| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c De Centrale, Alphen aan den Rijn |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0484.Adecentrale-VA01 |
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit omgevingsplan.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c De Centrale, Alphen aan den Rijn:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen met identificatienummer NL.IMRO.0484.Adecentrale-VA01;
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
bebouwing:
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
bedrijf:
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;
beroep of bedrijf aan huis:
aan de woonfunctie ondergeschikte kleinschalige beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten die in een woning of bijbehorend bouwwerk bij een woning zijn toegestaan;
bouwlaag:
een verdieping van zodanige afmetingen en vorm dat de daardoor ontstane ruimte zonder ingrijpende voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor gebruiksfuncties en daarmee gelijke gebruiksmogelijkheden geeft als de daaronder gelegen bouwlagen, uitgezonderd, een kap, zolder en kelder;
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
cultuurhistorisch onderzoek:
onderzoek waarbij de algemene historische waarden en/of de ensemblewaarden en/of de architectuurhistorische waarden en/of de bouwhistorische waarden en/of de waarden vanuit de gebruikshistorie, worden geïnventariseerd en in kaart worden gebracht.
cultuurhistorische waarde:
de aan een object, element of ensemble toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk, element of gebied.
deskundige:
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake een bepaalde vakdiscipline, zoals advisering over vergunning-gerelateerde onderwerpen bij monumenten en andere cultuurhistorische waardevolle objecten.
documentatie:
het verschaffen van bewijsstukken of gegevens.
ensemble:
een aaneengesloten gebied waarin zich een samenstel van bouwwerken, landschappelijke en/of stedenbouwkundige elementen kunnen bevinden die door hun onderlinge relatie een zekere ruimtelijke samenhang vertonen, waardoor de cultuurhistorische waarde van de samenstellende fragmenten verhoogd wordt.
groenvoorzieningen:
het geheel van aanplant in een gebied dan wel het aanbrengen of voorzien van groen;
huishouden:
persoon of groep personen die onderling een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan;
nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalinginstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;
ondergeschikte bouwdelen/uitstekende delen van ondergeschikte aard:
bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, liftschachten, installaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, overstekende daken en toegangstrappetjes naar de appartementen;
pand:
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
parkeervoorziening:
voorziening ten behoeve van het parkeren van voertuigen;
peil:
het niveau gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven;
slopen:
het afbreken van een bouwwerk of een gedeelte daarvan.
sociale huurwoning:
huurwoningen met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
speelvoorziening:
voorziening die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt;
verkeersvoorzieningen:
verzameling van objecten in het beheer van de infrastructuur voor de geleiding van het verkeer;
voldoende parkeergelegenheid:
parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan het beleid "Parkeernormenen parkeervoorzieningen 2020" zoals opgenomen in Bijlage 22c. 1 van deze regels;
watervoorzieningen:
voorzieningen die verband houden met de waterhuishouding, de aanvoer en afvoer van water en de doorstroming van water;
wonen:
het houden van een verblijf of het gehuisvest zijn in een woning;
woning:
een (gedeelte van een) gebouw, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Voor de toepassing van dit omgevingsplan worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende manier gemeten:
Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de bouwhoogte van een bouwwerk op de volgende manier gemeten:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen/uitstekende delen van ondergeschikte aard, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden ondergeschikte bouwdelen / uitstekende delen van ondergeschikte aard op de volgende manier gemeten:
ondergeschikte bouwdelen / uitstekende delen van ondergeschikte aard blijven buiten beschouwing als het bouwvlak, de locatie, of de omgevingsnorm tot ten hoogste 1,5 m wordt overschreden.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de oppervlakte van een bouwwerk op de volgende manier gemeten:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het peil op de locatie van het bouwwerk.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning worden verbonden in dit hoofdstuk, met uitzondering van bepalingen:
Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit hoofdstuk.
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning kan worden verbonden.
Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over bepalingen in dit hoofdstuk zijn de beoordelingsregels en de bepalingen over vergunningvoorschriften van overeenkomstige toepassing.
Dit omgevingsplan is met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet gericht op het uitoefenen van de bevoegdheden en taken van de gemeente Alphen aan den Rijn als bedoeld in artikel 2.1 van de Omgevingswet waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en andere regels die met het oog daarop nodig zijn als bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet.
Deze paragraaf gaat over het gebruiken van locaties en bouwwerken met de functie 'Water'.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
De locaties met de functie: 'Water' worden gebruikt voor watervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de watersport, voorzieningen ten behoeve van de recreatievaart, kunstwerken, burggen, tevens bestemd voor verkeersvoorzieningen met daarbij behorende voorzieningen en bij de functie horende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Deze paragraaf gaat over het gebruiken van locaties en gronden met de functie 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
De locaties met de functie 'Verkeer - Verblijfsgebied' worden gebruikt voor wegen, groen-, water-, speel-, parkeer-, verkeer,- nuts- en geluidwerende voorzieningen en bij de functie horende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute' tevens voor een calamiteitenroute.
Deze paragraaf gaat over het gebruiken van locaties en gronden met de functie 'Groen '.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
De locaties met de functie 'Groen ' worden gebruikt voor groenvoorzieningen, watervoorzieningen, nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van langzaam verkeer, speelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen alsmede bij de functie behorende voorzieningen en bij de functie horende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Deze paragraaf gaat over het gebruiken van locaties en bouwwerken met de functie 'Wonen'.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
De locaties binnen de functie 'Wonen' worden gebruikt voor wonen en hierbij horende:
Op de locaties binnen de functie wonen kan een woning worden gebruikt voor een beroep of bedrijf aan huis als:
Deze paragraaf gaat over normen voor het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
Het maximale aantal nieuw te realiseren woningen is de op de locatie weergegeven met de gebiedsaanduiding 'overige zone - maximaal aantal woningen'.
Een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak van een hoofdgebouw is:
Het uitstekende deel van een balkon inclusief draagconstructie bij een woning is:
Een speelvoorziening is maximaal 5 m hoog.
Ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage' zijn overige bouwwerken toegestaan, waarbij geldt dat:
Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - buurttuin' mag een schuur c.q. kas ten behoeve van de buurttuin worden opgericht, met dien verstande dat:
Een activiteit die betrekking heeft op een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is vergunningplichtig.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk en de activiteit betrekking heeft op een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:
Er is sprake van verontreiniging van het grondwater, bedoeld in artikel 22c.35, als voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume de waarde, bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wordt overschreden.
Aan een omgevingsvergunning voor een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie, die is verleend met toepassing van artikel 22c.35, aanhef en onder c, aanhef en onder 2 en 3, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er één of meer sanerende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 22c.35, aanhef en onder c, aanhef en onder 2 en 3.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie worden voor toetsing aan dit TAM-omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In een nieuw bouwwerk is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als:
Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om:
In een nieuw bouwwerk is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas aangesloten op het distributienet voor gas als:
Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om:
In een bouwwerk is, met het oog op het beschermen van de gezondheid, een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater aangesloten op het distributienet voor drinkwater als:
Een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk ligt zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.
De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de riolering, die op het eigen erf of terrein ligt, of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater zorgt ervoor dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.
Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid:
Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in Artikel 22c.8 kan in ieder geval worden bepaald:
Het eerste lid is niet van toepassing:
Een verbindingsweg heeft:
Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van hulpverleningsdiensten.
Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Een bouwwerk heeft, met oog op het waarborgen van de veiligheid, een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.
De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk, is niet groter dan 40 m.
De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.
Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn, met het oog op het waarborgen van de veiligheid, opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig die ervoor zorgen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
Het eerste lid is niet van toepassing:
De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is niet groter dan 40 m.
Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is vrijgehouden:
Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Deze afdeling gaat over locaties met de gebiedsaanduidingen:
Een bouwwerk met de gebieds aanduiding 'overige zone - karakteristiek gebouw' is een karakteristiek bouwwerk.
Op de locatie met de gebiedsaanduiding 'overige zone - ensemble' zijn de objecten een ensemble.
Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door:
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Bouwwerken worden gebruikt met het doel dat in Paragraaf 22a.3.1 als functie aan de locatie is toegedeeld, dat verenigbaar is met dit doel en de overige regels van deze Afdeling die gaan over het gebruiken van bouwwerken.
Een woning heeft 12 m2 gebruiksoppervlakte of meer per bewoner.
Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.
Een woning wordt gebruikt door één afzonderlijk huishouden, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
Deze paragraaf gaat over bouwactiviteiten en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.
Bij toepassing van deze paragraaf wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met een op de locatie aanwezige woning.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit.
Dit artikel gaat over het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend en waarvoor geen rooilijnen of bebouwingsgrenzen en/of straatpeil is uitgezet.
Het college van burgemeester en wethouders wordt vier weken voor het begin van de activiteit geïnformeerd om:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze subparagraaf is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd, in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.
Bij de toepassing van deze subparagraaf blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
Het verbod als bedoeld in artikel 22c.56, geldt niet voor een speeltoestel als bedoeld in artikel 22c.31.
Het verbod, bedoeld in artikel 22c.56, geldt niet voor een verandering aan een bouwwerk die voldoet aan de volgende voorwaarden:
Deze paragraaf gaat over activiteiten op de locaties binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - parkeren', die bestaan uit:
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een activiteit, als bedoeld in artikel 22c.3.1.4 , wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:
Bij de beoordeling van het eerste lid gelden de criteria van het beleid 'Parkeernormen en parkeervoorzieningen 2020' zoals opgenomen in Bijlage 22c. 1 van deze regels.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in deze paragraaf, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze paragraaf gaat over activiteiten op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' , die bestaan uit:
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen en behouden van archeologische waarden.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3' een activiteit, als bedoeld in artikel 22c66 te verrichten als:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 4' een activiteit, als bedoeld in artikel 22c66 te verrichten als:
Het verbod, bedoeld in deze paragraaf, geldt niet voor een activiteit als het gaat om:
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit, als bedoeld in artikel 22c66, en als vergunningplichtig is aangewezen, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als op basis van archeologisch onderzoek blijkt dat:
Een vergunningvoorschrift, als bedoeld in artikel 22c71 , aanhef en onder c, kan inhouden:
Bij de aanvraag, bedoeld in deze paragraaf, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.
Deze paragraaf gaat over activiteiten op de locaties die zijn aangewezen als 'Waterstaat - waterkering' die bestaan uit:
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de waterveiligheid.
Degene die een bouwwerk bouwt, waarvoor geen omgevingsvergunning voor een bouwwerk is vereist, of een andere activiteit verricht die van invloed kan zijn op de werking van de waterkering en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot afbreuk aan de werking van de waterkering is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze gevolgen te voorkomen.
Over artikel 22c.76 kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit, als bedoeld in Artikel 22c. 56, waarbij de bebouwde oppervlakte toeneemt of waarvoor een nieuwe fundering nodig is, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de werking van de waterkering.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op een bouwactiviteit en het te bouwen bouwwerk in stand houden en gebruiken, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Het is verboden activiteiten te verrichten die afbreuk doen aan de werking van de waterkering.
Deze paragraaf gaat over activiteiten op de locaties die zijn aangewezen als 'Vrijwaringszone - Vaarweg' die bestaan uit:
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de werking van de vaarweg.
Binnen het aandachtsgebied 'Vrijwaringszone - Vaarweg' wordt bij het bouwen van bouwwerken voorkomen dat er belemmeringen ontstaan voor:
Op een locatie binnen het aandachtsgebied 'Vrijwaringszone - Vaarweg' is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.
Op een locatie binnen het aandachtsgebied 'Vrijwaringszone - Vaarweg', wordt een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk alleen verleend als er door het te bouwen bouwwerk geen belemmeringen ontstaan voor de belangen genoemd in artikel 22c.83.
Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone – klimaatadaptatie' en is alleen van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit.
Het gebruik van de bebouwing voor wonen als bedoeld in subparagraaf 22c.3.1.4 is niet toegestaan indien de gronden binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - klimaatadaptatie' binnen één jaar na oplevering van het laatste woongebouw in het besluitgebied niet voldoen aan de volgende voorwaarde:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste lid, voor het verlengen van de termijn als bedoeld in artikel 22c.88 eerste lid indien voldoende aannemelijk is gemaakt dat bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Deze paragraaf gaat over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken op de locaties binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone – welstand'.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit.
De redelijke eisen van welstand voor het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zijn de criteria van de welstandnota, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een bouwactiviteit en het te bouwen bouwwerk in stand houden en gebruiken, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als het te bouwen bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, bedoeld in artikel 22c.91.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op een bouwactiviteit en het te bouwen bouwwerk in stand houden en gebruiken, worden voor de beoordeling aan de redelijke eisen van welstand de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Op de locaties binnen het aandachtsgebied: welstand is het uiterlijk van een bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, niet in ernstige mate in strijd met de redelijke eisen van welstand, bedoeld in artikel 22c.91.
Deze paragraaf gaat over activiteiten op de locaties binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - inrichting Zaagmolenweg', die bestaan uit het treffen van maatregelen met het oog op de verkeersveiligheid.
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de verkeersveiligheid.
Het gebruik van de woningen als bedoeld in subparagraaf 22c.3.1.4 is uitsluitend toegestaan indien op de Zaagmolenweg, binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - inrichting Zaagmolenweg' een voetpad (breedte minimaal 180 cm) en een fietssuggestiestrook (breedte tussen de 170 en 200 cm) is aangebracht en als zodanig in stand wordt gehouden.
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste lid, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven (waardoor bijvoorbeeld de functie van de Zaagmolenweg significant verandert) en op voorwaarde dat op een andere wijze wordt voorzien in een veilige ontsluiting voor langzaamverkeer conform de daarvoor geldende richtlijnen.
Deze paragraaf gaat over sloopactiviteiten op de locaties met de gebiedsaanduidingen:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk met de gebiedsaanduiding 'overige zone - karakteristiek bouwwerk' of gebiedsaanduiding 'overige zone - ensemble' geheel of gedeeltelijk te slopen.
Het verbod, bedoeld in deze paragraaf, geldt niet voor een activiteit als het gaat om:
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit, als bedoeld in artikel 22c.99, die plaatsvindt op een locatie met de gebiedsaanduiding 'overige zone - karakteristiek bouwwerk' of 'overige zone - ensemble' wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als wordt aangetoond dat de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de cultuurhistorische waarden niet wezenlijk worden verkleind en dit gemotiveerd is aangetoond.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 22c.99, die plaatsvindt op een locatie met de gebiedsaanduiding 'overige zone - karakteristiek bouwwerk' of 'overige zone - ensemble' waarvan aangenomen kan worden dat de cultuurhistorische waarden, zoals beschreven in de cultuurhistorische waardenkaart, worden verstoord dan wel vernietigd, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend mits met documentatie gemotiveerd wordt aangetoond waarom bijzonder zwaarwegende belangen aanwezig zijn die rechtvaardigen dat de te slopen cultuurhistorische waarden in redelijkheid niet te handhaven zijn.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 22c.99, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Zo nodig wordt een bouwhistorisch onderzoek of cultuurhistorisch onderzoek verstrekt waarin de gevolgen van de activiteit voor de cultuurhistorische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.
Deze paragraaf gaat over activiteiten op de locaties met de gebiedsaanduidingen:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op een locatie met de gebiedsaanduiding 'overige zone - ensemble' de volgende activiteiten te verrichten:
Het verbod, bedoeld in deze paragraaf, geldt niet voor een activiteit als het gaat om:
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit, als bedoeld in artikel 22c.104 , die plaatsvindt op een locatie met de gebieds aanduiding 'overige zone - ensmble' wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 22c.104 , worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De beheerder van de waterkering is een adviseur, als bedoeld in artikel 16.15, tweede lid, van de wet, als het gaat om:
Met inachtneming van het advies van de beheerder van de waterkering wordt beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning.
Op een locatie binnen het het aandachtsgebied 'Vrijwaringszone - Vaarweg' is s de beheerder van de vaarweg adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22c.84 voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen van een bouwwerk en het te bouwen bouwwerk in stand houden en gebruiken.
De commissie, bedoeld in artikel 17.9 van de wet, is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning als het gaat om: