direct naar inhoud van Regels
Plan: Tam-omgevingsplan F.A. Molijnlaan 131-133 H22h
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01

Regels

(= Pre-ambule)

Dit plan beoogt het voorzien van de planologische kaders om het perceel aan de F.A. Molijnlaan 131-133 te voorzien van een woonfunctie. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit

elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22h van het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet.

In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22h' gelezen worden.

De bijlage bij de in deze voorziening weergegeven hoofstukken moet gelezen worden als onderdeel van Bijlage 22h bij het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het "TAM-omgevingsplan F.A. Molijnlaan 131-133 H22h "met identificatienummer NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01 van de gemeente Nunspeet.

1.2 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.3 ander bouwwerk

een bouwwerk, geen gebouw of een bijbehorend bouwwerk;

1.4 ander werk

een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid;

1.5 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.6 bebouwingspercentage

het bebouwingspercentage mag ten hoogste zoveel bedragen als ter plaatse van de maatvoering is aangegeven

1.7 bedrijfsmatig

in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;

1.8 bestaande

bestaand en legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;

1.9 bijbehorend bouwwerk

een niet voor bewoning bestemd gebouw dat in functioneel en architectronisch opzicht ondergeschikt is aan en ten dienste staat van een hoofdgebouw;

1.10 bijgebouw

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.11 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.12 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; indien en voorzover twee bouwpercelen middels de figuur relatie met elkaar zijn verbonden worden deze aangemerkt als één bouwperceel;

1.13 bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel;

1.14 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.15 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.16 dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.17 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.18 eigen terrein als bedoeld in de regeling voor parkeren en laden en lossen

het terrein en/of bouwwerk dat de aanvrager in eigendom of in gebruikt heeft en waarover hij kan beschikken en die bij het te realiseren (bouw)plan en/of het bouwwerk horen;

1.19 erf

een al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woning en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van de woning;

1.20 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.21 gebruiken

het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;

1.22 hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

1.23 horeca

een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;

1.24 mantelzorg

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

1.25 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;

dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen;

1.26 ondergeschikte bouwdelen

hieronder wordt verstaan plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken

1.27 onderkomens

voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen;

1.28 overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.29 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden, dan wel met twee wanden, waarvan maximaal één wand tot de constructie behoort;

1.30 peil
  • a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:
    de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
  • c. indien in of op het water wordt gebouwd:
    het plaatselijke niveau ten opzichte van Nieuw Amsterdams Peil;
  • d. indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil;
1.31 seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.32 uitvoeren

het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven;

1.33 verbeelding
  • a. de digitale verbeelding van het TAM-omgevingsplan Tam-omgevingsplan F.A. Molijnlaan 131-133 H22h-vg01;
  • b. de analoge (papieren) kaart van het TAM-omgevingsplan Tam-omgevingsplan F.A. Molijnlaan 131-133 H22h-vg01 met legenda en tekeningnummer NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01;
1.34 voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een woning of, bij onduidelijkheid daarover, de als zodanig door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;

1.35 woning

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van een huishouden;

Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens

tussen de zijdelingse grens van het perceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is;

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.3 de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.4 de dakhelling

de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak gerekend in graden;

2.5 de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.6 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid;
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk;
  • 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie F.A. Molijnlaan 131-133 te Nunspeet, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
  • 4. De regels uit het Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten/Seizoenarbeiders e.a. (vastgesteld d.d. 2 juni 2022), het Parapluplan Bed en Breakfast (vastgesteld d.d. 13 mei 2022) en het Parapluplan Parkeren (vastgesteld d.d. 29 april 2021) zijn van overeenkomstige toepassing op de locaties zoals genoemd in het Tam-omgevingsplan F.A. Molijnlaan 131-133 H22h, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01.

Artikel 4 Begripsbepalingen

4.1 Van toepassing verklaring

De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit 'TAM-omgevingsplan F.A. Molijnlaan 131-133 H22h', tenzij daar in dit artikel van worden afgeweken.

Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Artikel 6 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 2 Functies en gebiedsaanwijzingen

Artikel 7 Tuin

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als "Tuin".

7.2 Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als "Tuin" heeft de volgende functies:

a. Tuinen met de daarbij behorende voorzieningen zoals in- en uitritten, paden, bermen, parkeervoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

7.3 Bouwactiviteit-algemeen

Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien deze ten dienste staan van de functies genoemd in artikel 7.2

7.4 Beoordelingsregels bouwactiviteiten
7.4.1 Toepassingsbereik

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.2.9 gelden de in dit artikel opgenomen beoordelingsregels

7.4.2 Verbod bouwen gebouwen

Op of in de gronden met de functie Tuin mogen geen gebouwen worden gebouwd.

7.4.3 Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde   Maximale bouwhoogte  
erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van een woning   1 m  
overige erf- en terreinafscheidingen en overige, bouwwerken, geen gebouw zijnde, met uitzondering van vlaggenmasten   2 m  

7.5 Specifieke beoordelingsregels - bouwwerken
7.5.1 Specifieke beoordelingsregels bouw bijbehorende bouwwerken

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 7.4.2 ten behoeve van het bouwen van bijbehorende bouwwerken, zoals erkers en ingangspartijen, vóór de voorgevel van een woning.

Voor het verlenen van de omgevingsvergunning gelden de volgende eisen:

  • a. De diepte van de erker en/of ingangspartij bedraagt ten hoogste 1,5 meter, mits de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde voortuin, ten minste 2,5 meter bedragen;
  • b. De gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 12 m2 en een overkapping, met dien verstande dat bij aaneengebouwde woningen slechts een oppervlakte van 6 m2  en een overkapping is toegestaan;
  • c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • d. Het woongenot van de naaste buren mag niet onevenredig worden aangetast;
  • e. Het straatbeeld mag niet onevenredig worden aangetast.
  • f. 'het bebouwingspercentage mag ten hoogste zoveel bedragen als ter plaatse van de maatvoering is aangegeven

Artikel 8 Wonen

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als "Wonen".

8.2 Functieomschrijving

De op de plankaart als "Wonen" aangewezen gronden mogen worden benut voor vrijstaande woningen met bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken en andere bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven.

8.3 Bouwactiviteit - algemeen

Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 7.2.

8.4 Beoordelingsregels bouwactiviteiten
8.4.1 Toepassingsbereik

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden de in dit artikel opgenomen beoordelingsregels.

8.4.2 Beoordelingsregels Bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de beoordelingsregels:

  • a. woningen mogen uitsluitend binnen bouwvlakken worden gebouwd;
  • b. per functievlak mag niet meer dan één woning worden gebouwd;
  • c. de goothoogte en bouwhoogte van de woningen mogen niet meer bedragen dan op de plankaart, met inachtneming van maatvoeringsgrenzen, is aangegeven;
  • d. de goothoogte en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen, mogen niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

Bouwwerken maximale goothoogte maximale (bouw)hoogte

bijbehorende bouwwerken en overkappingen 3 m 5 m

pergola's - 3 m

overig erf- en terreinafscheidingen - 2m

en overige, andere bouwwerken,

niet zijnde vlaggenmasten

  • e. bijbehorende bouwwerken en overkappingen mogen uitsluitend op ten minste 3 m achter de voorgevel van de betreffende woning worden gebouwd;
  • f. van de bij een woning behorende gronden als bedoeld in artikel 8.2 en 7.2 niet meegerekend die binnen het bouwvlak, mag ten hoogste 50% worden bebouwd.
  • g. De gezamenlijke oppervlakte van bij een woning behorende bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag niet meer dan 60 m2 bedragen, onverminderd het bepaalde onder e.
  • h. 'het bebouwingspercentage mag ten hoogste zoveel bedragen als ter plaatse van de maatvoering is aangegeven
8.5 Specifieke beoordelingsregels bouwactiviteiten
8.5.1 Specifieke beoordelingsregels goothoogte aan-en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.4.2, onder d, in die zin dat de goothoogte van bijbehorende bouwwerken aan woningen wordt vergroot tot de goothoogte van de betreffende woning, met dien verstande dat:

    • 1. het woongenot van de naaste buren niet onevenredig wordt aangetast;
    • 2. het straatbeeld niet onevenredig wordt aangetast.
8.5.2 Specifieke beoordelingsregels garage

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.4.2, onder e, in die zin dat een inpandige garage of een garage die een architectonische eenheid vormt met de betreffende woning tot aan de voorgevel van de betreffende woning wordt gebouwd, met dien verstande dat:

  • 5. het woongenot van de naaste buren niet onevenredig wordt aangetast;
  • 6. het straatbeeld niet onevenredig wordt aangetast.
8.5.3 Specifieke beoordelingsregels oppervlakte bijbehorende bouwwerken en overkappingen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.4.2, onder g, in die zin dat de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer mag bedragen dan 75 m2, met dien verstande dat:

  • 1. de oppervlakte van de bij de betreffende woning behorende gronden als bedoeld in artikel 8.2 meer dan 600 m2 bedraagt.
8.5.4 Specifieke beoordelingsregels praktijkruimte

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.2 en 8.4.2 onder h, in die zin dat een praktijkruimte als gebouw bij een woning wordt gebouwd, met dien verstande dat:

  • 1. de gezamenlijke oppervlakte van praktijkruimte bij eenzelfde woning niet meer bedraagt dan 50% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende gebouwen, en ten hoogste 75 m2 is;
  • 2. de goothoogte en bouwhoogte van een praktijkruimte niet meer bedragen dan respectievelijk 3 en 5 meter.
8.6 Beoordelingsregels gebruiksactiviteiten
8.6.1 Verboden gebruiksactiviteiten

Het is verboden binnen deze functie de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten:

  • 1. het gebruiken en inrichten van woningen en bijbehorende bouwwerken voor andere beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten dan vrije beroepsactiviteiten, zoals die van accountant, advocaat, architect, arts of kunstenaar;
  • 2. het gebruiken en inrichten van aan een woning gebouwde bijbehorende bouwwerken ten behoeve van wonen.
8.7 Specifieke beoordelingsregels - gebruiksactiviteiten
8.7.1 Specifieke beoordelingsregels andere beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.6.1 onder 1, in die zin dat het is toegestaan een woning en bijbehorende gebouwen voor andere beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten dan vrije beroepsactiviteiten, zoals die van accountant, advocaat, architect, arts of kunstenaar te gebruiken of te laten gebruiken, met dien verstande dat:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van ruimten voor de andere beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten bij eenzelfde woning niet meer bedraagt dan 25% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken, en ten hoogste 45 m2 is;
  • b. die andere beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten:

afbeelding "i_NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01_0001.png" niet-milieuvergunningplichtig en/of niet-meldingsplichtig zijn;

afbeelding "i_NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01_0002.png" in de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage staat van bedrijfsactiviteiten zijn aangemerkt als categorie 1, danwel daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft hun gevolgen voor de omgeving;

afbeelding "i_NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01_0003.png" geen horeca betreffen;

afbeelding "i_NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01_0004.png" geen detailhandel betreffen;

afbeelding "i_NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01_0005.png" geen wezenlijke verandering van het woonkarakter en de uiterlijke verschijningsvorm van de woning met zich meebrengen;

afbeelding "i_NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01_0006.png" geen buitenopslag met zich meebrengen;

afbeelding "i_NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01_0007.png" geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk in de omgeving met zich meebrengen;

afbeelding "i_NL.IMRO.0302.TAM0022h-vg01_0008.png" er wordt voldaan aan de geldende parkeernota van de gemeente Nunspeet.

8.7.2 Specifieke beoordelingsregels aangebouwde bijbehorende bouwwerken

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.6.1 onder 2, in die zin dat het is toegestaan om aangebouwde bijbehorende bouwwerken te gebruiken en in te richten voor wonen, met dien verstande dat:

  • 1. het woongenot van de naaste buren niet onevenredig wordt aangetast;
  • 2. het straatbeeld niet onevenredig wordt aangetast.

Hoofdstuk 3 Algemene regels voor activiteiten

Artikel 9 Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 Algemene beoordelingsregels bouwactiviteiten

10.1 Overschrijding van de bouw en/of functiegrenzen

Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwperceelgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

10.2 Wegverkeerslawaai
10.2.1 Toepassingsbereik

De regels in dit lid gaan over het toestaan van een geluidgevoelig gebouw in de nabijheid van een gemeenteweg.

10.2.2 Beoordelingsregels wegverkeerslawaai

De realisering van een geluidgevoelig gebouw op een plek of (bouw)hoogte waar nog geen geluidgevoelig gebouw aanwezig is, is uitsluitend toegestaan indien voor dat gebouw, respectievelijk de geluidgevoelige ruimte in dat gebouw voldaan zal worden aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting zoals vastgelegd in:

  • a. artikel 12.13m van het Besluit kwaliteit leefomgeving jo. artikel 3.27, lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving vanwege gemeentewegen en waterschapswegen;
  • b. artikel 12.13ia, lid 2
  • c. dan wel, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in lid a, voldaan zal worden aan een door het bevoegd gezag vastgestelde en bij dit plan behorend Besluit hogere waarde overeenkomstig artikel 5.78u van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • d. dan wel, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in lid a of b, sprake zal zijn van geluidbelasting op een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen in de zin van artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 11 Algemene beoordelingsregels gebruiksactiviteiten

11.1 Verboden gebruiksactiviteiten

Onder strijdig gebruik wordt het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt gerekend:

a. het gebruik van gronden en bouwwerken als of ten behoeve van een seksinrichting;

b.het gebruik van onbebouwde gronden:

1. als stand- of ligplaats van onderkomens;

2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten;

een en ander tenzij dit gebruik verband houdt met de functieomschrijving;

c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van meer dan 40 m²;

d. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak tenzij het specifiek wordt toegestaan.

11.2 Specifiek verbod bed & breakfast
11.2.1 Verbodsbepaling voor nieuwbouw ten behoeve van bed & breakfast

    • a. Nieuwbouw ten behoeve van een bed en breakfast is niet toegestaan binnen het omgevingsplangebied.
    • b. Artikel 11.2.1, lid 1, is niet van toepassing indien er nieuwbouw in de vorm van herbouw plaatsvindt.
11.2.2 Verbodsbepaling voor het gebruiken van een gebouw voor een bed & breakfast en voor het verbouwen van een gebouw tot een bed & breakfast
  • 1. Het is verboden een gebouw te gebruiken voor een bed en breakfast, en het is verboden een gebouw te verbouwen tot een bed en breakfast, binnen het omgevingsplangebied.
  • 2. Als voldaan wordt aan de specifieke beoordelingsregels, zoals omgeschreven in 11.5.1 kan het college van burgemeester en wethouders afwijken van de verbodsbepaling volgens 11.2.2, lid 1.
11.3 Specifiek verbod m.b.t. activiteit onzelfstandige bewoning
11.3.1 Verbodsbepalingen onzelfstandige bewoning

    • a. Het is verboden om voor de functies ''Wonen'' en/of ''Woongebied'' aangewezen gronden woningen, en/of woonhuizen, en/of wooneenheden, en/of bedrijfswoningen te gebruiken of in gebruik te geven voor onzelfstandige bewoning.
    • b. Het is tevens verboden in andere functies dan ''Wonen'' en/of ''Woongebied'' waar volgens de functieregeling de functie wonen is toegestaan in woningen, en/of woonhuizen, en/of wooneenheden, en/of bedrijfswoningen te gebruiken of in gebruik te geven voor onzelfstandige bewoning.
    • c. De verboden zoals beschreven in dit artikel onder lid a, en onder lid b, gelden ook voor (ver)bouwwerkzaamheden ten behoeve van onzelfstandige bewoning.
    • d. Het bepaalde in dit artikel onder a, onder b, en onder c, is niet van toepassing op bestaande onzelfstandige bewoning in woningen en/of woonhuizen, en/of wooneenheden, en/of bedrijfswoningen die voor onzelfstandige bewoning gebruikt mogen worden op grond van het (tijdelijke) omgevingsplan op grond van de Omgevingswet en/of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
11.4 Specifiek verbod logies voor arbeidsmigranten/seizoensarbeiders e.a.

Onder strijdig gebruik wordt in dit plan specifiek het volgende verstaan, zoals genoemd onder de leden a tot en met e:

  • a. binnen de functies Recreatie, Recreatie - Bungalowpark, Recreatie - Gemengd terrein, en Recreatie - Kampeerterrein het gebruiken van een gebouw met de functie/activiteit "hotel" voor logies voor arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a.;
  • b. binnen de functies Recreatie, Recreatie - Bungalowpark, Recreatie - Gemengd terrein, en Recreatie -Kampeerterrein het gebruiken van een gebouw met een andere recreatieve functie dan hotel voor logies voor arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a.;
  • c. binnen de functie Horeca het gebruiken van een gebouw met deze functie voor logies ten behoeve van arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a.;
  • d. binnen de functie Maatschappelijk het gebruiken van een gebouw voor logies ten behoeve van arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a.;
  • e. het gebruik van bouwwerken/gebouwen binnen andere functies dan de in dit artikel onder a, b, c, en d genoemde functies, voor logies ten behoeve van arbeidsmigranten en/of seizoenarbeiders e.a.;
  • f. het verboden gebruik, zoals genoemd in dit artikel onder a, b, c, d en e betekent ook dat het verboden is voor dit gebruik de activiteit bouwen uit te oefenen;
  • g. de verbodsbepalingen, zoals genoemd onder het bepaalde onder letter a. tot en met f zijn niet van toepassing op bestaande bouwwerken / gebouwen waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is verleend voor het toestaan van het logies voor arbeidsmigranten, of waarvan het gebruik (en de activiteit bouwen) reeds is toegestaan volgens het geldende omgevingsplan.
11.5 Specifieke beoordelingsregels
11.5.1 Specifieke beoordelingsregels bed & breakfast binnen de bebouwde kom

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.2.2, in die zin dat een gebouw mag worden gebruikt en verbouwd voor een bed & breakfast, indien wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:

1. Een bed en breakfast mag gerealiseerd worden in een woning of in een en bedrijfswoning behorend bij de functies Wonen, Dienstverlening, Gemengd, Horeca en Maatschappelijk. Binnen de functie Tuin is een bed en breakfast nadrukkelijk niet toegestaan. Ook in een niet-vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij de woningen of bedrijfswoningen binnen deze functies kan onder voorwaarden een bed en breakfast worden gerealiseerd.

2. Er mag voor de bed & breakfast niet meer dan 40% van de gebruiksvloeroppervlakte van de woning/bedrijfswoning en een niet-vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gebruikt met een maximum van 120 m2. Onder de toegestane oppervlakte van een bed en breakfast vallen de volgende ruimten:

- Slaapkamer(s);

- Bad-, douche-, en toiletruimten die niet geeld worden met de bewoner(s);

- Een gemeenschappelijke ruimte (Gemeenschappelijke verkeersruimtes hoeven niet bij de toegestane oppervlakte te worden meegerekend);

3. Voor het realiseren van een bed en breakfast in maximaal één vrijstaand bijbehorend bouwwerk kan vergunning worden verleend als:

  • a. deze bijdraagt aan de doelstellingen zoals deze genoemd worden in Thema 3 van de Omgevingsvisie Nunspeet;
  • b. niet meer dan 50 m2 van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk hiervoor wordt ingericht. Hierbij dient wel het maximum aan m2 voor een bed en breakfast van in totaal 120 m2, volgens lid 2 van dit artikel, in acht te worden genomen.
  • c. het desbetreffende vrijstaande bijbehorende bouwwerk op minimaal 1 meter van de erfgrens staat.

4. Degene die de bed en breakfast exploiteert, dient ingeschreven te staan in de BRP (Basisregistratie Personen) op het desbetreffende adres.

5. Een bed en breakfast mag eveneens worden gerealiseerd in een uniek object, niet zijnde een woning of bijbehorend bouwwerk. Het gaat dan om karakteristieke gebouwen en/of varende constructies. Voorwaarde is dat het gebouw en/of de varende constructie voldoet aan de eisen zoals deze genoemd worden in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dergelijke initiatieven worden per geval beoordeeld. Omdat hier niet altijd sprake is van een inschrijving van de bewoner(s) in de BRP (Basisregistratie Personen), wordt een afweging per geval gemaakt.

6. In de bed en breakfast mag geen zelfstandige kookvoorziening aanwezig zijn

7. Er moet een parkeergelegenheid aanwezig zijn of worden aangelegd op het perceel waarop de bed en breakfast wordt aangeboden. Het aantal parkeerplaatsen voor de bed en breakfast moet minimaal overeenkomen met het aantal slaapkamers van de bed en breakfast boven op het aantal parkeerplaatsen dat bij de functie hoort.

8. Ter beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning vindt een belangenafweging plaats, waarbij de volgende aspecten worden getoetst en meegewogen:

a. de belangen van de gebruikers of van de eigenaren van de aanliggende gronden en nabijgelegen woningen en bedrijven;

b. de afstand van de bed en breakfast tot een woning op een naastgelegen perceel moet minimaal 10 m bedragen; Bij knelpunten vanwege deze 10 meter-eis kan het college van B&W hiervan afwijken waarbij aan de overige letters van dit sublid (letters a, c, d, e, f, en g) wel moet worden voldaan;

c. de milieusituatie (aan de bedrijfsvoering van agrarische en niet-agrarische bedrijven in de nabije omgeving mag door een en breakfast geen beperking ontstaan);

d. de verkeersveiligheid;

e. de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden;

f. het straatbeeld;

g. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en naastgelegen woningen.

9.Degene die de gelegenheid biedt tot het houden van nachtverblijf is belastingplichtig op grond van de geldende Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting. De exploitant is verplicht hiervoor een eigen nachtverblijfregister bij te houden, die door de gemeente kan worden gecontroleerd.

10. Het aantal overnachtingen waarbij in een bed en breakfast mag worden overnacht mag maximaal 14 nachten achtereen bedragen.

11. Het aantal overnachtingen waarbij in een bed en breakfast mag worden overnacht mag maximaal 14 nachten achtereen bedragen.

11.5.2 Specifieke beoordelingsregels m.b.t. onzelfstandige bewoning

Met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 11.3.1 onder a, onder b, en onder c, voor het gebruik van een woning en/of woonhuis en/of bedrijfswoning en/of wooneenheid voor onzelfstandige bewoning, mits:

a. het de huisvesting van maximaal 5 personen betreft;

b. maximaal 5% van de woningen in de straat wordt aangewend voor de huisvesting voor onzelfstandige bewoning;

c. minimaal vier aaneengesloten panden aanwezig moeten zijn die niet als onzelfstandig gebruikte woningen en/of wooneenheden en/of woonhuizen en/of bedrijfswoningen worden gebruikt tussen de woningen die aangewend worden voor onzelfstandige bewoning;

d. voor woningen en/of woningen met kamergewijze verhuur in woongebouwen met 6 of meer woningen en/of woningen met kamergewijze verhuur geldt als aanvullende regel dat er tussen twee woningen met kamergewijze verhuur minimaal twee woningen gelegen moeten zijn;

e. binnen een straal van 250 meter rondom het vrijstaande kamerverhuurpand is geen ander vrijstaand pand met onzelfstandige bewoning, zoals bijvoorbeeld een kamerverhuurpand, aanwezig;

f. er mogen niet meer bewoners zijn dan het aantal aanwezige kamers (gemeenschappelijke ruimtes niet meegerekend);

g. er per bewoner minimaal één kamer aanwezig is;

h. dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden, hierbij spelen de volgende factoren een rol:

  • 1. de aard van de omgeving;
  • 2. de aard van de voorzieningen;
  • 3. de verhouding koop-/huurwoningen;
  • 4. de staat van onderhoud van panden en tuinen;
  • 5. de aard van en het aantal klachten over onder meer:

geluidsoverlast;

overlast als gevolg van afval op straat of in tuinen;

drugsoverlast;

overlast vanwege drankmisbruik;

vernielingen;

geweld, mishandeling, bedreiging.

i. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de parkeernormen zoals vastgelegd in artikel 13, onder 13.1;

j. sprake is van een verblijfsruimte van minimaal 12 m2 per persoon;

k. voldaan wordt aan milieu wet- en regelgeving;

l. dit niet leidt tot strijdigheid met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals dit blijkt uit:

1. het woon- en leefklimaat;

2. het straat- en bebouwingsbeeld;

3. de verkeersveiligheid en de parkeersituatie;

4. de brandveiligheid;

5. de externe veiligheid;

6. de rampenbestrijding;

7. de milieusituatie;

8. de cultuurhistorische waarde;

9. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

11.5.3 Specifieke beoordelingsregels logies arbeidsmigranten

  • 1. aan logies van arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a. in de gevallen en procedures volgens de hieronder in lid 11.5.3 bij de onderstaande letters a. t/m d., en in voorkomende gevallen volgens de in b Plaatsen van woonunites en/of andere bouwwerken/gebouwen ten behoeve van arbeidsmigranten/seizoensarbeiders, onder I, genoemde procedure.
  • 2. bij het afwijken volgens lid 11.5.3 onder 1. dienen de specifieke voorwaarden zoals geformuleerd bij de hieronder in lid 11.5.3 bij de onderstaande letters a. t/m d. en de algemene voorwaarden volgens a Algemene voorwaarden in acht te worden genomen.

a. Te herontwikkelen gebouwen

Door het college van Burgemeester en Wethouders kan met een tijdelijke omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.4 voor het tijdelijk gebruik van een locatie, en van bebouwing op die locatie, die als herontwikkelingslocatie is aangewezen, mits:

1. dit gebouw en deze locatie gelegen is in of in de nabijheid van de bebouwde kom en voorzieningen;

2. het niet meer dan 50 arbeidsmigranten per locatie binnen de bebouwde kom betreft;

3. het een maximale duur van 3 jaar betreft (met de mogelijkheid tot verlenging);

4. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, waarvoor wordt verwezen naar de Algemene Voorwaarden volgens a Algemene voorwaarden onder punt 4.

5. er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld.

b. Transformatie (verouderd) recreatiepark

Door het college van Burgemeester en Wethouders kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van

het bepaalde in artikel 11.4 voor het tijdelijk gebruiken van bebouwing op een recreatiepark, mits:

1. het na het einde van het bieden van logies aan de arbeidsmigranten/seizoenarbeiders een andere functie krijgt, die bijdraagt aan een kwaliteitsimpuls voor de directe omgeving.

2. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, waarvoor wordt verwezen naar de Algemene Voorwaarden volgens a Algemene voorwaarden onder punt 4.

3. er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld.

c (Tijdelijk) gebruik van recreatieobjecten

Door het college van Burgemeester en Wethouders kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van

het bepaalde in artikel 11.4 voor het tijdelijk gebruik van recreatieobjecten, mits:

1. het maximaal 10% van het aantal recreatieobjecten betreft (met een maximum van 10 recreatieobjecten);

2. het een maximale duur van 3 jaar betreft (met de mogelijkheid tot verlenging);

3. indien er op het recreatiepark ook pauzewoningen zijn vergund, tellen deze ook mee in het maximum van

10% van de recreatieobjecten;

4. verhuurders vragen een tijdelijke omgevingsvergunning aan;

5. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, waarvoor wordt verwezen naar de Algemene Voorwaarden volgens a Algemene voorwaarden onder punt 4.

6. huurders vragen een tijdelijke omgevingsvergunning aan voor 1 jaar met de mogelijkheid tot verlenging;

7. huurders schrijven zich in in de gemeentelijke BRP, de Basisregistratie Personen (iemand die langer dan vier maanden in Nederland woont moet zich als ingezetene inschrijven in de Basisregistratie Personen);

8. er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld;

d Semipermanent bieden van logies op voormalig recreatiepark

Door het college van Burgemeester en Wethouders kan met een tijdelijke omgevingsvergunning worden

afgeweken van het bepaalde in artikel 11.4 voor het semipermanent bieden van logies aan

arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a. op een voormalig recreatiepark, mits:

1. het een (voormalig) recreatiepark betreft met maximaal 25 legale recreatieobjecten;

2. er in totaal niet meer dan 70 personen worden gehuisvest;

3. er geen sprake is van menging van functies, zowel op het park als daarbuiten;

4. de omgevingsvergunning wordt verleend voor een termijn van maximaal drie jaar, met de mogelijkheid tot verlenging van deze termijn met telkens 3 jaar;

5. binnen het grondgebied van de gemeente Nunspeet kunnen maximaal 2 locaties voor het semipermanent bieden van logies worden benut;

6. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, waarvoor wordt verwezen naar de Algemene Voorwaarden volgens a Algemene voorwaarden onder punt 4.

7. er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld;

a Algemene voorwaarden

Algemene voorwaarden om te kunnen meewerken aan het afwijken van de bovengenoemde categorieën genoemd onder de hiervoor genoemde letters a. t/m d

1. indien wordt meegewerkt aan logies van arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. dient voldaan te zijn aan de voorwaarden die zijn genoemd bij de letters a. t/m d.

2. indien wordt meegewerkt aan logies van arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. dient in elk geval voldaan te zijn aan de voorwaarde dat de behoefte aan logies van arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. in voldoende mate dient te zijn aangetoond.

3. indien wordt meegewerkt aan logies van arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a. dient aangetoond te worden dat deze (in hoofdzaak) werkzaam zijn in de gemeente Nunspeet.

4. dit niet leidt tot strijdigheid met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;

a. het woon- en leefklimaat;

b. het straat- en bebouwingsbeeld;

c. de verkeersveiligheid en de parkeersituatie;

d. de brandveiligheid;

e. de externe veiligheid;

f. de rampenbestrijding;

g. de milieusituatie;

h. de cultuurhistorische waarde;

i. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5. er de plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld.

b Plaatsen van woonunites en/of andere bouwwerken/gebouwen ten behoeve van

arbeidsmigranten/seizoensarbeiders

I. Plaatsen van woonunits en/of andere bouwwerken/gebouwen ten behoeve van

arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a.

De gemeente kan ook meewerken aan een plan waarbij gebouwd wordt door bijvoorbeeld het plaatsen van woonunits en/of andere bouwwerken/gebouwen ten behoeve van logies voor arbeidsmigranten/seizoenarbeiders

e.a.

Aan een dergelijk plan kan worden meegewerkt, mits de voorwaarden in acht worden genomen die hieronder bijhet cijfer II. zijn geformuleerd.

Qua procedure kan een dergelijk, zoals hiervoor omschreven, plan, voor het plaatsen (=bouwen) van woonunits en/of andere bouwwerken/gebouwen ten behoeve van logies voor arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a., enkel geregeld worden door een herziening van het omgevingsplan dan wel door een omgevingsvergunning te verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa).

II. Voorwaarden om mee te werken aan een procedure voor het plaatsen van woonunits of andere bouwwerken/gebouwen voor het bieden van logies aan arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a.

Als voorwaarden om mee te kunnen werken aan het plaatsen van woonunits en/of andere bouwwerken/gebouwen

dienen de volgende voorwaarden in acht te worden genomen:

1. de locatie in de directe nabijheid van de bebouwing kom ligt;

2. het logies tijdelijk is (maximaal 10 jaar), waarbij het mogelijk is deze periode te verlengen;

3. de omvang en inrichting aansluit bij de omgeving;

4. de locaties op voldoende afstand van woonfuncties liggen;

5. er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die met de gemeente wordt gedeeld;

6. er vanwege de milieuaspecten meegewerkt kan worden;

7. er sprake is van een evenwiichtige toedeling van functies aan locaties;

8. er geen gebouwen in het kader van herontwikkeling zoals bedoeld in artikel 11.5.3 letter a. dan wel

transformatie van een (verouderd) recreatiepark zoals bedoeld onder letter b. dan wel semipermanente

locaties zoals bedoeld in artikel 11.5.3 letter d. beschikbaar zijn.

9. er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, hetgeen blijkt uit:

a. het woon- en leefklimaat;

b. het straat- en bebouwingsbeeld;

c. de verkeersveiligheid en de parkeersituatie;

d. de brandveiligheid;

e. de externe veiligheid;

f. de rampenbestrijding;

g. de milieusituatie;

h. de cultuurhistorische waarde;

i. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels:

  • a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, van welke bouwwerken de oppervlakte niet meer dan 45 m2 en de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen;
  • a. ten behoeve van het bouwen van ondergrondse bergbezinkbassin met een maximale oppervlakte van 2500 m², maximaal 3 meter diep, maximaal 1 meter hoog, met een regelkast van 2 meter hoog en een oppervlakte van 6 m2;
  • b. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen, paden, bebouwingsgrenzen en aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen;
  • c. voor afwijkingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten, afmetingen en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten, afmetingen en percentages.

Artikel 13 Algemene beoordelingscriteria overige activiteiten

13.1 Beoordelingscriteria parkeeractiviteiten

1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en/of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel voor het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de functie van het gebouw of het terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor:

a. het parkeren of stallen van auto's en fietsen;

b. het laden of lossen van goederen;

c. het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden.

2. De onder 11.1, lid 1 genoemde voorzieningen voor parkeren en laden of lossen worden gerealiseerd op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd.

13.2 Specifieke beoordelingsregels parkeeractiviteiten

Burgemeester en Wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.1:

  • a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;
  • b. of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
13.3 Voorwaarden voor het afwijken van de parkeerregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 13.1.1:

1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;

2. of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien;

13.4 Parkeerfonds
  • 1. Van de parkeerregels genoemd in 13.1 kan, indien er geen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, en de parkeerplaatsen niet voldoende in het openbaar gebied aanwezig (kunnen) zijn, door het college van Burgemeester en Wethouders ook worden afgeweken met een omgevingsvergunning, door de aanvrager van een omgevingsvergunning een financiële bijdrage te doen storten in het parkeerfonds.
  • 2. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid 1, komt tot stand volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014).
  • 3. De financiële bijdrage voor het parkeerfonds wordt berekend volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014).
13.5 Beleidsregels

Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 13.1.1, 13.1.2 en 13.1.3 wordt getoetst aan de beleidsregel Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende, beleidsregel.

Artikel 14 Overige regels

14.1 Werking wettelijke regels

De wettelijke regeling waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

14.2 Aanvullende werking welstandscriteria

De ter plaatse en in de regels geboden ruimte ten aanzien van de situering, de maatvoering en de vormgeving van bouwwerken kan nader worden ingevuld door de welstandscriteria, zoals opgenomen in de gemeentelijke ''Welstandsnota 2015'' of diens rechtsopvolger.

Hoofdstuk 4 Overgangsrechtbepalingen

Artikel 15 Overgangsrecht

15.1 Bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.
15.2 Afwijking

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het 12.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

15.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

15.4 Gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

15.5 Strijdig gebruik
  • a. Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 15.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • b. Indien het gebruik, bedoeld in 15.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
15.6 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Het bepaalde in 15.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bijlagen bij regels