direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.K2412OPGST-VG01

Regels

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Algemeen

1.1 Begripsbepalingen
  • 1. In aanvulling op artikel 1.1 van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam gelden voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan de volgende begripsbepalingen:

a. additionele horeca

Al dan niet zelfstandig geëxploiteerde horeca-activiteit, die ondergeschikt en ondersteunend is aan een andere hoofdactiviteit dan een horecazaak, en die geen zelfstandige bezoekersstromen trekt.

b. besluitgebied van dit TAM-omgevingsplan

Het gebied waarvan de geometrisch bepaalde begrenzing is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0363.K2412OPGST-VG01, zoals vastgelegd op https://ruimtelijkeplannen.nl

c. exploitatievergunning

Vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf, als bedoeld artikel 3.8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008.

d. fastfoodhoreca

Een horecazaak gericht op:

  • 1. het bedrijfsmatig verstrekken van vooral eenvoudige en snel bereide etenswaren, voor directe consumptie in de horecazaak, en die zich kenmerkt door:
    • a. snelle service, vaak aan de toonbank, zelfbediening is gebruikelijk, net als gebruik van wegwerpservies en wegwerkbestek, of helemaal geen servies en bestek;
    • b. veel in- en uitgaande beweging, minder nadruk op langdurig zitten; of
  • 2. het bedrijfsmatig verstrekken van vooral eenvoudige en snel bereide etenswaren en dranken voor consumptie in de directe omgeving van de horecazaak.

e. hoofdregeling

Set met regels in het "Omgevingsplan gemeente Amsterdam" zoals in werking is getreden op 31 oktober 2024, danwel daarna in werking getreden wijzigingen, welke is in te zien via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR696291.

f. horeca-activiteit

Een activiteit waarbij bedrijfsmatig voor directe consumptie ter plaatse dranken worden geschonken of etenswaren worden bereid of verstrekt, met uitzondering van het bedrijfsmatig voor directe consumptie ter plaatse verstrekken van dranken of bereiden en verstrekken van etenswaren aan diegenen die in een hotel of bed & breakfast overnachten.

g. horecaterras

Buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecazaak dat als zodanig herkenbaar is als een gelegenheid waar bedrijfsmatig dranken worden geschonken of etenswaren en/of waterpijpen worden verstrekt voor directe consumptie op het horecaterras.

h. horecazaak

Bedrijf, in hoofdzaak gericht op het uitoefenen van een horeca-activiteit.

i. lichte horeca

Een horecazaak, niet zijnde fastfoodhoreca, gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide etenswaren en/of niet-alcoholhoudende dranken voor directe consumptie in de horecazaak.

j. omgevingsplanactiviteit horecaterras

Activiteit waarbij op een horecaterras bedrijfsmatig voor directe consumptie ter plaatse dranken worden geschonken of etenswaren worden verstrekt, of waterpijpen worden aangeboden.

k. reguliere horeca

Een horecazaak gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide etenswaren en/of al dan niet alcoholhoudende dranken voor directe consumptie in de horecazaak.

l. TAM-omgevingsplan

De onderhavige wijziging van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam die volgens de technische standaarden van IMRO tot stand komt en als naam: TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 heeft.

1.2 Positie binnen het Omgevingsplan gemeente Amsterdam, toepassingsbereik
  • 1. Dit TAM-omgevingsplan is onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam.
  • 2. De regels van dit TAM-omgevingsplan gelden binnen het besluitgebied van dit TAM-omgevingsplan.

Hoofdstuk 2 Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken, regels over gebruik

Artikel 2 Algemene regels

2.1 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk heeft betrekking op het gebruiksdoel van gronden en bouwwerken en het gebruik van gronden en bouwwerken.

2.2 Meet- en rekenbepalingen

In aanvulling op artikel 2.2, tweede lid, van de Hoofdregeling wordt bij de berekening van de bruto-vloeroppervlakte de oppervlakte van parkeergarages en fietsstallingen niet meegerekend.

2.3 Algemene regels over omvang en situering van gebruiksdoelen
  • 1. De minimum bruto-vloeroppervlakte voor de gebruiksdoelen ‘maatschappelijke dienstverlening’, ‘consumentgerichte dienstverlening’ en ‘horeca’ bedraagt gezamenlijk 500 m2.
  • 2. De maximum bruto-vloeroppervlakte voor de gebruiksdoelen ‘maatschappelijke dienstverlening’, ‘consumentgerichte dienstverlening’, ´horeca’ en ´sportvoorziening´ bedraagt gezamenlijk 1.500 m2.

Artikel 3 Wonen

3.1 Toepassingsbereik
  • 1. Artikel 3 is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen'.
  • 2. Artikel 3 geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen'.
3.2 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen', toegestaan gebruik
  • 1. De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen' hebben als gebruiksdoel wonen, en mogen worden gebruikt ten behoeve van wonen.
  • 2. Een ander gebruik van woonruimte dan voor wonen is uitsluitend toegestaan voor zover dit in deze paragraaf is aangegeven en met inachtneming van de daarvoor geldende regels.
3.3 Omvang en situering
  • 1. De maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van wonen mag worden gebruikt, is 15.000 m2.
  • 2. Wonen is toegestaan vanaf de tweede bouwlaag.
  • 3. In afwijking van het tweede lid zijn bergingen ten behoeve van wonen toegestaan vanaf de eerste bouwlaag en in een ondergrondse bouwlaag.
3.4 Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis
  • 1. Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan, maar uitsluitend voor zover:
    • a. het gebruik van de woonruimte en het erf ten behoeve van bewoning overheersend blijft; en
    • b. het beroep of bedrijf aan huis door de bewoner zelf wordt uitgeoefend.
  • 2. Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis dat gepaard gaat met geluidhinder of geurhinder is niet toegestaan.
  • 3. Het uitoefenen van bedrijfsmatige seksuele dienstverlening is niet toegestaan.
  • 4. Op degene die een beroep of bedrijf aan huis uitoefent berust de bijzondere zorgplicht datgene in het werk te stellen wat redelijkerwijze kan worden verlangd om hinder op de woonomgeving als gevolg van de uitoefening van het beroep of bedrijf aan huis te voorkomen.
  • 5. Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis om onaanvaardbare hinder voor het woon-en leefklimaat tegen te gaan.
3.5 Short stay

Het gebruik van woonruimte voor short stay is niet toegestaan.

3.6 Het gebruik van woonruimte of bijbehorende opstallen voor Bed and Breakfast
  • 1. Het is verboden woonruimte te gebruiken voor Bed and Breakfast, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde vergunning is verleend, en uitsluitend voor de duur van die vergunning.
  • 2. Het is verboden bij woonruimte behorende bijgebouwen te gebruiken voor Bed and Breakfast.
3.7 Kamerverhuur

Woonruimte is uitsluitend toegestaan in de vorm van zelfstandige woonruimte, tenzij:

  • a. de woonruimte is gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor zover die vergunning voorziet in het realiseren van onzelfstandige woonruimten;
  • b. de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde omzettingsvergunning is verleend; of
  • c. het een omzetting naar een onzelfstandige woning betreft die in de Huisvestingsverordening is vrijgesteld van vergunningplicht als bedoeld in artikel 21 lid 1 onder c van de Huisvestingwet.
3.8 Woningvorming

Het is verboden een woonruimte te verbouwen tot twee of meer woonruimten, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde woningvormingsvergunning is verleend.

Artikel 4 Maatschappelijke dienstverlening

4.1 Toepassingsbereik
  • 1. Artikel 4 is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening'.
  • 2. Artikel 4 geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening'.
4.2 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding ´gebruiksdoel: maatschappeliijke dienstverlening', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' hebben als gebruiksdoel maatschappelijke dienstverlening, en mogen worden gebruikt ten behoeve van het bieden van maatschappelijke dienstverlening.

4.3 Omvang en situering

Maatschappelijke dienstverlening is uitsluitend toegestaan in de eerste bouwlaag.

4.4 Kinderopvang

Een kinderopvang is niet toegestaan.

4.5 Onderwijs

Het bieden van onderwijs in niet toegestaan.

4.6 Ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare instellingen

Het bieden van medische zorgverlening in een ziekenhuis of universitair medisch centrum is niet toegestaan.

4.7 Verpleeghuizen en verzorgingshuizen

Een verpleeghuis of verzorgingshuis is niet toegestaan.

4.8 Overige instellingen met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied

Voor overige instellingen met een gezondheidszorgfunctie geldt dat die, voor zover het gaat om een gezondheidszorgfunctie met bedgebied, niet zijn toegestaan.

4.9 Kinderboerderijen

Een kinderboerderij is niet toegestaan.

4.10 Begraafplaatsen

Een begraafplaats is niet toegestaan.

4.11 Crematoria

Een crematorium is niet toegestaan.

4.12 Dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking

Een dagverblijf voor personen met een lichamelijke of geestelijke beperking is niet toegestaan.

4.13 Overige vormen van maatschappelijke dienstverlening die uitsluitend op specifiek aangegeven locaties zijn toegestaan
  • 1. Een afkickkliniek, drugsopvang en daarmee vergelijkbare voorzieningen zijn niet toegestaan.
  • 2. Een jeugdzorginstelling is niet toegestaan.
  • 3. Een dak- en thuislozenopvang is niet toegestaan.
  • 4. Een asielzoekerscentrum is niet toegestaan.
  • 5. Een celfunctie is niet toegestaan.

Artikel 5 Consumentgerichte dienstverlening

5.1 Toepassingsbereik
  • 1. Artikel 5 is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening'.
  • 2. Artikel 5 geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening'.
5.2 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding ´gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening' hebben als gebruiksdoel consumentgerichte dienstverlening en mogen worden gebruikt voor consumentgerichte dienstverlening.

5.3 Omvang en situering
  • 1. De maximum bruto-vloeroppervlakte per vestiging die ten behoeve van consumentgerichte dienstverlening mag worden gebruik, is 250 m2.
  • 2. Consumentgerichte dienstverlening is uitsluitend toegestaan in de eerste bouwlaag.
5.4 Beperkende regel over waar geldwisselkantoren zijn toegestaan

Een geldwisselkantoor is niet toegestaan.

5.5 Beperkende regel over waar telefoneerinrichtingen en belhuizen zijn toegestaan

Een telefoneerinrichting of belhuis is niet toegestaan.

5.6 Beperkende regel over waar internetcafés zijn toegestaan

Een internetcafé is niet toegestaan.

Artikel 6 Sportvoorziening

6.1 Toepassingsbereik
  • 1. Artikel 6 is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening'.
  • 2. Artikel 6 geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening.’
6.2 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding ´gebruiksdoel: sportvoorziening', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening' hebben als gebruiksdoel sportvoorziening en mogen worden gebruikt voor sportvoorziening.

6.3 Omvang en situering
  • 1. De maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van sportvoorziening mag worden gebruikt, is 350 m2.
  • 2. Sportvoorziening is uitsluitend toegestaan in de tweede bouwlaag.
6.4 Beperkende regel over waar maneges zijn toegestaan

Een manege is niet toegestaan.

6.5 Beperkende regel over waar kunstijsbanen zijn toegestaan

Een kunstijsbaan is niet toegestaan.

6.6 Beperkende regel over waar sportscholen en fitnesscentra zijn toegestaan

Sportscholen en fitnesscentra zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'sportschool toegestaan'.

6.7 Beperkende regel over waar zwembaden zijn toegestaan

Niet-overdekte zwembaden zijn niet toegestaan.

6.8 Locaties bedoeld voor watersport-gerelateerde faciliteiten

Er zijn geen watersport-gerelateerde faciliteiten toegestaan.

Artikel 7 Groen

7.1 Toepassingsbereik
  • 1. Artikel 7 is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen'.
  • 2. Artikel 7 geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen'.
7.2 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding ´gebruiksdoel: groen', toegestaan gebruik
  • 1. De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen' hebben als gebruiksdoel het realiseren, in stand houden en gebruiken van groenvoorzieningen in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen en open speelplekken, met de daarbij behorende waterpartijen.
  • 2. Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen' mede bedoeld voor het realiseren van de volgende voorzieningen, bouwwerken en andere werken:
    • a. voet- en fietspaden, speelplekken en speelvoorzieningen, straatmeubilair, objecten van beeldende kunst, en overige naar aard en omvang ondergeschikte bouwwerken en verhardingen;
    • b. vijvers, sloten, waterlopen, waterwegen en overige waterpartijen met bijbehorende beschoeiingen, (aanleg)steigers, bruggen en daarmee vergelijkbare naar aard en omvang ondergeschikte werken en bouwwerken die zich verdragen met het in het tweede lid, gestelde doel;
    • c. nutsvoorzieningen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen;
  • 3. Bij het realiseren van de in het tweede lid bedoelde voorzieningen, bouwwerken en andere werken worden de bepalingen zoals elders in dit omgevingsplan gesteld, voor zover die op de desbetreffende activiteiten van toepassing zijn, in acht genomen.
  • 4. Gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen' mogen worden gebruikt op een wijze die gelet op de inrichting passend is.
7.3 Omvang en situering

De minimum oppervlakte van groen ter plaatse van het ´gebruiksdoel: groen' is 100 m2.

Artikel 8 Horeca

8.1 Toepassingsbereik
  • 1. Artikel 8 is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: reguliere horeca kavel 4'.
  • 2. Artikel 8 geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: reguliere horeca kavel 4'.
8.2 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding ´gebruiksdoel: reguliere horeca kavel 4', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: reguliere horeca kavel 4' hebben als gebruiksdoel reguliere horeca, en mogen worden gebruikt voor het exploiteren van reguliere horeca en lichte horeca.

8.3 Omvang en situering
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding ‘reguliere horeca kavel 4’ is de maximum bruto-vloeroppervlakte per vestiging die ten behoeve van reguliere en lichte horeca mag worden gebruikt 350 m2.
  • 2. Reguliere en lichte horeca is uitsluitend toegestaan in de eerste bouwlaag.
8.4 Activiteiten die in elk geval zijn toegestaan

Bij het exploiteren van een horecazaak ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: reguliere horeca kavel 4' zijn de volgende activiteiten in elk geval toegestaan:

  • a. het bereiden van etenswaren en/of dranken binnen in de horecazaak;
  • b. het verstrekken van etenswaren en/of dranken voor consumptie in de horecazaak en op het bijbehorende horecaterras;
  • c. het verstrekken van etenswaren en dranken voor directe consumptie elders dan in de horecazaak, op het bijbehorende horecaterras of in de publieke buitenruimte;
  • d. het verstrekken van dranken voor directe consumptie buiten de horecazaak en het bijbehorende horecaterras;
  • e. het verstrekken van kleine etenswaren voor directe consumptie in de publieke buitenruimte, voor zover het gaat om etenswaren die ter plaatse geen voorbereidingshandelingen, zoals gaar maken, samenstellen en beleggen, nodig hebben.
8.5 Activiteiten die in elk geval niet zijn toegestaan

Bij het exploiteren van een horecazaak ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: reguliere horeca kavel 4' zijn de volgende activiteiten in elk geval niet toegestaan:

  • a. het verstrekken van etenswaren, anders dan bedoeld in artikel 8.4, onder e, voor directe consumptie buiten de horecazaak en het bijbehorende horecaterras;
  • b. het ten gehore brengen van muziek met een geluidsniveau hoger dan 77 dB(A);
  • c. het aanbieden van een dansvloer;
  • d. het aanbieden van waterpijpen voor gebruik in de horecazaak.
8.6 Het exploiteren van fastfoodhoreca

Het exploiteren van fastfoodhoreca is niet toegestaan.

8.7 Het verstrekken van niet-verwarmde etenswaren voor consumptie in de directe omgeving van de horecazaak

In afwijking van artikel 8.5 is het verstrekken van niet-verwarmde etenswaren, zoals belegde broodjes, voor consumptie in de directe omgeving van de horecazaak toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - verstrekken van niet-verwarmde etenswaren binnen horeca toegestaan' toegestaan.

Hoofdstuk 3 Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken

Artikel 9 Parkeernormering voor auto´s

9.1 Van toepassing zijnde parkeernormen
  • 1. Voor de toepassing van artikel 9 zijn de geldende parkeernormen over het aantal parkeerplaatsen voor auto’s dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken feitelijk op eigen terrein beschikbaar is en moet blijven ten behoeve van dat gebruik de normen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Auto 2017 zoals deze op 29 november 2017 gewijzigd is vastgesteld en te vinden is in bijlage 1.
  • 2. In afwijking van het eerste lid zijn voor de gebruiksdoelen ‘maatschappelijke dienstverlening’, ‘consumentgerichte dienstverlening’, ‘sportvoorziening’ en ‘horeca’ geen parkeerplaatsen voor auto’s beschikbaar.
  • 3. In afwijking van het eerste lid mogen maximaal 31 parkeerplaatsen beschikbaar zijn en gelijktijdig met het gebruik van de parkeerplaatsen ten behoeve van het gebruiksdoel wonen worden gebruikt ten behoeve van het gebruiksdoel kantoor van het bouwwerk aan de Antonio Vivaldistraat 50-66.
  • 4. In afwijking van het eerste lid hoeven voor bezoekers van woningen geen parkeerplaatsen beschikbaar te zijn.

Artikel 10 Parkeernormering voor fietsenstalling

10.1 Van toepassing zijnde fietsparkeernormen

Voor de toepassing van artikel 10 zijn de geldende parkeernormen over het aantal parkeerplaatsen voor fietsen dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken feitelijk op eigen terrein beschikbaar is en moet blijven ten behoeve van dat gebruik de normen zoals opgenomen in de Nota Fietsparkeernormen 2018 zoals deze op 19 maart 2018 is vastgesteld en te vinden is in bijlage 2.

Artikel 11 Horeca-activiteiten en openingstijden

11.1 Activiteiten op het gebied van horeca
  • 1. Dit artikel is van toepassing op:
    • a. Het uitoefenen van additionele horeca;
    • b. het uitoefenen van een omgevingsplanactiviteit horecaterras; en
    • c. openingstijden bij het exploiteren van een horecazaak.
11.2 Begripsbepaling

In deze paragraaf wordt onder bezoekers verstaan degenen die niet zijn:

  • a. de leden van het gezin of de huishouding van de exploitant alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
  • b. de personen van wie de aanwezigheid in het bedrijf wegens dringende reden noodzakelijk is.
11.3 Specifieke zorgplicht

Degene die een horeca-activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het woon- en leefklimaat, is verplicht:

  • a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
  • b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken;
  • c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
11.4 Maatwerkvoorschrift

Indien de uitoefening van een horeca-activiteit in ernstige mate afbreuk doet aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld om de nadelige gevolgen te beperken.

11.5 Additionele horeca bij een andere hoofdactiviteit
  • 1. Dit artikel is van toepassing op het uitoefenen van additionele horeca.
  • 2. Onder hoofdactiviteit wordt verstaan: het bedrijf, de instelling, de vereniging of andere functie waarbinnen additionele horeca plaatsvindt.
  • 3. Binnen de uitoefening van een ander gebruik is additionele horeca uitsluitend toegestaan met inachtneming van de volgende regels:
    • a. additionele horeca mag plaatsvinden vanaf een uur voordat de hoofdactiviteit begint tot een uur nadat de hoofdactiviteit is geëindigd, maar met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen met een maatwerkvoorschrift beperkingen worden gesteld aan de openingstijden;
    • b. toegestaan is het bereiden en verstrekken van etenswaren, alcoholhoudende en niet-alcohol- houdende dranken voor directe consumptie ter plaatse;
    • c. niet toegestaan zijn:
  • 4. het verstrekken van etenswaren voor directe consumptie in de directe omgeving van waar de hoofdactiviteit plaatsvindt;
  • 5. het verstrekken van alcoholische of niet-alcoholische dranken voor directe consumptie in de directe omgeving van waar de hoofdactiviteit plaatsvindt;
  • 6. het ten gehore brengen van muziek met een geluidsniveau hoger dan 77 dB(A);
  • 7. het aanbieden van een dansvloer;
  • 8. het aanbieden van waterpijpen voor gebruik ter plaatse; en
  • 9. activiteiten die zijn gericht op het aantrekken van zelfstandige bezoekersstromen, zoals het maken van reclame voor de additionele horeca-activiteit;
  • 10. de additionele horeca is alleen te bereiken door een bezoek aan de hoofdactiviteit;
  • 11. bij afzonderlijke horecagedeelten, die niet met de hoofdfunctie zijn verweven, omvat de additionele horeca maximaal 20% van de publiektoegankelijke ruimte, waarbij toiletten, keuken en opslagruimten niet tot het horecagedeelte worden gerekend; en
  • 12. terrassen en gevelbanken zijn niet toegestaan.
11.6 Toepassingsbereik

De artikelen 11.6 tot en met 11.14 zijn van toepassing op horecaterrassen en de uitoefening van een omgevingsplanactiviteit horecaterras.

11.7 Locatiebepaling en omvang horecaterras
  • 1. Een horecaterras is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca - terras toegestaan vergunningplicht’.
  • 2. Een of meerdere horecaterrassen hebben gezamenlijk een oppervlakte van maximaal 175 m2.
11.8 Activiteiten die op een horecaterras zijn toegestaan
  • 1. Voor zover verband houdend met de exploitatie van een horecazaak mogen op een horecaterras uitsluitend bedrijfsmatig dranken worden geschonken of etenswaren en/of waterpijpen worden verstrekt voor directe consumptie op het horecaterras. Andere activiteiten die verband houden met de exploitatie van de horecazaak waar het horecaterras bij hoort, zijn niet toegestaan.
  • 2. Het verstrekken van waterpijpen voor directe consumptie op het horecaterras is uitsluitend toegestaan voor zover dit bij vergunningvoorschrift is bepaald.
  • 3. Maximaal twee keer per jaar zijn andere dan de in het eerste lid bedoelde activiteiten toegestaan die verband houden met de exploitatie van de horecazaak waar het horecaterras bij hoort, onder de volgende voorwaarden:
    • a. de activiteiten vinden plaats tussen 09:00 en 22:00 uur;
    • b. alleen tijdelijke objecten zijn toegestaan;
    • c. live-muziek is toegestaan, maar geluidsversterkers zijn niet toegestaan.
11.9 Objecten die op een horecaterras zijn toegestaan
  • 1. Objecten die het normaal gebruik van het horecaterras, bedoeld in artikel 11.8, mogelijk maken zijn toegestaan.
  • 2. Terrasverwarming in de vorm van losstaande elementen of verwerkt in een parasol of ander op het horecaterras staand object is niet toegestaan.
  • 3. Alle objecten op een horecaterras moeten verwijderd kunnen worden als dat nodig is voor het gebruik of beheer van de openbare ruimte.
  • 4. Met een maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag bepalen dat verwijdering van het terras noodzakelijk is in verband met werkzaamheden in de openbare ruimte. In dat geval zorgt de exploitant of de leidinggevende onmiddellijk of binnen de daartoe gestelde termijn voor verwijdering.
11.10 Openingstijden horecaterras
  • 1. Het is verboden een horecaterras voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers op een horecaterras toe te laten op een ander tijdstip dan waarop de horecazaak waar het horecaterras bij behoort geopend mag zijn, maar tot maximaal:
    • a. op zondag tot en met donderdag tot 01.00 uur;
    • b. op vrijdag en zaterdag tot 02.00 uur.
  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt van 1 november tot 1 maart een maximum sluitingstijd van 24.00 uur.
  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor een horecaterras bij lichte horeca een maximum sluitingstijd van 22.00 uur.
  • 4. In een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras kan een vroeger tijdstip als maximale sluitingstijd zijn bepaald. In afwijking van het eerste en tweede lid is in dat geval dat de maximale sluitingstijd.
11.11 Vergunningplicht omgevingsplanactiviteit horecaterras
  • 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit horecaterras te verrichten.
  • 2. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras is verbonden aan de horecazaak waarbij het horecaterras behoort.
11.12 Beoordelingsregels
  • 1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras wordt alleen verleend als de aanvraag betrekking heeft op een locatie waar op grond van artikel 11.7 een terras is toegestaan.
  • 2. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras wordt alleen verleend als de activiteit niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van:
    • a. de gebruiksmogelijkheden van de gronden zelf en van de aangrenzende gronden en bouwwerken; en
    • b. het woon- en leefklimaat.
  • 3. Bij de in het tweede lid bedoelde beoordeling houdt het bevoegd gezag in elk geval rekening met de volgende aspecten:
    • a. de mate waarin het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare ruimte dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare ruimte of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
    • b. de mate waarin het beoogde gebruik een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare ruimte;
    • c. de mate waarin het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan;
    • d. de mate van geluidsoverlast die naar verwachting op de omgeving zal ontstaan en de mogelijkheden om onaanvaardbare geluidoverlast te voorkomen.
  • 4. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras wordt ook geweigerd als de activiteit niet is te verenigen met een voorgenomen herontwikkeling van het gebied of herinrichting van de publieke buitenruimte van het gebied waar het beoogde terras binnen valt.
  • 5. Indien de aanvraag betrekking heeft op de wijziging van een bestaand horecaterras, wordt de aanvaardbaarheid van het gehele horecaterras beoordeeld.
  • 6. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras wordt geweigerd als de aanvraag betrekking heeft op een locatie op of aan een weg, bedoeld in artikel 3.18 van de Algemene Plaatselijke Verordening.
11.13 Vergunningvoorschriften
  • 1. Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras worden de voorschriften verbonden die nodig zijn met het oog op het voorkomen van een onaanvaardbare aantasting van:
    • a. de gebruiksmogelijkheden van de gronden zelf en van de aangrenzende gronden en bouwwerken; en
    • b. het woon- en leefklimaat.
  • 2. Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras worden in elk geval voorschriften verbonden over:
    • a. positionering en maatvoering van het terras;
    • b. openingstijden van het terras, met inachtneming van de in artikel 11.10 bedoelde maxima, die niet mogen worden overschreden, maar die met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, rekening houdend met het karakter van de omgeving, kunnen worden beperkt;
    • c. het aantal zitplaatsen dat maximaal op het terras aanwezig mag zijn;
    • d. terrasschotten en parasols.
  • 3. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een horecazaak waarbij het aanbieden en gebruiken van een waterpijp is toegestaan, wordt met een voorschrift bepaald of het aanbieden en gebruiken van een waterpijp op het horecaterras is toegestaan.
11.14 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. gegevens over de locatie, aard en omvang van de horecazaak, waarvan het horecaterras onderdeel moet gaan uitmaken;
  • b. tekeningen op schaal van de locatie van het beoogde horecaterras en van de omvang en inrichting ervan;
  • c. inzicht in het aantal zitplaatsen op het beoogde horecaterras;
  • d. inzicht in de aard en omvang van objecten die op het beoogde terras geplaatst zullen worden;
  • e. een onderzoek naar de mate van stemgeluid vanwege het horecaterras op omliggende woningen en inzicht in maatregelen die genomen kunnen worden om overlast vanwege stemgeluid zo veel mogelijk te voorkomen, voor zover dat naar het oordeel van het college nodig is;
  • f. de beoogde openingstijden van het horecaterras.
11.15 Toepassingsbereik
  • 1. De artikelen 11.15 tot en met 11.20 zijn van toepassing op de openingstijden van een horecazaak, tenzij sprake is van additionele horeca, bedoeld in artikel 11.5. In dat geval zijn de daarin opgenomen openingstijden van toepassing.
  • 2. De artikelen 11.15 tot en met 11.20 hebben geen betrekking op de openingstijden van een horecaterras. Daarop zijn de in artikel 11.6 tot en met 11.14 opgenomen regels over openingstijden van toepassing.
11.16 Openingstijden horecazaak
  • 1. Voor een horecazaak ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: reguliere horeca kavel 4' geldt dat het verboden is voor bezoekers geopend te zijn of bezoekers toe te laten op een ander tijdstip dan:
    • a. op zondag tot en met donderdag van 07.00 tot 01.00 uur de dag erna; en
    • b. op vrijdag en zaterdag van 07.00 tot 02.00 uur de dag erna;
  • 2. Voor zover ter plaatse van een locatie bedoeld in het derde lid, sprake is van lichte horeca, kan, als dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat, met een maatwerkvoorschrift worden bepaald dat de horecazaak geopend mag zijn vanaf 6.00 uur.
  • 3. Ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: reguliere horeca kavel 4' mogen de in het eerste lid bedoelde openingstijden maximaal vijf keer per kalenderjaar worden overschreden.
  • 4. Tussen de in het derde lid bedoelde overschrijdingen dienen ten minste zes dagen te zitten.
11.17 Uitzondering openingstijden op bijzondere dagen

In afwijking van artikel 11.16 gelden de daarin opgenomen weekendopeningstijden ook:

  • a. voor de nacht die volgt op eerste kerstdag, oudejaarsdag, eerste paasdag en eerste pinksterdag;
  • b. voor de nacht voorafgaand aan Koningsdag.
11.18 Uitzondering openingstijden bij overgang naar zomertijd

In de nacht dat de zomertijd ingaat mag een horecazaak die op het uur dat de zomertijd ingaat open mag zijn, één uur langer open blijven.

11.19 Beperking openingstijden middels maatwerkvoorschrift
  • 1. Met een maatwerkvoorschrift, bedoel in artikel 11.4, kunnen aan de in artikel 11.16 bedoelde openingstijden beperkingen worden gesteld;
  • 2. Een in het eerste lid bedoelde beperking kan inhouden dat het uiterlijk tijdstip waarop de horecazaak:
    • a. voor bezoekers gesloten moet zijn wordt vervroegd; of
    • b. bezoekers mag binnenlaten wordt vervroegd.
11.20 Afkoeluurtje

In afwijking van artikel 11.16 mag een horecazaak langer open blijven voor reeds aanwezige bezoekers, voor zover de burgemeester heeft besloten dat dit met het oog op de openbare orde en veiligheid nodig is, en onder de voorwaarden die daarbij zijn gesteld.

Hoofdstuk 4 Bouwwerken

Artikel 12 Meet- en rekenbepalingen

12.1 Toepassingsbereik

Hoofdstuk 4 is van toepassing op de omgevingsplanactiviteit bouwwerken en bevat regels over bouwwerken.

12.2 Meet- en rekenregels
  • 1. In afwijking van artikel 5.3 van de Hoofdregeling wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk de bouwhoogte van een bouwwerk gemeten vanaf N.A.P., tot aan het hoogste punt van een bouwwerk;
  • 2. In afwijking van artikel 5.3 van de Hoofdregeling wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk de verticale bouwdiepte van een gebouw gemeten vanaf N.A.P tot aan de onderzijde van de onderste bouwlaag.

Artikel 13 Gebouwen

13.1 Waar bovengrondse gebouwen zijn toegestaan

Een bovengronds gebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'.

13.2 Waar ondergrondse gebouwen zijn toegestaan en tot welke verticale bouwdiepte
  • 1. Ondergrondse gebouwen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ondergronds gebouw toegestaan'.
  • 2. De maximum verticale bouwdiepte is -9 meter.
13.3 Bouwhoogte van gebouwen

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is de maximum bouwhoogte van een gebouw in meters de daar bepaalde waarde.

13.4 Minimale hoogte bouwlagen
  • 1. De minimale hoogte van de eerste bouwlaag is 4 meter, gemeten vanaf de vloer van de eerste bouwlaag tot aan de onderkant van het plafond van de eerste bouwlaag.
  • 2. Indien de vloer van de eerste bouwlaag onder het aangrenzend maaiveld ligt, wordt in afwijking van het eerste lid gemeten vanaf aangrenzende maaiveld tot aan de bovenkant vloer van de tweede bouwlaag.
  • 3. De minimale hoogte van andere bouwlagen is 3,3 meter, gemeten vanaf de vloer van de bouwlaag tot aan de bovenkant vloer van de bovenliggende bouwlaag.
13.5 Bruto-vloeroppervlakte bebouwing
  • 1. Ter plaatse van de aanduidingen ‘maximum bouwhoogte gebouw: 44’ en 'maximum bouwhoogte gebouw: 85' 'is de bruto-vloeroppervlakte tussen een bouwhoogte van 21 meter en 44 meter maximaal 750 m2 per bouwlaag.
  • 2. Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte gebouw: 85’ is de bruto-vloeroppervlakte tussen een bouwhoogte van 44 meter en 57 meter maximaal 650 m2 per bouwlaag.
  • 3. Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte gebouw: 85’ is de bruto-vloeroppervlakte boven de 57 meter maximaal 550 m2 per bouwlaag.
13.6 Voorgeschreven rooilijn
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’ geldt voor bovengrondse gebouwen dat de gehele gevel aan de zijde ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn' in die lijn dient te staan.
  • 2. In afwijking van het eerste lid hoeft de gevel niet gerealiseerd te worden ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’ als ter plaatse van de aanduiding gebruiksdoel groen, in overeenstemming met artikel 7, groen wordt gerealiseerd.
13.7 Parkeerplaatsen voor auto's
  • 1. Parkeerplaatsen voor auto’s, inclusief entree en hellingbaan, moeten inpandig zijn.
  • 2. Parkeerplaatsen voor auto’s zijn alleen ondergronds toegestaan, behoudens de entree en hellingbaan.
13.8 Parkeerplaatsen voor fietsstalling
  • 1. Plaatsen voor fietsstalling moeten inpandig zijn.
  • 2. Plaatsen voor een fietsstalling zijn alleen op de eerste bouwlaag, tweede bouwlaag en ondergronds toegestaan.
13.9 Verplicht groen
  • 1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwen wordt alleen verleend als het groen als bedoeld in artikel 7.3 wordt gerealiseerd.
  • 2. Groen dat op grond van het eerste lid gerealiseerd is, moet in stand worden gehouden.

Artikel 14 Bouwwerken

14.1 Bouwhoogte bouwwerken
  • 1. De maximum bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde is 2 meter.
  • 2. De maximum bouwhoogte van een artistiek kunstwerk is 7,5 meter.
  • 3. De maximum bouwhoogte van speeltoestellen is 4 meter.

Artikel 15 Hemelwaterberging

15.1 Toepassingsbereik

In afwijking van artikel 4.110, derde lid, onder b, van de Hoofdregeling is paragraaf 4.4.2 van de Hoofdregeling van toepassing op het besluitgebied van dit TAM-omgevingsplan.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 16 Slotbepalingen

16.1 Citeertitel

Dit TAM-omgevingsplan wordt aangehaald als: “TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4”.