direct naar inhoud van Hoofdstuk 22g
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Westkanaalweg nabij 20, Alphen aan den Rijn
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0484.Awestkanaalwegnb20-VA01

Hoofdstuk 22g

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de ontwikkeling van een Landgoed aan de Westkanaalweg (nabij nr. 20) te Alphen aan den Rijn en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22g]) van het omgevingsplan van de gemeente Alphen aan den Rijn. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

Afdeling 22g.1 Algemene bepalingen

Paragraaf 22g.1.1 Begripsbepalingen

Subparagraaf 22g.1.1.1 Begripsbepalingen
Artikel 22g.1 Begripsbepalingen
1.

Begripsbepalingen die op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

2.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in Bijlage II bij het omgevingsplan gemeente Alphen aan den Rijn zijn van toepassing op dit TAM-omgevingsplan.

3. Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden aanvullend op het bepaalde in lid 1 en 2 de volgende begripsbepalingen:

  • a. TAM-omgevingsplan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Westkanaalweg nabij 20, Alphen aan den Rijn met identificatienummer NL.IMRO.0484.Awestkanaalwegnb20-VA01 van de gemeente Alphen aan den Rijn.
  • b. Omgevingsplan: het omgevingsplan van de gemeente Alphen aan den Rijn.
  • c. Verbeelding: de verbeelding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Westkanaalweg nabij 20, Alphen aan den Rijn met identificatienummer NL.IMRO.0484.Awestkanaalwegnb20-VA01 van de gemeente Alphen aan den Rijn.
  • d. Beroep of bedrijf aan huis: aan de woonfunctie ondergeschikte kleinschalige beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten die in een woning of bijbehorend bouwwerk bij een woning zijn toegestaan;
  • e. Bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
  • f. Bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kap.
  • g. Bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
  • h. Dakkapel: een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak van het dak is geplaatst.
  • i. Dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst.
  • j. doorgetrokken dakkapel: een dakkapel die de goothoogte doorbreekt en die kan worden doorgetrokken tot de grond waardoor de dakkapel en het geveldeel één bebouwingselement vormen.
  • k. extensief recreatief medegebruik: recreatie met weinig dynamiek die nauwelijks druk uitoefent op de omgeving.
  • l. Kap: een geheel of gedeeltelijke niet-horizontale dakconstructie gevormd door tenminste twee schuin hellende dakschilden ter afdekking van een gebouw;
      • waarvan de aaneengesloten vloeroppervlakte met een voor personen normale stahoogte van ten minste 2,1 m, wezenlijk kleiner is dan die van de direct eronder gelegen bouwlaag, en
      • waarvan de afdekking bestaat uit een of meer niet-horizontale dak- en/of de gevelvlakken, aan de voorzijde van het gebouw, wezenlijk terugwijken ten opzichte van de voorgevel van het gebouw, dan wel de vorm van een puntgevel hebben.
  • m. Knikhoogte: het punt waar een omgevouwen zadeldak loodrecht naar beneden loopt langs de gevel.
  • n. Kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen: voorzieningen ten behoeve van wandelen, fietsen, vissen, kanoën en natuurobservatie in de vorm aanlegsteigers, picknickplaatsen, informatieborden en banken.
  • o. Kolom: een constructie, die onderdeel uitmaakt van een erfafscheiding.
  • p. Landgoed: een (semi-)openbaar toegankelijk natuur en/of recreatiegebied (al dan niet met overige gronden) met daarin bij het wezen van een landgoed passende bebouwing. Hierbij wordt opgemerkt dat dit niet een landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 behoeft te zijn.
  • q. Landschappelijke waarde: de waarde die aan het landschap is toegekend.
  • r. Nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstation, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie.
  • s. Omgevouwen zadeldak: een zadeldak waarbij ter plaatse van de knikhoogte het dak afwijkt van de dakhelling en loodrecht naar beneden loopt langs de gevel.
  • t. Open constructie: erfafscheiding bestaande uit een lichte constructie met een overwegend transparante uitstraling.
  • u. Overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
  • v. Overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand.
  • w. Peil:
      • Voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
      • in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
  • x. Ruimtelijke kwaliteit: de kwaliteit van de ruimte ter plaatse als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte.
  • y. Voldoende parkeergelegenheid: parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de Beleidsregels over parkeren en laden en lossen, die zijn vastgesteld door het bevoegd gezag.
  • z. Woning: een (gedeelte van) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.
  • aa. Zichtlijnen: denkbeeldige lijn die getrokken kan worden tussen de waarnemer en een object.

Paragraaf 22g.1.2 Overige bepalingen

Subparagraaf 22g.1.2.1 Overige bepalingen
Artikel 22g.2 Milieubelastende activiteiten: voorrangsbepaling

De regels in afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan:

  • a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;
  • b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.

Artikel 22g.3 Normadressaat

Aan de regels in afdeling 22g.3, 22g.4 en 22g.5 van dit TAM-omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 22g.4 Meetbepaling: m en m2

1. Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende manier gemeten:

  • a. afstanden loodrecht;
  • b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en
  • c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 1,5 m buiten beschouwing blijven.

2. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

Artikel 22g.5 Meetbepaling: overig

Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan wordt op de volgende manier gemeten:

  • a. bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen/uitstekende delen van ondergeschikte aard, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
  • b. breedte en diepte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, op 1 boven peil;
  • c. bruto vloeroppervlakte: oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de ruimte of groep van ruimten omhullen, bepaald volgens NEN 2580;
  • d. dakhelling van een bouwwerk: de hoek tussen een hellend dakvlak en het horizontale vlak;
  • e. goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot of de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
  • f. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderkant van de begane grondvloer, de buitenkant van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenkant van daken en dakkappelen;
  • g. ondergeschikte bouwdelen/uitstekende delen van ondergeschikte aard: ondergeschikte bouwdelen blijven buiten beschouwing als het bouwvlak, de locatie, of de omgevingsnorm tot ten hoogste 1,5 m wordt overschreden;
  • h. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het peil op de locatie van het bouwwerk.

Artikel 22g.6 Maatwerk- en vergunningvoorschriften

1. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning worden verbonden in dit TAM-omgevingsplan, met uitzondering van bepalingen:

    • a. over reken- en meetmethoden;
    • b. over meldingen; en
    • c. waarin activiteiten als omgevingsplanactiviteit worden aangewezen.

2. Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit TAM-omgevingsplan.

3. Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning kan worden verbonden.

4. Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over bepalingen in dit TAM-omgevingsplan zijn de beoordelingsregels en de bepalingen over vergunningvoorschriften van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22g.7 Toepassingsbereik

1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het tweede lid;

2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan;

3. De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Westkanaalweg nabij 20, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0484.Awestkanaalwegnb20-VA01 zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/.

Artikel 22g.8 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.

Artikel 22g.9 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

Artikel 22g.10 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Afdeling 22g.2 Doelen

Dit omgevingsplan is met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet gericht op het uitoefenen van de bevoegdheden en taken van de gemeente Alphen aan den Rijn als bedoeld in artikel 2.1 van de Omgevingswet waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en andere regels die met het oog daarop nodig zijn als bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet.

Afdeling 22g.3 Normen in de fysieke leefomgeving

Paragraaf 22g.3.1 Normen voor het gebruiken van locaties

Subparagraaf 22g.3.1.1 Wonen
Artikel 22g.11 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over het gebruiken van locaties en bouwwerken met de functie Wonen.

Artikel 22g.12 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. het evenwichtig toedelen van functies aan locaties; en
  • b. het beschermen van stedenbouwkundige waarden.

Artikel 22g.13 Functie: Wonen

De locaties binnen de functie Wonen worden gebruikt voor wonen en hier bijbehorende:

  • a. Bouwwerken; en
  • b. verkeers-, water-, groen-, speel-, parkeer-, verblijfs- en nutsvoorzieningen.

Artikel 22g.14 Voorwaardelijke verplichting

De locatie met de functie Wonen is alleen in gebruik voor wonen als de aanleg van het landgoed, inclusief het benodigde onderhoud, binnen één jaar na ingebruikname van de woning is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. De inrichting van het landgoed dient daarbij uitgevoerd te worden conform een door de gemeente goed te keuren nadere uitwerking van de inpassing op basis van het in bijlage I bij deze regels opgenomen voorlopig ontwerp.

Subparagraaf 22g.3.1.2 Kamerverhuur
Artikel 22g.15 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van een locatie met de functie wonen.

Artikel 22g.16 Vergunningplichtige gebruiksactiviteit kamerverhuur

Het is verboden zonder omgevingsvergunning het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk te gebruiken voor kamerverhuur.

Artikel 22g.17 Beoordelingsregels gebruiksactiviteit kamerverhuur

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het gebruiken van het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk voor kamerverhuur wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan is aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de "Nadere regels tijdelijk wonen 2021" en diens rechtsopvolgers.

Subparagraaf 22g.3.1.3 Natuur - Recreatie
Artikel 22g.18 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over het gebruiken van locaties en bouwwerken met de functie Natuur - Recreatie.

Artikel 22g.19 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. het evenwichtig toedelen van functies aan locaties; en
  • b. het beschermen van stedenbouwkundige waarden.

Artikel 22g.20 Functie: Natuur - Recreatie

De locaties binnen de functie Natuur - Recreatie worden gebruikt voor natuur en recreatieve doeleinden en hier bijbehorend(e):

  • a. gebruik als openbaar toegankelijk landgoed;
  • b. extensief recreatief medegebruik;
  • c. verkeers-, water-, groen-, speel-, parkeer-, verblijfs- en nutsvoorzieningen.

Paragraaf 22g.3.2 Normen voor het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken

Subparagraaf 22g.3.2.1 Algemene bepalingen
Artikel 22g.21 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over normen voor het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken.

Artikel 22g.22 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. het beschermen van de omgevingskwaliteit;
  • b. het beschermen van het milieu;
  • c. het beschermen van de gezondheid;
  • d. het voorkomen van overlast en hinder;
  • e. het waarborgen van de veiligheid; en
  • f. energiezuinigheid.

Subparagraaf 22g.3.2.2 Ruimtelijke normen voor bouwwerken - hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken
Artikel 22g.23 Gebouw: bouwvlak

Hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken zijn gesitueerd binnen het op de locatie weergegeven bouwvlak.

Artikel 22g.24 Hoofdgebouw: bouwhoogte

De bouwhoogte van hoofdgebouwen is ter plaatse van de functie Wonen, zoals bedoeld in artikel 22g.11, niet hoger dan de op locatie weergegeven bouwhoogte.

Artikel 22g.25 Bijbehorende bouwwerken: bouwhoogte

De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken is niet hoger dan 8 m.

Artikel 22g.26 Gebouw: goothoogte

1. De goothoogte van hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken met een (omgevouwen) zadeldak bedraagt niet meer dan 4,5 m;

2. De goothoogte van hoofdgebouwen mag worden overschreden door dakkapellen, met dien verstande dat:

    • a. een dakkapel tevens doorgetrokken mag worden in (een uitbouw aan) de gevel en met de grond verbonden, waarbij de dakkapel en het geveldeel één bebouwingselement vormen.

Artikel 22g.27 Gebouw: knikhoogte en dakmateriaal in aanzicht

1. De knikhoogte van hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken met een (omgevouwen) zadeldak bedraagt niet meer dan 4,5 m;

2. Het dakmateriaal in aanzicht van hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken met een omgevouwen zadeldak bedraagt minimaal 1,0 m.

Artikel 22g.28 Type

1. Hoofdgebouwen worden uitsluitend als vrijstaande woning gebouwd en voorzien van een kap in de vorm van een (omgevouwen) zadeldak met een minimale dakhelling van 45 graden;

2. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden voorzien van een kap in de vorm van een (omgevouwen) zadeldak. Dit zadeldak krijgt dezelfde nokrichting, hellingshoek en materiaal als van het hoofdgebouw;

3. Bijbehorende bouwwerken met een plat dak, krijgen dezelfde gevelbekleding als de woning waarbij de dakrand bijzondere aandacht krijgt en deze bij voorkeur een relatie aangaat met (elementen uit) het hoofdgebouw.

Artikel 22g.29 Aantal woningen

Per bouwvlak is maximaal 1 woning toegestaan met 1 vrijstaand bijbehorend bouwwerk.

Artikel 22g.30 Oppervlakte

De gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken, exclusief (dak)overstekken tot 1,5 m, bedraagt niet meer dan 240 m2 per bouwvlak.

Subparagraaf 22g.3.2.3 Ruimtelijke normen voor bouwwerken - Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Artikel 22g.31 Erf- of perceelafscheiding

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, als het gaat om een erf- of perceelafscheiding gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen bedraagt maximaal 1 meter;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a is het toegestaan om ter plaatse van de perceelontsluiting van de functie wonen een erf- of perceelafscheiding te bouwen die is samengesteld uit maximaal 2 kolommen met een bouwhoogte van ten hoogste 2 meter met daartussen ten minste 3,5 m.
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagd maximaal 3 meter.

Subparagraaf 22g.3.2.4 Normen vanwege hulpdiensten
Artikel 22g.32 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op bouwwerken bij de volgende activiteiten:

  • a. het bouwen van bouwwerken; en
  • b. het gebruiken van locaties

Artikel 22g.33 Oogmerken

De regels zijn gesteld met het oog op het waarborgen van de veiligheid.

Artikel 22g.34 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpdiensten

Een verbindingsweg heeft in afwijking van artikel 22.14 lid 3 van het omgevingsplan een breedte van tenminste 3,5 m;

Subparagraaf 22g.3.2.5 Normen voor het gebruiken van bouwwerken
Artikel 22g.35 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerken

1. Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door:

    • 1. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;
    • 2. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en
    • 3. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 22g.36 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Een bouwwerk wordt niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel 22g.37 Beroep of bedrijf aan huis

Op een locatie met de functie Wonen wodt een bouwwerk alleen gebruikt voor beroep of bedrijf aan huis als:

  • a. de vloeroppervlakte ten hoogste 30% bedraagt van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning en de bijbehorende bouwwerken, en niet meer dan 75 m²;
  • b. op de bij de woning behorende gronden parkeergelegenheid voor ten minste één personenauto aanwezig is of vóór de aanvang van het bedrijfsmatig gebruik wordt aangelegd;
  • c. de bedrijfsactiviteiten mogen geen onevenredig nadelige gevolgen hebben voor het milieu van de woonomgeving door milieuhinder en verkeers- en parkeeroverlast;
  • d. de bedrijfsactiviteiten mogen door hun aard en visuele aspecten, zoals reclame-uitingen, het woonkarakter van de buurt niet onevenredig aantasten;
  • e. de bedrijfsactiviteiten mogen geen detailhandel betreffen; en
  • f. de bedrijfsactiviteiten mogen geen afbreuk doen aan de woonfunctie in die zin dat de relatie tussen de bewoner(s) van de woning en de uitoefening daarin van de bedrijfsactiviteiten wordt verbroken.

Artikel 22g.38 Eén afzonderlijk huishouden per woning

Een woning wordt bewoond door één afzonderlijk huishouden, tenzij het gaat om:

  • a. huisvesting in verband met mantelzorg; of
  • b. het gebruik van de woning voor kamerverhuur als daarvoor een omgevingsvergunning is verleend.

Artikel 22g.39 Overbewoning woonruimte

Tenzij sprake is van woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, wordt:

  • a. een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte.
  • b. een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

Afdeling 22g.4 Benutten van de fysieke leefomgeving

Paragraaf 22g.4.1 Activiteiten: bouwwerken

Subparagraaf 22g.4.1.1 Algemene bepalingen
Artikel 22g.40 Toepasingsbereik activiteiten

Deze paragraaf gaat over bouwactiviteiten en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.

Artikel 22g.41 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit.

Artikel 22g.42 Verrichten van bouwactiviteiten: rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig:

  • a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en
  • b. het straatpeil is uitgezet.

Subparagraaf 22g.4.1.2 Vergunningplichtige bouwactiviteiten
Artikel 22g.43 Vergunningplichtige bouwactiviteit

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.

Artikel 22g.44 Beoordelingsregel bouwactiviteit: algemeen

Een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt alleen verleend als:

  • a. het bouwwerk voldoet aan de voor dat bouwwerk gestelde voorwaarden in afdeling 22g.4;
  • b. het beoogde gebruik van het bouwwerk niet in strijd is met dit omgevingsplan.

Artikel 22g.45 Aanvraagvereisten bouwactiviteit: algemeen

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een opgave van de bouwkosten;
  • b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft;
  • c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; en
  • d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:
    • 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;
    • 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;
    • 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;
    • 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en
    • 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk;
  • e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het (water)peil en het aantal bouwlagen;
  • f. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Subparagraaf 22g.4.1.3 Uitzonderingen vergunningplichtige activiteiten
Artikel 22g.46 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd, in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

Artikel 22g.47 Erf- en perceelafscheiding

Het verbod om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken geldt niet voor het bouwen van een erf- of perceelafscheiding, die:

  • a. functioneel verbonden is met een op het erf of perceel aanwezig hoofdgebouw;
  • b. geplaatst is achter de lijn die langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen; en
  • c. hoger is dan 1 m maar niet hoger dan de op de locatie toegestane bouwhoogte voor erf- of perceelafscheidingen.

Afdeling 22g.5 Beschermen van de fysieke leefomgeving

Paragraaf 22g.5.1 Activiteiten in aandachtsgebieden

Subparagraaf 22g.5.1.1 Aandachtsgebied parkeren
Artikel 22g.48 Aandachtsgebied parkeren

Binnen het 'aandachtsgebied parkeren' gelden de parkeernormen, maatvoerings- en ontwerpcriteria van de Parkeernota 2025 en diens rechtsopvolgers.

Artikel 22g.49 Oogmerken

De regels binnen het 'aandachtsgebied parkeren' zijn gesteld met het oog op het beschermen van stedenbouwkundige waarden in de vorm van voldoende parkeergelegenheid, laad- en losvoorzieningen op eigen terrein bij de volgende activiteiten:

  • a. het bouwen van gebouwen;
  • b. het gebruiken van locaties.

Artikel 22g.50 Aanvullende beoordelingsregels vergunningplicht

1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een activiteit, als bedoeld in artikel 22g.47, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • 1. voor de aangevraagde activiteit voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen en laad- en losvoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd;
    • 2. de te realiseren parkeerplaatsen en laad- en losvoorzieningen voldoen aan de maatvoerings- en ontwerpcriteria; of
    • 3. bij onvoldoende parkeergelegenheid en/of laad- en losvoorzieningen op eigen terrein: als door de aanvrager is aangetoond dat op andere wijze wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en/of laad- en losvoorzieningen om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen.

2. Bij de beoordeling aan het eerste lid gelden de criteria van de Parkeernota 2025 of het op het moment van indienen van de aanvraag geldende gemeentelijk parkeerbeleid.

Artikel 22g.51 Aanvullende aanvraagvereisten vergunningplicht

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in deze paragraaf, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein inclusief maatvoering;
  • b. bij onvoldoende parkeergelegenheid en/of laad- en losvoorzieningen op eigen terrein: gegevens en bescheiden die aantonen dat op andere wijze wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

Subparagraaf 22g.5.1.2 Aandachtsgebied: welstand
Artikel 22g.52 Toepassingsbereik activiteiten

Deze paragraaf gaat over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken op de locaties binnen het aandachtsgebied welstand.

Artikel 22g.53 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit.

Artikel 22g.54 Redelijke eisen van welstand

De redelijke eisen van welstand voor het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zijn de criteria van de welstandnota, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.

Artikel 22g.55 Aanvullende beoordelingsregels bouwwerken: welstand

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een bouwactiviteit en het te bouwen bouwwerk in stand houden en gebruiken, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als het te bouwen bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, bedoeld in artikel 22g.53.

Artikel 22g.56 Aanvullende aanvraagvereisten bouwwerken: welstand

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op een bouwactiviteit en het te bouwen bouwwerk in stand houden en gebruiken, worden voor de beoordeling aan de redelijke eisen van welstand de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;
  • b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;
  • c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en
  • d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking.

Subparagraaf 22g.5.1.3 Aandachtsgebied 'Waterstaat - Waterkering'
Artikel 22g.57 Toepassingsbereik activiteiten

Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten op de locaties binnen het aandachtsgebied 'Waterstaat – Waterkering'.

Artikel 22g.58 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de veiligheid.

Artikel 22g.59 Aanvullende beoordelingsregels

1. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de watervoorzieningen en de instandhouding van waterkeringen en bijbehorende beschermingszones zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 6 m;

2. Bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende, functies mogen gebouwd worden, met dien verstande dat het bouwplan uitsluitend betrekking heeft op vervanging, vernieuwing en/of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij geldt dat:

  • a. de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid;
  • b. gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

Artikel 22g.60 Afwijken van de beoordelingsregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 22g.58 onder 2 voor bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies, met dien verstande dat:

  • a. het belang van de waterkering hierdoor niet onevenredig wordt aangetast;
  • b. vooraf advies ingewonnen is bij de beheerder van de waterkering.