| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Westervoort Noord, westelijk deel |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0293.OPWTVNRD02-VS01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Westervoort Noord, westelijk deel en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22a]) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Westervoort. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22a] van het omgevingsplan van de gemeente Westervoort. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22a]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22a]' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk. Aanvullend daarop gelden voor de toepassing van dit hoofdstuk de volgende begripsbepalingen:
aan huis verbonden bedrijf
een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de bewoner van de woning, voor zover geen sprake is van een milieubelastende activiteit waarvoor een vergunning- of meldingsplicht geldt.
aan huis verbonden beroep
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
aanduidingsvlak
een op de plankaart aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens.
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
bebouwingspercentage
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van (een deel van) het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald.
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
bestaand
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
bijgebouw
een op zich zelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels van een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel.
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
erf
al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw.
erker
een uitbouw van het hoofdgebouw met de omvang en uitstraling van een uitgebouwd venster, veelal gelegen voor het verlengde van de voorgevel.
extensieve dagrecreatie
recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen,
zwemmen en vissen.
functiegrens
de grens van een functievlak.
functievlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
hoofdgebouw
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die door het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is.
kwadrantwoning
woning waarbij zowel de achtergevel als een zijgevel van de ene woning direct grenst aan een achtergevel of zijgevel van een andere woning.
maatschappelijke voorzieningen
culturele, educatieve, medische, sociale en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening met uitzondering van een ziekenhuis, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen.
peil
de hoogte van het aan de onderste woonlaag aansluitend afgewerkt maaiveld.
rug-aan-rugwoning
woning waarbij de achtergevel van de ene woning direct grenst aan de achtergevel van een andere woning.
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt.
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten:
tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met dien verstande dat goten van ondergeschikte bouwdelen zoals dakkapellen niet worden meegerekend.
de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.
bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
Een als 'Dienstverlening' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en (fiets)paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en (nuts)voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven en daarmee naar aard en omvang vergelijkbaar gebouwen en voorzieningen.
Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.
De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2 m.
Een als 'Gemengd' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en (fiets)paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en (nuts)voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven en daarmee naar aard en omvang vergelijkbaar gebouwen en voorzieningen.
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
Bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet voor de woningen worden aangetoond dat sprake is van een geluidluwe gevel.
Een als 'Groen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en verhardingen en met inachtneming van de keur van het waterschap.
Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
Een als 'Verkeer' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Uitsluitend gebouwen voor het openbare nut zijn toegestaan met een maximum oppervlak van 50 m2 en een maximale bouwhoogte van 4 m.
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
Een als 'Water' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde waaronder bruggen, steigers, dammen en/of duikers.
Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.
De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde anders dan voor de waterwegaanduiding, geleiding of tolheffing, bedraagt:
Een als 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en (fiets)paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en (nuts)voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven en daarmee naar aard en omvang vergelijkbaar gebouwen en voorzieningen.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
Het bouwen van onoverdekte zwembaden is toegestaan tot een maximaal oppervlak van 100 m², waarbij een minimale afstand van 5 m tot een naburige perceelsgrens moet worden aangehouden indien op het naburige perceel de functie wonen is toegestaan.
Het college van burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning verlenen en daarmee toestaan dat wordt afgeweken van:
De vergunning van artikel 9.3.1 kan alleen worden verleend als:
Het college van burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning verlenen en daarmee toestaan dat
een aan huis verbonden bedrijf wordt toegestaan waarvan de oppervlakte beperkt is tot een maximum van 60 m² van het hoofdgebouw en/of het aangebouwde bijgebouw.
De vergunning van artikel 9.4.1 kan alleen worden verleend als:
Een als 'Woongebied' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en (fiets)paden, parkeer- en verkeervoorzieningen, speel- en groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, nutsvoorzieningen, tuinen en erven en daarmee naar aard en omvang vergelijkbaar gebouwen en voorzieningen.
Locaties aangewezen als 'specifieke vorm van woongebied - buurtfuncties' hebben aanvullend op het bepaalde in artikel 10.1.1 ook de functie maatschappelijke voorzieningen, uitgezonderd scholen.
Van het aantal woningen binnen de functies 'Woongebied' en 'Gemengd' gezamenlijk betreft:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
en met dien verstande dat veranda's tot vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mits:
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde bij grondgebonden woningen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde, niet behorende bij grondgebonden woningen gelden de volgende regels:
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - overdekt parkeren' is het bouwen van overdekte parkeervoorzieningen toegestaan waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'.
Bij het bouwen van hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone – industrielawaai', dient, indien dichterbij het perceel van IJsselkade 1 wordt gebouwd dan is ingetekend in het stedenbouwkundig plan (bijlage 1), door middel van een akoestisch onderzoek te worden aangetoond dat de geluidbelasting op de gevel de grenswaarde van 55 dB(A) niet overschrijdt.
Het is verboden om gronden met de functie 'Woongebied' te gebruiken voor het wonen in een woning, tenzij binnen 2 jaar na verlening van de eerste omgevingsvergunning voor het bouwen is voorzien in de realisatie en instandhouding van een door de gemeente goedgekeurd inrichtingsplan.
De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden het bouwen van woningen en het gebruiken van gronden en gebouwen voor de functie wonen op bouwpercelen waarvan de achterste perceelsgrens grenst aan gronden met de functie Verkeer.
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrielawaai' is het bouwen van woningen alleen toegestaan als deze geen geluidbelasting op de gevel hoger dan 55 dB(A) hebben.
Het college van burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning verlenen en daarmee toestaan dat
een aan huis verbonden bedrijf wordt toegestaan waarvan de oppervlakte beperkt is tot een maximum van 60 m² van het hoofdgebouw en/of het aangebouwde bijgebouw.
De vergunning van artikel 10.4.1 kan alleen worden verleend als:
Het college van burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning verlenen en daarmee toestaan dat
van de percentages zoals opgenomen in artikel 10.2.2 wordt afgeweken.
De vergunning van artikel 10.5.1 kan alleen worden verleend als de afwijking past binnen het gemeentelijk en regionaal volkshuisvestelijk beleid.
Een als 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 21.2.1 voor het bouwen overeenkomstig de andere functies, mits advies is verkregen van de beheerder van de waterkering.
In afwijking van het bepaalde bij de overige functies mag alleen ten behoeve van deze functie worden gebouwd.
Gebouwen mogen niet worden gebouwd.
De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 m.
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 21.2.1 voor het bouwen overeenkomstig de andere functies, mits advies is verkregen van de beheerder van de waterkering.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 11.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.1 kan alleen worden verleend als:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.1 1 is niet nodig voor:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Ondergronds bouwen is uitstluitend toegestaan onder hoofdgebouwen waarbij een maximale bouwdiepte van 3 m is toegestaan, , met dien verstande dat ondergronds bouwen niet is toegestaan ter plaatse van de functie 'Waterstaat - Waterstaatwerk'.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
Het college van burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning verlenen en daarmee toestaan dat wordt afgeweken van functiegrenzen, de bouw(perceels)grenzen en/of aanduidingsgrenzen tot maximaal 2,5 m.
De vergunning van artikel 16.1 kan alleen worden verleend als er verschillen blijken te zijn tussen perceels- en/ of kadastrale grenzen en de situatie in het veld, al dan niet na inmeting.
In afwijking van artikel 4.1.1a van het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Westervoort', vastgesteld op 19 juni 2023, gelden ten aanzien van de parkeernormen de volgende regels:
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 18.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 18.1.1 met maximaal 10 %.
Het bepaalde in 18.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen in het omgevingsplan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 18.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in 18.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in 18.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van het omgevingsplan.