direct naar inhoud van 4.5 Wegverkeerslawaai
Plan: Maasoeverzone
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0622.0208bpMaas2009-0130

4.5 Wegverkeerslawaai

4.5.1 Normstelling en beleid

Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen of buiten stedelijke ligging.

Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h-wegen aannemelijk te zijn dat sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat.

De geluidshinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal.

Nieuwe situaties

Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van nieuwe woningen en andere nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde situaties is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de uiterste grenswaarde niet te boven gaan.

Reconstructiesituaties

Er is sprake van een reconstructie in de zin van de Wgh, indien er fysieke wijzigingen aan een bestaande weg plaatsvinden en waarbij als gevolg van deze fysieke wijzigingen de geluidsbelasting met 2 dB of meer toeneemt, waarbij opvulling tot 48 dB is toegestaan.

Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden met 2 dB of meer, is sprake van een reconstructiesituatie in de zin van de Wgh en dienen maatregelen te worden onderzocht om de geluidstoename te beperken tot 1 dB of minder. Hebben geluidsreducerende maatregelen onvoldoende effect of zijn deze ongewenst, dan kan door het bevoegd gezag, onder bepaalde voorwaarden, een hogere waarde worden vastgesteld met een toename van 2 tot 5 dB, met dien verstande dat deze de uiterste grenswaarde niet te boven mag gaan.

Gemeentelijk geluidsbeleid

Door de gemeente Vlaardingen wordt op dit moment geluidsbeleid opgesteld. In de ontwerpbeleidsregel zijn voorwaarden opgenomen voor het vaststellen van hogere waarden. De voorwaarden zijn afhankelijk van de vraag welke geluidsbron het betreft, of het om woningen dan wel om andere geluidsgevoelige bestemmingen gaat, of de geluidsgevoelige bestemming dan wel de geluidsbron het eerst aanwezig was en onder welke omstandigheden de woningen of geluidsgevoelige bestemmingen dan wel de geluidsbron wordt gerealiseerd. De voorwaarden zijn in de beleidsregel nader gespecificeerd.

4.5.2 Onderzoek en conclusie

Referentiesituatie

Binnen het plangebied bevinden zich momenteel geen geluidsgevoelige bestemmingen. Wel bevinden zich langs de Maassluissedijk enkele woningen die geluidshinder ondervinden van de Maassluissedijk. De huidige geluidsbelasting als gevolg van de Maassluissedijk ter plaatse van de bestaande woningen bedraagt in de huidige situatie maximaal 56 tot 58 dB aan de zijde van de weg.

Plansituatie

Binnen het bestemmingsplan Maasoeverzone zijn geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen voorzien die in het kader van de Wgh akoestisch onderzoek vereisen. Wel wordt binnen delen van het plangebied de bestaande ontsluitingsstructuur gereconstrueerd. In de meeste gevallen liggen er geen geluidsgevoelige bestemmingen binnen de geluidszones van de te reconstrueren wegen. Uitzondering vormt de Maassluissedijk ter hoogte van de Koggehaven waar een nieuwe rotonde wordt gerealiseerd. Ter hoogte van dit te wijzigen weggedeelte bevinden zich twee geluidsgevoelige bestemmingen (woningen) binnen de geluidszone. De Wgh schrijft voor dat akoestisch onderzoek vereist is (ter hoogte van de te wijzigen weggedeelten) om te toetsen of er sprake is van zogenaamde 'reconstructiesituaties' en of voldaan wordt aan de wettelijke eisen.

Ingevolge de Wgh is voor deze voorgenomen wijzigingen een zogenaamd akoestisch reconstructieonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 5). Dit onderzoek geeft inzicht in de akoestische effecten van de voorgenomen wijzigingen aan de gevels van de bestaande geluidsgevoelige bestemmingen langs de Maassluissedijk.

Conclusie

Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de reconstructie van de Maassluissedijk voor onderzochte woningen een afname in de geluidsbelasting aan de gevels tot gevolg heeft (van 56-58 dB naar respectievelijk 54-56 dB). Dit betekent dat voor deze woningen geen sprake is van reconstructie in de zin van de Wgh. De Wgh staat de wijziging van de Maassluissedijk niet in de weg.