direct naar inhoud van 4.9 Bodemkwaliteit
Plan: Maasoeverzone
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0622.0208bpMaas2009-0130

4.9 Bodemkwaliteit

4.9.1 Toetsingskader

Volgens artikelĀ 3.1.6 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. In het algemeen wordt bij de beoordeling van bestemmingsplannen de richtlijn gehanteerd dat ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, wordt verricht op de bestemming waar een herinrichting wordt voorzien. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden verricht.

4.9.2 Onderzoek en conclusie

Referentiesituatie

Als gevolg van huidige bedrijfsactiviteiten en activiteiten uit het verleden is de bodem binnen het plangebied lokaal verontreinigd. Uit de informatie op http://www.bodemloket.nl blijkt dat delen van het plangebied in het verleden reeds zijn gesaneerd. Andere delen zullen nog worden gesaneerd.

Plansituatie

Het aantal locaties waar in het plangebied een functiewijziging is voorzien, is beperkt. Voor de betreffende locaties dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone gronden te worden gerealiseerd. In Bijlage 12 is een overzicht opgenomen van de uitgevoerde bodemonderzoeken.

Ter plaatse van de Koggehaven zijn verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. Daarbij zijn op het voormalig NAM-terrein verschillende olieverontreinigingen aangetroffen. Die verontreinigingen zijn inmiddels gesaneerd. De baggerspecielocatie aan de westzijde is voorziening van een leeflaag. Ook het noordelijke deel van de Koggehaven zal worden voorzien van een leeflaag. Ter plaatse van de nieuwe rotonde op de Maassluissedijk wordt een cunet gegraven. De vrijkomende grond wordt ontgraven en op basis van een partijkeuring zo veel mogelijk worden hergebruikt in het werk.

Conclusie

Voor alle locaties binnen het plangebied waar een functiewijziging of herinrichting plaatsvindt, is bodemonderzoek uitgevoerd. Waar nodig vindt sanering plaats of worden technische maatregelen getroffen om negatieve effecten te voorkomen.