direct naar inhoud van Regels
Plan: Jachthaven Verduin Akersloot
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0383.TAMGeesterweg14-VS01

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de gebiedsontwikkeling op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Jachthaven Verduin en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22e) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Castricum. Het is met de landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22e van het omgevingsplan van de gemeente Castricum. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22e gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22e gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op deze regels, tenzij in het onderhavige artikel 1 daarvan is afgeweken met onderstaande 'van toepassing verklaring aanvullende begrippen'.

1.1 omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Castricum.

1.2 wijzigingsbesluit

het besluit vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0383.TAMGeesterweg14-VS01.

1.3 aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.4 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publiekstrekkend zijn en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.

1.7 achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen.

1.8 afhankelijke woonruimte

woonruimte welke niet kan worden bewoond door een huishouden, zonder afhankelijkheid van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.

1.9 archeologisch deskundige

professioneel archeoloog die op basis van de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologisch onderzoek uit te voeren en/of Programma's van Eisen op te stellen en te toetsen.

1.10 archeologisch onderzoek

diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie.

1.11 archeologisch rapport

in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden.

1.12 archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten.

1.13 archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten.

1.14 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.15 bed & breakfast

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie voor toeristische doeleinden gericht op een kortdurend verblijf en het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis en is ondergeschikt aan de hoofdbestemming. Er is geen sprake van een bed & breakfast bij de aanwezigheid van een zelfstandige kookgelegenheid en/of de verkoop van alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse en/of overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.

1.16 bestaand
  • a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald;
  • b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime.
1.17 bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.18 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.19 bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.20 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een onderbouw en zolder.

1.21 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22 bouwperceelsgrens

de grens van een bouwperceel.

1.23 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.24 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.25 dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.26 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.27 dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij afnemers rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.

1.28 eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond.

1.29 erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voorzover het omgevingsplan deze inrichting niet verbiedt.

1.30 erker

een kleine grondgebonden uitbouw van een bouwlaag aan de voor- of zijgevel van het hoofdgebouw.

1.31 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.32 gebruik(en)

gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven.

1.33 hoofdgebouw

een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.

1.34 huishouden

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen.

1.35 overkapping

een bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebouw of de standplaats en dat, voor zover gebouwd voor (het verlengde van) de voorgevel van een gebouw, geen tot de constructie zelf behorende wanden heeft en, voor zover gebouwd achter (het verlengde van) de voorgevel van een gebouw, maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren.

1.36 peil
  • a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • c. voor drijvende bouwwerken/woonarken en indien in of op het water wordt gebouwd: het waterpeil ter plaatse.
1.37 sociale huurwoning

een woning waarbij de in de Doelgroepenverordening 2021 van de gemeente Castricum of diens rechtsopvolger gestelde regels voor "sociale huurwoning" van toepassing zijn.

1.38 sociale koopwoning

een woning waarbij de in de Doelgroepenverordening 2021 van de gemeente Castricum of diens rechtsopvolger gestelde regels voor "sociale koopwoning" van toepassing zijn.

1.39 uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.40 voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.

1.41 wonen

het bewonen van een woning, door niet meer dan één huishouden.

1.42 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen

De bepalingen in dit artikel zijn een aanvulling op en gaan bij strijdigheid vóór op de meet- en rekenbepalingen zoals bedoeld in artikel 22.24 van dit omgevingsplan. Er wordt als onderstaand aangegeven gemeten.

2.1 de goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c. q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.2 de lengte, breedte of diepte

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, valbeveiligingen voor dakterrassen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4 de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts ge- projecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.5 ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het in dit artikel bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bouwonderdelen, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen en -hoogten niet meer dan 2 meter bedraagt en voor balkons niet meer dan 3 meter bedraagt.

Hoofdstuk 2 Regels voor instructies van activiteiten

Artikel 3 Groen

3.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Groen'.

3.2 Functieomschrijving

Een als 'Groen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:

  • a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting;
  • b. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen;
  • c. voet- en fietspaden en verhardingen;
  • d. geluidwerende voorzieningen;
  • e. speelvoorzieningen;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. (ondergrondse) afvalcontainers;

met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.3 Bouwactiviteiten

Het is toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen, mits:

  • a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen maximaal 4 meter bedraagt;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 2 meter bedraagt.

Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied

4.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

4.2 Functieomschrijving

Een als 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen locatie heeft de volgende functies:

  • a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende functies;
  • b. parkeervoorzieningen;
  • c. groen- en speelvoorzieningen;
  • d. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen;
  • e. nutsvoorzieningen en oplaadpunten voor elektrische vervoermiddelen;
  • f. (ondergrondse) afvalcontainers.

met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.3 Bouwactiviteiten
4.3.1 Gebouwen

Het is toegestaan om ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - verblijfsgebied – fietsenberging' een fietsenberging ten behoeve van de arken of paalwoningen te bouwen, mits:

  • a. het oppervlak maximaal 50 m² bedraagt;
  • b. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt.
4.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het is toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen, mits:

  • a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen maximaal 4 meter bedraagt;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 2 meter bedraagt.

Artikel 5 Water

5.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Water'.

5.2 Functieomschrijving

Een als 'Water' aangewezen locatie heeft de volgende functies:

  • a. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging, (aanleg)steigers, oeverbeschoeiingen en waterlopen;
  • b. voorzieningen voor de scheepvaart;
  • c. evenementen;
  • d. trappen, hellingen, keermuren, ter overbrugging van niveauverschillen;
  • e. nutsvoorzieningen en oplaadpunten elektrische vervoermiddelen;
  • f. woonarken en paalwoningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – woonarken', mits vooraf advies is gevraagd aan het Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer;
  • g. terrassen voor woonarken en paalwoningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – woonarken' en de 'specifieke bouwaanduiding – terrassen';
  • h. ligplaatsen voor bewoners van het plangebied;
  • i. ligplaatsen voor niet-bewoners van het plangebied, mits voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 11;
  • j. een botenloods, uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding – botenloods';

met bijbehorende bouwwerken, waaronder bruggen, dammen en/of duikers, steigers, paden en groenvoorzieningen.

5.3 Bouwactiviteiten
5.3.1 Arken

Het is toegestaan om arken te plaatsen of paalwoningen te bouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water – woonarken' met dien verstande dat:

  • a. het aantal arken of paalwoningen niet meer bedraagt dan is aangeduid op de verbeelding met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';
  • b. de woonarken of paalwoningen uit maximaal 2 bouwlagen bestaan;
  • c. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4,5 m;
  • d. het percentage van de gezamenlijke aanduidingsvlakken 'specifieke vorm van water – woonarken' dat in beslag wordt genomen door woonarken of paalwoningen, inclusief terras en exclusief steigers, niet meer bedraagt dan 80%;
  • e. omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen mag pas worden verleend indien vooraf advies is gevraagd aan het Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer.
5.3.2 Botenloods

Het is toegestaan om een botenloods ten behoeve van een brandweerboot te bouwen ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding – botenloods' met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4,5 m.

5.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. Het is toegestaan om bouwwerken geen gebouwen zijnde te bouwen, waarbij de maximum bouwhoogte niet meer bedraagt dan voor:
    • 1. bruggen en viaducten, 5 m;
    • 2. lichtmasten, 6 m;
    • 3. vlaggenmasten, 6,5 m;
    • 4. steigers, 2 m;
    • 5. speelvoorzieningen, 5 m;
    • 6. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 4 m.
  • b. Voor erfafscheidingen en hekwerken op terrassen bij woonarken en paalwoningen geldt een maximum bouwhoogte van:
    • 1. 1 m ten opzichte van het terras; en:
    • 2. 1,8 m ten opzichte van het water.

Artikel 6 Wonen

6.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Wonen.

6.2 Functieomschrijving

Een als 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:

  • a. wonen met dien verstande dat:
    • 1. het aantal woningen niet meer bedraagt dan ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven;
    • 2. minimaal 30% van het aantal woningen dat wordt toegevoegd ten opzichte van de bestaande situatie uit sociale koopwoningen en/of sociale huurwoningen conform de doelgroepenverordening bestaat;
  • b. aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten, overeenkomstig artikel 10.1 en 10.2;

met de bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, parkeervoorzieningen, tuinen en erven.

6.3 Bouwactiviteiten
6.3.1 Gebouwen

Het is toegestaan om gebouwen te bouwen, waarbij:

  • a. hoofdgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak zijn toegestaan;
  • b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'gestapeld' zowel grondgebonden als gestapelde woningen zijn toegestaan;
  • c. aanbouwen zowel binnen als buiten het bouwvlak zijn toegestaan met een maximum bouwhoogte van 3,5 meter;
  • d. het aantal woningen niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven;
  • e. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' of 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.
6.3.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Het is toegestaan om bouwwerken geen gebouwen zijnde te bouwen, waarbij de maximum bouwhoogte niet meer bedraagt dan voor:

  • a. erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel, 1 m;
  • b. erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel, 2 m;
  • c. pergola's, 2,5 m;
  • d. vlaggenmasten, 6,5 m;
  • e. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 3 m.

Artikel 7 Leiding - Hoogspanning

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Leiding - Hoogspanning'.

7.2 Functieomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor de bescherming van een ondergrondse hoogspanningsverbinding.

7.3 Beoordelingsregels

Aanvullend op de bouwregels in de andere voor de betreffende gronden aangewezen functies, gelden de volgende bouwregels.

  • f. gebouwen zijn niet toegestaan;
  • g. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 m bedragen;
  • h. van hetgeen genoemd onder sub a en b kan worden afgeweken overeenkomstig de andere toegestane functies, mits advies is verkregen van de leidingbeheerder.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1 Aanwijzing vergunningplichtige werken
  • a. Ter plaatse van de in deze functie bedoelde gronden in Artikel 7 is het niet toegestaan om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • 1. het ontgronden, vergraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
    • 2. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen of parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
    • 3. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
    • 4. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
    • 5. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen.
  • b. Het bepaalde in lid a is niet van toepassing, indien de werkzaamheden:
    • 1. het normale onderhoud en beheer betreffen;
    • 2. betrekking hebben op andere werken die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning.

7.4.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouw-werk zijnde, of van werkzaamheden

De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover er advies is verkregen van de leidingbeheerder.

Artikel 8 Waarde - Archeologie 2

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 2'.

8.2 Functieomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn,  behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van mogelijke archeologische waarden, gegeven de hoge archeologische verwachtingswaarde van de gronden.

8.3 Beoodelingsregels
8.3.1 Verbod
  • a. In afwijking op de bouwregels in de andere voor de betreffende gronden aangewezen functies, geldt dat op en onder de in lid 8.1 genoemde gronden geen bouwwerken zijn toegestaan.
  • b. Het bepaalde in 8.3.1 sub a is niet van toepassing op projecten:
    • 1. met een oppervlakte kleiner dan 500 m²;
    • 2. met een oppervlakte groter dan 500 m² en niet dieper dan 40 cm;
    • 3. die vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreffen, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
8.3.2 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

De omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend indien en voor zover:

  • a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; of
  • b. schade door de bodemingreep kan worden voorkomen of voldoende kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften;
  • c. de werkzaamheden waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd zijn toegestaan op grond van de regels van de andere functies, waarmee deze functie samenvalt.
8.3.3 Voorwaarden

Indien uit het archeologisch onderzoek als bedoeld in artikel 8.3.1 blijkt dat het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, kan leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan het bevoegd gezag in ieder geval voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning, inhoudende een verplichting:

  • a. tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. tot het doen van opgravingen, of;
  • c. de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties.
8.3.4 Advies archeologisch deskundige

Een omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de archeologische deskundige, omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.4.1 Aanwijzing vergunningplichtige werken
  • a. Ter plaatse van de in deze functie bedoelde gronden in artikel 8 is het niet toegestaan om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • 1. het afgraven, woelen, menging, diepploegen, egaliseren en ontginnen en aanleggen van drainage;
    • 2. het ophogen van gronden;
    • 3. het aanleggen, vergraven, verruimen, baggeren of dempen van sloten, vijvers en andere watergangen;
    • 4. het verlagen of verhogen van het grondwaterpeil;
    • 5. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
    • 6. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
  • b. Het bepaalde in lid a is niet van toepassing  is niet van toepassing op:
    • 1. projecten met een oppervlakte kleiner dan 500 m² en niet dieper dan 40 cm;
    • 2. werken en werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen, of
    • 3. werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
    • 4. werken en werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning als bedoeld in sub a;
    • 5. werken en werkzaamheden die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
8.4.2 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein is vastgesteld
8.4.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouw-werk zijnde, of van werkzaamheden

De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:

  • a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; of
  • b. schade door de bodemingreep kan worden voorkomen of voldoende kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften;
  • c. de werkzaamheden waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd zijn toegestaan op grond van de regels van de andere functies, waarmee deze functie samenvalt.

Artikel 9 Waterstaat - Waterkering

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waterstaat - Waterkering'.

9.2 Functieomschrijving

De voor 'Waterstaat – Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals duikers, keerwanden en merktekens.

9.3 Beoodelingsregels

Aanvullend op de bouwregels in de andere voor de betreffende gronden aangewezen functies, gelden de volgende bouwregels.

  • a. gebouwen zijn niet toegestaan;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 m bedragen;
  • c. van hetgeen genoemd onder sub a en b kan worden afgeweken overeenkomstig de andere toegestane functies, mits advies is verkregen van de beheerder van de waterkering.

9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
9.4.1 Aanwijzing vergunningplichtige werken
  • a. Ter plaatse van de in deze functie bedoelde gronden in Artikel 8 is het niet toegestaan om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • 1. het ontgronden, vergraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
    • 2. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen of parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
    • 3. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
    • 4. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
    • 5. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen.
  • b. Het bepaalde in lid a is niet van toepassing, indien de werkzaamheden:
    • 1. het normale onderhoud en beheer betreffen;
    • 2. betrekking hebben op andere werken die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning.
9.4.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover er advies is verkregen van de beheerder van de waterkering.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 10 Algemene gebruiksregels

10.1 Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven

Gebruik van ruimten binnen een woning en in de bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van de gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, tot ten hoogste in totaal 50 m2 mag worden gebruikt voor de aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • b. degenen die activiteiten in de woning uitvoert dient tevens de bewoner van de woning te zijn;
  • c. vergunningplichtige of meldingsplichtige activiteiten ingevolge de Wet milieubeheer zijn, met uitzondering van tandartsenpraktijken, niet toegestaan;
  • d. bedrijven maximaal in de categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan of bedrijven die voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf in de categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • e. er mag geen detailhandel en/of horeca plaatsvinden;
  • f. er mogen geen publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten plaatsvinden.

10.2 Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met alle functies wordt in ieder geval begrepen:

  • a. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen, anders dan voor zover noodzakelijk is voor het normale onderhoud van tuinen en andere onbebouwde terreinen en het onderhoud van watergangen;
  • b. het opslaan of opgeslagen houden van gerede of ongerede goederen, materialen, werktuigen, machines of gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan, anders dan voor zover dit het gevolg is van of direct samenhangt met het gebruik van een bedrijfserf, behorende bij een winkel of bedrijf, in overeenstemming met de desbetreffende bestemming;
  • c. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens;
  • d. het gebruik van bebouwde dan wel onbebouwde gronden als of ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie;
  • e. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning.

Artikel 11 Algemene bouwregels

11.1 Overschrijding maatvoering en bouwgrenzen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:

  • a. de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van bouwhoogten te overschrijden;
  • b. de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen te overschrijden.
11.2 Beoordelingsregels
  • a. de omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 11.1 sub a wordt slechts verleend indien de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van bouwhoogten tot maximaal 10% wordt overschreden en:
    • 1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
    • 2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
  • b. de omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 11.1 sub b wordt slechts verleend indien de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van bouwgrenzen tot maximaal 2,5 meter wordt overschreden en:
    • 1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
    • 2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 12 Overige regels

12.1 Parkeren
12.1.1 Parkeren bouwen
  • a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden;
  • b. Bij een omgevingsvergunning wordt voldaan aan de parkeernormen die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormen 2025 Gemeente Castricum, en indien deze normen gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging bij het bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid;
  • c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a en wordt toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, wanneer voldaan wordt aan artikel 2.3 van de "Nota Parkeernormen 2025 Gemeente Castricum", dan wel diens rechtsopvolger.
12.1.2 Parkeren gebruik
  • a. Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen het wijzigen van het gebruik van gronden voor zover dit leidt tot een hogere parkeernorm dan het bestaande gebruik;
  • b. Van een strijdig gebruik zoals genoemd onder sub a is geen sprake als wordt voldaan aan de parkeernormen die zijn neergelegd in de "Nota Parkeernormen 2025 Gemeente Castricum", en indien deze normen gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging bij het bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid;
  • c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het onder a bepaalde wanneer voldaan wordt aan artikel 2.3 van de "Nota Parkeernormen 2025 Gemeente Castricum", dan wel diens rechtsopvolger.
12.2 Vrijwaringszone - molenbiotoop
12.2.1 Aanduidingsomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de functie van de molen als werktuig en zijn waarde als landschapsbepalend element.

12.2.2 Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ geldt ten aanzien van het bouwen c.q. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, het volgende:

  • a. vanaf een afstand van 130 m vanaf de molen mag de hoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan door de ‘1:30’-regel wordt bepaald, met uitzondering van bebouwing welke krachtens de artikelen 3, 4, 5 en 6 van deze planregels mag worden gebouwd.

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

Artikel 13 Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken en bouwactiviteiten
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%.
  • c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2 Overgangsrecht functies en gebruiksactiviteiten
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het wijzigingsbesluit strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde on- der a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende tijdelijke omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.