a. spoorwegen en de daarbij behorende bermen, taluds, spoorwegovergangen en viaducten ten behoeve van overig verkeer;
b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en toegangswegen.
10.2 Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
b. de bouwhoogte van portaalconstructies, bovenleidingen, overwegvoorzieningen, viaducten en masten mag niet meer dan 10 m bedragen gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf;
c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 4 m bedragen.