direct naar inhoud van 6.9 Externe veiligheid
Plan: Woongebied I
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0396.BPwoongebiedI2010-VA01

6.9 Externe veiligheid

Beleid en normstelling

Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:

  • bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;
  • vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor of water en door buisleidingen.

In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken (24 uur per dag en gedurende het hele jaar) en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een uitgebreide verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Risicovolle inrichtingen

Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) in werking getreden. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Aan grenswaarden moet altijd worden voldaan, van richtwaarden kan, om gewichtige redenen, worden afgeweken. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft.

Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, ziekenhuizen en gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig te zijn (zoals kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per object).

Voorbeelden van beperkt kwetsbare objecten zijn kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van maximaal 1.500 m² per object. Ook een bedrijf is een beperkt kwetsbaar object.

Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. Als oriëntatiewaarde geldt de in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR, namelijk:

  • 10-5 voor een ongeval met meer dan 10 dodelijke slachtoffers;
  • 10-7 voor een ongeval met meer dan 100 dodelijke slachtoffers;
  • 10-9 voor een ongeval met meer dan 1.000 dodelijke slachtoffers;
  • enzovoort (een lijn door deze punten bepaalt de norm).

Ook bedrijven waarop het Bevi niet van toepassing is, kunnen risico's voor de omgeving met zich meebrengen. Voor nieuwe situaties geldt voor het PR in principe een norm van 10-6 per jaar en voor bestaande situaties 10-5 per jaar. Voor het GR geldt de hierboven genoemde norm.

Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water

In december 2009 is de aangepast Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (RVGS) gepubliceerd. In deze circulaire is het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, wegen en spoorwegen opgenomen. Op basis van de circulaire geldt voor bestaande situaties de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van 10-5 per jaar en de streefwaarde 10-6 per jaar. In nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Op basis van de circulaire geldt bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het GR of een toename van het GR een verantwoordingsplicht. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als nieuwe situaties. De circulaire vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.

Vervoer gevaarlijke stoffen door leidingen

Voor ruimtelijke plannen in de omgeving van leidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd waren de volgende circulaires van toepassing:

  • a. de circulaire Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen (1984);
  • b. de circulaire Bekendmaking van beleid ten behoeve van de zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie (1991).

Op grond van de circulaires golden voor nieuw te bouwen objecten toetsings- en bebouwingsafstanden. Momenteel (eind 2010) is echter een nieuwe AMvB voor buisleidingen in voorbereiding (Staatsblad 2010, nr. 686). Deze AMvB sluit aan bij de risiconormering uit het Bevi. Daarbij worden de huidige toetsings- en bebouwingsafstand vervangen door een afstand voor het PR en een afstand voor het invloedsgebied van het GR. Het Ministerie van VROM adviseert met deze nieuwe normstelling rekening te houden. In dit bestemmingsplan is daarom van deze nieuwe normstelling uitgegaan.

Onderzoek

Risicovolle inrichtingen

Binnen het plangebied ligt één risicovolle inrichting, namelijk een tankstation met lpg-installatie aan De Baandert 3. Deze inrichting valt onder het Bevi. Voor een dergelijke installatie gelden verschillende PR 10-6-risicocontouren. De grootste is die rond het vulpunt. Hoewel het tankstation zelf binnen het plangebied is gelegen, ligt het vulpunt volgens de informatie op de provinciale risicokaart buiten het plangebied. De PR 10-6-risicocontour van 110 m reikt tot de grens van het plangebied. Voor het lpg-reservoir dat wel binnen het plangebied ligt, geldt een PR 10-6-risicocontour van 25 m. Binnen deze contour liggen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. Het invloedsgebied voor het GR bedraagt 150 m. Een deel van het plangebied ligt dus binnen dit invloedsgebied. Gezien de aard van de functies en het aantal objecten binnen het invloedsgebied, zal het GR ruim onder de oriënterende waarde zijn gelegen. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk binnen het invloedsgebied en heeft daarmee geen gevolgen voor de hoogte van het GR.

Ten oosten van het plangebied ligt, aan de Communicatieweg 7 een lpg-installatie. Ook voor deze installatie geldt een PR 10-6-risicocontour van 110 m rond het vulpunt en een invloedsgebied voor het GR. Gezien de afstand tot het plangebied (> 150 m) vormt deze lpg-installatie geen belemmeringen voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water

Ten oosten van het plangebied ligt de A9. Uit de bovengenoemde circulaire blijkt dat over deze weg gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Tevens blijkt uit deze circulaire dat de PR 10-6-contour niet buiten de weg ligt. Uit de rapportage behorende bij het Basisnet weg blijkt dat het GR in de huidige situatie kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde is. Aangezien de kortste afstand tussen deze weg en het plangebied ongeveer 700 m is, staat het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

In het zuidoosten grenst het plangebied aan de spoorlijn Alkmaar-Haarlem. Zowel uit de Risicoatlas Spoor als uit de door Prorail opgestelde marktprognose vervoer gevaarlijke stoffen per spoor (Prorail Spoorontwikkeling, 26 september 2007) blijkt dat ter hoogte van het plangebied over het spoor geen gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Binnen het plangebied of in de omgeving van het plangebied worden geen gevaarlijke stoffen over het water vervoerd.

Vervoer van gevaarlijke stoffen door leidingen

Ten noordoosten van het plangebied loopt een aantal hogedruk aardgastransportleidingen. De PR 10-6-risicocontouren liggen niet buiten de leidingen. Afhankelijk van de druk en diameter van deze leidingen gelden verschillende invloedsgebieden voor het GR. Het grootste invloedsgebied bedraagt 490 m. Omdat de kleinste afstand tussen het plangebied en deze leidingen ongeveer 70 m bedraagt, ligt een deel van het plangebied binnen het invloedsgebied voor het GR. Ook één ontwikkelingslocatie, namelijk basisschool de Regenboog, ligt binnen het invloedsgebied. Aangezien het bestemmingsplan slechts op beperkte schaal ruimere bouwmogelijkheden aan deze reeds bestaande basisschool biedt, zal de toename van het GR zeer gering (minder dan 10% zijn). Gezien de aard van het invloedsgebied (overwegend agrarisch met een lage bebouwingsdichtheid) wordt in de huidige situatie ruimschoots aan de oriëntatiewaarde voldaan. Een uitgebreide verantwoording van het GR kan daarom achterwege blijven.

Conclusie

Er wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid de uitvoering van het plan niet in de weg staat.