Plan: | Buitengebied Hellevoetsluis |
---|---|
Status: | voorontwerp |
Plantype: | bestemmingsplan |
IMRO-idn: | NL.IMRO.0530.BPBuitengebied2011-vo01 |
In deze paragraaf worden de kenmerken van het plangebied kort omschreven op basis van de lagenbenadering. Deze benadering omvat de landschappelijke onderlegger, de infrastructuur en het grondgebruik.
Ondergrond
Hellevoetsluis maakt deel uit van een landschap dat kenmerkend is voor het hele eiland Voorne. Een open verbinding met de zee, getijden en een gradiënt tussen zoet en zout water hebben gedurende lange tijd invloed gehad op het ontstaan van het gebied. Door opwas (in het water opgekomen gronden) ontstonden de eerste eilandjes in het water. Deze zijn door bedijking geschikt gemaakt voor bewoning en landbouw. Met de aanwas (tegen de oevers aangeslibde gronden) gebeurde hetzelfde. Bij de nieuwe bedijkingen werden de oude buitendijken niet afgegraven. Zo ontstond een duidelijk te herkennen polderstructuur. De binnendijken vormen het meest karakteristieke element van het landschap. Diverse kreken verbonden het achterland met het Haringvliet en de Oude Maas.
Landschap en ruimte/landschapsbeeld
In het huidige beeld van Hellevoetsluis zijn drie landschappelijke eenheden te onderscheiden. Dat zijn het kleipolderlandschap, het strand- en duinlandschap en de buitendijkse gronden. Het merendeel van het plangebied van het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied maakt deel uit van het (voormalige) kleipolderlandschap. De hoofdstructuur van dit landschapstype bestaat uit een netwerk van dijken dat reeds eeuwenlang onveranderd is. Het kleipolderlandschap is relatief open en grootschalig en kent een gevarieerd grondgebruik. In het open landschap is de hoofdstructuur van de al dan niet beplante en bebouwde dijken goed herkenbaar. Binnen de polders vormen de verspreide boerderijen en erfbeplantingen opvallende elementen in de open ruimtes. Aan de polderzijde van bepaalde dijken is in de loop der jaren bebouwing geplaatst, waardoor langgerekte bebouwingslinten ontstonden zoals in Nieuwenhoorn. Het oorspronkelijke polderlandschap is tegenwoordig doorsneden door infrastructuur zoals bijvoorbeeld het Kanaal door Voorne en de N57.
Natuur en ecologie
De gemeente Hellevoetsluis telt een beperkt aantal grotere natuurgebieden. Ten oosten en noordwesten van Nieuwenhoorn bevinden zich twee weidevogelgebieden. Deze gebieden kennen naast een natuurlijke ook een agrarische functie. Hierdoor wordt de actuele waarde voor de natuur sterk bepaald door het agrarische grondgebruik. Echte bosgebieden zijn het Kooisteebos en het Ravense Hout. Het Haringvliet en het Voornes Duin zijn aangeduid als Natura 2000-gebied, de laatste ligt net nog binnen het plangebied.
Het plangebied wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan soorten in een kleinschalig en divers landschap. In 2003 en 2004 heeft er een uitgebreide inventarisatie plaatsgevonden van de kwaliteit van de natuurwaarden in de gemeente (Van der Goes en Groot, SOVON). Uit deze inventarisatie zijn enkele meer waardevolle elementen naar voren gekomen. Langs wegen, dijken en watergangen en bij bijzondere plekken, zoals een voormalig fort, zijn waardevolle botanische natuurwaarden aangetroffen. Enkele sloten bevatten onder andere zwanenbloem, bittervoorn en de kleine watersalamander. Verder komen in er verschillende soorten kleine algemenere zoogdieren voor in het plangebied. Ook komen er diverse soorten vleermuizen voor. De kreken uit het Krekenplan worden doorvertaald in het bestemmingsplan. Het zijn waterlopen die, vergeleken met het Krekenplan, meer (potentiële) natuurwaarden hebben.
Droge infrastructuur
De belangrijkste infrastructurele lijnen, die het buitengebied van de gemeente Hellevoetsluis van zuidwest naar noordoost doorsnijden, zijn de N57 en de N494 (samen met het Kanaal door Voorne). Buiten genoemde wegen is de wegenstructuur tamelijk grofmazig van aard.
Deze structuur omvat vooral plattelandswegen en een aantal uitvalswegen uit de kern. Rijkswaterstaat heeft voor de N57 een plan gemaakt voor herstructurering met rotondes, verbreding en middenberm. Dit is opgenomen in het bestemmingsplan.
Natte infrastructuur
Het Kanaal door Voorne doorsnijdt het zuidoostelijke deel van de gemeente Hellevoetsluis. Naast dit kanaal, dat ook grotendeels buiten het plangebied ligt, loopt er een beperkt aantal kleinere watergangen door het buitengebied van de gemeente, waaronder de Hoofdwatering (ten westen van de kern Hellevoetsluis), de Middelhoekse Watering (polder Nieuwe Goote) en de Strypse Wetering.
Kabels en leidingen
In het plangebied is langs de Gootseweg een aardgastransportleiding gelegen (diameter 6 inch, bedrijfsdruk 39,9 bar). Voor deze leiding geldt een toetsingsafstand van 20 m aan weerszijden van de hartlijn. De minimale bebouwingsafstand bedraagt 4 m. Langs het Kanaal door Voorne, de Tussenweg, de Kleiweg, de Boutweg en de Stormweg is een hoofddrinkwaterleiding gelegen. Aan weerszijden van de leiding geldt dat binnen 6 m niet mag worden gebouwd. Een rioolwaterpersleiding is gelegen langs de Ravenseweg, de Grasweg, de Welleweg, de Betjesweg, de Geldweg en de Mosterdijk. Ten behoeve van de uitbreiding van bedrijventerrein Kickersbloem is een voorlopig gas- en elektraleidingtracé gepland.
De leidingen worden met dubbelbestemmingen op de verbeelding opgenomen. De gemeente zal in het kader van het wettelijk vooroverleg op basis van artikel 3.1.1 Bro aan de netwerkbeheerder vragen de exacte locatie van de aardgastransportleiding en/of andere leidingen aan te geven.
Windturbines
Op 22 oktober 2003 is de Nota Wervel (ruimtelijke visie windenergie) vastgesteld door Provinciale Staten van Zuid-Holland. Binnen de gemeente Hellevoetsluis waren in deze nota twee locaties aangewezen voor windenergie namelijk de N57 (locatie 48) en de Haringvlietdam (locatie 49). Op 26 april 2006 is de Nota Wervel gewijzigd en is de locatie 48 veranderd naar een opschaling en/of uitbreiding van de bestaande locatie 49 op de Haringvlietdam. De locatie 48 is hiermee komen te vervallen. Op 17 april 2008 heeft Windpark Haringvliet BV te Bunnik een principeverzoek ingediend voor de opschaling van de windmolens windpark Haringvlietdam.
In april 2009 is door E-Connection Project BV het Vervangingsplan Windpark Haringvliet opgesteld voor Windpark Haringvliet BV. Hierin is het voornemen de huidige zes middelgrote windturbines van 600 kW te vervangen door vier nieuwe grote windturbines van elk 3 MW uitgewerkt. Bijkomend voordeel is dat deze nieuwe windturbines circa 50% langzamer draaien, wat een rustiger beeld geeft. De locatie is dezelfde als van het bestaande windpark.
De vervanging van de windmolens levert een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen van de gemeente Hellevoetsluis, de provincie Zuid-Holland en het Rijk op het gebied van duurzame energie.
De windmolens zijn in dit bestemmingsplan consoliderend opgenomen. De vervanging van de molens wordt via een aparte procedure mogelijk gemaakt.
In tegenstelling tot de regio speelt landbouw in de gemeente Hellevoetsluis een beperkte rol. Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn er in Hellevoetsluis circa 47 bedrijven met als hoofdactiviteit landbouw. Dit aantal is de afgelopen jaren teruggelopen. Er is een dalende trend waarneembaar over de afgelopen 10 jaar. Akkerbouw en graasdierbedrijven vormen de belangrijkste agrarische activiteiten binnen de gemeente Hellevoetsluis. Intensieve veehouderijen komen niet voor en het aantal gecombineerde bedrijven is beperkt. Er is een enkel glastuinbouwbedrijf in het plangebied aanwezig. De omvang van de akker- en tuinbouwbedrijven is de laatste 10 jaar nauwelijks gewijzigd. Van de overige bedrijfstypen is de omvang afgenomen.
Het merendeel van de landbouwgrond wordt gebruikt voor akkerbouwgewassen, een deel voor grasland en een beperkt oppervlak voor tuinbouwgewassen. De ontwikkeling van de tuinbouwsector is in de gemeente beperkt gebleven. Omliggende gemeenten als Brielle en Westvoorne kennen een veel groter aandeel (glas)tuinbouw. Ten aanzien van glastuinbouw stelt de gemeente Hellevoetsluis zich terughoudend op. Binnen de gemeente zijn overigens geen specifieke glastuinbouwgebieden gelegen. In bijgevoegde tabellen is het aantal agrarische bedrijven per bedrijfstype en de bedrijfsomvang naar hoofdtype weergegeven.
Naast de agrarische gronden is binnen het plangebied het Kooisteebos gelegen. Verder is er voornamelijk sprake van gebruik van het gebied voor extensieve recreatie in de vorm van fiets-, wandel- en vaarroutes (Kanaal door Voorne). Recreatieve voorzieningen in het plangebied zijn een tweetal maneges en een kampeerterrein. De meer intensieve recreatieve voorzieningen zijn in de kernen of buiten het plangebied, aan de kust gelegen.
In het plangebied komt ook een aantal niet agrarische bedrijven voor. Onder andere agrarisch verwante bedrijven, (gebruiksgerichte) paardenhouderijen en niet-agrarische bedrijven. Ook komen er, met name geclusterd in lintbebouwing, burgerwoningen voor.