direct naar inhoud van 10.1 Vooroverleg
Plan: Zuidwijk
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0599.BP1010Zuidwijk-oh01

10.1 Vooroverleg

In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening zijn reacties op het toegezonden (concept)ontwerpbestemmingsplan ontvangen van:

1. Provincie Zuid-Holland, directie Ruimte en Mobiliteit;

2. Gemeente Barendrecht;

3. DCMR Milieudienst Rijnmond;

4. Kamer van Koophandel Rotterdam;

5. Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond;

6. Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam;

7. VROM-inspectie;

8. Nederlandse Gasunie

10.1.1 Provincie Zuid-Holland, directie Ruimte en Mobiliteit

1 In de bestemming Gemengd-2 wordt 2400 m2 b.v.o. nieuwe detailhandel mogelijk gemaakt. Ingevolge de Verordening Ruimte is hiervoor een advies van het Regionaal Economisch Overlegorgaan Rijnmond (REO) vereist. Dit advies ontbreekt.

2 In de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) is dit gebied gewaardeerd met redelijk tot grote kans op archeologische sporen, waarbij de onderzoeksgrenzen van 100 m2 en 30 cm diepte worden gehanteerd.

Voor gebieden die op de CHS kaart met een middelhoge of hoge verwachtingswaarde zijn aangeduid, geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een groter oppervlak dan 100 m2 en een diepte van meer dan 30 cm. De onderbouwing van de afwijkende oppervlaktematen ontbreekt echter.

Commentaar

ad 1 Bedoeld advies is ingewonnen en aan de stukken behorende bij het plan gevoegd.

ad 2 In het bestemmingsplangebied zijn sporen uit de prehistorie, Romeinse tijd en Late Middeleeuwen A (1000-1250) en B (1250-1500) te verwachten. Kansrijk voor prehistorische bewoningssporen is de in het zuidoosten van het plangebied aanwezige donk. Uit recente boringen is gebleken dat deze donk zich bevindt op een diepte van meer dan 5 meter beneden maaiveld. Bodemingrepen met die diepte zijn doorgaans grootschaliger van aard (groter dan 200 m2). Ook bleek uit recent booronderzoek (dat overigens niet tot nieuwe vindplaatsen heeft geleid) dat het overstromingsdek van 1373 een minimale dikte van 1,5 meter heeft.

Ondieper gelegen bewoningssporen uit de 15e eeuw en later kunnen vooral op en langs de dijken van de Polder van Charlois voorkomen, zoals de mogelijke middeleeuwse kapel onder of nabij de huidige boerderij 'De Kapel' illustreert (Afbeelding 3.3). Op andere locaties zijn resten uit deze periode veelal aangetast door moderne bebouwing: het plangebied Zuidwijk is dichtbebouwd.

In het bestemmingsplangebied zijn zowel grote landschappelijke fenomenen (slootstructuren, akkercomplexen) te verwachten als kleinere structuren die in een booronderzoek traceerbaar zijn, zoals huisplaatsen uit de prehistorie of de Romeinse tijd. Dergelijke kleinere structuren hebben een gemiddelde oppervlakte van 100-200 m2. Archeologische indicatoren aangetroffen in een gebied met een oppervlakte kleiner dan 200 m2 leveren doorgaans een beperkte wetenschappelijke waarde op en de archeologische informatie is sterk gefragmenteerd. Het verlies aan archeologische informatie als in dergelijke gevallen geen onderzoek wordt uitgevoerd is relatief gering.

Het registreren van een enkel spoor of een enkele vondst die bij dergelijke bodemingrepen wordt aangetroffen kan wel zinvol zijn. Daarom wijst de gemeente, wanneer (nader) archeologisch onderzoek niet verplicht is, altijd op de meldingsplicht in geval van ‘toevalsvondsten’, zoals verwoord in artikel 53 van de Monumentenwet 1988. Bij melding van dergelijke vondsten zal het Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam (BOOR) indien nodig ter plekke komen documenteren

10.1.2 Gemeente Barendrecht

Het plan maakt de aanleg mogelijk van een keerlus ten behoeve van tramlijn 25 (Carnisselande) in het groen nabij de kruising Kapelburg / Langenhorst. Als motivering wordt vermeld dat dit wenselijk is i.v.m. de opvang van calamiteiten.

Uit contacten met de RET is het Barendrecht evenwel bekend dat niet zozeer de wens tot opvang van calamiteiten, doch eerder exploitatieoverwegingen ten grondslag liggen aan de wens om niet elke tram door te laten rijden naar het eindpunt in Carnisselande.

Hiertegen maakt Barendrecht bezwaar, omdat er bij de keuze voor de Vinexlocatie Carnisselande / Portland van uitgegaan is dat er een hoogwaardige openbaar vervoer verbinding zou komen. Bij de inrichting van het stedelijk gebied is ook rekening gehouden met de komst van de tramlijn.

Barendrecht maakt er ernstig bezwaar tegen ingeval de keerlus tot een lagere frequentie zal leiden van het tramverkeer tussen Rotterdam-centrum en Carnisselande.

Commentaar

Het is op verzoek van de Stadsregio Rotterdam dat bedoelde keermogelijkheid voor de tram is opgenomen in het bestemmingsplan.

De wens hiertoe wordt in de eerste plaats ingegeven om een keermogelijkheid te hebben bij calamiteiten. Het bezwaar van Barendrecht richt zich niet zozeer tegen de keermogelijkheid op zich, als wel tegen de wijze van exploitatie van de tramlijn.

De wijze van exploitatie van de tramlijn is evenwel een zaak tussen de gemeente Barendrecht en de Stadsregio Rotterdam. De exploitatiewijze betreft een uitvoeringsaspect dat buiten het bestek van een bestemmingsplan valt.

10.1.3 Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR)

1 In het plan is niet vermeld dat er in het plangebied een DPO leiding ligt die buiten gebruik is. Verzocht wordt in de toelichting melding te maken van deze leiding.

2 De conclusie in de rapporten ten aanzien van externe veiligheid worden onderschreven.

3 T.a.v de milieuzonering zijn enige opmerkingen gemaakt t.a.v. gemaakte indeling van enige bedrijven in de diverse milieucategorieen.

4 T.a.v luchtkwaliteit wordt de vraag gesteld of gewerkt is met de nieuwste CAR II versie.

5 Verzocht wordt voor de ontwikkelingslocaties aan te geven wat de kwaliteit van de bodem is. Als dit onbekend is, moet in de tekst worden aangegeven dat een onderzoek zal worden uitgevoerd.

6 Het tracébesluit voor de A15 is inmiddels genomen. In de toelichting moet nader in worden gegaan of het tracébesluit gunstige gevolgen heeft voor de bebouwing van de wijzigingsbevoegdheden 2 en 3.

Commentaar

ad 1 In de toelichting is alsnog melding gemaakt van bedoelde leiding.

ad 2 notificatie.

ad 3 Aan deze opmerkingen is tegemoet gekomen.

ad 4 Er is een nieuwe berekening gemaakt met CAR versie 9.0.2, de conclusies zijn niet gewijzigd.

ad 5 De bodemparagraaf is aangepast.

ad 6 Er is een nieuwe geluidberekening gemaakt met het verkeersmodel waarin het tracébesluit A15 is verwerkt.

10.1.4 Kamer van Koophandel Rotterdam

1 Bedrijvigheid aan huis

T.a.v. het werken aan huis zou de K.v.K graag zien dat behalve bedrijvigheid in categorie 1 (dat het plan toestaat), ook bedrijvigheid in categorie 2 toegestaan wordt met een binnenplanse ontheffing.

2 Bedrijven in gemengd gebied

Een aantal locaties binnen het plangebied heeft de bestemming gemengd gebied gekregen. Hierin wordt onderscheid gemaakt in bestemmingen Gemengd - 1 t/m 4, waarbij bedrijven zijn toegestaan tot en met categorie 1 en bestemming Gemengd - 5 waar bedrijven zijn toegestaan tot en met categorie. 2. Bij omgevingstype 'gemengd gebied' kunnen de afstanden uit de richtafstandenlijst met een afstandstap worden verminderd. De activiteiten in dergelijke gebieden verschillen qua aard en schaal sterk van de activiteiten op een bedrijventerrein. Het gaat in hoofdzaak om:

  • kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid;
  • bedrijven waarbij de productie en/of laad- en loswerkzaamheden noodzakelijkerwijs alleen in de dagperiode plaatsvindt;
  • activiteiten die hoofdzakelijk inpandig geschieden.

Om de levendigheid van de wijk te vergroten (Masterplan Zuidwijk) achten wij het van groot belang dat op alle locaties die als gemengd gebied zijn bestemd, bedrijvigheid is toegestaan ofwel tot en met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, ofwel tot en met functiemenging categorie B van de specifieke Staat van Bedrijfsactiviteiten bij functiemenging.

Commentaar

ad 1 Het toestaan van bedrijfscategorie 2 activiteiten vinden wij niet wenselijk, omdat dit een te zware belasting voor het woonmilieu zou betekenen.

ad 2 Het pleidooi van de Kamer om in de bestemming Gemengd -1 t/m - 4 bedrijven t/m categorie 2 toe te laten, nemen wij niet over. Het is een misverstand dat het hier om een "gemengd gebied" zou gaan. Waarschijnlijk heeft de naam van de bestemmingen (Gemengd) tot dit misverstand geleid. De wijk Zuidwijk betreft een rustig woongebied zoals bedoeld in de VNG brochure "Bedrijven en milieuzonering".

Wij vinden het niet wenselijk om in bestaand woongebied nieuwe bedrijven, direct onder woningen toe te laten in categorie 2. Immers vanuit overlastoogpunt dient tussen dergelijke bedrijven en woningen een afstand van ten minste 30 meter in acht genomen te worden.

10.1.5 Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond

Bij brief van 23 december 2010 heeft de Veiligheidsregio Rotterdam – Rijnmond (VRR) advies uitgebracht ten aanzien van de volgende worstcase scenario's: toxisch scenario spoorketelwagon ammoniak op het spoor Waalhaven Zuid – Barendrecht, een BLEVE scenario LPG tankwagen op de Oldegaarde, alsmede een plasbrand-scenario tankwagen benzine op de Oldegaarde.

De VRR adviseert als volgt:

1. Bij een toxisch wolk ten gevolge van een ammoniak spoorwagon geldt dat de zelfredzaamheid van personen vergroot kan worden door (ventilatie)openingen in gebouwen afsluitbaar te maken en het luchtverversingsysteem te kunnen uitschakelen.

2. Bij een dreigende BLEVE op de Oldegaarde ten gevolge van een LPG-tankwagen dienen gebouwen binnen de 1% letaliteitscontour (230 meter vanaf de Oldegaarde) voorzien te zijn van minimaal één nooduitgang die van de Oldegaarde afgericht is. Alle uitgangen dienen in voldoende mate aan te sluiten aan de bestaande weginfrastructuur.

3. Voor wat betreft een plasbrand met een benzinetankwagen op de Oldegaarde wordt geadviseerd om bij bebouwing binnen de 1% letaliteitscontour (35 meter vanaf de Oldegaarde) ervoor te zorgen dat de gevels en het glasoppervlak gericht naar de Oldegaarde bestand zijn tegen een warmtestralingsflux > 15 kW/m2 .

4. Voorziene ontwikkelingen binnen het plangebied dienen te voldoen aan de bereikbaarheid, ontsluiting en bluswatervoorziening conform de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding.

Commentaar

ad 1 Dit betreft een uitvoeringsaspect hetgeen niet in een bestemmingsplan geregeld kan worden.

ad 2 Dit advies is overgenomen en in de planregels verwerkt.

ad 3 Dit advies komt aan de orde bij de brandpreventieve toets in het kader van de verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen.

ad 4 Uit overleg met de Brandweer is gebleken dat de bereikbaarheid van het plangebied voldoende is; het aanrijden is mogelijk van meerdere zijden. Er zijn voldoende en passende opstelplaatsen; de bluswatervoorzieningen voldoen aan de eisen die eraan gesteld worden.

10.1.6 Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam

T.a.v. pagina 18 punt 3.2.4. Aanbevelingen dient achter de tekst "..... de diepte van het terrein rondom De kapel" de onderstreepte tekst te worden toegevoegd: graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld, ongeacht de oppervlakte (gebied A op afbeelding 3.4). In verband hiermede moet in de regels artikel 32.3.1 Verbod ook de zinsnede "en tevens een grondoppervlak beslaan groter dan 100 m2" worden geschrapt.

Commentaar

Deze aanpassingen zijn verwerkt in de toelichting en regels van het plan.

10.1.7 VROM-inspectie

Heeft geen opmerkingen bij dit plan

10.1.8 Nederlandse Gasunie

Heeft geen opmerkingen bij dit plan