direct naar inhoud van 4.7 Bedrijvigheid
Plan: Zaandam Noord
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0479.STED3773BP-0401

4.7 Bedrijvigheid

4.7.1 Economische structuurvisie

Zaanstad wil een aantrekkelijke gemengde woonwerkstad blijven en zet in op de ontwikkeling naar een meer gedifferentieerde economie. Dit wil zij bereiken door een kwalitatieve versterking van de bestaande economie, zowel fysiek als digitaal, en het leggen van accenten op moderne schonere economie: creatieve bedrijvigheid, toerisme, logistiek, food, innovatie en kennis. Daarbij wordt het vestigingsklimaat aantrekkelijker gemaakt door het verbeteren van de bereikbaarheid voor het Zaanse bedrijfsleven en het beter benutten van Zaanstads unieke ligging dichtbij Amsterdam, internationale havens en luchthaven Schiphol.

Binnen deze uitwerking van de economische structuurvisie ziet Zaanstad ruimte voor een nadrukkelijker rol van het bedrijfsleven, conform het collegeprogramma Wederzijds Aanspreekbaar.

De ruimtelijke en economische structuurvisies zijn nauw met elkaar, en de al eerder vastgestelde sociale structuurvisie, verbonden. Samen vormen deze documenten de drie richtinggevende kaders voor het gemeentelijk beleid van Zaanstad in de komend tien jaar. De concrete uitwerking van de economische en ruimtelijke structuurvisies vindt grotendeels plaats binnen het programma Zaan/IJ.

De Economische Structuurvisie (ESV) beschrijft de economische ambities van Zaanstad en de koers die Zaanstad wil bevaren naar realisatie van deze ambities. Het dient als afwegingskader en biedt uitgangspunten voor toekomstige (economische) deelnota's en feitelijke initiatieven.

4.7.2 Regionaal detailhandelsbeleid SrA

Op 13 december 2011 stelde de Raad van de Stadsregio Amsterdam het regionale detailhandelsbeleid vast.

Het nieuwe regionale detailhandelsbeleid kent zes uitgangspunten:

  • 1. Inwoners van de Stadsregio Amsterdam moeten op aanvaardbare afstand hun (dagelijkse) boodschappen kunnen doen (fijnmazige detailhandelsstructuur);
  • 2. Het beleid is er op gericht om vraag en aanbod in evenwicht te brengen in de retailsector. Bouwen voor leegstand is onwenselijk. Leegstand leidt tot verloedering en een verslechtering van de leefbaarheid;
  • 3. Nieuwe ontwikkelingen moeten de huidige structuur versterken en nieuwe ontwikkelingen die uitbreiding van het ruimtegebruik vergen zijn alleen mogelijk als de ontwikkeling niet op een bestaande locatie mogelijk is;
  • 4. Clustering van detailhandel en voorzieningen is een leidend principe;
  • 5. Beoordeling van plannen voor nieuwe detailhandelontwikkelingen vindt plaats zowel volgens kwantitatieve als kwalitatieve criteria;
  • 6. Het regionale detailhandelsbeleid valt binnen het kader dat is vastgesteld in het provinciale detailhandelsbeleid in 2009.

Initiatieven in het plangebied dienen bestaande structuur te versterken. Dit betekent clusteren van winkels in bestaande winkelcentra. Met initiatieven buiten bestaande centra wordt zeer terughoudend omgegaan, ook gelet op beperkte marktruimte die in Zaanstad aanwezig is.

4.7.3 Bedrijven in woonhuizen

Het beleid voor bedrijven in woonhuizen gaat er vanuit dat de woonfunctie leidend is en dat de bedrijfsvestiging ondergeschikt is. Van ondergeschiktheid is sprake als de vestiging beperkt blijft tot 65 m2 en maximaal eenderde van het woonhuis beslaat. Op basis van jurisprudentie met betrekking tot dit onderwerp is gekozen voor de zogenaamde 30% - 70% regeling. Dat wil zeggen dat wanneer een beroep of bedrijf aan huis niet meer dan 30% van het bruto woonvloeroppervlak bedraagt, er op het pand geen bedrijfsbestemming wordt gelegd, maar de woonbestemming gehandhaafd blijft. Dit komt overeen met het Bedrijf-aan-huisbeleid van de gemeente Zaanstad uit 1987.

4.7.4 Structuurvisie retail-leisure

De ambitie van Zaanstad is het vervullen van een brede en complete verzorgingsfunctie en het bieden van een gezond ondernemersklimaat.

Wijk- en buurtniveau

De voorzieningen op wijk- en buurtniveau moeten zoveel mogelijk geclusterd worden om een hart voor de wijk of buurt te creƫren. Het gaat hierbij niet alleen om detailhandel, maar ook om gezondheidszorg, onderwijs, sociaal culturele voorzieningen en dergelijke. Wijk- en buurtwinkelcentra moeten op korte afstand van de woning liggen en vanuit de woning makkelijk bereikbaar zijn. Inzet is behoud en versterking van een fijnmazige detailhandelsstructuur. Bovendien moeten deze centra voldoende parkeerplaatsen bieden en er aantrekkelijk uitzien. Voor de winkelcentra in Zaandam Noord, Kalf en Zilverschoonplein, betekent dit detailhandel als kernfunctie, aangevuld met wijkgerichte functies als dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen.

4.7.5 Uitgangspuntennotitie bedrijventerreinen

Voor groei van economische activiteit gaat het beleid voor bedrijventerreinen zich richten op de grote perifere terreinen waarbij het accent op het zuiden van de stad ligt. Voor de binnenstedelijke bedrijventerreinen is afgesproken dat de economische functie kan blijven, met kansen voor transformatie en menging met andere functies zoals wonen en maatschappelijke voorzieningen.

Deze verandering op de binnenstedelijke terreinen heeft zich al eerder ingezet. Locaties als Honig, Overtuinen, de Houthavenkade het Krommenierpad en PWN locatie nabij Krommenie zijn voorbeelden van binnenstedelijke bedrijventerreinen waar transformatie naar andere functies heeft ingezet.

Dit beleid voor de binnenstedelijke terreinen zal op termijn een verschuiving betekenen van economische functies naar andere stedelijke functies. Effect zal zijn dat het totale areaal aan bedrijventerrein in Zaanstad afneemt. De afname van de hoeveelheid bedrijventerrein is echter mogelijk door het huidige overaanbod van dit soort werklocaties in Zaanstad en in de Metropoolregio Amsterdam.

De gemeente Zaanstad zal bij de veranderingen op de binnenstedelijke terreinen uitgaan van de ontwikkelingen in de markt en zelf geen actieve rol innemen in de transformatie van deze terreinen. Voor verandering op de terreinen zijn de belangen van de gevestigde ondernemingen uitgangspunt en van actieve/ verplichte verplaatsing van onderneming zal geen sprake zijn.

Om dit beleid verder vorm te geven is een indeling gemaakt in A, B en C locaties.

Indeling terreinen

De bestaande bedrijventerreinen worden ingedeeld in drie categorieƫn: groei- (A), bestendiging- (B) en verandergebieden (C)

  • A. De groeigebieden zijn die terreinen waar de komende jaren een hoge mate van groei van economische activiteit is te verwachten.
  • B. Bestendigingsgebieden zijn bedrijventerreinen waarop bedrijf(ven) zijn gevestigd die in Zaanstad zijn geworteld en op deze locaties blijven. Uitbreiding op de locatie is niet uitgesloten. Bij vertrek van een bedrijf is een nieuwe functie voor deze locatie in beeld.
  • C. Verandergebieden zijn die bedrijventerreinen die in de komende decennia geheel of gedeeltelijk van functie zullen veranderen. Voorwaarde daarbij is dat de positie van de zittende ondernemers gerespecteerd wordt. Dit betekent dat de bedrijfsvoering van een bestaande onderneming in beginsel niet belemmerd moet worden door veranderingen van functies in een gebied.

Met deze indeling zet het college van Burgemeester en wethouders een nadere koers uit voor de verdere ontwikkeling van bedrijventerreinen in Zaanstad. Bij deze keuze richt Zaanstad zich op die locaties waar zich de meeste kansen op groei voordoen. Dit zijn de A gebieden. De inzet van investeringsmiddelen vanuit de gemeente Zaanstad zal voor de bedrijventerreinen ook in deze richting gaan. Voor de terreinen in de categorie B en C beperkt de gemeente zich tot het dagelijks beheer en onderhoud en reguliere investeringen.

Naar verwachting wordt deze nota medio 2013 ter vaststelling aan het college van B&W aangeboden.