direct naar inhoud van 5.6 Flora en fauna en natuurbescherming
Plan: Bedrijventerrein Overvecht, 1e Herziening
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0344.HZBEDOVER1HERZ-0601

5.6 Flora en fauna en natuurbescherming

Gebiedsbescherming
Van belang zijn de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) zoals beschreven in de provinciale Structuurvisie en het Groenstructuurplan Utrecht (2007). Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, een gebied dat valt onder de Natuurbeschermingswet, de EHS of van de Utrechtse groenstructuur.


Soortenbescherming
De Nederlandse flora en fauna is beschermd via de Flora- en faunawet (2002). De wet legt een zorgplicht op voor alle planten en dieren. Dat betekent dat dieren en planten niet verstoord, verontrust of gedood mogen worden. Er is wel verschil in beschermingsnivo. De Nederlandse flora- en fauna is ingedeeld in tabel 1 soorten, tabel 2 sooten en tabel 3 soorten. Tabel 3 soorten genieten de zwaarste bescherming. Alle vogels vallen onder de laatste categorie. Bij elke ingreep inclusief sloop, nieuwbouw, verbouwing of renovatie dient eerst zorgvuldig onderzoek te worden gedaan naar de aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten en de effecten van de plannen hierop. Bij ingrepen waar beschermde planten of diersoorten in het geding zijn moet een compensatieplan of mitigatieplan worden opgesteld. Bij aantasting van beschermde soorten uit tabel 2 kan ontheffing worden aangevraagd, voor aantasting van het leefgebied van beschermde planten of diersoorten uit tabel 3 moeten mitigerende maatregelen worden getroffen. Ontheffing kan alleen worden verleend door het ministerie van EL&I als er sprake is van 'een dwingende reden van groot openbaar belang'. Als ontheffing wordt aangevraagd in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning, moet een verklaring van geen bedenkingen worden aangevraagd bij het ministerie.

Het plangebied
Het bestemmingsplan wijzigt de functie van gebouwen en maakt sloop-nieuwbouw mogelijk, en het ophogen van gebouwen op twee plaatsen in het plangebied (Franciscusdreef). Dit betreft terreinen die al bebouwd zijn, met uitzondering van enkele percelen aan de Floridadreef. In gebouwen kunnen vleermuizen voorkomen, op de terreinen langs de Floridadreef mogelijk planten- of diersoorten van ruderale terreinen. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning en andere ingrepen moet veldonderzoek worden uitgevoerd om na te gaan of beschermde soorten voorkomen en in het geding zijn. Daarbij kan het aan de orde zijn dat werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd in het broedseizoen dat duurt van maart tot en met juli.

Naast het voorkomen van achteruitgang van soorten, is het van belang om waar mogelijk de mogelijkheden voor flora en fauna te vergroten. De mogelijkheden in het gebied liggen vooral in het aanbrengen van nestgelegenheid voor vleermuizen en groene daken.