| Plan: | Bedrijventerrein Overvecht, 1e Herziening |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0344.HZBEDOVER1HERZ-0601 |
In deze paragraaf wordt per bestemming uitgelegd wat de achtergrond is van een bepaalde bestemming.
De inleidende bepalingen zijn identiek aan die van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Overvecht en omgeving (2009). Aan de begripsbepalingen is een aantal definities toegevoegd.
In hoofdstuk 2 van de regels is artikel 3 de kern van de regels. De inhoud van artikel 5 van het nu geldende plan (Bedrijventerrein Overvecht en omgeving 2009) is overgenomen, en er is een aantal wijzigingsbevoegdheden (voor de functies kinderdagverblijf, sport en leisure, onderwijs, horeca (waaronder een hotel), een zalencentrum en wonen, en afwijkingsbevoegdheden (voor detailhandel) opgenomen. Deze zijn gekoppeld aan diverse wro-zones op de verbeelding. In de regels zijn de randvoorwaarden opgenomen waaronder functiewijziging mogelijk is. Afhankelijk van de concrete locatie van een initiatief en de aard hiervan, kan een wijziging van een bedrijfscategorie van een naastgelegen of nabijgelegen bedrijfspand aan de orde zijn. Om die reden is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een toegelaten bedrijfscategorie te verlagen om een initiatief mogelijk te maken. Vanzelfsprekend kan toepassing van een wijzigingsbevoegdheid eerst worden toegepast als daarbij ook – naast het vervullen van de ruimtelijke randvoorwaarden - overeenstemming is met de desbetreffende eigena(a)r(en) van die percelen. In dat kader zal ook het aspect planschade geregeld moeten zijn. Ook kan sprake zijn van een ontwikkeling waarbij de gemeente kostenverhaal kan toepassen. In dat geval zal voorafgaand aan het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid een exploitatieplan of een anterieure overeenkomst afgesloten moeten zijn.
Burgemeester en wethouders zullen bij het gebruik maken van de wijzigingsbevoegdheid de nieuwe begrenzing van de toegestane milieucategorieen bij voorkeur laten samenvallen met de begrenzing van bouwblokken. Waar deze begrenzing de bedrijfsvoering in een onnodig groot gebied zou beperken, kan de nieuwe begrenzing van de categorieën samenvallen met perceelsgrenzen. Waar ook dat tot een onevenredig grote beperking van de milieuruimte van gevestigde bedrijven zou leiden, kunnen begrenzingen worden gelegd op de minimale richtafstand tot de gevoelige functie.
In de wijzigingsbevoegdheden is een aantal randvoorwaarden opgenomen. Indien deze vervult kunnen worden, kan in beginsel medewerking aan een in initiatief worden verleend. Bij de uitwerking van een concreet initiatief komen ook de eisen en wensen zoals geformuleerd in de planbeschrijving aan de orde.
De stedenbouwkundige inpassing van een initiatief is bij de belangenafweging ook van belang. Hierbij wordt een toets uitgevoerd op de in deze toelichting aangegeven eisen en wensen ten aanzien van de inpassing. Hierbij kan gedacht worden aan de situering van een entree, het toelaten van een functie op uitsluitend de verdieping etc. Ook het bereiken van een maximale bijdrage aan de levendigheid in het gebied is een overweging van stedenbouwkundige aard.
Hieronder zijn de verschillende zones die het bestemmingsplan kent, weergegeven. Voor de functionele mogelijkheden per zone, wordt verwezen naar artikel 3 van de regels.
Wro Ontheffingsgebied Detailhandel
Wro wijzigingsgebied Bestaand
Wro zone wijzigingsgebied 1; Floridadreef
Wro zone wijzigingsgebied 2; Mississippidreef
Wro zone wijzigingsgebied 3; midden gebied
Wro wijzigingsgebied 4; Zaalverhuur
Wro wijzigingsgebied 5 Franciscusdreef
Tenslotte is een mogelijkheid om – conform het Beeldkwaliteitplan voor het gebied – op een tweetal locaties en hogere bouwhoogte toe te laten.
Wro wijzigingsgebied 6 Bouwhoogten
Artikel 4 Gemengd
Het gebouw waarin het opleidingscentrum is gevestigd wordt als bestemd als 'Gemengd' met de nadere aanduiding onderwijs (on). Het blijft ook toegestaan om het hele gebouw te gebruiken ten behoeve van een bedrijf tot en met categorie 3.1. Daarmee kan het bestaande autobedrijf, dat in hetzelfde gebouw is gevestigd, zijn activiteiten voortzetten.
De artikelen 5 en 6 zijn afkomstig uit het reeds geldende bestemmingsplan Bedrijventerrein Overvecht en omgeving (2009) en zijn hier herhaald.
In hoofdstuk 3 van de regels zijn een aantal algemene bepalingen opgenomen.
Artikel 7 Antidubbeltelbepaling
Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat een stuk grond dat al eens was betrokken bij het verlenen van een omgevingsvergunning bij de beoordeling van latere bouwplannen nogmaals wordt betrokken.
Artikel 8 Algemene bouwregels
In de bouwverordening zijn ook voorschriften opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vóór deze bepalingen, maar in dit artikel is bepaald welke voorschriften uit de bouwverordening naast het bestemmingsplan van kracht blijven. Het gaat daarbij om voorschriften van stedenbouwkundige aard, zoals de bereikbaarheid van bouwwerken van werkverkeer en brandblus-voorzieningen, bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten, de ruimte tussen bouwwerken en parkeergelegenheid bij gebouwen.
Daarnaast regelt dit artikel de mogelijkheid voor (beperkte) overschrijdingen van bebouwingsgrenzen die op de kaart zijn aangegeven.
Artikel 9 Algemene gebruiksregels
De Wro bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Een algemeen gebruiksverbod hoeft derhalve niet meer in de planregels te worden opgenomen. Het is wel mogelijk om in het bestemmingsplan aan te geven wat onder verboden gebruik in ieder geval wordt verstaan. In dit artikel is opgenomen dat onder verboden gebruik wordt verstaan: onbebouwde gronden te gebruiken als staanplaats voor onderkomens als opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen of onderdelen daarvan of als stortplaats voor puin en afvalstoffen.
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels
Dit artikel regelt de afwijkingsmogelijkheden voor het college van burgemeester en wethouders. Dit heeft primair tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Ze kunnen worden toegepast als er niet op grond van de bestemmingsregelingen in hoofdstuk 2 al een afwijkingsmogelijkheid is. Het gaat dan om een afwijking van maten, afmetingen en percentages, het plaatsen van objecten van beeldende kunst, het realiseren van kleine nutsgebouwtjes.
Artikel 11 Algemene wijzigingsregels
Dit artikel regelt voor het college van burgemeester en wethouders mogelijkheden om van het bestemmingsplan af te wijken, die verder gaan dan de mogelijkheden van artikel 10.
Artikel 12 Werking wettelijke regelingen.
Dit artikel bepaald de aanvullende en rechtstreekse werking van andere wettelijke regelingen.
De overgangs- en slotbepalingen van hoofdstuk 4 bevatten de onderstaande bepalingen.
Artikel 13 Overgangsrecht
In het nieuwe Besluit op de ruimtelijke ordening is overgangsrecht opgenomen dat in elk bestemmingsplan moet worden overgenomen. Indien de in het plan opgenomen regels. voor wat betreft gebruik of bebouwing, afwijken van een bestaande legale situatie, dan zijn daarop de overgangsbepalingen van toepassing. De overgangsbepaling heeft tot doel bestaande belangen te respecteren totdat realisering van de nieuwe regels plaatsvindt.
Voor bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, is bepaald dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijking niet wordt vergroot. Gehele vernieuwing is in principe uitgesloten, waaronder ook gefaseerde vernieuwing van een bouwwerk wordt verstaan. Het doel van het overgangsrecht is dat het bestaande bouwwerk in de bestaande staat in stand mag worden gehouden. Uitsluitend na het tenietgaan van het bouwwerk door een calamiteit, waarmee onder andere brand of extreme weersomstandigheden wordt bedoeld, is onder voorwaarden gehele vernieuwing toegestaan.
Vergunningplichtige bouwwerken die zonder vergunning zijn opgericht, kunnen door overgangsrecht niet gelegaliseerd worden. Bouwen zonder vergunning is immers een overtreding van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) die niet door een regeling in een bestemmingsplan ongedaan kan worden gemaakt.
Wel kan met een beroep op het overgangsrecht een aanvraag worden ingediend voor de verbouw van een illegaal bouwwerk. Om te voorkomen dat een dergelijke aanvraag moet worden gehonoreerd, is in de overgangsbepaling van dit plan opgenomen dat deze slechts van toepassing is op legale bouwwerken.
Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat dat gebruik mag worden voortgezet. Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd, voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt.
Hiervoor is reeds aangegeven dat illegale bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden door overgangsrecht. Voor gebruik is dat in principe wel mogelijk maar vanuit het oogpunt van handhaving ongewenst. Gezien het voorgaande is in de overgangsbepaling opgenomen dat het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, van het overgangsrecht is uitgesloten.
Ook na het van kracht worden van dit plan kan dus nog met succes handhavend worden opgetreden tegen gebruik dat reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan. Dit laatste is uiteraard mede afhankelijk van andere aspecten, waaronder de vraag of het strijdige gebruik reeds zolang plaatsvindt dat de gemeente haar rechten heeft verwerkt.
Artikel 14 Slotregel
In dit artikel is de naam van het bestemmingsplan, de citeertitel, omschreven.
Prostitutie
In het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen seksinrichtingen gevestigd met een vergunning op basis van de APV. Gezien het in Utrecht gehanteerde maximumstelsel zijn nieuwe seksinrichtingen niet toegestaan en zijn seksinrichtingen uitgesloten in de gebruiksbepaling en in de begripsbepaling "aan huis verbonden beroep en bedrijf". Gelet op het binnen de gemeente gehanteerde maximumstelsel betekent de regeling in dit bestemmingsplan geen algeheel verbod, maar wel een verbod op seksinrichtingen binnen dit plangebied.