| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuweweg 97 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0342.TAMSOE006-0301 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Nieuweweg 97 te Soest en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22f) van het omgevingsplan van de gemeente Soest. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22f van het omgevingsplan van de gemeente Soest. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22f' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22f’ gelezen worden.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4.
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Nieuweweg 97 (hoofdstuk 22f), waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0342.TAMSOE006-0301.
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.5 gehanteerd.
Het TAM-omgevingsplan Nieuweweg 97 (hoofdstuk 22f) met identificatienummer NL.IMRO.0342.TAMSOE006-0301 van de gemeente Soest.
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
Een geometrisch bepaald vlak dat in de regels is aangewezen voor een gebruiksdoel.
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de meetbepalingen zoals opgenomen in artikel 2 van het bestemmingsplan 'De Eng' met identificatienummer NL.IMRO.0342.BPSOE0002-0401, vastgesteld op 15 mei 2012.
Een locatie die is aangewezen voor 'Tuin' heeft de volgende functies:
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan, met uitzondering van carports ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'carport' met een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 5 meter.
Uitbouwen, waaronder begrepen erkers en ingangspartijen, buiten het bouwvlak, aan de voorgevel van een woning zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0342.TAMSOE006-0301 is aangewezen als 'Wonen'.
Een locatie die is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies:
Voor het gebruik van bouwwerken gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.5 en de vestiging toestaan van een beroeps- of bedrijfsactiviteit die niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis is genoemd, dan wel ten behoeve van het uitsluitend verrichten van administratieve werkzaamheden, maar die naar hun aard en invloed op de omgeving kan worden vergeleken met een rechtstreeks toegelaten beroeps- of bedrijfsactiviteit.
De voor Waarde - Archeologie middelhoge verwachting aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), de volgende functie:
de bescherming en behoud van een gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde, waarbij deze functie voorrang heeft op de andere daar voorkomende functies.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Op de voor Waarde - Archeologie middelhoge verwachting aangewezen gronden is het verboden om zonder een afwijking zoals bedoeld in 6.3 te bouwen of te laten bouwen krachtens de andere daar voorkomende functie(s).
Het onder 6.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in 6.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende functie(s), mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord.
Het bevoegd gezag kan onder beperkingen afwijken en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden:
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een afwijking winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de afwijking archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de afwijking moeten worden verbonden.
Het is verboden om op de voor Waarde - Archeologie middelhoge verwachting aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:
Het onder 6.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden:
De vergunning wordt verleend, indien de in 6.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Het bevoegd gezag kan de vergunning onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden:
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige, omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden.
De woningen mogen pas dan in gebruik genomen worden wanneer gewaarborgd kan worden dat de onbebouwde ruimte op het perceel ingericht en instandgehouden zal worden conform het inrichtingsplan, zoals opgenomen in externe Bijlage 1 bij de Motivering (DO Bouwplan Nieuweweg 97).
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het plangebied mag alleen dan benut worden voor woningbouw indien er voor gezorgd wordt dat het hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt.
Het plangebied mag alleen dan benut worden voor woningbouw indien er zodanige maatregelen genomen worden, dat de geluidbelasting van het wegverkeer op de zuidgevels met minimaal 2 dB verlaagd wordt.
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door:
Daar waar volgens deze regels woningen zijn toegestaan, mag tevens onderkelderd worden. Voor het bouwen onder een gebouw gelden de volgende regels:
Onverminderd het bepaalde in Artikel 14 Overgangsrecht is het verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven functies. Onder het verboden gebruik valt in ieder geval het gebruik ten behoeve van seksinrichtingen.
Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt:
Burgemeester en wethouders van Soest wijken af van het bepaalde in lid 12.2 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit van de regels van dit omgevingsplan afwijken mits dit stedenbouwkundig acceptabel wordt geacht:
Er wordt niet afgeweken als bedoeld in lid 13.1, indien daardoor afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de ingevolge de functieomschrijving gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.