direct naar inhoud van Artikel 21 Verkeer - Verblijfsgebied
Plan: Wageningen, 2e herziening
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0289.0017wag2eherz-VSG1

Artikel 21 Verkeer - Verblijfsgebied

21.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woonstraten;
  • b. voet- en (brom)fietspaden;
  • c. groenvoorzieningen;
  • d. parkeervoorzieningen;
  • e. garageboxen;
  • f. speelvoorzieningen;
  • g. nutsvoorzieningen;
  • h. uitstallingen;
  • i. het behoud van een overbouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing';
  • j. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen;
  • k. een busstation, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - busstation';

en in beperkte mate voor:

  • l. tuinen, erven en terreinen;

met de daarbij behorende:

  • m. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
21.2 bouwregels
21.2.1

Op of in deze gronden mogen gebouwen uitsluitend worden gebouwd in de vorm van garageboxen binnen de als zodanig aangeduide bouwvlakken, mits de bouwhoogte niet meer dan 3,00 meter bedraagt.

21.2.2

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van deze bouwwerken, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, niet meer mag bedragen dan 5,00 meter, met dien verstande dat:

  • de bouwhoogte van de overbouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' ten hoogste de bouwhoogte van de aangrenzende gebouwen mag bedragen;
  • de bouwhoogte van overzichtsdisplays ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - busstation' maximaal 7 m mag bedragen.
21.3 nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

21.4 specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  • a. opslag of het laten opslaan van bagger en grondspecie;
  • b. opslag of het laten opslaan van vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, (bouw)materialen, afval, puin, grind of brandstoffen;
  • c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van prostitutiedoeleinden, seksinrichtingen en escortbedrijven.