| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Westeinde 39, Hazerswoude-Dorp |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0484.HDwesteinde39-VA01 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie Westeinde 39 te Hazerswoude-Dorp en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22j) van het omgevingsplan van de gemeente Alphen aan den Rijn. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22j van het omgevingsplan van de gemeente Alphen aan den Rijn. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22j.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22j.' gelezen worden.
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit omgevingsplan.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
TAM-omgevingsplan Westeinde 39 Hazerswoude-Dorp:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen met identificatienummer NL.IMRO.0484.TAMWesteinde39-VA01;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
aan de woonfunctie ondergeschikte kleinschalige beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten die in een woning of bijbehorend bouwwerk bij een woning zijn toegestaan;
een verdieping van zodanige afmetingen en vorm dat de daardoor ontstane ruimte zonder ingrijpende voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor gebruiksfuncties en daarmee gelijke gebruiksmogelijkheden geeft als de daaronder gelegen bouwlagen, uitgezonderd, een kap, zolder en kelder;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, liftschachten, installaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, overstekende daken en toegangstrappetjes naar de appartementen;
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
voorziening ten behoeve van het parkeren van voertuigen;
het niveau gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven;
parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de op het moment van aanvragen van de omgevingsvergunning geldende Beleidsregels over parkeren en laden en lossen, die zijn vastgesteld door het bevoegd gezag;
voorzieningen die verband houden met de waterhuishouding, de aanvoer en afvoer van water en de doorstroming van water;
het houden van een verblijf of het gehuisvest zijn in een woning;
een (gedeelte van een) gebouw, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Voor de toepassing van dit omgevingsplan worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende manier gemeten:
Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de bouwhoogte van een bouwwerk op de volgende manier gemeten:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen/uitstekende delen van ondergeschikte aard, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden ondergeschikte bouwdelen / uitstekende delen van ondergeschikte aard op de volgende manier gemeten:
ondergeschikte bouwdelen / uitstekende delen van ondergeschikte aard blijven buiten beschouwing als het bouwvlak, de locatie, of de omgevingsnorm tot ten hoogste 1,5 m wordt overschreden.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de oppervlakte van een bouwwerk op de volgende manier gemeten:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het peil op de locatie van het bouwwerk.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning worden verbonden in dit hoofdstuk, met uitzondering van bepalingen:
Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit hoofdstuk.
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning kan worden verbonden.
Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over bepalingen in dit hoofdstuk zijn de beoordelingsregels en de bepalingen over vergunningvoorschriften van overeenkomstige toepassing.
Dit omgevingsplan is met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet gericht op het uitoefenen van de bevoegdheden en taken van de gemeente Alphen aan den Rijn als bedoeld in artikel 2.1 van de Omgevingswet waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en andere regels die met het oog daarop nodig zijn als bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet.
Deze paragraaf gaat over het gebruiken van locaties en gronden met de functie 'Natuur'.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
De locaties met de functie 'Natuur' worden gebruikt voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden.
Deze paragraaf gaat over het gebruiken van locaties en bouwwerken met de functie 'Wonen'.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
De locaties binnen de functie 'Wonen' worden gebruikt voor wonen en hierbij horende:
Op de locaties binnen de functie wonen kan een woning worden gebruikt voor een beroep of bedrijf aan huis als:
Deze paragraaf gaat over normen voor het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
Een hoofdgebouw is gesitueerd binnen het op de locatie weergegeven functieaanduiding 'bouwvlak'.
De bouwhoogte van een hoofdgebouw is niet hoger dan de bestaande bouwhoogte.
De goothoogte van een hoofdgebouw is niet hoger dan de bestaande goothoogte.
Het maximale aantal woningen mag niet meer bedragen dan 1.
De afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 5 m.
Deze paragraaf gaat over bouwactiviteiten en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.
Bij toepassing van deze paragraaf wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met een op de locatie aanwezige woning.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit.
Dit artikel gaat over het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend en waarvoor geen rooilijnen of bebouwingsgrenzen en/of straatpeil is uitgezet.
Het college van burgemeester en wethouders wordt vier weken voor het begin van de activiteit geïnformeerd om:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze subparagraaf is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd, in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.
Bij de toepassing van deze subparagraaf blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
Het verbod als bedoeld in artikel 22j.55, geldt niet voor een speeltoestel als bedoeld in artikel 22j.31.
Het verbod, bedoeld in artikel 22j.55, geldt niet voor een verandering aan een bouwwerk die voldoet aan de volgende voorwaarden:
Deze paragraaf gaat over activiteiten op de locaties binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - parkeren', die bestaan uit:
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een activiteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:
Bij de beoordeling aan het eerste lid gelden de criteria van de 'Parkeernota 2025' of het op het moment van indienen van de aanvraag geldende gemeentelijk parkeerbeleid.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in deze paragraaf, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze paragraaf gaat over activiteiten op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde – Archeologie 2', 'Waarde – Archeologie 3' en 'Waarde – Archeologie 5' die bestaan uit:
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen en behouden van archeologische waarden.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 2' een activiteit, als bedoeld in artikel 22j36, te verrichten als:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3' een activiteit, als bedoeld in artikel 22j36, te verrichten als:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 5' een activiteit, als bedoeld in artikel 22j36, te verrichten als:
Het verbod, bedoeld in deze paragraaf, geldt niet voor een activiteit als het gaat om:
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit en als vergunningplichtig is aangewezen, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als op basis van archeologisch onderzoek blijkt dat:
Een vergunningvoorschrift, als bedoeld in artikel 22j42, aanhef en onder 3, kan inhouden:
Bij de aanvraag, bedoeld in deze paragraaf, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.
Deze paragraaf gaat over activiteiten op de locaties die zijn aangewezen als 'Waterstaat - waterkering' die bestaan uit:
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de waterveiligheid.
Degene die een bouwwerk bouwt, waarvoor geen omgevingsvergunning voor een bouwwerk is vereist, of een andere activiteit verricht die van invloed kan zijn op de werking van de waterkering en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot afbreuk aan de werking van de waterkering is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze gevolgen te voorkomen.
Over artikel 22j.47 kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit waarbij de bebouwde oppervlakte toeneemt of waarvoor een nieuwe fundering nodig is, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de werking van de waterkering.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op een bouwactiviteit en het te bouwen bouwwerk in stand houden en gebruiken, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Het is verboden activiteiten te verrichten die afbreuk doen aan de werking van de waterkering.
Deze afdeling is van toepassing op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid op een locatie met de aanduiding:
Deze paragraaf is niet van toepassing op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid, die worden verricht:
Het verbod om zonder omgevingsvergunning een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid te verrichten geldt voor de volgende werken en werkzaamheden:
Een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.2, wordt alleen verleend als:
Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met de volgende beginselen:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden voor de beoordeling aan artikel 6.19 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: