direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22L Hoefse Hoven A
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0307.TAM009-0201

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het vastleggen van de regeling voor het toevoegen van woningen door middel van nieuwbouw op het terrein met de bijbehorende groen en parkeervoorzieningen. Voor deze locaties is het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22L Hoefse Hoven A als een nieuw hoofdstuk 22L opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.


De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22L van het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22L.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22L.' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22L. Aanvullend op deze begripsbepalingen gelden voor de toepassing van dit hoofdstuk de volgende begripsbepalingen:

1.1 TAM-omgevingsplan

Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22L Hoefse Hoven A met identificatienummer NL.IMRO.0307.TAM009-0201 van de gemeente Amersfoort.

1.2 Omgevingsplan

Het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort.

1.3 bebouwingspercentage

Het in procenten uitgedrukte deel van het werkingsgebied bouwvlak dat ten hoogste mag worden bebouwd.

1.4 beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis

Beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend.

1.5 horeca van categorie 1
Horeca van categorie 1   Restaurant, bistro, crêperie, tapasbar, pizzeria, kookstudio     Een zelfstandig horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor de consumptie ter plaatse, al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholvrije en alcoholhoudende dranken.   
  Cafetaria, snackbar, grill-room, fastfoodrestaurant, automatiek, snelbuffet     Een zelfstandig horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden (al dan niet voor de consumptie ter plaatse), al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholvrije en alcoholhoudende dranken.  
  Lunchroom, konditorei     Een zelfstandig (dag)horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide of bewerkte etenswaren al dan niet voor de consumptie ter plaatse.  
  Koffiehuis, theehuis     Een zelfstandig (dag)horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstekken van alcoholvrije dranken voor de consumptie ter plaatse, al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren.  
  IJssalon   Een zelfstandig (dag)horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van consumptie-ijs voor de consumptie ter plaatse.  
1.6 horeca van categorie 3
Horeca van categorie 3   Het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse als ondergeschikte nevenactiviteit en waarbij:
1. de horeca-activiteiten passen bij de hoofdfunctie, dienen ter ondersteuning daarvan en niet zelfstandig worden uitgeoefend en/of toegankelijk zijn los van de hoofdfunctie;
2. de omvang van de horeca-activiteiten niet meer mag bedragen dan 30% van de (verkoop)vloeroppervlakte van de ter plaatse aanwezige functie en/of voorziening.  
1.7 kantoor

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten gericht op administratief, financieel, ontwerp, advies, juridisch of daarmee gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congres- en vergaderaccommodatie.

1.8 nutsvoorziening

Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes/kasten, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergronds) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.9 publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis

Beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten aan huis bestaande uit hoofdzakelijk baliewerkzaamheden of andere diensten die publiek aantrekken, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, pedicures, makelaars, reis- en uitzendbureaus, kinderopvang, ateliers en dergelijke, in tegenstelling tot (niet-publieksgerichte) beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis.

1.10 publieksgerichte dienstverlening

Dienst door een bedrijf of instelling dat in hoofdzaak baliewerkzaamheden verricht of andere diensten verleent gericht op het publiek, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, pedicures, makelaars, reis- en uitzendbureaus, ateliers en dergelijke.

1.11 werkingsgebied

Het werkingsgebied begrenst (met coördinaten/ geometrie) de juridische werking van de tekst: het duidt aan dat de tekst alleen binnen dit werkingsgebied een juridische werking heeft.

1.12 woning

Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waarbij zowel de traditionele vorm van gezin als de minder traditionele vorm is toegestaan, mits sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning met een zekere mate van onderlinge verbondenheid tussen de bewoners en continuïteit in de samenstelling.

Artikel 2 Meet- en rekenvoorschriften

Het bepaalde in artikel 22.24 van het omgevingsplan Amersfoort is van toepassing op de regels in hoofdstuk 22L. Daarnaast gelden de volgende meetbepalingen bij toepassing van de regels.

2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.2 de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.3 de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.4 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.5 de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken

bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken worden niet meegerekend (gedeelten van) bijbehorende bouwwerken gelegen binnen het bouwvlak, met dien verstande dat erkers, etc. voor de voorgevel niet meetellen bij de berekening van de oppervlakte.

Hoofdstuk 2 Integratie omgevingsplan

Artikel 3 Toepassingsbereik

3.1 Geometrische afbakening

De regels in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22L Hoefse Hoven A zijn van toepassing op de locaties waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0307.TAM009-0201, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

3.2 Integratie omgevingsplan gemeente Amersfoort

De regels in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22L Hoefse Hoven A zijn integraal onderdeel van de geconsolideerde versie van het 'Omgevingsplan gemeente Amersfoort' zoals dat is gepubliceerd op de landelijke voorziening https://omgevingswet.overheid.nl/home.

3.3 Buitenwerkingstelling eerdere besluiten

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locaties in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22L Hoefse Hoven A.

3.4 Integratie tijdelijk deel omgevingsplan
3.4.1 Integratie bruidsschat
  • a. De regels in hoofdstuk 22 (zonder lettertoevoeging) van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort zijn van overeenkomstige toepassing op de locaties in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22L Hoefse Hoven A.
  • b. Als de regels uit hoofdstuk 22 (zonder lettertoevoeging) van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort op enig moment een andere plek in de structuur van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort krijgen, blijven die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen.
3.4.2 Voorrangsbepaling specifieke bepalingen TAM-omgevingsplan

In afwijking van artikel 3.4.1 zijn de geluidsbepalingen in paragraaf 22.3.4 van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort niet van toepassing, voor zover het bepaalde in die paragraaf in strijd is met regels in dit TAM-omgevingsplan.

Hoofdstuk 3 Thematische regels

Artikel 4 Algemeen

4.1 Oogmerk

De regels in Hoofdstuk 3 Thematische regels zijn gesteld met het oog op:

  • a. het beschermen en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat;
  • b. het beschermen van archeologische waarden;
  • c. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken.
4.2 Normadressaat

Aan de regels van Hoofdstuk 3 Thematische regels wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 5 Archeologische waarden

5.1 Toepassingsbereik
  • 1. Dit artikel gaat over het verrichten van grondwerkzaamheden en het ophogen van de bodem in een gebied met Waarde - Archeologie 3.
  • 2. Onder de in onderdeel 1 bedoelde grondwerkzaamheden wordt verstaan:
    • a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waaronder afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage;
    • b. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
    • c. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
    • d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
    • e. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
    • f. het aanleggen van bos of boomgaard met diepwortelende beplanting;
    • g. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
5.2 Vergunningplicht
  • 1. Het is verboden om in het werkingsgebied Waarde - Archeologie 3 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondwerkzaamheden te verrichten, als:
    • a. de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm; en
    • b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden meer is dan 500 m².
  • 2. Het eerste onderdeel geldt niet:
    • a. voor grondwerkzaamheden die worden verricht voor vervanging, vernieuwing of verandering van de bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering;
    • b. als er op voorhand door het Centrum voor Archeologie van de gemeente Amersfoort is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad.
5.3 Aanvraagvereisten
  • 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 5.2 wordt een archeologisch onderzoeksrapport aangeleverd waaruit blijkt dat de archeologische waarden van de gronden in voldoende mate zijn vastgesteld.
  • 2. Als het in lid 1 bedoelde archeologisch onderzoek een proefsleuvenonderzoek of een opgraving is, wordt voorafgaand aan dat onderzoek een archeologisch programma van eisen aangeleverd, waarin nadere regels worden gesteld over het betreffende onderzoek.
  • 3. Voordat het in lid 2 bedoelde archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd, legt de initiatiefnemer een archeologisch plan van aanpak ter goedkeuring voor aan het college van burgemeester en wethouders.
5.4 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in 5.2 wordt verleend als:

  • a. er geen archeologische waarden worden geschaad; of
  • b. schade door de met de oprichting van het bouwwerk samenhangende activiteiten kan worden voorkomen, door het verbinden van voorschriften aan de vergunning, als bedoeld in 5.5.
5.5 Vergunningvoorschriften

Op grond van de beoordelingsregels als bedoeld in 5.4 onder b kunnen de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 5.2 worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. de verplichting tot het doen van aanvullend onderzoek.

Artikel 6 Geluid

6.1 Toepassingsbereik

Dit artikel gaat over het toevoegen van nieuwe geluidgevoelige gebouwen bij bouwactiviteiten waarvoor op grond van 9.3 van dit TAM-omgevingsplan een vergunning nodig is.

6.2 Vergunningplicht

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning geluidgevoelige gebouwen toe te voegen.

6.3 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in (paragraaf omgevingsvergunning bouwen) wordt verleend als:

  • a. voldaan wordt aan de regels in Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten van dit TAM-omgevingsplan; en
  • b. de geluidsbelasting op de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarden; of
  • c. in het geval van overschrijding van de grenswaarden wordt voldaan aan de geluidsmitigerende maatregelen zoals opgenomen in Bijlage 3 (of een daaraan gelijk te stellen oplossing). De getroffen dienen in stand te worden gehouden.
6.4 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 9.3 wordt een akoestisch onderzoeksrapport aangeleverd.

6.5 Geluid bij een beroep of bedrijf aan huis

In het werkingsgebied Wonen zijn bij elke woning beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten toegestaan, met dien verstande dat de activiteit geen waarneembare geluid, geur of trillingen buiten de woning en de bijbehorende bouwwerken mag veroorzaken op 20 meter van de gevel of in aanpandige resp. geluid-, geur-, of trillings gevoelige gebouwen.

Artikel 7 Parkeren

7.1 Toepassingsbereik

Dit artikel gaat over het parkeren bij bouwactiviteiten waarvoor op grond van 9.3 van dit omgevingsplan een vergunning nodig is, waarbij sprake is van:

  • a. nieuwbouw;
  • b. uitbreiding van brutovloeroppervlakte; of
  • c. functiewijzigingen van gronden en/of bouwwerken.
7.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 wordt verleend als wordt voorzien in (de aanleg van) en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid, zoals vastgesteld in het gemeentelijke Omgevingsprogramma Mobiliteit 2025-2035 en rechtsopvolgende beleidsregels inzake het parkeren zoals die gelden tijdens het indienen van de omgevingsvergunning (zie www.overheid.nl).

7.3 Instandhoudingsplicht

Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, is alleen toegestaan zolang de in 7.2 bedoelde parkeergelegenheid in stand wordt gehouden.

Hoofdstuk 4 Activiteitgerichte regels

Artikel 8 Algemeen

8.1 Oogmerk

De regels in Hoofdstuk 4 Activiteitgerichte regels zijn gesteld met het oog op:

  • a. het beschermen en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat;
  • b. het in stand houden en beschermen van de groene waarden, natuur en ecologische waarden;
  • c. het beschermen van de gezondheid;
  • d. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden;
  • e. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress;
  • f. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken;
  • g. het waarborgen van de veiligheid;
  • h. het beschermen van het milieu.
8.2 Normadressaat

Aan de regels van Hoofdstuk 4 Activiteitgerichte regels wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 9 Bouwen

9.1 Toepassingsbereik

De regels in Artikel 10 Hoofdgebouw tot en met Artikel 13 zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken.

9.2 Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

9.3 Vergunningplicht

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, tenzij anders aangegeven.

9.4 Bouwen ten dienste van gebruik

Het is verboden om een bouwwerk te bouwen voor een gebruiksactiviteit die niet is toegestaan volgens Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten.

Artikel 10 Hoofdgebouw

10.1 Beoordelingsregels algemeen

De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 wordt voor een hoofdgebouw verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels in 10.2 tot en met 10.5.

10.2 Bouwvlak

Het hoofdgebouw wordt gerealiseerd in het werkingsgebied bouwvlak.

10.3 Bouwhoogte

De maximale bouwhoogte is de ter plaatse van het werkingsgebied 'maximum bouwhoogte (m)' bepaalde waarde.

10.4 Woningtypologie

In het werkingsgebied 'gestapeld' wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 alleen verleend voor gestapelde woningen.

10.5 Maximaal aantal wooneenheden

Het maximaal aantal wooneenheden is de ter plaatse van het werkingsgebied 'maximaal aantal wooneenheden' bepaalde waarde.

Artikel 11 Overige andere bouwwerken

11.1 Beoordelingsregels algemeen

De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 wordt voor een overig ander bouwwerk verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels in 11.2 tot en met 11.8.

11.2 Palen, masten, (beeldende) kunstwerken en reclame- en andere tekens

De bouwhoogte van palen, masten, (beeldende) kunstwerken en reclame- en andere tekens bedraagt niet meer dan 10 m.

11.3 Verlichtingsmasten en antenne-installaties

De bouwhoogte van verlichtingsmasten en antenne-installaties bedraagt niet meer dan 12 m.

11.4 Ballenvangers behorende bij speelvoorzieningen

De bouwhoogte van ballenvangers behorende bij speelvoorzieningen bedraagt niet meer dan 6 m.

11.5 Luifels en ander straatmeubilair

De bouwhoogte van luifels en ander straatmeubilair bedraagt niet meer dan 4 m.

11.6 Andere overkappingen

De bouwhoogte van andere overkappingen bedraagt niet meer dan 3 m.

11.7 Verkeerstekens

De bouwhoogte van verkeerstekens bedraagt niet meer dan 4 m.

11.8 Overige andere bouwwerken

De bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt niet meer dan 2 m.

Artikel 12 Ondergeschikte bouwdelen

12.1 Ondergeschikte bouwdelen

De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 wordt verleend voor het bouwen van ondergeschikte bouwdelen als:

  • a. plinten, pilasters, kozijnen, hemelwaterafvoeren, ventilatiekanalen en rookkanalen de bouwgrens met maximaal 0,3 meter overschrijden;
  • b. luifels en overstekende daken de bouwgrens met maximaal 1 meter overschrijden, waarbij bestaande grotere overschrijdingen zijn toegestaan;
  • c. bouwwerken die boven een openbaar voetpad worden aangebracht een minimale doorgangshoogte van 2,2 meter hebben;
  • d. bouwwerken die boven een rijbaan worden aangebracht een minimale doorgangshoogte van 4,2 meter hebben.

Artikel 13 Bouwactiviteiten met nadere afweging

13.1 Overschrijding bouwgrenzen met nadere afweging
  • 1. In afwijking van het bepaalde in artikelen 10, 11 en 12 wordt een omgevingsvergunning verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
    • a. voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen van openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, abri's, fietsenstallingen, weegbruggen en dienstgebouwtjes voor onderhoud of gebruik van openbaar groen, wegen of speelplaatsen, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, waarvan de goothoogte niet meer dan 3 meter en de inhoud niet meer dan 50 m3 mag bedragen;
    • b. voor het in geringe mate overschrijden van de grenzen van een werkingsgebied met ten hoogste 3 meter, mits:
      • dit noodzakelijk is voor de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of bebouwing; en
      • daardoor de geldende oppervlakte van de bij de afwijking betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt vergroot;
    • c. voor overschrijdingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten en percentages, mits die beperkt blijven tot ten hoogste 10%.
  • 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in onderdeel 1 wordt geweigerd als:
    • a. op enig aangrenzend terrein de realisering van planologische mogelijkheden wordt belemmerd;
    • b. daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken;
    • c. daardoor onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld;
    • d. daardoor de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
13.2 Bouwactiviteiten met nadere afweging
  • 1. In afwijking van het bepaalde in artikelen 10 en 11 wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 ook verleend als aan de volgende voorwaarden van dit artikel wordt voldaan.
  • 2. Voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen van openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, abri's, fietsenstallingen, weegbruggen en dienstgebouwtjes voor onderhoud of gebruik van openbaar groen, wegen of speelplaatsen, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, waarvan de goothoogte niet meer dan 3 meter en de inhoud niet meer dan 50 m3 mag bedragen.
  • 3. Voor het in geringe mate overschrijden van de grenzen van een werkingsgebied met ten hoogste 3 meter, mits:
    • a. dit noodzakelijk is voor de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of bebouwing; en
    • b. daardoor de geldende oppervlakte van de bij de afwijking betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt vergroot.
  • 4. Voor overschrijdingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten en percentages, mits die beperkt blijven tot ten hoogste 10%.
  • 5. Op enig aangrenzend terrein de realisering van planologische mogelijkheden niet wordt belemmerd.
  • 6. Er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
  • 7. Er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld.
  • 8. De verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten

Artikel 14 Algemeen

14.1 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk gaat over gebruiksactiviteiten in TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22L Hoefse Hoven A.

14.2 Oogmerk

De regels in Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten zijn gesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

14.3 Normadressaat

Aan de regels van Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

14.4 Verbod op strijdig gebruik

Het is verboden om in het plangebied andere gebruiksactiviteiten te verrichten dan genoemd in de regels van een werkingsgebied van een gebruiksactiviteit zoals bedoeld in artikel 15 tot en met 21.

Artikel 15 Wonen

15.1 Wonen

In het werkingsgebied Wonen mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor wonen in een woning.

15.2 Beroep- en bedrijfsactiviteiten aan huis

In het werkingsgebied Wonen mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten bij elke woning als:

  • a. het beroep of bedrijf door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend, waarbij de bewoner maximaal twee medewerkers mag hebben;
  • b. er geen sprake is van publiekgerichte beroeps-, of bedrijfsactiviteiten aan huis;
  • c. maximaal 35% van de bebouwde oppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken wordt benut voor het beroep of bedrijf, met een maximum van 75 m2;
  • d. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer;
  • e. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de parkeerbehoefte in de openbare ruimte;
  • f. er geen beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning plaatsvinden, met uitzondering van in- en uitladen; en
  • g. geen buitenopslag plaatsvindt.

15.3 Vergunningplicht voor publieksgerichte beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis
  • 1. In afwijking van het bepaalde in 14.4 en 15.2 onder b kan in het werkingsgebied wonen en omgevingsvergunning worden verleend voor publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis.
  • 2. De omgevingsvergunning als bedoeld onder 1 wordt verleend als:
    • a. voor wat betreft het parkeren wordt voldaan aan artikel 7;
    • b. het niet gaat om horeca, een seksinrichting of detailhandel, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteit en behoudens internetwinkels;
    • c. voor het overige wordt voldaan aan de onder 15.2 genoemde voorwaarden.

Artikel 16 Publieksgerichte dienstverlening

16.1 Publieksgerichte dienstverlening

In het werkingsgebied specifieke vorm van dienstverlening - publieksgerichte dienstverlening mogen gronden en bouwwerken alleen op de begane grond gebruikt worden voor een bedrijf of instelling dat in hoofdzaak baliewerkzaamheden verricht of andere diensten verleent gericht op het publiek, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, pedicures, makelaars, reis- en uitzendbureaus en dergelijke.

Artikel 17 Kantoor

17.1 Kantoor

In het werkingsgebied kantoor mogen gronden en bouwwerken alleen op de begane grond gebruikt worden voor administratieve, financiële en zakelijke dienstverlening.

Artikel 18 Horeca

18.1 Horeca
  • 1. In het werkingsgebied horeca van categorie 1 mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor horeca van categorie 1.
  • 2. In het werkingsgebied horeca van categorie 3 mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor horeca van categorie 3.

Artikel 19 Wijkcentrum

19.1 Wijkcentrum

In het werkingsgebied specifieke vorm van maatschappelijk - wijkcentrum mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor een wijkcentrum.

Artikel 20 Groen - Buurtgroen

20.1 Groen - Buurtgroen

In het werkingsgebied Groen - Buurtgroen mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor:

  • a. groenvoorzieningen met een functie voor de buurt;
  • b. waterhuishoudkundige voorzieningen, watergangen- en partijen inclusief de daarbij behorende onderhoudspaden en/of -stroken;
  • c. recreatief medegebruik in de vorm van wandelen, fietsen, spelen, verblijven en beleven;
  • d. voet- en fietspaden;
  • e. buurtinitiatieven, zoals aanleggen van een moestuin;
  • f. speeltoestellen;
  • g. geluidwerende voorzieningen.
20.2 Vergunningplicht en beoordelingsregels voor wegen en parkeervoorzieningen in Groen - Buurtgroen
  • 1. In afwijking van het bepaalde in 20.1 kan een omgevingsvergunning in de werkingsgebieden Groen-Buurtgroen, worden verleend voor het gebruik van gronden voor wegen en parkeervoorzieningen.
  • 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 wordt verleend als:
    • a. de afwijking noodzakelijk is ten behoeve van een optimale verkeersafwikkeling dan wel in verband met de parkeerbehoefte binnen het gebied;
    • b. de verkeersveiligheid in het gebied niet in het gedrang komt;
    • c. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het ruimtelijk beeld van het openbaar (groen)gebied; en
    • d. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het gebruik van beledende percelen.

Artikel 21 Verkeer

21.1 Verkeer

In het werkingsgebied Verkeer mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor:

  • a. (hoofd)ontsluitingswegen bestaande uit ten hoogste 2 rijstroken;
  • b. voet- en fietspaden;
  • c. parkeervoorzieningen;
  • d. in-/ uitritten;
  • e. bermen en groenvoorzieningen;
  • f. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. speeltoestellen;
  • h. geluidwerkende voorzieningen.

Hoofdstuk 6 Overgangsrecht

Artikel 22 Overgangsrecht

22.1 Overgangsrecht gebruik
  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in onderdeel 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in onderdeel 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode van langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Onderdeel 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan zoals deze gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
22.2 Overgangsrecht gebouwen
  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van onderdeel 1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in onderdeel 1 met maximaal 10%.
  • 3. Onderdeel 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het omgevingsplan zoals deze grond voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.