direct naar inhoud van 3.1 Planmethodiek
Plan: De Dijk en Het Land
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0612.BP00030-4001

3.1 Planmethodiek

3.1.1 Wet ruimtelijke ordening

In deze paragraaf komen de wettelijke voorwaarden voor de goede ruimtelijke onderbouwing aan bod.
Volgens artikel 3.1 eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk geval regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Deze regels kunnen tevens strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied.
In artikel 3.3 van de Wro staat het volgende opgenomen. Om te voorkomen dat in een bestemmingsplan begrepen grond minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de daaraan bij het plan te geven bestemming dan wel om een overeenkomstig het plan verwezenlijkte bestemming te handhaven en te beschermen, kan bij het bestemmingsplan worden bepaald, dat het verboden is om binnen een bij dat plan aangegeven gebied zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders:
a. bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
b. bouwwerken te slopen.

Volgens het eerste lid van artikel 3.6 van de Wro kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat burgemeester en wethouders met inachtneming van de bij het plan te geven regels:

  • a. binnen bij het plan te bepalen grenzen het plan kunnen wijzigen;
  • b. het plan moeten uitwerken;
  • c. van bij het plan aan te geven regels ontheffing kunnen verlenen;
  • d. ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen kunnen stellen.


Bij de opzet van het bestemmingsplan is uitgegaan van een mix van een gedetailleerde(re) en een globale opzet van het plan.
De plandelen die reeds zijn geregeld via een artikel 19 WRO-procedure en al zijn gebouwd of op basis van die gevoerde procedures kunnen worden gebouwd, hebben een gedetailleerde bestemming: 'Wonen', 'Groen', 'Verkeer', 'Water'.
De plandelen die nog gebouwd moeten worden hebben een globalere bestemming: 'Woongebied - 1' en 'Woongebied - 2'.
Binnen deze bestemming zijn ook bijhorende functies als wegen, straten, pleinen, groengebieden, water, parkeren, toegestaan.
Doordat zowel de Elementenweg, als de Hongerlandsedijk een waterkerende functie hebben, kent het plan ook de bestemming 'Waterstaat - Waterkering'.
Bij een globale planvorm zonder uitwerkingsverplichting, zoals 'Woongebied - 1' en 'Woongebied - 2' ontstaan rechtstreeks bouwmogelijkheden. Hierdoor bestaat de kans dat derden overgaan tot een eigen invulling, die wellicht afwijkt van de door de planopstellers beoogde invulling. Doordat de gemeente Spijkenisse eigenaar is van alle gronden binnen het plangebied en deel uitmaakt van de ontwikkelcombinatie, is de kans dat dit in deze situatie zal gebeuren nihil.

Wel is het van belang dat na de uitvoering van het bestemmingsplan (na 10 jaar) een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld, om daarin de totale beheerssituatie vast te leggen.

3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening

Het bestemmingsplan dient ingericht te worden conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) van 21 april 2008. In het Bro zijn bepalingen opgenomen over de vormgeving, inrichting, beschikbaarstelling, bekendmaking en terinzagelegging van ruimtelijke besluiten.

In Artikel 3.1.2 van dit besluit staan de volgende bepalingen aangaande het opnemen van regels:

  • 1. Ten behoeve van de uitvoerbaarheid kan een bestemmingsplan regels bevatten met betrekking tot sociale huurwoningen, sociale koopwoningen of particulier opdrachtgeverschap.
  • 2. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan regels bevatten met betrekking tot branches van detailhandel en horeca.
  • 3. Een bestemmingsplan kan voorts regels bevatten ter wering van dreigende en tot stuiting van reeds ingetreden achteruitgang van de woon- of werkomstandigheden in en het uiterlijk aanzien van het in het plan begrepen gebied.
  • 4. Indien een bestemmingsplan regels bevat ten aanzien van sociale koopwoningen kan de gemeenteraad na regionale afstemming een lagere koopprijsgrens vaststellen dan het bedrag, genoemd in artikel 26, tweede lid, onder g, van het Besluit beheer sociale huursector.


Artikel 3.1.3 geeft aan dat een bestemmingsplan naast de bij of krachtens de wet voorgeschreven bestemmingen en regels, in elk geval een beschrijving van die bestemmingen bevat, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven.

Artikel 3.1.4 geeft aan dat een bestemmingsplan, voor een op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder b, van de wet uit te werken deel van het plan, op een zodanige wijze de doelstellingen aangeeft, dat voldoende inzicht wordt verkregen in de toekomstige ontwikkeling van het desbetreffende gebied.

3.1.3 Grondexploitatiewet

In hoofdstuk 6 van de Wro zijn regels opgenomen met betrekking tot de exploitatie van gronden. Grondexploitatie kan worden omschreven als het proces van productie van bouw- en woonrijpe grond en het zorg dragen, dat deze bouwrijpe grond op het juiste moment op de markt is. De grondexploitatieregels zijn weliswaar onderdeel van de Wro, maar zijn via de afzonderlijke Grondexploitatiewet gelijktijdig met de overige hoofdstukken van de Wro in werking getreden. De reden voor het introduceren van nieuwe regels voor de grondexploitatie was, dat de bestaande mogelijkheden van kostenverhaal in de praktijk niet optimaal bleken te werken. De Grondexploitatiewet introduceert de term exploitatieplan.