Plan:
het TAM-omgevingsplan “Leidsevaartweg 15” van de gemeente Heemstede;
Aan-huis-gebonden-beroep:
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, vastgesteldtechnisch of kunstzinnig
gebied dat door de gebruiker van een woning in die woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in
overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de
woonfunctie in overeenstemming is;
Aanbouw:
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe
verbinding staat en waaraan het in architectonisch opzicht ondergeschikt is;
Aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het
bebouwen van deze gronden;
Aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
Achtergevel:
gevel aan de achterzijde van een huis of gebouw;
Archeologische waarden:
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende cultuurhistorische
overblijfselen;
Balustrade:
afscheiding van een vloer, balkon of dak zoals bijvoorbeeld een hekwerk;
Bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
Bebouwingspercentage:
een in de regels of met een maatvoeringsaanduiding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel
van het terrein aangeeft, dat ten hoogste mag worden bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte van
(overdekte) bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
Bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
Bedrijfsvloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende
magazijnen en overige dienstruimten;
Bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van)
een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming of het toegelaten gebruik van het gebouw of
terrein, noodzakelijk is;
Beschoeiing:
constructies die een oever of waterkant beschermen tegen afkalven, golfkrachten en andere invloeden die de
stabiliteit van de waterkant in gevaar brengen;
Bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak;
Bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
Bijgebouw:
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw zonder directe verbinding met het hoofdgebouw, dat
door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat daaraan ondergeschikt is;
Bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het
vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen
of veranderen van een standplaats;
Bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
Bouwlaag:
een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte
vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5 meter in hoogte verschillen, zulks met
uitsluiting van kelder, onderbouw en uitsluitend voor berging geschikte zolder;
Bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij
elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
Bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel;
Bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde
gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
Bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect
met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
Consumentenvuurwerk:
vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik;
Dakhelling:
de hoek van een dakvlak ten opzichte van de horizontale (verdiepings)vloer;
Dakkapel:
constructie ter vergroting van een gebouw dat tenminste aan de boven- en onderzijde door het dakvlak
wordt omsloten;
Dakopbouw
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie
boven de oorspronkelijke goothoogte uitkomt en de onderzijde van de constructie in het platte dakvlak is
geplaatst;
Dakterras:
een afgescheiden buitenruimte op een plat dak;
Dakvlak:
een vlak van het dak of de kap;
Detailhandel:
het bedrijfsmatig ter plaatse te koop of te huur aanbieden waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop of
verhuur, het verkopen en het leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik,
verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
Detailhandel in volumineuze goederen:
detailhandel in goederen die vanwege hun omvang en/of aard een groot uitstallingsoppervlak nodig hebben,
zoals bijvoorbeeld:
- detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen;
- detailhandel in auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen;
- tuincentra;
- grootschalige meubelbedrijven, al dan niet – in ondergeschikte mate – in combinatie met woninginrichting en stoffering;
- bouwmarkten;
Dienstverlenend bedrijf:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks, al dan niet via een balie, te woord
wordt gestaan en geholpen zoals bijvoorbeeld reisbureaus, kapsalons, pedicures, makelaarskantoren en
bankfilialen;
Erf (woningwet):
al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct hoort bij, in functioneel opzicht ten dienste
staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat blijkens de kadastrale gegevens
behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst;
Perceel- en terreinafscheiding:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat bedoeld is om (een gedeelte van) een perceel of een terrein af te
scheiden;
Erker:
een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouwkundig bestaande uit een “lichte”
constructie met een overwegend transparante uitstraling, ondergeschikt in het gevelbeeld;
Fitness
het geheel van sportieve activiteiten die tot doel hebben de algehele conditie, de fitheid en/of gezondheid
en/of de conditionele voorwaarden van mensen te verbeteren en/of te onderhouden, door individuele
trainingen of groepslessen;
Fitnessruimte
De ruimte ten behoeve van fitness;
Garage:
gebouwen ten behoeve van het stallen van vervoermiddelen en andere niet voor de (detail)handel bestemde
goederen;
Gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk
met wanden omsloten ruimte vormt;
Geluidszoneringsplichtige inrichting:
inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan
een zone moet worden vastgesteld;
Gevel:
het van buitenaf zichtbare deel van de muur van een gebouw;
Gevellijn:
een geometrisch bepaalde lijn, al dan niet gemarkeerd door een nadere aanduiding ter plaatse, die door
bebouwing naar de wegzijde, dan wel de van de weg afgekeerde zijde en naar de zijdelingse perceelsgrens
toe niet mag worden overschreden, behoudens overschrijdingen die krachtens deze regels zijn of kunnen
worden toegestaan en die tevens dient als (hoofd)oriëntatie voor hoofdgebouwen;
Haagondersteunende constructie:
perceel- of terreinafscheiding, bestaande uit een gaaswerk aan palen en die bedoeld is om volledig begroeid
te zijn met groenblijvende planten;
Hoofdgebouw:
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden
aangemerkt;
Kampeermiddelen:
niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen
onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders
hebben;
Kantoor:
(deel van een) gebouw voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden;
Kapopbouw
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie
(deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide
dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst;
Kelder:
(het deel van) een gebouw dat binnen het bouwvlak en volledig onder het peil ligt;
Landschappelijke waarden:
de aan een gebied toegekende waarden in verband met zijn verschijningsvorm en de aanwezigheid van
waarneembare structuren en/of elementen;
Lessenaarsdak:
een eenzijdige kapconstructie waarbij het hoogste punt over de gehele, of nagenoeg de gehele lengte in één
gevel is gelegen;
Maaiveld:
bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft;
Maatschappelijke instelling/voorziening:
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en/of levensbeschouwelijke voorziening, voorziening ten
behoeve van sport en sportieve recreatie en voorziening ten behoeve van openbare dienstverlening;
NEN:
door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van
vaststelling van het plan;
Nutsvoorziening:
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten
nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer, het wegverkeer of de inzameling van
huishoudelijke afvalstoffen;
Onderbouwing:
(deel van) een bouwwerk dat buiten het bouwvlak en volledig onder het maaiveld ligt;
Overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en waarvan de oppervlakte groter is dan
1 m²;
Perceelsgrens:
de scheidslijn van een perceel met de naastgelegen percelen;
Productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het
productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan het productieproces;
(Raam)Prostitutie:
het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een
ander;
Recreatief medegebruik
beperkt recreatief gebruik op gronden met een niet-recreatieve hoofdfunctie;
Restauratieve voorziening:
horecavoorziening die voor wat betreft de exploitatievorm behoort bij en ondergeschikt is aan de
hoofdfunctie (bijvoorbeeld maatschappelijke, sociaal-culturele, kantoor- of bedrijfsfunctie) en waarvan de
hoofddoelstelling is niet het commercieel voeren van een horecabedrijf is, zoals bijvoorbeeld een
bedrijfskantine of –restaurant, kantines van maatschappelijke of sociaal-culturele instellingen en
sportkantines;
Risicovolle inrichting:
inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor
het risico, c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van
kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;
Seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij
bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard
plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een
erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in
combinatie met elkaar;
Staat van Bedrijfsactiviteiten:
de Staat van Bedrijfsactiviteiten, c.q. Inrichtingen die onderdeel uitmaakt van deze regels;
Steiger
constructie aan of loodrecht op een oever;
Topgevel:
een gevel met een in een punt uitlopend geveldeel, doorgaans gesitueerd aan de korte zijde van een gebouw,
zoals bijvoorbeeld een halsgevel, een klokgevel, een puntgevel, een tuitgevel of een trapgevel;
Tuin, terrein:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk
opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;
Uitbouw:
een gebouw dat ter vergroting van een bestaande ruimte zonder scheidende tussenwanden is gebouwd aan
een hoofdgebouw en waaraan het in architectonisch opzicht ondergeschikt is;
Uitstalling:
voorziening voor de tentoonstelling van te verkopen waren;
Verblijfsgebied:
dat deel van de openbare ruimte, waar de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie, zoals
bijvoorbeeld in woonwijken en winkelgebieden;
Voorgevel:
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan
worden aangemerkt;
Waterbeheerder:
het betreffende waterschap verantwoordelijk voor het integrale waterbeheer in Heemstede;
Werkplaats
plaats met machines en gereedschappen waar men (ambachtelijk) werk doet
Windturbine
moderne hoge windmolen om elektriciteit op te wekken
Woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of een
daarmee gelijk te stellen samenhangende groep van
personen;
Woongebouw:
een voor bewoning door één of meer huishoudens bestemd gebouw;
Omgevingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het NL.IMRO.0397.TAM met de bijbehorende regels.
Zijgevel
een gevel die de voor- en achtergevel met elkaar verbindt