TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f - Appellaan 6
| Status: | vastgesteld |
| Identificatie: | NL.IMRO.0362.TAMOP22F-VG01 |
| Plantype: | bestemmingsplan |
REGELS
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het mogelijke maken van 38 woningen op het perceel Appellaan 6 in Amstelveen en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22f]) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22f] van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22f]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘[22f]’ gelezen worden.
HOOFDSTUK 1 Inleidende bepalingen
Artikel 1 Toepassingsbereik
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Appellaan 6, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het gml-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0362.TAMOP22f-VG01, zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn op de locatie, bedoeld in het eerste lid, niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet.
Artikel 2 Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage II van het omgevingsplan zijn van toepassing op dit hoofdstuk 22f, alsmede de begripsbepalingen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling voor zover daarvan in bijlage II van het omgevingsplan niet is afgeweken.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van onder meer transport van aardgas, warmte, water, elektriciteit, alarmeringssignalen en telecommunicatie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut;
woongebouw: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
peil:
voor een (te realiseren) gebouw, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg naast die gevel;
voor een (te realiseren) bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg;
voor een (te realiseren) gebouw waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de voorgevel, of in het geval van ligging in het talud van een dijk ter plaatse van de naar de dijk gekeerde gevel, waarbij plaatselijke niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven;
voor een (te realiseren) bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld, waarbij plaatselijke niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven;
indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil.
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22f gelden de meet- en rekenbepalingen als bedoeld in hoofdstuk 6 van het Omgevingsplan gemeente Amstelveen, voor zover hiervan in dit artikel niet wordt afgeweken.
3.1 De inhoud van een bouwwerk
De inhoud van een bouwwerk wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
3.2 De bouwhoogte van een bouwwerk
De bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.
3.3 De goothoogte van een bouwwerk
De goothoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
3.4 De dakhelling
de dakhelling is de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak.
3.5 De oppervlakte van een bouwwerk
De oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
3.6 Meten
Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit een lijn op de (digitale) verbeelding.
Artikel 4 Vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen of te veranderen.
Artikel 5 Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in hoofdstuk 6 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk 22f.
HOOFDSTUK 2 Functies en activiteiten
Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locaties toegedeelde functies en gebruiksregels.
Artikel 7 Groen
7.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Groen'.
7.2 Functieomschrijving
Een als 'Groen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
groenvoorzieningen;
plantsoen;
bermen en beplanting;
met daaraan ondergeschikt:
verblijfsgebied;
fiets- en voetpaden;
sport- en speelvoorzieningen;
water, waterlopen en waterpartijen en oevervoorzieningen;;
nutsvoorzieningen;
kunstobjecten;
kunstwerken;
straatmeubilair;
in- en uitritten voor naastgelegen functies;
met de daarbij behorende:
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
7.3 Beoordelingsregels voor het bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:
het bouwen van gebouwen is niet toegestaan;
het bouwen van perceel-, erf- en terrasafscheidingen is niet toegestaan;
het bouwen van ruimten ten behoeve van een transformator(station) en/of een middenspanningsvoorziening/-station is niet toegestaan;
de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.
Artikel 8 Tuin
8.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Tuin'.
8.2 Functieomschrijving
Een als 'Tuin' aangewezen locatie heeft de volgende functies:;
tuinen en erven;
waterhuishoudkundige voorzieningen.
8.3 Beoordelingsregels voor het bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:
er mag niet worden gebouwd.
Artikel 9 Verkeer - Verblijfsgebied
9.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
9.2 Functieomschrijving
Een als 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
woonstraten;
voet- en fietspaden;
parkeervoorzieningen;
een parkeerterrein, ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein';
groenvoorzieningen;
voorzieningen t.b.v. de aangrenzende woonbestemming, waaronder een pergola;
met de daarbij behorende:
waterhuishoudkundige voorzieningen;
speelvoorzieningen;
nutsvoorzieningen;
straatmeubilair;
bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de functies van de locaties 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
9.3 Beoordelingsregels voor het bouwen
het bouwen van gebouwen is niet toegestaan;
het bouwen van perceel-, erf- en terrasafscheidingen is niet toegestaan;
het bouwen van ruimten ten behoeve van een transformator(station) en/of een middenspanningsvoorziening/-station is niet toegestaan;
de hoogte van palen en (licht-)masten en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 10 meter;
de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 4 meter.
Artikel 10 Wonen
10.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'.
10.2 Functieomschrijving
Een als 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
wonen in een woongebouw, met dien verstande dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan 38, waarvan 100% daarvan wordt gerealiseerd en in stand dient te worden gehouden als sociale huurwoning conform de 'Verordening doelgroepen woningbouw Amstelveen 2023', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning, al dan niet in combinatie met uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-gebonden bedrijf;
entreeruimten en overige collectieve ruimten die ten dienste staan van het gebruik van een woongebouw;
tuinen en erven, paden en verhardingen, verblijfsgebied, terrassen en balkons;
met de daarbij behorende:
bouwwerken, waaronder een uitpandige lift en uitpandige trappen;
gebouwde fietsenstalling, ter plaatse van de aanduiding fietsenstalling;
inpandige nutsvoorziening, ter plaatse van de aanduiding nutsvoorziening;
10.3 Beoordelingsregels voor het bouwen
10.3.1 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd;
er mogen maximaal 38 woningen worden gebouwd;
de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden;
gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw zijn niet toegestaan.
10.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1,5 meter mag bedragen;
de bouwhoogte van de uitpandige lift en uitpandige trappen mag niet meer dan 10 m bedragen;
de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter.
10.4 Specifieke functieregels
10.4.1 Aan-huis-gebonden beroep en of -bedrijf
Het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep en/of aan-huis-gebonden bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft;
het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken;
het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse;
geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame;
het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend;
er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden;
er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen.
10.4.2 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze functie, zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet wordt in ieder geval gerekend:
het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning;
het gebruik ten behoeve van detailhandel;
het gebruik ten behoeve van horeca;
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van prostitutie en/of een seksinrichting;
het gebruik voor wonen ter plaatse van de aanduidingen 'fietsenstalling' en nutsvoorziening'.
10.4.3 Voorwaardelijke verplichting inrichting parkeerplaatsen
Het gebruik van gronden en gebouwen binnen de bestemming “Wonen” is slechts toegestaan indien de benodigde extra parkeerplaatsen zoals aangegeven op bijlage 1 bij de planregels (bewonerstekening) zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden.
10.4.4 Geluid
Een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegestaan indien de geluidbelasting op een gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde van 53 dB;
Het gezamenlijk geluid voor geluidgevoelige gebouwen bedraagt maximaal 53 dB.
HOOFDSTUK 3 Algemene regels
Artikel 11 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 12 Aanvullende beoordelingsregels voor het bouwen
12.1 Parkeren en laden en/of lossen
12.1.1 Beoordelingsregels parkeergelegenheid - Parkeernormen
Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functie wijzigen van een gebouw of perceel kan slechts worden verleend, indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de 'Nota Parkeernormen Amstelveen 2021' en diens opvolgers, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
12.1.2 Beoordelingsregels - Laden en/of lossen
Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functie wijzigen van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, indien, gelet op de functie van dat gebouw en/of perceel voor een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, in voldoende mate in ruimte voor het laden en/of lossen van goederen is voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, dan wel het perceel waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft
12.1.3 Specifieke beoordelingsregels parkeergelegenheid
Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening wordt gehouden met dubbelgebruik, en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kan in afwijking van het bepaalde in artikel 12.1.1 de omgevingsvergunning worden verleend, indien:
dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit;
de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen;
strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
12.1.4 Specifieke beoordelingsregels laden en/of lossen
In afwijking van het bepaalde in artikel 12.1.2 kan een omgevingsvergunning worden verleend, indien:
het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of
voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien.
12.1.5 Vergunningvoorschriften
In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 12.1.1 en 12.1.2 kunnen voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning ten aanzien van:
de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid;
de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.
12.2 Ondergrondse bouwwerken
12.2.1 Beoordelingsregels ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens de in de regels opgenomen afwijkingsmogelijkheden, de volgende regels:
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van (het ondergrondse deel van) bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor straatmeubilair, nutsvoorzieningen, inritconstructies en voorzieningen ten behoeve van warmte-koudeopslag;
ondergrondse bouwwerken betreffende kelders zijn uitsluitend toegestaan onder een hoofdgebouw;
de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 meter beneden het peil;
het realiseren van ondergrondse bouwwerken mag geen nadelige effecten hebben op de bodem- en waterhuishouding.
12.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van warmte- koudeopslag
12.3.1 Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van warmte- koudeopslag
In afwijking van het overige in deze regels met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bepaalde, mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van warmte- koudeopslag niet meer bedragen dan de hoogte van het afgewerkte maaiveld.
12.4 Bestaande maten
Ten aanzien van bestaande maten van bouwwerken gelden de volgende regels:
de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van, bestaande bouwwerken die meer bedragen dan in de regels is voorgeschreven, mogen als maximaal toelaatbaar worden aangehouden;
de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van, bestaande bouwwerken die minder bedragen dan in de regels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden;
het bepaalde onder a. en b. is uitsluitend van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel de Omgevingswet;
in geval van herbouw is het bepaalde onder a. en b. slechts van toepassing, indien de herbouw geschiedt op dezelfde plaats en de afwijking van de regels niet wordt vergroot.
12.5 Toegelaten overschrijdingen
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven locatie-, bouwgrenzen en/of hoogtematen te overschrijden ten behoeve van:
toegangen van bouwwerken, luifels, stoepen, stoeptreden, reclame-uitingen, vrijhangende balkons (al dan niet ondersteund door kolommen) bij woongebouwen, gaanderijen en funderingen en daarmee gelijk te stellen onderdelen van gebouwen, voor zover de bouwgrens met niet meer dan 2.50 meter wordt overschreden en deze onderdelen van gebouwen niet worden opgericht op gronden, bestemd voor verkeer en tevens een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht wordt genomen ten opzichte van de gronden, bestemd voor verkeersdoeleinden;
vrijhangende balkons, gaanderijen, luifels en reclame-uitingen boven een locatie 'Verkeer - Verblijfsgebied', indien een vrije hoogte aanwezig is van 4,20 m boven de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,50 m breedte ter weerszijden van die rijweg en een minimale vrije hoogte van 2,20 m boven een ander deel van de weg;
plaatselijke verhogingen op gebouwen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, trappenhuizen en lichtkappen, alsmede technische voorzieningen, mits:
de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 25% van de oppervlakte van het dak(vlak) bedraagt;
de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw met niet meer dan 3 meter wordt overschreden.
12.6 Algemene afwijkingsregels
12.6.1 Afwijken bouwactiviteit
Van de regels uit hoofdstuk 2 kan bij een omgevingsvergunning voor een bouwwerk worden afgeweken:
voor wat betreft de in de regels opgenomen maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, uitsluitend indien dit nodig is voor een technische betere realisering van het plan, met dien verstande dat dit niet van toepassing is op andere afwijkingsmogelijkheden in dit hoofdstuk 22f;
ten behoeve van een geringe aanpassing van de inrichting van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven;
ten behoeve van het overschrijden van bouwgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
ten behoeve van het vergroten van de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 meter;
ten behoeve van het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes ten behoeve van de dienstverlening van overheidswege, het openbaar bestuur en openbare nutsbedrijven, zoals transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes en wachthuisjes voor verkeersdiensten, mits de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 50 m³ en de bouwhoogte niet meer dan 4 meter;
ten behoeve van het realiseren van groene daken op hoofdgebouwen, dan wel bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat:
de extra (constructieve) opbouw op een dak die nodig is om een groen dak te kunnen toepassen, exclusief beplanting, de voorgeschreven bouwhoogte met niet meer dan 10% overschrijdt;
groene daken niet mogen worden gebruikt als dakterras of daktuin.
12.6.2 Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 12.6.1 kan worden verleend indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan ruimtelijke karakteristiek, het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 13 Algemene gebruiksregels
13.1 Toegestaan gebruik
Onder een gebruik, strijdig met dit TAM-omgevingsplan, wordt niet verstaan:
het aanleggen of laten aanleggen van een duurzame energievoorziening in de vorm van een open bodemenergiesysteem;
het aanleggen of laten aanleggen en in gebruik nemen van kabels en/of leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van:
aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4" en/of een druk van meer dan 40 bar;
transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie met een diameter van meer dan 4";
hoogspanningsleidingen;
buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 meter of meer en een lengte van 10 km of meer.
13.2 Strijdig gebruik
Onder een gebruik, strijdig met dit TAM-omgevingsplan, wordt in ieder geval verstaan het gebruik als:
opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de gronden;
seksinrichting en/of voor prostitutie;
stand- of ligplaats, alsmede kampeerterrein.