| Plan: | Maasoeverzone |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0622.0208bpMaas2009-0130 |
Om milieuhinder ter plaatse van gevoelige bestemmingen in de omgeving van het plangebied te voorkomen, is voor het bedrijventerrein een milieuzonering uitgewerkt. De milieuzonering is gekoppeld aan een Staat van Bedrijfsactiviteiten. Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. De milieuzonering en de gebruikte Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn gebaseerd op de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (herziene uitgave 2009). Gelet op het bedrijfsmatige karakter van het plangebied, is in dit bestemmingsplan gebruikgemaakt van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein'. Voor een nadere toelichting op de aanpak van de milieuzonering met behulp van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' wordt verwezen naar Bijlage 1 .
Richtafstanden
Bij de milieuzonering wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof- en geluidshinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Uit jurisprudentie en de genoemde VNG-publicatie blijkt dat in het geval van een gemengd gebied verkleinde richtafstanden gelden (zie tabel 4.1). Bij de zonering worden ten opzichte van de bestaande woonwijk (Westwijk) en toekomstige woningbouwontwikkeling in het stationsgebied (reeds vastgelegd in een bestemmingsplan), de volledige richtafstanden gehanteerd (gebiedstype 'rustige woonwijk'). Voor de agrarische bedrijfswoningen in het noordwesten van het plangebied langs de Maassluissedijk wordt uitgegaan van de richtafstanden ten opzichte van een gemengd gebied.
Tabel 4.1 Overzicht richtafstanden per milieucategorie
| milieucategorie | richtafstand (in meters) | |
| rustige woonwijk | gemengd gebied | |
| 1 | 10 | 0 |
| 2 | 30 | 10 |
| 3.1 | 50 | 30 |
| 3.2 | 100 | 50 |
| 4.1 | 200 | 100 |
| 4.2 | 300 | 200 |
| 5.1 | 500 | 300 |
| 5.2 | 700 | 500 |
| 5.3 | 1.000 | 700 |
| 6 | 1.500 | 1.000 |
Algemene toelaatbaarheid
Bij de zonering van het bedrijventerrein wordt rekening gehouden met de bestaande woonwijk Westwijk en de (agrarische) bedrijfswoningen in het noordwesten van het plangebied. Daarnaast zijn er plannen om in de toekomst woningen in het gebied ten zuiden van het station te realiseren (reeds vastgelegd in het bestemmingsplan Stationsgebied).
Dit betekent dat van oost naar west en van noord naar zuid de algemene toelaatbaarheid oploopt van categorie 4.2 tot maximaal categorie 5.2 (zie figuur 4.1). Aan de noordwestzijde van het plangebied is sprake van een verlaagde algemene toelaatbaarheid als gevolg van de agrarische bedrijfswoningen aan de Maassluissedijk.
Figuur 4.1 Milieuzonering: maximale toelaatbaarheid bedrijfsactiviteiten
De Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' vermeldt indices voor de verkeersaantrekkende werking. Vanuit het oogpunt van verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en leefbaarheid is ervoor gekozen om nieuwe bedrijven die potentieel zeer veel goederenverkeer aantrekken (aangeduid met 3G) in dit bestemmingsplan in principe uit te sluiten. Voor een uitgebreidere motivering wordt verwezen naar Bijlage 2.
Bevoegdheid tot afwijken
Het bevoegd gezag kan gebruikmaken van een omgevingsvergunning om bedrijven toe te staan die zijn genoemd in ten hoogste 2 categorieën hoger dan algemeen toelaatbaar is, mits deze bedrijven (als gevolg van de geringe omvang van hinderlijke (deel)activiteiten of door een milieuvriendelijke werkwijze) naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de bedrijven genoemd in de lagere algemeen toegelaten milieucategorieën. Ook is een bevoegdheid tot afwijken opgenomen voor bedrijven die niet zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein', mits deze naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de toegelaten bedrijven. Verder is bevoegdheid tot afwijken opgenomen voor bedrijven die op basis van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' potentieel zeer veel goederenverkeer aantrekken (aangeduid met 3G). Voorwaarde is dat de Marathonweg is gereconstrueerd, door middel van een tunnel onder het spoor, verbreding naar 2x2 rijstroken en opheffing van gelijkvloerse kruisingen.
Bedrijveninventarisatie
De in het plangebied aanwezige bedrijven zijn geïnventariseerd en ingeschaald in de categorieën van de gebruikte Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein'. Bestaande bedrijven die vallen in een hogere categorie dan volgens de uitgewerkte milieuzonering algemeen toelaatbaar is, hebben een specifieke functieaanduiding op de plankaart gekregen (zie het overzicht in Bijlage 3). Dat geldt ook voor de bestaande bedrijven die potentieel zeer veel goederenverkeer aantrekken (zie overzicht tabel 4.2) en voor de binnen het gebied aanwezige detailhandelsvestigingen en het dierentehuis. Hierdoor zijn de genoemde (afwijkende) bedrijfsactiviteiten volgens het bestemmingsplan toegestaan. Gelet op de ligging van deze bedrijven op het bestaande bedrijventerrein en het huidige functioneren van dit bedrijventerrein, acht de gemeente het niet wenselijk de betreffende bedrijven weg te bestemmen of te verplaatsen.
Tabel 4.2 Overzicht bedrijven met een (potentieel) grote verkeersaantrekkende werking
| straat | nr. | naam en aard van het bedrijf | SBI-code (1993) | categorie SvB |
| Trawlerweg | 2 | Enper Giftwrap, drukkerij | 22.22 | 3.2 |
| Trawlerweg | 8 | Dijkshoorn BV, verhuisvervoer | 60.24 | 3.2 |
| Beugsloepweg | 11 | Groupex BV, goederenwegvervoer | 60.24 | 3.2 |
| Stoomloggerweg | 3-5 | Viking Transport | 60.24 | 3.2 |
| Kreekweg | 80 | van Gansewinkel, afvalbeheer | 37.2 | 4.2 |
| Zevenmanshaven | 139 | NU3 BV, kunstmestproductie | 24.15 | 5.1 |
| Heliniumweg | 20 | Struyk Verwo Infra | 6311.2/51.53 | 5.2/3.1 |
| Maassluissedijk | 103 | Oranje Recycling/Beelen | 371 | 5.2 |
| 5Koggehaven | 24 | Lensveld Shipping & Transport | 60.24 | 3.2 |
Windturbines
In het westelijk deel van het plangebied, op het terrein van de RWZI, maakt dit bestemmingsplan twee windmolens mogelijk. Windmolens kunnen leiden tot hinder ter plaatse van omliggende functies. Zo kan de schaduw van de draaiende bladen van een windturbine op bepaalde plaatsen en onder bepaalde omstandigheden op een raam van een vertrek vallen en in het vertrek een hinderlijke wisseling van lichtsterkte veroorzaken. De mate van hinder wordt onder meer bepaald door de frequentie van passeren, door de blootstellingduur en door de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte. In het algemeen worden passeerfrequenties tussen 2,5 Hz en 14 Hz als hinderlijk ervaren en kan dit in sommige gevallen lichamelijke invloed hebben. De passeerfrequentie van de geplande windturbines zal in dit geval ruim onder de 2,5 Hz liggen. Het gaat om moderne windturbines met een relatief grote bedrijfstijd, wat inhoudt dat de ze zowel bij lage als bij hoge windsnelheden draaien. Hierdoor kan het zijn dat bij de woningen in de omgeving (twee woningen aan de Maassluissedijk) schaduwhinder optreedt. Ten behoeve van de melding Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) wordt door middel van een schaduwrapportage nagegaan in welke mate hiervan sprake zal zijn. Dit is afhankelijk van de oriëntatie van de ramen, de mate van afscherming (bijvoorbeeld bosschages tussen turbines en gebouw), het tijdstip waarop eventuele schaduwhinder optreedt en dergelijke. In een maatwerkvoorschrift kan worden geregeld dat de windturbines met een stilstandvoorziening moeten worden uitgevoerd om mogelijke overlast te voorkomen. In het verleden is gebleken dat windturbines in het geval van witte en gladde rotorbladen lichtschittering kunnen veroorzaken. Moderne windturbines worden momenteel allemaal standaard voorzien van een anti-reflectiecoating, waardoor dit probleem zich in de praktijk niet meer voordoet. In de navolgende sectorale paragrafen wordt onder andere ingegaan op de akoestische situatie en risicosituatie rondom de windturbines.
Conclusie
In het bestemmingsplan wordt door de gehanteerde milieuzonering zorg gedragen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen en worden de bestaande bedrijven niet in hun functioneren belemmerd. Toekomstige bedrijven kunnen zich alleen binnen het gebied vestigen wanneer zij vallen binnen de algemene toelaatbaarheid, dan wel in het kader van een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat zij voldoen aan de gestelde voorwaarden.