direct naar inhoud van REGELS
Plan: Gasleiding Groeninx van Zoelenlaan
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0599.WP6001GasGroeninx-va01

REGELS

Hoofdstuk 1 Inleidende Regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 Plan

Het bestemmingsplan "IJsselmonde - Centrum" van de gemeente Rotterdam, gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Rotterdam d.d. 26 januari 2012.

1.2 Wijzigingsplan

Het wijzigingsplan 'gasleiding Groeninx van Zoelenlaan' van de gemeente Rotterdam, zoals vervat in de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0599.WP6001GasGroeninx- met de bijbehorende regels.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt gemeten conform de regels in artikel 2 van het plan zoals genoemd in 1.1.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen, met bijbehorende voet- en fietspaden, alsmede ontsluitingswegen- en paden, watergangen en waterpartijen;
  • b. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming;
  • c. kleinschalige voorzieningen voor openbaar nut en verkeer en vervoer, alsmede kleinschalige speelvoorzieningen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - tramtracé", tevens voor een tramtracé;
  • e. "Leiding-Gas", "Leiding - Riool", "Leiding - Hoogspanning", "Waarde - Archeologie - 1", "Waarde - Archeologie - 2" , "Waarde - Archeologie - 3", "Waterstaat - Waterkering", "Waterstaat - Waterstaatkundige functie", voor zover de gronden mede als zodanig zijn bestemd.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Bebouwingsnormen

Op de voor "Groen" bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke in de bestemming passen, zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers, niet groter dan 10 m3 (al dan niet ondergronds), bovenleidingsmasten c.q. -portalen ten behoeve van trambanen, bruggen, duikers;
  • b. uitstekende delen aan gebouwen, niet dieper dan 2,5 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld;
  • c. kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, zoals gemaalgebouwtjes, telefooncellen, wachthuisjes e.d., niet groter dan 80 m3;
  • d. kleinschalige speelvoorzieningen, niet hoger dan 4 meter;
  • e. ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding overkraging", is een overkraging toegestaan;
  • f. voorzieningen ten behoeve van een tramtracé, als bedoeld in lid 3.1

3.2.2 Medebestemming
  • a. Voor zover de gronden mede zijn bestemd voor resp. "Leiding - Gas", "Leiding - Riool", "Leiding - Hoogspanning", "Waarde - Archeologie - 1", "Waarde - Archeologie - 2", "Waarde - Archeologie - 3", "Waterstaat - Waterkering", "Waterstaat - Waterstaatkundige functie", is voor het bouwen het bepaalde terzake in genoemde bestemming mede van toepassing.
  • b. De aanleg van een trambaan ter hoogte van de Groeninx van Zoelenlaan is niet eerder toegestaan dan nadat de hogedruk gastransportleiding aldaar is verplaatst.

3.3 Specifieke gebruiksregels
3.3.1 verschuiving grens waterpartij

De grens van de waterpartij (bestemming "Water - 1") ten noorden van de Kromme Hagen mag ten hoogste 10 meter verschuiven, met dien verstande dat het wateroppervlak zoals aangegeven op de verbeelding niet minder mag worden.

3.3.2 aanleg trambaan

De aanleg van een trambaan ter hoogte van de Groeninx van Zoelenlaan is niet eerder toegestaan dan nadat de hogedruk gasleiding aldaar is verplaatst.

Artikel 4 Verkeer - Wegverkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Verkeer - Wegverkeer" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, trambanen, fietspaden, parkeerplaatsen, met de daarbij behorende kunstwerken zoals viaducten, bruggen, duikers;
  • b. voorzieningen ten behoeve van wandelen en verblijven, zoals trottoirs, paden en trappen;
  • c. groenvoorzieningen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen;
  • d. bouwwerken ten behoeve van kleinschalige openbaar nutsvoorzieningen, verkeer en vervoersvoorzieningen;
  • e. geluidswerende voorzieningen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage", tevens voor een ondergrondse parkeergarage;
  • g. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming;
  • h. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - tramtracé", tevens voor een tramtracé;
  • i. "Leiding - Gas", "Leiding - Hoogspanning", "Leiding - Riool", "Waarde - Archeologie - 2" , "Waarde - Archeologie - 3", "Waterstaat - Waterkering", voor zover de gronden mede als zodanig zijn bestemd.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Bebouwingsnormen

Op de voor 'Verkeer - Wegverkeer' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens:

  • a. in de bestemming passende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers (al dan niet ondergronds) niet groter dan 10 m3, abri's, bovenleidingmasten c.q. portalen ten behoeve van trambanen, alsmede niet voor bewoning bestemde kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, welke gebouwen niet groter mogen zijn 80 m3;
  • b. uitstekende delen aan gebouwen als bedoeld in lid 4.1, niet dieper dan 2 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld;
  • c. voorzieningen ten behoeve van een tramtracé als bedoeld in lid 4.1 .

4.2.2 Medebestemming

Voor zover de gronden mede zijn bestemd voor resp. "Leiding - Gas", "Leiding - Hoogspanning", "Leiding - Riool", "Waarde - Archeologie - 2", "Waarde - Archeologie - 3", "Waterstaat - Waterkering", is voor het bouwen het bepaalde terzake in genoemde bestemming mede van toepassing.

4.3 Specifieke gebruiksregels

De aanleg van een trambaan ter hoogte van de Groeninx van Zoelenlaan is niet eerder toegestaan dan nadat de hogedruk gasleiding aldaar is verplaatst.

Artikel 5 Water - 1

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. waterlopen en waterberging, de aan- en afvoer van oppervlaktewater, met bijbehorende voorzieningen;
  • b. "Leiding - Hoogspanning", "Leiding - Riool", "Waarde - Archeologie - 1", "Waarde - Archeologie - 2", "Waarde - Archeologie - 3", "Waterstaat - Waterstaatkundige functie", voor zover de gronden mede als zodanig zijn bestemd.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen

Op de voor "Water - 1" bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard, zoals keerwanden, beschoeiingen, duikers, bruggen, gemalen e.d.;

5.2.2 Medebestemming

Voor zover de gronden mede zijn bestemd voor resp. "Leiding - Hoogspanning", "Leiding - Riool", "Waarde - Archeologie - 1", "Waarde - Archeologie - 2", "Waarde - Archeologie - 3", "Waterstaat - Waterstaatkundige functie", is voor het bouwen het bepaalde terzake in genoemde bestemming mede van toepassing.

Artikel 6 Leiding - Gas

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Leiding - Gas" aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding, alsmede voor de hierbij behorende bovengrondse voorzieningen en de bijbehorende belemmerde stroken van 4 meter aan weerszijden van de hartlijn "Leiding - Gas".

6.2 Bouwregels
6.2.1 Verbod

Op de voor "Leiding - Gas" bestemde gronden mag, in afwijking van de bouwregels voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), niet worden gebouwd.

6.2.2 Uitzondering op verbod

Het bouwverbod bedoeld in lid 5.2.1 geldt niet voor bebouwing welke is toegestaan ingevolge de bestemming "Leiding - Gas".

6.2.3 Toegestane bouwwerken

Ten behoeve van de functie "Leiding - Gas" mogen in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd, zoals pomp-, regel-, meetstations e.d., elk niet groter dan 80 m3.

6.3 Afwijking van de bouwregels
6.3.1 Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in lid 6.2.1 ten behoeve van bouwwerken welke toegelaten zijn krachtens de andere bestemming(en) dan "Leiding - Gas", mits de veiligheid van de gasleiding hierdoor niet wordt geschaad. Afwijking is niet toegestaan voor kwetsbare objecten.

6.3.2 Advies

Alvorens vergunning te verlenen, winnen burgemeester en wethouders het schriftelijke advies in van de beheerder (exploitant) van de leiding aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde leiding.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Ter plaatse van de bestemming "Leiding - Gas" is het verboden zonder schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken) van burgemeester en wethouders de onderstaande werken (geen bouwwerken zijnde) en/of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  • b. het indrijven van voorwerpen in de bodem (incl. heiwerkzaamheden);
  • c. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven alsmede door ophogen;
  • d. het aanbrengen van gesloten verhardingen;
  • e. het verrichten van grondroer werkzaamheden, anders dan normaal spit- en ploegwerk;
  • f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
  • g. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

6.4.1 Uitgezonderde werkzaamheden

Zulks geldt niet voor werken en werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden en evenmin voor werken en werkzaamheden welke ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren. Tevens zijn uitgezonderd graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

6.4.2 Vergunning

Vergunning wordt verleend, indien de uitvoering van de werken c.q. werkzaamheden zoals vermeld in lid 6.4 geen gevaar oplevert voor de ondergrondse leidingen of het goed functioneren ervan.

6.4.3 Advies

Alvorens vergunning te verlenen, winnen burgemeester en wethouders het schriftelijk advies in van de beheerder (exploitant) van de leiding, aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde leiding.

Artikel 7 Leiding - Hoogspanning

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor 3 stuks 150 kV ondergrondse hoogspanningsleidingen.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Verbod

Op de voor "Leiding - Hoogspanning" bestemde gronden, mag in afwijking van de bouwregels voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), niet worden gebouwd.

7.2.2 Uitzondering op verbod

Het bouwverbod bedoeld in 7.2.1 geldt niet voor bebouwing welke is toegestaan ingevolge de bestemming "Leiding - Hoogspanning" en (vervangende nieuwbouw van) bebouwing welke aanwezig is op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

7.2.3 Toegestane bouwwerken

Ten behoeve van de functie "Leiding - Hoogspanning" mogen worden gebouwd in de bestemming passende bouwwerken zoals pomp-, regel-, meetstations e.d., elk niet groter dan 80 m3.

7.3 Afwijking van de bouwregels
7.3.1 Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in lid 7.2.1 ten behoeve van bouwwerken welke toegelaten zijn krachtens de andere bestemming(en) dan "Leiding - Hoogspanning", mits de veiligheid van de hoogspanningsleidingen hierdoor niet wordt geschaad. Afwijking is niet toegestaan voor bebouwing binnen 5 meter gemeten aan weerszijden van de hartlijn "Leiding - Hoogspanning".

7.3.2 Advies

Alvorens vergunning te verlenen, winnen burgemeester en wethouders het schriftelijk advies in van de beheerder van de hoogspanningsleiding aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde leiding.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1 Verbod

Op de voor "Leiding - Hoogspanning" bestemde gronden is het verboden zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de onderstaande werken (geen bouwwerken zijnde) en/of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  • b. het indrijven van voorwerpen in de bodem (incl. heiwerkzaamheden);
  • c. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven alsmede door ophogen;
  • d. het aanbrengen van gesloten verhardingen;
  • e. het verrichten van grondroer werkzaamheden, anders dan ten behoeve van leidingen;
  • f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
  • g. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

7.4.2 Uitgezonderde werkzaamheden

Zulks geldt niet voor werken en werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden en evenmin voor werken en werkzaamheden welke ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren.

7.4.3 Vergunning

Vergunning wordt verleend, indien de uitvoering van de werken c.q. werkzaamheden zoals vermeld in lid 7.4.1 geen gevaar oplevert voor de ondergrondse leidingen of het goed functioneren ervan.

7.4.4 Advies

Alvorens vergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders het schriftelijk advies in van de beheerder van de hoogspanningsleiding, aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van het belang van de hoogspanningsleiding.

Artikel 8 Waarde - Archeologie - 3

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Waarde - Archeologie - 3" aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Bouwverbod

Op de voor "Waarde - Archeologie - 3" bestemde gronden mag, in afwijking van de bouwregels voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) niet worden gebouwd.

NB : Dit verbod heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en dieptematen welke genoemd zijn in artikel 8.4.1

8.3 Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Rapport archeologisch deskundige

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in lid 8.2.1 ten behoeve van bouwwerken welke toegelaten zijn krachtens de andere bestemming(en) dan "Waarde - Archeologie - 3", nadat de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

8.3.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning de volgende regels verbinden :

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek;
  • c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.4.1 Verbod

In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 8.4.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 2 meter beneden NAP en die tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m2 beslaan

8.4.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden
  • a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook);
  • b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  • c. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven;
  • e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.;
  • f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.

8.4.3 Uitgezonderde werkzaamheden

Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of voor werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.

8.4.4 Vergunning

Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

8.4.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning de volgende regels verbinden :

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek;
  • c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

Hoofdstuk 3 Algemene Regels

Op het wijzigingsplan zijn de algemene regels uit hoofdstuk 3 behorende bij het plan zoals genoemd in 1.1 voor zover relevant, van toepassing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en Slotregels

Artikel 9 Overgangsrecht

Op het wijzigingsplan zijn de overgangsregels uit hoofdstuk 4 behorende bij het plan zoals genoemd in 1.1 voor zover relevant, van toepassing.

Artikel 10 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het wijzigingsplan 'gasleiding Groeninx van Zoelenlaan', gemeente Rotterdam.