direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijventerrein
Plan: Bedrijventerrein Overvecht, 1e Herziening
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0344.HZBEDOVER1HERZ-0601

Artikel 3 Bedrijventerrein

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijventerrein aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 2": bedrijven uit de categorie 1 en 2 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten;
  • b. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1": bedrijven uit de categorie 1 tot en met 3.1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten;
  • c. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2": bedrijven uit de categorie 1 tot en met 3.2 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten;
  • d. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein 1 tot en met 8": tevens een bedrijfsactiviteit met SBI-code zoals hierna in de tabel genoemd, uit ten hoogste voor deze bedrijfsactiviteit in de tabel aangegeven categorie van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten;

aanduiding   SBI-code   activiteiten   uit ten hoogste categorie  
specifieke vorm van bedrijventerrein-1   281.1   constructiewerkplaats ingesloten gebouw   3.2  
specifieke vorm van bedrijventerrein-2   252.1   Kunststofverwerkende bedrijven zonder gebruik van fenolharsen   4.1  
specifieke vorm van bedrijventerrein-3   3420.2   aanhang- en opleggerfabrieken   4.1  
specifieke vorm van bedrijventerrein-6   1589   vervaardiging van overige voedingsmiddelen   4.1  

  • e. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel-1" ten hoogste één bouwmarkt met een bedrijfsvloeroppervlak van ten hoogste 5.000 m²;
  • f. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel-2" ten hoogste één detailhandelsvestiging in woningtextiel;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel – 3': één supermarkt met maximaal de bestaande omvang';
  • h. ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" ten hoogste één bedrijfswoning;
  • i. ter plaatse van de aanduiding "kantoor" ten hoogste één zelfstandig kantoor;
  • j. ter plaatse van de aanduiding "sporthal" één sport- en gezondheidscentrum;
  • k. detailhandel in auto's, motoren, boten en caravans en de daarmee samenhangende detailhandel in onderdelen en accessoires;
  • l. aan de bedrijfsactiviteiten ondergeschikte en daarmee samenhangende kantoorruimte;
  • m. Wgh-inrichtingen en Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • n. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
  • o. detailhandel van consumentenvuurwerk is uitsluitend toegestaan in de onder e bedoelde bouwmarkt;
  • p. de daarbij behorende verkeers- en groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, ondergrondse afvalinzamelvoorzieningen, waterbeheer, waterberging en sierwater.

3.2 Bouwregels

Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

3.2.1 Gebouwen
  • a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding "maximum bebouwingspercentage" mag niet worden overschreden;
  • c. de hoogte ter plaatse van de aanduiding "maximale bouwhoogte" mag niet worden overschreden;
  • d. de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 600 m³;
  • e. ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding-1”, mogen zelfstandige bedrijfsgebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat:
  • 1. de gebouwen in de gevellijn worden gebouwd en met de voorgevel naar de gevellijn zijn gekeerd;
  • 2. de minimale bouwhoogte van gebouwen 5 m bedraagt;
  • 3. de onderlinge afstand tusen de gebouwen ten minste 16 meter en ten hoogste 20 meter bedraagt;
  • 4. de maximale lengte van een gebouw 30 m bedraagt;
  • a. ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding-2", mogen zelfstandige bedrijfsgebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat:
    • 1. de gebouwen in de gevellijn worden gebouwd en met de voorgevel naar de gevellijn zijn gekeerd;
    • 2. de minimale bouwhoogte van gebouwen 5 m bedraagt;
    • 3. over een breedte van minimaal 16 m van de gevellijn dienen de gebouwen op minimaal 4 m afstand van de gevellijn te liggen;
  • b. de in lid 3.1 onder m genoemde, aan de bedrijfsactiviteiten ondergeschikte en daarmee samenhangende kantoorruimte, bedraagt per bedrijfsvestiging ten hoogste 50% van het bedrijfsvloeroppervlak van het bedrijf met een maximum van 2.000 m².
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen, met uitzondering van terrein- en erfafscheidingen welke maximaal 2 m hoog mogen zijn;
  • b. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt niet meer dan 6 meter .
3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken;
  • f. de situering en het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein.

3.4 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

  • a. Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • b. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
  • c. Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • d. inrichtingen die zijn genoemd in bijlage C en D van het besluit m.e.r. 1994 zijn niet toegestaan;
  • e. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan;
  • f. zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan;
  • g. kantoorvloeroppervlakte die meer bedraagt dan 50% van de brutovloeroppervlakte en meer dan 2000 m2 per bedrijf is, is niet toegestaan.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijken van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.1:

  • a. om bedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in lid 3.1 genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden gelijk te zijn aan de in lid 3.1 genoemde categorieën van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten;
  • b. door bedrijven toe te laten die niet in de Lijst van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover deze bedrijven naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten, zoals in lid 3.1 genoemd;

met dien verstande dat:

  • c. Bevi-inrichtingen en Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • d. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg-installaties niet is toegestaan.

3.5.2 Afwijken voor de opslag van vuurwerk

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.1 onder o voor de opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk, met dien verstande dat:

  • a. de afwijkensbevoegdheid uitsluitend geldt voor de in lid 3.1 onder e bedoelde bouwmarkt;

met dien verstande dat:

  • b. de afstand tussen de vuurwerkopslagplaats en (geprojecteerde) kwetsbare objecten niet minder bedraagt dan de veiligheidsafstand die in het Vuurwerkbesluit is voorgeschreven.

3.5.3 Afwijken voor zelfstandige kantoorruimten

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.1:

  • a. om zelfstandige kantoren toe te staan in kantoorruimten van bestaande bedrijfsgebouwen die ten tijde van de aanvraag tot afwijken ouder zijn dan 3 jaar;

met dien verstande dat:

  • b. per bedrijfsgebouw of bedrijfsperceel ten hoogste 1.500 m² bvo kantoorruimte is toegestaan;
  • c. niet meer dan 70% van de kantoorruimte gebruikt mag worden als zelfstandig kantoor;
  • d. de bedrijfsruimte in de bedrijfsbebouwing integraal gehandhaafd blijft.
3.5.4 Afwijken Bevi-inrichtingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.1 onder n en lid 3.5 onder c, teneinde Bevi-inrichtingen toe te staan, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico of - indien van toepassing - de afstand, zoals bedoeld in artikel 5 lid 3 van het Bevi jo artikel 2 lid 1 van de Regeling externe veiligheid inrichtingen, is gelegen:
  • b. binnen het bouwperceel van de Bevi-inrichting;
  • c. op gronden met de bestemming Verkeer, Groen of Water;
  • d. er dient verantwoording te worden gegeven van het groepsrisico in het invloedsgebied van de inrichting.

3.5.5 Afwijken (perifere) volumineuze detailhandel

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.1 teneinde detailhandel – anders dan bedoeld onder 3.1 sub l - toe te staan in:

  • a. volumineuze goederen, zoals landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen;
  • b. volumineuze artikelen zoals tenten en kampeerartikelen, zonwering, tuinhuisjes buitenspeelspeeltoestellen, zwembaden, tuinbeelden, haarden, grafzerken, paardentrailers, aanhangwagens etc.

mits de vestiging geen onevenredige gevolgen hebben voor de omgeving, in de vorm van geluid- verkeers- of parkeeroverlast.

3.5.6 Afwijken (perifere) detailhandel in bouw- en woonartikelen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.1 teneinde detailhandel toe te staan in:

  • a. keukens, badkamers, tegels en sanitair en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen zoals inbouwapparatuur, accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen;
  • b. woninginrichting ( meubels, vloerbedekking, woningtextiel, verlichting);
  • c. bouwmarkten;

met inachtname van de volgende regels:

  • 1. de totale omvang van de (perifere) detailhandel in bouw- en woonartikelen bedraagt niet meer dan 25.000 m2 b.v.o.
  • 2. de afwijking mag uitsluitend worden verleend voor gronden met de aanduiding "Wro-zone ontheffingsgebied 1";
  • 3. het verkoopvloeroppervlak per vestiging bedraagt ten minste 1.000 m2;
  • 4. de vestiging mag geen onevenredige gevolgen hebben voor de omgeving, in de vorm van geluids- verkeers- of parkeeroverlast;
  • 5. er is aangetoond dat er, voor de realisatie van een perifere detailhandelsvestiging, geen milieutechnische belemmeringen zijn onder andere vanuit de milieuaspecten: luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, bodemkwaliteit, flora en fauna en verkeerslawaai;
  • 6. er zijn geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard.

3.6 Wijzigingsbevoegdheid
3.6.1 functies ontwikkelingskader

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Bedrijventerrein als bedoeld in lid 1, wijzigen op grond van artikel 3.6 van de Wro ten behoeve van het toelaten van de hieronder aangegeven functies en met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. ten behoeve van het vestigen van een of meerdere 'kinderdagverblijven';
  • 1. mits deze geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving, in de vorm van geluids- verkeers- of parkeeroverlast;
  • 2. er aangetoond is dat er, voor de realisatie van een kinderdagverblijf, geen milieutechnische belemmeringen zijn vanuit onder andere de milieuaspecten: luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, verkeerslawaai;
  • 3. mits er geen overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige aard, en
  • 4. met dien verstande de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend mag worden toegepast op gronden met de aanduiding 'Wro-zone wijzigingsgebied 1', 'Wro-zone wijzigingsgebied 2' en 'Wro-zone wijzigingsgebied 3';
  • b. ten behoeve van het vestigen van 'onderwijsdoeleinden';
  • 1. mits deze geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving, in de vorm van geluids- verkeers- of parkeeroverlast;
  • 2. er aangetoond is dat er, voor de realisatie van een school of andere vormen van onderwijsdoeleinden, geen milieutechnische belemmeringen zijn vanuit onder andere de milieuaspecten: luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, verkeerslawaai,
  • 3. mits er geen overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige aard, en
  • 4. met dien verstande dat de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend mag worden toegepast op gronden met de aanduiding "Wro-zone wijzigingsgebied 1" , “Wro-zone wijzigingsgebied 2”, "Wro-zone wijzigingsgebied 3" en “Wro-zone wijzigingsgebied 5”;
  • c. ten behoeve van het vestigen van 'sport- en leisure doeleinden';
  • 1. mits deze geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving, in de vorm van geluids- verkeers- of parkeeroverlast;
  • 2. er aangetoond is dat er, voor de realisatie van een sportschool of andere vormen van sport- en leisure doeleinden, geen milieutechnische belemmeringen zijn vanuit onder andere de milieuaspecten: luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, verkeerslawaai;
  • 3. mits er geen overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige aard, en
  • 4. met dien verstande dat de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend mag worden toegepast op gronden met de aanduiding "Wro-zone wijzigingsgebied 2" en “Wro-zone wijzigingsgebied 5”;
  • d. ten behoeve van het vestigen van één 'zalencentrum';
  • 1. mits deze geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving, in de vorm van geluids- verkeers- of parkeeroverlast;
  • 2. er aangetoond is dat er, voor de realisatie van de functie, geen milieutechnische belemmeringen zijn vanuit onder andere de milieuaspecten: luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, bodemkwaliteit, flora en fauna en verkeerslawaai;
  • 3. mits er geen overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige aard, en
  • 4. met dien verstande dat de afwijking uitsluitend mag worden verleend op gronden met de aanduiding "Wro-zone wijzigingsgebied 4";

  • e. ten behoeve van het vestigen van één 'hotel';
  • 1. mits deze geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving, in de vorm van geluids- verkeers- of parkeeroverlast;
  • 2. er aangetoond is dat er, voor de realisatie van een hotel, geen milieutechnische belemmeringen zijn vanuit onder andere de milieuaspecten: luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, bodemkwaliteit, flora en fauna en verkeerslawaai;
  • 3. mits er geen overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige aard, en
  • 4. met dien verstande dat de afwijking uitsluitend mag worden verleend voor gronden met de aanduiding "Wro-zone wijzigingsgebied 2" en “Wro-zone wijzigingsgebied 5”;

  • f. ten behoeve van het vestigen van maximaal twee 'horecabedrijven vallend onder horecacategorie C en/of D';
  • 1. mits deze geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving, in de vorm van geluids- verkeers- of parkeeroverlast;
  • 2. er aangetoond is dat er, voor de realisatie van de een horecabedrijf vallend onder horecacategorie C en/of D, geen milieutechnische belemmeringen zijn vanuit onder andere de milieuaspecten: luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, bodemkwaliteit, flora en fauna en verkeerslawaai;
  • 3. mits er geen overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige aard, en
  • 4. met dien verstande dat de afwijking uitsluitend mag worden verleend voor gronden met de aanduiding "Wro-zone wijzigingsgebied 1", “Wro-zone wijzigingsgebied 2”, “Wro-zone wijzigingsgebied 3” en “Wro-zone wijzigingsgebied 5”;

  • g. ten behoeve van het toelaten van een woonfunctie, daaronder medebegrepen woonwerk-units:
  • 1. mits deze geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving, in de vorm van geluids- verkeers- of parkeeroverlast;
  • 2. er aangetoond is dat er, voor de realisatie van de woonfunctie, geen milieutechnische belemmeringen zijn vanuit onder andere de milieuaspecten: luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, bodemkwaliteit, flora en fauna en verkeerslawaai;
  • 3. mits er geen overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige aard, en
  • 4. met dien verstande dat de afwijking uitsluitend mag worden verleend voor gronden met de aanduiding "Wro-zone wijzigingsgebied 5".

3.6.2 Wijzigingsbevoegdheid Lijst van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wet ruimtelijke ordening, de Lijst van Bedrijfsactiviteiten wijzigen door het opnemen dan wel afvoeren van een bedrijf, indien ontwikkelingen op het gebied van de milieuhygiëne dan wel technologische ontwikkeling daartoe aanleiding geven.

3.6.3 Wijzigingsbevoegdheid milieucategorie hoog

Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding "Wro-zone wijzigingsgebied", de milieucategorie wijzigen om bedrijven toe te staan toe te staan in één categorie hoger dan in lid 3.1 genoemd, onder voorwaarde dat de bedrijfswoning is gesloopt.

3.6.4 Wijzigingsbevoegdheid milieucategorie laag

Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding van toegelaten bedrijven wijzigen zodanig dat uitsluitend bedrijven zijn toegestaan in een lagere categorie, om functiemenging in het gebied mogelijk te maken.

3.6.5 Wijzigingsbevoegdheid specifieke functies

Burgemeester en wethouders kunnen de in lid 3.1 opgenomen aanduidingen voor specifieke functies verwijderen.

3.6.6 Wijzigingsbevoegdheid hogere bouwhoogte

Burgemeester en wethouders kunnen in het gebied 'Wro wijzigingsgebied 6” de in lid 3.2.1. onder c opgenomen een maximale bouwhoogte toelaten tot maximaal 30 meter indien dit niet leidt tot overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard en er aangetoond is dat er geen milieutechnische belemmeringen zijn vanuit onder andere de milieuaspecten: luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, bodemkwaliteit, flora en fauna, verkeerslawaai.