een mogelijke voorwaarde is de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een erkende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg;
  • m. het verbod als bedoeld onder a t/m f is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen;
  • n. het verbod als bedoeld onder a t/m f is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan;
  • o. het verbod als bedoeld onder a t/m f is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die in het kader van archeologisch vooronderzoek en het doen van opgravingen door een daartoe erkende partij op het gebied van de archeologische monumentenzorg worden uitgevoerd;
  • p. het verbod als bedoeld onder b t/m f is niet van toepassing op werken of werkzaamheden waarvoor de betreffende gronden met een totale oppervlakte van minder dan 100 m2 worden geroerd;
  • q. het verbod als bedoeld onder b t/m f is niet van toepassing op werken of werkzaamheden waarvoor de betreffende gronden op een diepte minder dan 2 m onder peil worden geroerd.
5.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie - 2' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie

6.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van het 'Beschermd stadsgezicht Vlaardingen';
  • b. indien strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'.
6.2 Bouwregels

Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de voorgevel van de gebouwen dient in de grens van het bouwvlak te te worden geplaatst;
  • b. in hoeksituaties dient ook de naar de weg gekeerde zijgevel van een gebouw in de grens van het bouwvlak te worden geplaatst;
  • c. de bestaande goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, kapvorm en dakhelling van het betreffende object mogen met inachtneming van de voor de onderliggende bestemming geldende (bouw)regels slechts worden gewijzigd mits de cultuurhistorische waarden daardoor niet onevenredig wordt aangetast en daarover schriftelijk advies is ingewonnen bij de Commissie voor welstand en monumenten;
  • d. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien de cultuurhistorische waarden daardoor niet onevenredig worden aangetast en daarover schriftelijk advies is ingewonnen bij de Commissie voor welstand en monumenten.
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. het is verboden om op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden het gehele pand of objectof een deel daarvan te slopen;
  • b. het is verboden om op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden historische stoepen, walkanten en/of de indeling van wegen te wijzigen;
  • c. bovengenoemde verboden zijn niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden, noodzakelijk zijn voor de realisering van een bouwwerk waarvoor de aanvraag tot een omgevingsvergunning voor bouwen is gehonoreerd, reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
  • d. de bovengenoemde vergunning wordt slechts verleend indien de werken en/of werkzaamheden nodig zijn voor de realisering of handhaving van de aan de gronden gegeven bestemming, functies of waarden of de werken en/of werkzaamheden verenigbaar zijn met de belangen van het beschermde stadsgezicht en de Commissie voor welstand en monumenten daarover heeft geadviseerd.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Tenzij - in de regels van dit plan - anders is bepaald, is het bepaalde in de regels van het moederplan van toepassing op het voorliggende plan.

Artikel 7 Algemene gebruiksregels

7.1 Parkeren
7.1.1 Algemeen

Bij nieuwbouw en functiewijziging dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, daar onder begrepen parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden, overeenkomstig de geldende beleidsregel Parkeernormen 2019 of diens rechtsopvolger.

7.1.2 Afwijken

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.1.1 overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden genoemd in de geldende beleidsregel Parkeren 2019, of de rechtsopvolger daarvan, voor zover geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de parkeersituatie in de openbare ruimte en de woon- en leefsituatie.

Artikel 8 Algemene aanduidingsregels

8.1 Geluidzone - industrie
  • a. Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone – industrie’ geldt een zone vanwege een gezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.
  • b. Nieuwe geluidgevoelige objecten zijn slechts toegestaan indien de geluidbelasting vanwege de gezoneerde industrieterreinen op de betreffende gevels niet hoger is dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde of een verleende hogere grenswaarde.

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 10 Overgangsrecht

De overgangsbepalingen van het moederplan zijn van toepassing op dit wijzigingsplan.

Artikel 11 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: regels van het Wijzigingsplan Museumkwartier.