direct naar inhoud van Regels
Plan: Sion - Deelplan 12 fase 4
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0603.WPSiondp12fase4-VA01

Regels

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Van toepassing verklaring

Op dit wijzigingsplan zijn de regels van het bestemmingsplan "Sion - 't Haantje, tweede herziening", vastgesteld op 13 december 2016 en hersteld op 6 maart 2018 door de gemeenteraad van Rijswijk, met identificatienummer NL.IMRO.0603.bpsionhaantjeherz2-VA02, van toepassing, voor zover in de regels van dit wijzigingsplan niet anders is bepaald en met dien verstande dat in geval van discrepantie tussen de regels van het bestemmingsplan "Sion - 't Haantje, tweede herziening" en het wijzigingsplan, de regels van het wijzigingsplan van toepassing zijn.

Artikel 2 Aanvullende begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

2.1 plan:

het bestemmingsplan "Sion - 't Haantje, tweede herziening" - wijzigingsplan "Sion - Deelplan 12 fase 4" met identificatienummer NL.IMRO.0603.WPSiondp12fase4-VA01 van de gemeente Rijswijk.

2.2 wijzigingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen.

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3 Wonen - 2

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1

De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. aan huis gebonden beroepen;

met daaraan ondergeschikt:

  • c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, met dien verstande, dat ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' uitsluitend waterhuishoudkundige voorzieningen zijn toegestaan;
  • d. parkeervoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • e. tuinen en erven;
  • f. gebouwen;
  • g. bouwwerken geen gebouwen zijnde.
3.1.2

Ter plaatse van de aanduiding 'tuin' zijn de in sublid 3.1.1 bedoelde gronden uitsluitend bestemd voor een tuin; met dien verstande dat bestaand oppervlaktewater ook is toegestaan;

3.1.3

De waterbergingscapaciteit in de gezamenlijke bestemmingen als bedoeld in artikel 3 en de artikelen 6, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 18, 19, 20, 21 en 22 van het bestemmingsplan "Sion - 't Haantje, tweede herziening" dient ten minste 325 m³ per hectare te bedragen;

3.2 Bouwregels
3.2.1 Hoofdgebouwen

Op ieder perceel mogen hoofdgebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat:

  • a. uitsluitend vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen zijn toegestaan;
  • b. hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen een bouwvlak; waarbij geldt, dat:
    • 1. de afstand van de voorgevel van het hoofdgebouw tot de voorste perceelsgrens ten minste 3 m en ten hoogste 8 m bedraagt;
    • 2. afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen ten minste 3 m bedraagt, tenzij het de zijgevel betreft van een twee-onder-éénkapwoning die aan de andere twee-onder-éénkapwoning grenst; alsdan mag het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens staan;
    • 3. de afstand van het hoofdgebouw tot achterste perceelsgrens ten minste 3 m bedraagt;
    • 4. ter plaatse van de aanduiding 'tuin' geen hoofdgebouwen mogen worden gebouwd;
  • c. het aantal woningen per bouwvlak niet meer mag bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';
  • d. de goothoogte, bouwhoogte en de dakhelling van hoofdgebouwen tenminste moeten en niet meer mogen bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m), minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m), minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling (graden)';
  • e. het totale bebouwde oppervlak van het hoofdgebouw en de erfbebouwing (zoals bedoeld in lid 3.2.2) tezamen, niet meer mag bedragen dan 35% van het perceel;
  • f. voor grondgebonden woningen in de vorm van vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen, geldt dat de diepte van het hoofdgebouw maximaal 15 m bedraagt;
  • g. in afwijking van het bepaalde onder f. geldt voor grondgebonden woningen in de vorm van vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen bij percelen dieper dan 30 meter, dat de diepte van het hoofdgebouw 15 meter plus de extra diepte van het perceel bedraagt, met een maximum van 20 meter.
3.2.2 Erfbebouwing

Op ieder perceel mogen in het achtererfgebied aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen (erfbebouwing) worden gebouwd, met dien verstande, dat:

  • a. erfbebouwing zowel binnen als buiten het bouwvlak is toegestaan, behalve ter plaatse van de aanduiding 'tuin', welke gronden onbebouwd moeten blijven;
  • b. erfbebouwing minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn dient te worden gebouwd;
  • c. op percelen die aan beide zijdelingse perceelsgrenzen door andere (woon)percelen worden begrensd, erfbebouwing slechts aan één van de twee zijdes aan het hoofdgebouw mag worden gebouwd; met dien verstande dat wanneer het perceel grenst aan openbaar toegankelijk gebied, aan de zijde die grenst aan het openbaar toegankelijk gebied geen erfbebouwing mag worden gebouwd;
  • d. het bebouwingspercentage van het hoofdgebouw (zoals bedoeld in lid 3.2.1) en de erfbebouwing tezamen, niet meer mag bedragen dan 35% van het perceel;
  • e. de bouwhoogte van erfbebouwing, indien deze plat worden afgedekt, niet meer mag bedragen dan 3 m;
  • f. de bouwhoogte van erfbebouwing, indien deze worden voorzien van een kap, niet meer mag bedragen dan 6 m waarbij de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m en waarbij de hellingshoek van de kap van de erfbebouwing gelijk moet zijn aan de hellingshoek van de kap van het hoofdgebouw.
3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op ieder perceel mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'tuin' op de perceelsgrens een erf-/terreinafscheiding in de vorm van een haag dient te worden gerealiseerd;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. is ter plaatse van de inrit(ten) naar het erf, een opening in de erf-/terreinafscheiding van maximaal 4,5 m breed is toegestaan;
  • c. op de overige delen van het erf, erf- en terreinafscheidingen tot een bouwhoogte van maximaal 2 m hoog zijn toegestaan;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'tuin', overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 1 m;
  • e. op de overige delen van het erf, overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 3 m;
  • f. ondergronds bouwen niet is toegestaan.
3.3 Nadere eisen
3.3.1 Externe veiligheid - vluchtmogelijkheden

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het aspect externe veiligheid, ter beheersing van de uitpandige vluchtroutes, en de bereikbaarheid voor de brandweer, voor zover dit niet elders in dit plan is vastgelegd, nadere eisen stellen aan:

  • a. vluchtmogelijkheden en de situering van bouwwerken;
  • b. vluchtmogelijkheden en de inrichting van terreinen/openbare ruimte;
  • c. vluchtmogelijkheden en het bebouwd oppervlak van gebouwen;
  • d. vluchtmogelijkheden en het vloeroppervlak van gebouwen.
3.3.2 Externe veiligheid - afsluitbaarheid mechanische ventilatie

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het aspect externe veiligheid, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen, nadere eisen stellen aan de afsluitbaarheid van mechanische ventilatie.

3.4 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van:

  • a. het bepaalde in lid 3.2.1 sub d voor het toestaan van een andere dakhelling;
  • a. het bepaalde in lid 3.2.1 sub b, onder 2 voor het toestaan van een kleinere afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens, waarbij de afstand ten minste 1,5 m dient te bedragen;
  • b. het bepaalde in lid 3.2.3 sub f voor het aanleggen van een zwembad;
  • c. het bepaalde in lid 3.2.2 voor de bouw van een berging op het voorerf, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte niet meer dan 2,50 m mag bedragen;
    • 2. de oppervlakte niet meer dan 6 m2 mag bedragen;
    • 3. de afstand tot het openbaar gebied tenminste 0,25 m moet bedragen.
3.5 Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Parkeren

Ten aanzien van parkeren geldt dat:

  • a. per woonperceel twee parkeerplaatsen aangelegd en instand gehouden moeten worden, waarbij een ligging van twee parkeerplaatsen achter of naast elkaar is toegestaan en een afmeting geldt van 6,0 x 3,0 meter per parkeerplaats.
3.5.2 Inwoning

Het is toegestaan om een deel van het hoofdgebouw of de erfbebouwing als afhankelijke woonruimte (inwoning) te gebruiken, met dien verstande dat:

  • a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg;
  • b. op het perceel al een wooneenheid aanwezig is;
  • c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven;
  • d. per wooneenheid maximaal één situatie van inwoning ten behoeve van mantelzorg is toegestaan;
  • e. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de wooneenheid, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de wooneenheid dient te hebben; het gebruik van een bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het wooneenheid voor de inwoner of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is;
  • f. maximaal 75 m2 van het hoofdgebouw en/of de erfbebouwing mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning.
3.5.3 Aan huis gebonden beroepen

Het is verboden hoofdgebouwen en/of erfbebouwing te gebruiken als kantoor- en/of praktijkruimte voor aan huis gebonden beroepen, bedrijfsactiviteiten of voor horeca, met dien verstande dat onder dit verbod niet valt het medegebruik van hoofdgebouwen en/of erfbebouwing als kantoor- en praktijkruimte voor aan huis gebonden beroepen, mits:

  • a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft;
  • b. het vloeroppervlak van de kantoor- en praktijkruimte niet groter is dan 40% van het gezamenlijk vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de erfbebouwing, met een maximum van 40 m²;
  • c. de onderneming wordt gedreven door degene(n) die op het perceel woonachtig is of zijn;
  • d. ten behoeve van de kantoor- en praktijkruimte kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
3.6 Afwijking van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in 3.5.3:

  • a. om toe te staan dat hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen worden gebruikt voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten en/of handel in en verkoop van goederen en diensten via internet, met dien verstande dat:
    • 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft;
    • 2. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving;
    • 3. het vloeroppervlak voor de bedrijfsactiviteiten niet groter is dan 40% van het gezamenlijk vloeroppervlak van de hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen met een maximum van 40 m²;
    • 4. de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten plaatsvindt;
    • 5. er geen sprake is van winkel- of uitstallingsruimte van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteit;
    • 6. voorzien kan worden in voldoende parkeergelegenheid;
    • 7. de onderneming wordt gedreven door degenen die op het perceel woonachtig zijn;
    • 8. geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van de kleinschalige bedrijfsactiviteiten en/of handel in en verkoop van goederen en diensten via internet.
  • b. voor bedrijfsactiviteiten van de in de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels, opgenomen categorie 1, met dien verstande dat:
    • 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft;
    • 2. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving;
    • 3. de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten plaatsvindt;
    • 4. er geen sprake is van winkel- of uitstallingsruimte van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteit;
    • 5. voorzien kan worden in voldoende parkeergelegenheid;
    • 6. de onderneming wordt gedreven door degenen die op het perceel woonachtig zijn;
    • 7. geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten.
3.6.1 Bed & Breakfast

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor het toestaan van recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van bed & breakfast, met dien verstande dat:

  • a. deze functie plaatsvindt binnen de op het moment van het toestaan van de afwijking bestaande bebouwing;
  • b. het bruto vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast maximaal 120 m² bedraagt, waarbij de maximale oppervlakte per slaapverblijf 30 m² mag bedragen;
  • c. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
  • d. het aantal slaapplaatsen ten behoeve van de bed & breakfast maximaal 7 bedraagt.

Hoofdstuk 3 OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 4 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Sion - 't Haantje, tweede herziening", wijzigingsplan "Sion - Deelplan 12 fase 4".