direct naar inhoud van Regels
Plan: Eerste partiële herziening Kop Weespertrekvaart
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.M1206BPGST-VG02

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

Het bestemmingsplan 'Eerste partiële herziening Kop Weespertrekvaart' van de gemeente Amsterdam, NL.IMRO.0363.M1206BPGST-VG02

1.2 bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0363.M1206BPGST-VG02 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen).

1.3 bestemmingsplan 'Kop Weespertrekvaart'

Het bestemmingsplan 'Kop Weespertrekvaart', vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam bij besluit van 16 juni 2010, onherroepelijk 19 januari 2011, identificatie : NL.IMRO.0363.U0902BPGST-OH01, IMRO-versie: IMRO2008

1.4 aanlegsteiger

Boven het water aangebrachte of op het water drijvende constructie, voor het afmeren van een boot, waarna over de steiger naar de wal kan worden gelopen.

1.5 bedrijfsvaartuig

Vaartuigen, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde zee- of binnenschepen, hoofdzakelijk gebruikt of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep, dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele/toeristische activiteiten.

1.6 hogere waarde

Een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder.

1.7 herzieningskaart

de kaart van de Eerste partiële herziening Kop Weespertrekvaart, met identificatiecode NL.IMRO.0363.M1206BPGST- VG02.

1.8 ligplaats

Een nader aangeduid deel van water waar een pleziervaartuig met ligplaatsvergunning binnen de daarvoor geldende voorwaarden ligt, dan wel een ligplaatsvergunning kan krijgen.

1.9 ligplaatsvergunning

Vergunning op grond van de Verordening op het Binnenwater 2010, dan wel een daarop volgende regeling van het gemeentebestuur voor het met een pleziervaartuig, woonboot, bedrijfsvaartuig etc. innemen van een ligplaats.

1.10 meerpaal

In het water geplaatste palen, bestemd om schepen te meren.

1.11 pleziervaartuig

Een schip, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie.

1.12 steiger

Boven het water aangebrachte of op het water drijvende constructie, waarover gelopen kan worden, niet zijnde een aanlegsteiger.

1.13 tuinmuur

Een gemetseld, gelijmd of gestapeld bouwwerk geen gebouw zijnde, daaronder niet te verstaan schanskorven, dat door zijn situering aan de randen van het bestemmingsvlak is bedoeld om het bouwperceel af te schermen.

1.14 woonboot

Een vaartuig daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf. Hieronder worden begrepen:

  • a. woonark;
  • b. woonschip;
  • c. woonvaartuig.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.2 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen - 1

Artikel 3 van het bestemmingsplan 'Kop Weespertrekvaart':

aan lid 3.1 Bestemmingsomschrijving, wordt toegevoegd:

e. een insteekhaven met ligplaatsen voor pleziervaartuigen met bijbehorende meerpalen, loopplanken en steigers en andere voorzieningen ten behoeve van de insteekhaven.

aan lid 3.2 Bouwregels, wijzigt als volgt:

Op en onder de in lid 3.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met in achtneming van de volgende regels:

  • a. op en onder deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. de maximale bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 6 meter bedragen;
  • c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • d. de bebouwingsoppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag totaal maximaal 10 m2 bedragen.

Voor het bouwen van steigers gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer dan 1 meter bedragen;
  • b. de breedte mag niet meer dan 2,5 meter bedragen;
  • c. het bebouwingsoppervlak van één steiger mag niet meer dan 100 m2 bedragen;

aan lid 3.3 Specifieke gebruiksregels, wordt toegevoegd en als volgt gewijzigd:

Voor de in lid 3.1. genoemde gronden gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. de totale oppervlakte van water mag binnen de bestemmingen Wonen - 2 en Groen - 1 gezamenlijk niet minder bedragen dan 1.380 m2;
  • b. binnen het bestemmingsvlak mag het aantal als bedoeld in lid 3.1 onder e niet meer dan 20 bedragen;
  • c. de ligplaatsen mogen uitsluitend gebruikt worden door bewoners van de aangrenzende bestemmingsvlakken;
  • d. er mogen niet meer dan 2 steigers worden gebouwd;
  • e. uitsluitend ter plaatse van de toegang tot de steiger(s) mag een hekwerk worden gebouwd;
  • f. In aanvulling op het algemene gebruiksverbod in artikel 7.10 van de wet het in ieder geval verboden is de gronden en bouwwerken te gebruiken of laten gebruiken ten dienste voor:
    • 1. parkeren;
    • 2. ligplaatsen voor woonboten of bedrijfsvaartuigen.

Artikel 4 Verkeer - 3

Artikel 7 van het bestemmingsplan 'Kop Weespertrekvaart'

De verbeelding wordt gewijzigd in die zin dat een extra aanduiding "brug" wordt toegevoegd.

Artikel 5 Wonen - 2

Artikel 11 van het bestemmingsplan 'Kop Weespertrekvaart'

lid 11.2 onder a, ten derde wijzigt als volgt

maximaal aantal bouwlagen: zoals op de plankaart is aangegeven, waarbij een maximale bouwhoogte van 14 meter geldt;

lid 11.2, onder b wijzigt als volgt

voor gebouwde parkeervoorzieningen gelden de volgende bepalingen:

  • 1. vervalt
  • 2. verdiepte parkeervoorzieningen mogen maximaal 0,50 meter boven peil worden gebouwd;
  • 3. halfverdiepte parkeervoorzieningen of parkeervoorzieningen op maaiveld mogen uitsluitend worden gebouwd mits de afstand vanaf de voorgevel gemeten groter is dan 5 meter
  • 4. vervalt

aan lid 11.2 wordt toegevoegd:

c. voor bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • 1. uitsluitend in de bestemmingsgrens mogen tuinmuren worden gebouwd;
  • 2. maximum bouwhoogte tuinmuur: 2,5 meter.

lid 11.4 wordt als volgt gewijzigd:

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van:

a. het bepaalde in lid 11.2 onder c ten tweede, om binnen een afstand van 2 meter gemeten vanaf de gevel van het woning is een bouwhoogte van maximaal 5 meter toe te staan.

lid 11.5 onder b wijzigt als volgt

het aantal parkeerplaatsen bedraagt tenminste één en mag maximaal twee parkeerplaatsen per kavel bedragen;

het totaal aantal parkeerplaatsen mag maximaal 46 bedragen

het bepaalde in lid 11.5 onder e, ten tweede vervalt

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Algemene afwijkingsregels

Artikel 18 onder d van het bestemmingsplan 'Kop Weespertrekvaart' wijzigt als volgt:

geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijke en/of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, wegen en anderszins, of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering en hoogte niet meer bedraagt dan 3 meter.

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 8 Overgangsrecht

8.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
  • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10% zijn.
  • c. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
8.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

Artikel 9 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Eerste partiële herziening Kop Weespertrekvaart.

De volledige naam is de aanhaaltitel.