| Plan: | Bedrijventerrein Tappersheul III |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0589.BPTH3-VA01 |
het bestemmingsplan Bedrijventerrein Tappersheul III van de gemeente Oudewater;
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0589.BPTH3-VA01 met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde;
de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van nader aangegeven gronden;
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, verwerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, detailhandel uitgezonderd;
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
een beperkt kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub b van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
de grens van een bestemmingsvlak;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
de grens van een bouwvlak;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
iedere bovenbeïndiging van een gebouw;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, die rechtstreeks verband houdt met de sportactiviteiten en -voorzieningen binnen het bestemmingsplan, waaronder in ieder geval landelijke / regionale skeelerwedstrijden en natuurijsbaangebruik als evenement.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder inbegrepen de uitstalling ten behoeve van verkoop, het verkopen en/of het leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan bedrijven, instellingen en personen, ter aanwending in een of andere beroeps- of bedrijfsactiviteit;
een gebouw dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen, administratiekantoren en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen;
voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten, zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie.
een kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
kantoorruimte welke dient ter administratieve ondersteuning van een bijbehorend en ter plaatse gesitueerd bedrijf, die rechtstreeks deel uitmaakt van dat bedrijf, en waar geen zelfstandige zakelijke diensten worden verleend aan derden;
detailhandel als aciviteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de ingevolge het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De detailhandelsfunctie is van zulke beperkte bedrijfsmatige of ruimtelijke omvang dat de functie groothandel waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, vorm en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft;
detailhandel in goederen, die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. Voedings- en genotsmiddelen zijn uitgesloten;
de Staat van bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt;
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
goederen die een grote omvang hebben;
de lijn waarin (een gedeelte van) de voorgevel van het hoofdgebouw is gebouwd alsmede de naar de weg gekeerde bestemmingsgrens;
inrichting waar professioneel vuurwerk en/of meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk aanwezig is;
een inrichting als bedoeld in artikel 41, derde lid van de Wet geluidhinder.
een uitstallingsruimte van groothandels - of productiebedrijven ten behoeve van wederverkoper of afnemers voor het gebruik in eigen bedrijf of instelling, die niet ondergeschikt is aan en/of functioneel gerelateerd is aan een ter plaatse gevestigd bedrijf.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of de harten van de scheidingsmuren.
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren.
De oppervlakte gemeten op vloerniveau tussen de binnenzijden van de scheidingsmuren die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen, met uitzondering van ruimten voor verticaal verkeer, ruimten voor gebouwinstallaties, dragende binnenmuren, vrijstaande draagconstructies en delen van vloeren waarboven de vrije hoogte lager is dan 1.5 meter.
Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met inachtneming van het volgende:
Op de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
Een in 3.3.1 genoemde afwijking kan slechts worden toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming, wordt in elk geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming voor de doeleinden zoals genoemd in lid 3.1, zonder dat binnen 3 jaar na het onherroepelijk in werking treden van het plan, de groen-blauwe structuur uit de kernrandzonevisie - opgenomen als Bijlage 2 bij de toelichting - rondom de bedrijfspercelen is aangelegd en in stand wordt gehouden. Daarbij dient te worden voorzien in de aanleg en instandhouding van tenminste 20.250 m2 waterberging, overeenkomstig de compensatieberekening in het waterhuishoudkundig plan zoals opgenomen als Bijlage 16 bij de toelichting.
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming, wordt in elk geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken op een bedrijfsperceel voor de doeleinden zoals genoemd in lid 3.1, zonder dat minimaal 80% van het dakvlak van alle bebouwing op het betreffende bedrijfsperceel is voorzien van een natuurlijk-groene invulling (groen- of sedumdak), al dan niet in combinatie met installaties voor het opwekken van duurzame energie en/of de waterhuishouding.
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming, wordt in elk geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken voor de doeleinden zoals genoemd in lid 3.1, zonder dat alvorens de nieuwvestiging of uitbreiding van het bedrijventerrein plaatsvindt is verzekerd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:
Voor de inrichting van een bedrijfsperceel gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
Buitenopslag is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en achter de voorgevelrooilijn, tot een hoogte van maximaal 5 m (in afwijking hiervan is op het meest zuidelijke bestemmingsvlak met deze bestemming een hoogte voor buitenopslag van maximaal 2,5 meter toegegestaan) en voor zover het goederen/producten betreft die direct gerelateerd zijn aan de kernactiviteiten van het betreffende bedrijf.
Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan.
Zelfstandige showrooms zijn niet toegestaan.
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
Een in lid 3.5.1 genoemde afwijking kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daarbijbehorende:
Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd (waaronder mede begrepen bruggen), met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 2,50 m mag bedragen.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op de tot 'Groen' bestemde gronden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het in 4.3.1 verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
Een in 4.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en/of landschappelijke waarden van de gronden en/of de afschermende werking van de beplanting.
Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 4.4 en toestaan dat de gronden tevens als toegangs- en/of ontsluitingsweg worden gebruikt, mits:
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming, wordt in elk geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming voor de doeleinden zoals genoemd in lid 5.1, zonder dat binnen 3 jaar na het onherroepelijk in werking treden van het plan, de groen-/blauwe structuur volgens het gedachtengoed uit de kernrandzonevisie - opgenomen als Bijlage 2 bij de toelichting - rondom de sportvoorzieningen is aangelegd en in stand wordt gehouden.
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'zwembad' wordt in elk geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming voor de doeleinden zoals genoemd in lid 5.1, zonder dat binnen de aanduiding 'specifieke vorm van sport - groene wal' een aarden wal van minimaal 1,5 meter hoogte, voorzien van beplanting, is aangelegd en in stand wordt gehouden.
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'zwembad' wordt in elk geval gerekend het gebruik dat afwijkt van hetgeen is doorgerekend in het akoestisch onderzoek (bijlage 13 bij de toelichting), daarbij inbegrepen de situering en omvang van de gebouwen. In dat geval dient te worden voorzien in een geluidafscherming die minimaal gelijk is aan de geluidafscherming zoals waarvan in het akoestisch onderzoek is uitgegaan, waarna deze situatie niet meer als strijdig gebruik wordt aangemerkt.
Ter plaatse van de aanduiding 'zwembad' en de daarbij behorende parkeerplaatsen, gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
Ter plaatse van de aanduiding 'skeelerbaan' en de daarbij behorende parkeerplaatsen, gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen, dammen, duikers, gemalen, krooshekken, sluizen en bewegwijzering voor het verkeer te water worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van bruggen ten hoogste 5 m mag bedragen.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 7.2 en toestaan dat steigers en vlonders worden gebouwd, met dien verstande dat:
De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
met daarbijbehorende:
Op de voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, ingevolge dit plan toegestane bouwwerken slechts worden opgericht indien en voor zover de belangen van de ecologische verbindingszone en de ter plaatse voorkomende dan wel aan deze gronden eigen landschaps- en natuurwaarden dit toestaan.
Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:
alsmede het gebruiken en laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken op een wijze die:
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op de tot 'Waarde - Ecologie' bestemde gronden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het in artikel 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Onder een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval verstaan:
Burgemeester en wethouders kunnen afwijking verlenen van:
Een in 11.1 genoemde afwijking kan slechts worden vergund indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Burgemeester en wethouders zijn, op grond van het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' te wijzigen naar de bestemming 'Bedrijventerrein', met dien verstande dat:
mits:
Burgemeester en wethouders zijn, op grond van het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone - wijzigingsgebied 2' te wijzigen naar de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied', ten behoeve van de realisatie van een perceelsontsluitingsweg, met dien verstande dat:
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Tappersheul III'.