direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan doelgroepenverordening Wageningen
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0289.0098woningbouwcate-ONT1

Regels

Preambule
Dit TAM-IMRO omgevingsplan is gericht op het toevoegen van instructieregels voor de sturing op woningcategorieën in Wageningen en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Wageningen. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening bedoeld in artikel 1.2.1 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening.

De in deze wijziging uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Wageningen.

In de in dit deel weergegeven artikelen moet in de artikel kop na het woord 'Artikel' en de spatie en direct voor het artikelnummer '22a' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij
het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten op grond van artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6 lid 1 onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie bedoeld in het eerste lid;
  • 2. De regels in dit wijzigingsplan zijn van toepassing voor het gehele grondgebied van de gemeente Wageningen, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0289.0098woningbouwcate-ONT1.

Artikel 2 Begripsbepalingen / van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 3 daarvan is afgeweken.

Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen

3.1 Aftoppingsgrens

Dit betreft de maximale huurprijs waarvoor huurtoeslag kan worden aangevraagd. De eerste of lage aftoppingsgrens geldt voor een- en tweepersoonshuishoudens. De tweede aftoppingsgrens of hoge aftoppingsgrens geldt voor huishoudens van meer dan twee personen (meerpersoonshuishoudens). De grenzen worden jaarlijks per 1 januari vastgesteld.

3.2 Betaalbare koopwoning 1 /Sociale koopwoning laag

een koopwoning (inclusief keuken en badkamer met een koopprijs vrij op naam (VON) van ten hoogste het bedrag genoemd in de subcategorie van het betaalbaarheidssegment (€ 300.000, prijspeil 2025) in het raadsbesluit 'herijking van de woningmarktstrategie gemeente Wageningen 2024' (of opvolgend beleid). De indexering vindt jaarlijks per 1 januari plaats volgens de consumentenprijsindex (CPI).

3.3 Betaalbare koopwoning 2 /Sociale koopwoning hoog

een koopwoning (inclusief keuken en badkamer met een koopprijs vrij op naam (VON) van ten hoogste van € 405.000 (prijspeil 2025), niet zijnde een betaalbare koopwoning 1/ Sociale koop laag. De in de vorige zin bedoelde bovengrens van €405.000 wordt bij ministeriële regeling met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI).

3.4 DAEB-norm

de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid van de Woningwet in samenhang met artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, die verschillend kan worden vastgesteld naar gelang de omvang van het huishouden.

3.5 Eerste ingebruikname

de eerste bewoning van een in afdeling 1.1 aangewezen woonsegment, te rekenen vanaf de datum van eerste inschrijving van de eerste bewoner(s) op het betreffende adres in de Basisregistratie Personen.

3.6 Flexwoningen

woning die verplaatsbaar, stapelbaar, schakelbaar of splitsbaar is, en een tijdelijk karakter heeft voor wat betreft de woning zelf en/of de locatie van de woning.

3.7 Gebruiksoppervlakte

gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580, hierna te noemen gbo, is de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogd gebruik.

3.8 Huishouden

persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen.

3.9 Huishoudinkomen

het / de (gezamenlijke) verzamelinkomen(s) als bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van het huishouden, of, wanneer geen inkomstenbelasting wordt geheven, het belastbare loon krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 in het kalenderjaar voorafgaand aan de datum van start bouw van de betreffende woning.

3.10 Middenhuurwoning

huurwoningen met een aanvangshuurprijs van het bedrag als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De huurprijs wordt jaarlijks gewijzigd het maximaal het wettelijk toegestane percentage als bedoeld artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, maar niet tot een hogere huurprijs dan wettelijk is toegestaan.

3.11 Onzelfstandige woonruimte of kamer

woonruimte welke niet zelfstandig door één persoon of één huishouden kan worden bewoond, doordat de bewoner van de woonruimte afhankelijk is van een wezenlijke voorziening dan wel wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte (zoals niet-limitatief noch cumulatief bedoeld een eigen voordeur, keuken, toilet en/of badkamer), en waarbij deze voorzieningen gedeeld worden met anderen. Een uitzondering hierop vormt een kamer in een verzorgings- of verpleeghuis. Kamergewijze verhuur behoort ook tot onzelfstandige woonruimte.

3.12 Sociale huurwoning

een huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 5.161c, aanhef en onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De huurprijs wordt jaarlijks gewijzigd het maximaal het wettelijk toegestane percentage als bedoeld artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, maar niet tot een hogere huurprijs dan wettelijk is toegestaan.

3.13 Studentenhuisvesting

woonruimte die speciaal bedoeld is voor studenten en promovendi en alleen aan hen worden toegewezen. Deze woonruimte kan bestaan uit onzelfstandige kamers in een studentenhuis of zelfstandige studio's en appartementen in het huursegment.

Hoofdstuk 2 Locatie-eisen en instandhoudingsverplichtingen

Artikel 4 Sturen op woonsegmenten

  • 1. Voor bouwplannen waarvoor reeds een anterieure overeenkomst is gesloten vóór de inwerkingtreding van dit wijzigingsplan én waarin verwezen wordt naar de doelgroepenverordening, maar het project is nog niet gerealiseerd, omdat er nog geen omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, geldt dat de bestaande afspraken gelden;
  • 2. Voor bouwplannen waarvoor een intentieovereenkomst is gesloten vóór inwerkingtreding van dit wijzigingsplan én waarin niet is verwezen naar de doelgroepenverordening, maar de anterieure overeenkomst wordt gesloten vóór inwerkingtreding van dit wijzigingsplan gelden de regels uit de doelgroepenverordening Wageningen.
  • 3. Wanneer een anterieure overeenkomst wordt gesloten na inwerkingtreding van het wijzigingsplan, gelden de regels van dit wijzigingsplan.

Artikel 5 Percentages te realiseren woningbouwcategorieën

  • 1. Per nieuwbouwplan geldt de onderstaande verplichte verdeling voor wat betreft de woningbouwcategorieën:


Tabel 'woningbouwprogramma herijkte woningmarktstrategie 2024'

Tot 50 woningen   Vanaf 50 woningen  
Minimaal 30% sociale huur (tot € 900,07) (eventueel verevening mogelijk)   Minimaal 30% sociale huur (tot € 900,07) waarvan minimaal de helft tot de 1e aftoppingsgrens*  
Minimaal 40% betaalbaar segment (middenhuur of betaalbare koop tot € 405.000)
waarvan minimaal 50% koop tot € 300.000 (betaalbare koop 1) óf middenhuur tot € 1.184,82  
Minimaal 40% betaalbaar segment (middenhuur of betaalbare koop tot € 405.000)
waarbij alle van de onderstaande subcategorieën terugkomen:
middenhuur € 1.184,82
koop tot € 300.000 (betaalbare koop 1) maximaal 50% koop tussen € 300.000 en € 405.000 (betaalbare koop 2)  
Maximaal 30% koop vanaf € 405.000   Maximaal 30% koop vanaf € 405.000
- waarvan minimaal de helft tot € 700.000  

(prijspeil per 1-1-2025)

  • 2. Deze percentages zijn met het oog op de uitvoerbaarheid van het omgevingsplan alleen van toepassing op woningbouwplannen met vijf woningen of meer. Woningbouwplannen mogen niet worden opgeknipt in kleinere delen met betrekking tot de toetsing van de woningbouw categorieën.

Artikel 6 Aanwijzing woningbouwcategorieën en instandhoudingstermijnen

  • 1. Voor zover een woning in gebruik wordt genomen of is genomen als 'sociale huurwoning'
    wordt die woning gedurende ten minste 25 jaren na eerste ingebruikname uitsluitend
    voor de gebruiksactiviteit "wonen" voor de doelgroep als bedoeld in artikel 8 gebruikt;
  • 2. Voor zover een woning in gebruik wordt genomen of is genomen als 'midden huurwoning'
    wordt die woning gedurende ten minste 15 jaren na eerste ingebruikname uitsluitend voor de gebruiksactiviteit "wonen" voor de doelgroep als bedoeld in artikel 9 gebruikt.

Artikel 7 Aanwijzing en instandhoudingstermijn woonsegmenten op gebiedsniveau

Dit artikel is gereserveerd indien geen specifieke kavels worden aangewezen maar gewerkt wordt met een bepaald percentage in een gebiedsontwikkeling. Zodra de woningen voor het eerst zijn uitgegeven, is het denkbaar om bij een jaarlijkse update van het Omgevingsplan de locaties concreter te maken voor het goede inzicht.

Artikel 8 Sociale huurwoning: doelgroep en inkomensgrens

Voor een sociale huurwoning is de doelgroep: een huishouden dat op het moment van start van de inschrijfprocedure van de desbetreffende woning een huishoudinkomen heeft dat niet hoger is dan de DAEB-norm als bedoeld in begripsbepalingen.

Artikel 9 Middenhuur woning: doelgroep en inkomensgrens

Voor een middenhuur woning is de doelgroep: huishoudens die op het moment van de start van de inschrijfprocedure voor de desbetreffende woning(en) een huishoudeninkomen heeft als bedoeld in artikel 10, vierde lid van de Huisvestingswet 2014.

Artikel 10 Minimale oppervlakte woningen en huurprijzen

Met het oog op de leefbaarheid en woonkwaliteit van sociale huurwoningen en middenhuur woningen gelden de volgende oppervlakte-eisen voor de woningbouwcategorieën:

  • 1. Een 'sociale huurwoning' dient een oppervlakte van tenminste 35m² gbo te hebben. Bij een oppervlakte van 35m² gbo is de maximale huurprijs ten hoogste de 1e aftoppingsgrens, als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder a van de Wet op de huurtoeslag.
  • 2. Een 'sociale huurwoning' met een huurprijs boven de 2e aftoppingsgrens en onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, dient een woonoppervlakte van ten minste 55m² gbo te hebben.
  • 3. Een 'middenhuurwoning' dient een woonoppervlakte van ten minste 55m² gbo te hebben.
  • 4. Een 'betaalbare koopwoning 1 /sociale koopwoning laag' en 'betaalbare koopwoning 2 /sociale koopwoning hoog' dient een woonoppervlakte van ten minste 55m² gbo te hebben.
  • 5. De woningen als bedoeld in dit artikel zijn zelfstandige woningen.
  • 6. Flexwoningen, studentenhuisvesting en onzelfstandige woonruimte of kamers zijn uitgezonderd van minimale oppervlakte-eisen zoals bepaald in dit artikel 10.