direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Dorp
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0376.BHVDorpBlaricum-Va01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 De beheersverordening

Conform de Wet ruimtelijke ordening is de gemeente Blaricum bezig haar bestemmingsplannen te actualiseren. Voor het centrum van Blaricum is het vigerende bestemmingsplan nog niet geactualiseerd. De actualisering van dit bestemmingsplan is momenteel in voorbereiding. Alvorens tot actualisatie over te gaan, is een visie op het centrum opgesteld samen met betrokkenen en belanghebbenden in het plangebied. Voor het plangebied zal de actualisatie niet voor de wettelijk voorgeschreven datum afgerond zijn. Dit betekent dat tussentijds de regeling geactualiseerd moet worden.

Om op de wettelijk voorgeschreven datum alsnog aan de actualiseringsplicht te voldoen, bestaat als alternatief voor een nieuw bestemmingsplan de mogelijkheid een beheersverordening op te stellen. Dit instrument leent zich voor situaties waarbij redelijkerwijs geen ruimtelijke ontwikkelingen voorzien kunnen worden of waarbij onduidelijk is op welke termijn ruimtelijke ontwikkelingen verwacht kunnen worden. Voor die situaties legt een beheersverordening de ruimtelijke mogelijkheden uit het vigerend bestemmingsplan vast en blijven ook alle legale situaties toegestaan die van dat vigerend plan afwijken.

Gelet op de uitgangspunten dat :

  • 1. er geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien binnen de termijn van geldigheid van de verordening;
  • 2. de gemeente kiest voor behoud van de fysieke en functionele structuur van het gebied;
  • 3. de vigerende regelingen afdoende ruimte bieden voor kleinschalige ontwikkelingen op perceelsniveau;

kiest de gemeente Blaricum voor het instrument 'beheersverordening' voor het plangebied Dorp om aan de actualiseringsplicht uit de Wro te voldoen.

1.2 Ligging verordeningsgebied

De begrenzing van het verordeningsgebied is weergegeven in figuur 1.1 en komt grotendeels overeen met het plangebied van het vigerende bestemmingsplan Dorp van 11 mei 2007.

afbeelding "i_NL.IMRO.0376.BHVDorpBlaricum-Va01_0001.jpg"

Figuur 1.1. Ligging verordeningsgebied

Voor diverse projecten binnen het plangebied van het bestemmingsplan Dorp 2007 zijn in de loop der jaren separate bestemmingsplannen gemaakt. Deze bestemmingsplannen (Dorp 2007 1e partiële herziening, Dorp - Meentweg 37, Parkeerplaats Bellevue, Partiële herziening Blaricum Dorp Schapendrift, Wijzigingsplan Raadhuisstraat 6, Villagebieden, Landelijke gebieden en Kom Beschermd Dorpsgezicht) vallen niet onder het verordeningsgebied. Zij maken wel onderdeel uit van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan Dorp 2017.

1.3 Vigerend bestemmingsplan

In het verordeningsgebied is het volgende plan van kracht:

  • Bestemmingsplan Dorp (vastgesteld op 20 september 2007):

Dit plan komt, zoals in de Wet ruimtelijke ordening is bepaald, bij inwerkingtreding van de beheersverordening te vervallen. Momenteel is het nieuwe bestemmingsplan Dorp in voorbereiding, die, na vaststelling, de planologische regeling van het verordeningsgebied overneemt.

De plankaart en voorschriften van het bestemmingsplan 'Dorp' zijn als bijlage bij deze beheersverordening opgenomen en worden via de regels van toepassing verklaard op het gebied. Inhoudelijk blijft het plan dus van toepassing.

Hoofdstuk 2 Beleidsaspecten

2.1 Inleiding

In het kader van deze beheersverordening is getoetst welke beleidsstukken op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau relevant zijn. Gelet op het uitgangspunt voor deze beheersverordening (de voortzetting van de bestaande situatie, inclusief de planologische mogelijkheden) is een uitgebreidere toetsing niet noodzakelijk. De conclusie is dat deze beleidsaspecten de totstandkoming van de beheersverordening niet in de weg staan.

Hoofdstuk 3 Omgevingsaspecten

3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de in en rond het verordeningsgebied voorkomende relevante omgevingsaspecten. Omdat deze beheersverordening enkel de bestaande planologische situatie voortzet, is de onderzoeksopgave van beperkte omvang. Om die reden is de afweging per aspect beknopt weergegeven in een tabel.

3.2 Afweging

Aspect   Toetsingskader   Beoordelingsaspect   Afweging  
Verkeer

 
Ontsluiting en verkeersgeneratie (CROW)   De ontwikkeling mag niet leiden tot een verslechtering van de doorstroming op de ontsluitende wegen.   Omdat uitsluitend de vigerende ruimtelijke mogelijkheden worden overgenomen, leidt de beheersverordening niet tot nieuwe verkeersgeneratie.
Ook de wegenstructuur blijft ongewijzigd. De ontsluiting van het gebied is hiermee gewaarborgd.  
Water

 
Watertoets   Het plan moet voldoen aan een goede waterkwantiteit en -kwaliteit, wateropvang en -afvoer en bescherming tegen het water.   Aangezien er de bestaande situatie niet wijzigt treedt er ook geen verandering op op het gebied van de waterhuishouding.  
Ecologie

 
Natuurbeschermingswet 1998   Is er sprake van significant negatieve effecten?   Aangezien er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, zijn er geen negatieve effecten.  


 
Flora- en faunawet   Is er sprake van aantasting, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfplaatsen?   De beheersverordening gaat uit van de bestaande situatie, er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Overtreding van de Flora- en faunawet treedt dan ook niet op.  
Archeologie

 
Archeologische beleidsadvieskaart   Archeologische waarden en verwachtingswaarden dienen beschermd te worden.   De archeologische waarden zijn beschermd door middel van de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 1 t/m 3. Het bestaande regime en daarmee ook deze beheersverordening kent geen bouwmogelijkheden welke onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden.  
Cultuurhistorie

 
Besluit ruimtelijke ordening   Zijn de aanwezige cultuurhistorische waarden voldoende beschermd tegen nieuwe ontwikkelingen?   De beheersverordening betreft een conserverende regeling. Er is geen specifieke bescherming van cultuurhistorische waarden noodzakelijk, aangezien de beheersverordening geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt die de cultuurhistorische waarden kunnen aantasten.
Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden binnen het verordeningsgebied zijn op grond van de Monumentenwet en de gemeentelijke Monumentenverordening voldoende beschermd.  
Relatie met omliggende (bedrijfs)functies

 
Bedrijven en milieuzonering   Zijn er bedrijfsfuncties in de omgeving aanwezig/mogelijk?   De vigerende mogelijkheden voor bedrijven zijn met dezelfde kaders toegestaan. Bovendien worden geen milieugevoelige functies mogelijk gemaakt.
Zodoende leiden de bedrijven en milieugevoelige functies onderling niet tot functionele beperkingen.  
Bodemkwaliteit

 
Besluit bodemkwaliteit   Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor beoogde functie en beoogde functie mag geen bedreiging vormen voor de bodemkwaliteit   Aangezien de verordening uitgaat van de bestaande situatie, is in beginsel geen bodemonderzoek noodzakelijk. In het geval van sloop- en bouwwerkzaamheden moet voor de bodemkwaliteit in het kader van een omgevingsvergunning als nog een bodemonderzoek worden verricht.  
Luchtkwaliteit

 
Wet luchtkwaliteit   Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden in de Wet luchtkwaliteit?   De verordening maakt geen nieuwe functies mogelijk, waardoor de verkeersaantrekkende werking gelijk blijft. De luchtkwaliteit wordt zodoende niet beïnvloed.  
Wegverkeerslawaai

 
Wet geluidhinder   Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden in de Wet geluidhinder?   De verordening maakt geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk, waardoor akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder achterwege kan blijven.  
Beeldkwaliteit

 
Welstandsnota   Wordt de beeldkwaliteit van het verordeningsgebied voldoende geborgd?   De vigerende regeling, die met deze beheersverordening over wordt genomen, legt de bestaande inrichting gedetailleerd vast. Dit detailniveau biedt voldoende houvast voor het behouden van de beeldkwaliteit.  

Tabel 3.1 Omgevingsaspecten

Hoofdstuk 4 Juridische toelichting

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de keuze voor het instrument beheersverordening uiteengezet en een uitleg gegeven bij de planologische regeling.

4.2 De beheersverordening

4.2.1 Het instrument

De gemeente is gehouden aan de zogenoemde actualiseringsplicht op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Deze actualiseringsplicht betekent dat de gemeente ervoor dient te zorgen dat het hele grondgebied is voorzien van actuele bestemmingsplannen of beheersverordeningen, dat wil zeggen niet langer dan 10 jaar geleden vastgesteld. Voor het bestemmingsplan Dorp 2007 wordt deze termijn niet gehaald.

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt gemeenten de mogelijkheid om in plaats van een bestemmingsplan een beheersverordening voor een gebied vast te stellen. Een beheersverordening vormt, net als het bestemmingsplan, het kader waaraan onder andere bouwaanvragen worden getoetst en op basis waarvan de gemeente handhavend kan optreden op het moment dat in strijd met bepalingen uit de verordening wordt gehandeld (denk aan illegale gebruiksvormen of illegale bebouwing).

De gemeente kiest er daarom voor om voor dit gebied nog geen bestemmingsplan, maar een beheersverordening vast te stellen. Deze beheersverordening heeft tot doel de bestaande situatie te beheren.

Een beheersverordening is een beheerregeling voor het bestaand gebruik voor een gebied met een lage dynamiek waarin geen ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien binnen de horizon van de verordening. Het begrip 'bestaand' kan daarbij zowel 'eng' als 'ruim' worden uitgelegd. Bij bestaand gebruik in enge zin worden alleen de bestaande feitelijk aanwezige functies en bebouwing vastgelegd. Het gaat daarbij om gebruik en bouwen inclusief hetgeen op basis van verleende vergunningen is toegestaan, maar nog niet is gerealiseerd.

Bij bestaand gebruik in ruime zin wordt het vigerende bestemmingsplan als uitgangspunt genomen.

In dit geval is gekozen voor de ruime variant, door de vigerende regeling voor het verordeningsgebied van toepassing te verklaren. Wel geldt dat de wijzigingsbevoegdheid uit het vigerende plan niet in deze beheersverordening is overgenomen. Dit omdat een beheersverordening wettelijk gezien geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk mag maken.

4.2.2 Onderdelen

Anders dan bij het bestemmingsplan bepaalt de Wet ruimtelijke ordening (Wro) niet uit welke elementen een beheersverordening bestaat. Het is wel duidelijk dat de beheersverordening betrekking heeft op een gebied en regels geeft voor het beheer van dat gebied en voor het vastleggen van de bestaande situatie. De beheersverordening heeft een digitale component en sluit aan bij de digitale opzet van de instrumenten van de Wro.

Dat maakt dat een beheersverordening bestaat uit:

  • een object, dat bestaat uit het gebied waarop de verordening betrekking heeft. Dat is op de bijbehorende verbeelding aangegeven als verordeningsgebied, met een of meer objecten binnen het gebied, die op de verbeelding zijn aangeven als besluit(sub)vlak;
  • regels die gekoppeld zijn aan het gebied en/of de objecten en die kunnen gaan over gebruiken, bouwen, aanleggen en slopen, afwijken met een omgevingsvergunning en eventueel overgangsrecht.

4.3 Uitleg van de regeling

4.3.1 Uitgangspunten

De beheersverordening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • beheer van de bestaande legale situatie (gebruik en bouwen);
  • (in principe) het behoud van de planologische ruimte zoals deze in het geldende plan is opgenomen en de in de tussentijd verleende vrijstellingen/afwijkingen.

Zowel het behoud van de bestaande situatie als het behoud van de planologische ruimte vormen de onderlegger voor de beheersverordening. Om de planologische ruimte uit het vigerend plan in deze verordening over te nemen, is de regeling uit het vigerende bestemmingsplan in deze verordening overgenomen.

In de regeling is expliciet bepaald dat indien de bestaande legale situatie afwijkt van hetgeen op de verbeelding en/of in de regels is bepaald, de bestaande legale situatie alsnog is toegestaan.

Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), is een aantal termen, die gebruikt werden in de voorgaande bestemmingsplannen, niet meer actueel. In plaats van een vrijstelling, is er nu sprake van een afwijking. De inhoud en de bedoeling van de regels wijzigen echter niet, er is sprake van een nieuwe naam van de vergunningen. In deze verordening is aangegeven hoe deze term nu moeten worden gelezen.

Tot slot zijn vanwege nieuw archeologisch beleid de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 1 t/m 3 opgenomen. Met deze dubbelbestemmingen wordt geborgd dat er geen bouwwerkzaamheden plaatsvinden zonder omgevingsvergunning die potentiële archeologische waarden kunnen aantasten.

4.3.2 Overige legale situaties

Situaties die rechtsgeldig zijn, maar niet (meer) voldoen aan het bestemmingsplan Dorp, zoals deze in 2007 is vastgesteld (met name omdat vergunningen in afwijking van het plan zijn verleend), blijven eveneens toegestaan. Dit is bepaald in artikel 2 sub d. Het kan daarbij gaan om zowel bouw- als gebruiksmogelijkheden overeenkomstig een eerder doorlopen ruimtelijke procedure.

4.4 Procedureel

De beheersverordening is een gemeentelijke verordening. In tegenstelling tot een bestemmingsplan of omgevingsvergunning, staat tegen de vaststelling van een beheersverordening geen beroep open. De beheersverordening wordt digitaal vastgesteld tegelijk met de verordening op papier. Bij verschil in uitleg is de digitale versie doorslaggevend.

Een beheersverordening kent, net als andere gemeentelijke verordeningen, geen directe rechtsbescherming. Dit is pas aan de orde in het kader van vergunningverlening. Op basis van de beheersverordening kan een omgevingsvergunning voor het bouwen worden afgegeven of geweigerd. Op het moment dat een belanghebbende het niet eens is met deze vergunning of deze weigering kan hij dit besluit aanvechten. Dit kan ertoe leiden dat de bestuursrechter een uitspraak over de verleende of geweigerde omgevingsvergunning moet doen. De rechter kan hierbij kijken naar de gronden waarop de omgevingsvergunning is verleend, waaronder de beheersverordening (indirecte toetsing). Indien de rechter van mening is dat de gemeenteraad voor het onderhavige perceel geen beheersverordening had mogen vaststellen, omdat er op voorhand allerlei ruimtelijke ontwikkelingen te voorzien waren, dan kan de rechter de beheersverordening onverbindend verklaren en in het verlengde hiervan het besluit tot verlenen van de omgevingsvergunning vernietigen, omdat het niet op goede gronden is genomen (exceptie van onwettigheid). In deze situatie blijft de beheersverordening bestaan, maar heeft deze geen rechtskracht.