| Plan: | De Strijp |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | beheersverordening |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0603.bvdestrijp-OH01 |
Algemeen
Binnen het plangebied is sprake van een aantal risicobronnen. Het betreffen:
Buiten het plangebied vindt daarnaast vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de A4 en A13.
In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Tankstation
Rond verschillende installaties op het terrein van het tankstation is sprake van een PR 10-6 risicocontour. Voor het vulpunt bedraagt de contour 45 m, voor de ondergrondse tank 25 m en voor de afleverzuil 15 m. Deze contouren zijn opgenomen op de verbeelding ('veiligheidszone - lpg'). Er is geen sprake van kwetsbare objecten binnen deze veiligheidszones. Het invloedsgebied voor het groepsrisico reikt tot een afstand van 150 meter vanaf het LPG-vulpunt. Echter tot op 325 m kunnen personen overlijden als gevolg van een incident bij deze inrichting. Wanneer het tankstation wordt bevoorraad door een tankwagen met hittewerende bekleding, dan bedraagt het groepsrisico op basis van de informatie van Geoweb Haaglanden tussen 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde. De beheersverordening legt de bestaande situatie vast en heeft daarmee geen gevolgen voor de hoogte van het groepsrisico.
Ook bij consoliderende regelingen binnen het invloedsgebied van tankstations die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), dient een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. In dat kader is de beheersverordening voor advies voorgelegd aan de Veiligheidsregio. Het advies van de Veiligheidsregio is gebruikt als input voor de verantwoording van het groepsrisico die aan het einde van deze paragraaf is opgenomen.
Zie bijlage 6 voor het advies van de Veiligheidsregio.
Transport
Over de Schaapweg vindt op beperkte schaal transport van gevaarlijke stoffen plaats ter bevoorrading van een aantal risicovolle inrichtingen. Het gaat hierbij om brandbare vloeistoffen en brandbare gassen. Het invloedsgebied van deze weg bedraagt daarmee respectievelijk 45 en 325 m. Het groepsrisico als gevolg van dit transport bedraagt minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Doordat met de beheersverordening geen ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt, wordt geen toename van het groepsrisico verwacht. Deze weg heeft daarnaast geen PR 10-6 risicocontour. Ook deze contour vormt dus geen belemmering voor de vaststelling van de beheersverordening.
De rijkswegen A4 en A13 liggen op ongeveer 3.350 m ten zuidoosten van het verordeningsgebied. Over deze wegen worden naast brandbare vloeistoffen en brandbare gassen ook giftige vloeistoffen en giftige gassen vervoerd. Als gevolg van dit transport kennen deze risicobronnen een invloedsgebied van meer dan 4.000 m. Het verordeningsgebied ligt daar volledig binnen. Gezien de afstand van deze risicobronnen tot het verordeningsgebied zal het groepsrisico van deze wegen niet toenemen als gevolg van deze beheersverordening. Voor de wegen geldt op basis van de circulaire een veilighedszone van 11,5 m. Deze zone levert geen belemmering op voor de vaststelling van deze beheersverordening.
Gasleiding
Binnen het verordeningsgebied zijn twee hoge druk aardgastransportleidingen gelegen. In onderstaande tabel zijn de eigenschappen van deze leidingen opgenomen.
| Naam | Druk (bar) | Diameter (inch) | PR 10-6 | Invloedsgebied | GR | |
| W-509-06 | 40 | 12,2 | 0 m | 140 m | 0,1-1 maal OW | |
| W-509-08 | 40 | 6,3 | 0 m | 70 m | <0,1 maal OW | |
Op basis van bovenstaande tabel kan geconcludeerd worden dat de plaatsgebonden risicocontouren geen belemmeringen vormen voor het verordeningsgebied. Daarnaast zal het groepsrisico als gevolg van de beheersverordening naar vewachting niet toenemen.
Verantwoording groepsrisico
Hierboven is reeds vermeld dat delen van het plangebied binnen de invloedsgebieden van een risicovolle inrichting, wegen en leidingen liggen. Daarom dient het groepsrisico verantwoord te worden. Aangezien de vaststelling van de verordening niet tot een toename van het GR leidt, kan worden volstaan met een beperkte verantwoording, waarin aandacht wordt besteed aan zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Over deze aspecten is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Haaglanden.
Scenariobeschrijving
Naast de 'dagelijkse incidenten' die zich binnen of nabij het verordeningsgebied voor kunnen doen, zoals brand, wateroverlast of een aanrijding, kunnen zicht binnen het verordeningsgebied hitte-, druk- en/of giftige effecten voordoen.
Maatregelen
In het advies geeft de Veiligheidsregio Haaglanden enkele maatregelen die binnen het verordeningsgebied kunnen worden genomen om de risico's te beperken. Het gaat hierbij om:
Omdat in de beheersverordening geen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, kunnen veel van de genoemde maatregelen niet worden doorgevoerd. Omdat het groepsrisico binnen het plangebied relatief laag is, het groepsrisico niet toeneemt als gevolg van deze verordening en omdat uit het advies van de Veiligheidsregio blijkt dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en de bluswatervoorzieningen binnen het verordeningsgebied voldoende is, wordt het groepsrisico acceptabel geacht. Ook worden door vaststelling van deze beheersverordening de mogelijkheden tot rampenbestrijding of zelfredzaamheid niet nadelig beïnvloed.
Conclusie
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er uit het oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de vaststelling van de beheersverordening.