direct naar inhoud van 8.1 Milieu-aspecten
Plan: Nijmegen West
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0268.BP11000-VG02

8.1 Milieu-aspecten

8.1.1 Geluid

Bestaande en nieuwe situaties

Daar waar geluidsgevoelige functies zijn toegestaan volgens het oude bestemmingsplan (bestaande situatie) en middels dit bestemmingsplan opnieuw zijn toegestaan, wordt met betrekking tot het aspect geluid gesproken van een onveranderde of bestaande situatie. Voor een bestaande situatie hoeft geen akoestisch onderzoek te worden verricht en is ook geen hogere waarde procedure aan de orde.

Daar waar geluidsgevoelige functies niet zijn toegestaan volgens het oude bestemmingsplan en middels dit bestemmingsplan wel zijn toegestaan, wordt met betrekking tot het aspect geluid gesproken van een veranderde of nieuwe situatie. Afhankelijk van de ligging van de nieuwe geluidsgevoelige functie moet er wel of geen akoestisch onderzoek worden verricht en kan er een hogere waarde procedure aan de orde zijn.

Zones

De Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder zijn van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van een (spoor)weg en industrieterrein. Wegen waarvoor een maximum toegestane snelheid geldt van 30 km/uur en die binnen een als woonerf aangeduid gebied liggen zijn niet gezoneerd en daardoor niet onderzoeksplichtig. Om een afweging te kunnen maken in het kader van een verantwoorde ruimtelijke ordening, worden wegen met een maximum toegestane snelheid van 30 km/uur toch in een akoestisch onderzoek betrokken als ze een relevante geluidsbelasting teweegbrengen. Een weg met een maximum toegestane snelheid van 30 km/uur, op afstand van geluidsgevoelige functies, met tussenliggende bwing, zal geen relevante geluidsbelasting veroorzaken en daarom niet worden meegenomen in een akoestisch onderzoek.

In en rondom Neerbosch-Oost en Hees - Heseveld liggen de volgende gezoneerde bronnen die het plangebied (kunnen) belasten:

  • Energieweg (zone is 350 meter)
  • Wolfskuilseweg (zone 200 meter)
  • Graafseweg (zone 350 meter)
  • O.C. Huismanstraat (zone is 200 meter)
  • Neerbosscheweg (zone is 350 meter)
  • Molenweg (zone 200 meter)
  • Paul Krugerstraat (zone 200 meter)
  • Spoorlijn Nijmegen - Den Bosch (zone is 200 meter)
  • Industrieterrein Nijmegen - West/Weurt
  • Industrieterrein Nijmegen Winkelsteeg

Een zone is een wettelijk vastgestelde zone die geen rekening houdt met verkeersintensiteiten. Binnen een zone geldt een onderzoeksplicht waarin moet worden gekeken of de geluidsbelasting kan worden verlaagd. Een contour houdt wel rekening met verkeersintensiteiten. Aan de hand van het verkeersmodel 2020 is langs de hiervoor genoemde wegen de ligging van de 48 dB contour verkeerslawaai op een hoogte van 5m1 boven maaiveld bepaald. Rondom het spoor is aan de hand van het akoestisch spoorboekje Aswin 2009 en de gegevens uit het peiljaar 2006 verhoogd met 1,5 dB de ligging van de 55 dB contour railverkeerslawaai op een hoogte van 5m1 boven maaiveld bepaald. Nabij de spoorbrug over het Maas Waalkanaal wijkt deze contour af. Het industrieterrein Nijmegen West Weurt en het industrieterrein Nijmegen Winkelsteeg zijn gezoneerde industrieterreinen op grond van de Wet geluidhinder. De ligging van de 50 dB(A) contour is op een hoogte van 5m1 boven maaiveld bepaald.

Kaart geluidscontouren Hees - Heseveld.

afbeelding "i_NL.IMRO.0268.BP11000-VG02_0005.png"

Nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen zijn toegestaan buiten de 48 dB contour wegverkeerslawaai, de 55 dB contour railverkeerslawaai en 50 dB (A) contour industrielawaai. Binnen deze contouren zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan als uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting niet hoger is dan de voorkeurswaarde(n) of als er een Hogere Waarde is vastgesteld en wordt voldaan aan de beleidsregels Hogere Waarde(n) uit de Wet geluidhinder.

De geluidscontouren van de geluidsgezoneerde bedrijventerreinen, zijn aangegeven op de plankaarten.

Wet geluidhinder, Besluit geluidhinder en Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder

Voor geluidsoorten (wegverkeer, railverkeer en industrielawaai) zijn in de Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder voorkeurswaarden opgenomen voor geluidsgevoelige functies. Voor de verschillende geluidsoorten gelden niet dezelfde voorkeurswaarden en ook kan binnen een geluidsoort de voorkeurswaarde voor geluidsgevoelige functies verschillen. Omdat het merendeel van de geluidsgevoelige functies uit woningen bestaat, wordt in deze algemene paragraaf alleen de wet- en regelgeving voor woningen genoemd.

Voor nieuwe woningen zijn de voorkeurswaarden als volgt:

  • 48 dB (wegverkeer);
  • 55 dB (railverkeer);
  • 50 dB(A)-etmaalwaarde (industrielawaai).

De maximum toegestane geluidsbelastingen voor nieuwe woningen bedragen:

  • 63 dB (wegverkeer);
  • 68 dB (railverkeer);
  • 55 dB(A)-etmaalwaarde (industrielawaai).

De voorkeurswaarde mag bij voorkeur niet worden overschreden. Als de voorkeurswaarde wordt overschreden kan onder voorwaarden, middels een hogere waarde procedure, een hoge waarde worden vastgesteld (tot maximaal de maximaal toegestane geluidsbelasting). In de Wet geluidhinder, Besluit geluidhinder en de “Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder” staan de voorwaarden omschreven. Verder moet de terinzagelegging van het ontwerpbesluit Hogere waarde gelijk opgaan met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Uit de Wet geluidhinder blijkt dat de voorkeurswaarde mag worden overschreden als geluidbeperkende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn dan wel als deze voorzieningen om stedenbouwkundige landschappelijke, verkeerskundige, vervoerskundige of om financiële redenen niet wenselijk zijn. De geluidsbelastingen zijn gebonden aan een maximum.

In de Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder zijn voorwaarden opgenomen voor woningen. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan kunnen woningen worden gerealiseerd. In het kort zijn de voorwaarden als volgt:

  • er moet voor een woning een ontheffingscriterium van toepasssing zijn;
  • de woning moet minimaal één geluidsluwe zijde hebben;
  • de buitenruimte(n) van een woning, die als verblijfsruimte worden gebruikt, moeten aan de geluidsluwe zijde liggen;
  • bij een grotere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege wegverkeer, 58 dB vanwege railverkeer of 55 dB(A)-etmaalwaarde vanwege industrielawaai gelden er voor een woning indelingseisen.

De indelingseisen zijn als volgt:

- verblijfsruimten van een woning moeten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe zijde liggen;

- ten minste één slaapkamer van een woning moet aan de geluidsluwe zijde liggen.

Voor de ontwikkelingen die zijn opgenomen in par. 10.2 van dit bestemmingsplan is, voor zover nodig, tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan een ontwerpbesluit Hogere waarde ter visie gelegd. Voor de geluidsaspecten van deze ontwikkelingen wordt verwezen naar de voornoemde paragraaf.

Bouwbesluit

Bij de geluidsgevoelige functies moet worden voldaan aan de geluidweringseisen, zodanig dat voor de toegestane binnenwaarden minimaal wordt voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit. Hierbij moet worden uitgegaan van de totale geluidsniveau's. In het kader van het bestemmingsplan is dit nog niet aan de orde. Dit speelt pas een rol in het kader van de omgevingsvergunning.

8.1.2 Bodem

De uitvoerbaarheid van een bestemmingplan kan beïnvloed worden door het verontreinigd zijn van de bodem. Bij gevallen van ernstige bodemverontreiniging moet voldoende inzicht worden gegeven in de financiële realiseerbaarheid van het plan door middel van een saneringsplan.

Voor iedere locatie binnen het plangebied waar veranderingen in functie of bouw plaats gaan vinden, moet nagegaan worden of een bodemonderzoek nodig is. Als onderzoek nodig is en geen recent onderzoek voorhanden is, dan moet de initiatiefnemer onderzoek uit laten voeren. Uit het bodemonderzoek zal blijken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de gewenste ontwikkelingen of dat er een bodemsanering nodig is. Is het laatste het geval dan dient de initiatiefnemer een saneringsplan of BUS-melding (Besluit uniforme saneringen) in te dienen. Hierin worden ook de kosten van de sanering geraamd. De saneringskosten worden meegenomen in de exploitatieopzet.

In het Neerbosch-Oost is tot op heden nog maar beperkt bodemonderzoek uitgevoerd. Als mogelijke ontwikkellocaties in de wijk zijn bekend: Symfoniestraat 210 (basisschool) en het gebied ten noorden van de Dorpsstraat. Voor de locatie Symfoniestraat geldt dat er nog geen bodemonderzoek op de locatie is uitgevoerd. De locatie is niet verdacht voor bodemverontreiniging. Het gebied ten noorden van de Dorpsstraat is grotendeels verdacht voor bodemverontreiniging. Op een groot deel van de planlocatie is in het verleden namelijk een boomgaard aanwezig geweest. Ter plaatse van Dorpsstraat 94-100 is bodemonderzoek uitgevoerd. Zie onderstaande figuur.

afbeelding "i_NL.IMRO.0268.BP11000-VG02_0006.png"

De onderzochte percelen zijn aangegeven in groen. Het voor bodemverontreiniging verdachte gebied is aangegeven met een bruine arcering. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de bodem licht tot (plaatselijk) sterk verontreinigd is. Bij (her)ontwikkeling van het gebied is zeker aanvullend bodemonderzoek nodig. Afhankelijk van de gewenste ontwikkelingen zal bodemsanering mogelijk aan de orde zijn.

Ook voor de (mogelijke) ontwikkelingen in Hees-Heseveld worden van tevoren de benodigde bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor een overzicht en beschrijving van de (mogelijke) ontwikkelingen in het plangebied wordt verwezen naar Hoofdstuk 10 (Ontwikkelingen).

8.1.3 Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Daarnaast is in 2009 de AMvB gevoelige bestemmingen vastgesteld met afstandseisen voor gevoelige objecten, zoals kinderdagverblijven en scholen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in Neerbosch-Oost, Hees en Heseveld moet hiermee bij gevoelige bestemmingen rekening worden gehouden. Plannen worden getoetst aan de regelgeving voor luchtkwaliteit.

Voor de luchtkwaliteit in Neerbosch-Oost, Hees en Heseveld zijn naast de heersende achtergrondconcentraties de volgende wegen in en nabij het plangebied van belang: Neer- bosscheweg, Graafseweg, Energieweg en Wolfskuilseweg. De bestaande verkeersstromen zijn opgenomen in het rekenmodel in de heersende achtergrondconcentratie. Alleen bij ontwikkellocaties die extra verkeersbewegingen opleveren is een nadere toets nodig. Dit is beschreven bij de ontwikkellocaties zelf (par. 10.2 van dit bestemmingsplan).

Uitstoot door scheepvaart op het Maas-Waalkanaal is zodanig dat overschrijding van grenswaarden buiten de vaargeul mogelijk is. Nieuwe ontwikkelingen direct langs het kanaal kunnen daardoor nadelig beïnvloed worden. Wanneer nieuwbouw van woningen en andere gevoelige objecten gepland word langs het kanaal, dan dient hierover nader advies ingewonnen te worden.

In het noorden grenst Nijmegen-West aan het bedrijventerrein Noord-Oost Kanaalhavens en ten zuiden aan bedrijventerrein Winkelsteeg. Uitstoot door bedrijvigheid is hier niet zodanig dat overschrijding van grenswaarden voor NO2 en PM10 plaatsvindt.

Uit recent luchtkwaliteitonderzoek ten behoeve van het bestemmingsplan Stadsbrug blijkt dat direct langs de bovengenoemde wegen en op het Maas-Waalkanaal overschrijdingen van grenswaarden plaatsvinden. Overigens moet vermeld worden dat de meeste overschrijdingen plaatsvinden op het wegdek (en op het kanaal). Formeel hoeft boven het wegdek en direct langs de weg, analoog daaraan op het kanaal, niet aan de grenswaarden voldaan te worden. De verwachting is daarnaast dat in de nabije toekomst de luchtkwaliteit, mede door uitvoering van maatregelen in het NSL en het recent vastgestelde Uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit Nijmegen 2010-2014, in het plangebied onder de dan geldende wettelijke normen zal liggen.

8.1.4 Externe veiligheid

Met betrekking tot externe veiligheid onderscheiden we twee typen risico's:

a) Externe veiligheid door inrichtingen en bedrijven b) Externe veiligheid door het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportassen.

Bij de onderstaande uitwerkingen is het uitgangspunt dat het bestemmingsplan Nijmegen West in overwegende mate conserverend van aard is.

Ad a) Externe veiligheid door inrichtingen en bedrijven

De externe veiligheid door inrichtingen en bedrijven wordt geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Het besluit is van toepassing op risicovolle bedrijven, zoals LPG-tankstations, Besluit risico's zware ongevallen (BRZO)-bedrijven en koel- of vriesinstallatie(s) met een inhoud van meer dan 1500kg ammoniak. Het BEVI kent een verdeling naar plaatsgebonden risico's (PR) en groepsgebonden risico's (GR). Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden als toetsingswaarden aangegeven. Het groepsrisico wordt getoetst aan oriënterende waarden. Hiervan kan onder een aantal voorwaarden worden afgeweken. Er moet een collegebesluit aan ten grondslag liggen, waarin de onderbouwing van de afwijking is opgenomen. Voorafgaand aan het collegebesluit wordt de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen.

In Nijmegen-West is geen inrichting aanwezig waarop het besluit (BEVI) van toepassing is. Wel is er een aantal inrichtingen buiten het plangebied gelegen, waarvan de invloedssfeer tot in het plangebied reikt. Het betreft de volgende bedrijven:

Straat   Naam    SBI Omschrijving   Cat.    Milieu-aspect  
Energieweg 102   ANAC   Tankstation met LPGverkoop   3.1   Ext. Veil.  
Gerstweg 2   NXP Semiconductors   Elektronische componenten   4.1   Ext. Veil.  
Roggeweg 7   Hoes-Errogas   Groothandel + opslag gassen   4.2   Ext. Veil.  

Anac, Energieweg 10, LPG-tankstation

Op LPG-tankstations is het BEVI van toepassing. De risico's van de bevoorrading, opslag en aflevering van LPG zijn afhankelijk van de jaarlijkse doorzet aan LPG van het station. Voor alle tankstations binnen de gemeente Nijmegen is op 31 januari 2007 de jaarlijkse doorzet definitief vastgelegd in een actualisatie van de milieuvergunning op maximaal 1500 m3. In de Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen (REVI) zijn voor dergelijke eenvoudige risicovolle bedrijven richtlijnen voor externe veiligheid opgenomen.

  • Er zijn afstanden opgenomen voor het Plaatsgebonden Risico op basis van de 10-6 -contour. De afstand tot al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten bedraagt 110m vanaf het vulpunt, 25m vanaf het ondergrondse reservoir, 15m vanaf een afleverzuil. Alleen de eerstgenoemde contour reikt marginaal tot binnen het plangebied Nijmegen-West. Binnen deze contour mogen geen (beperkt) kwetsbare bestemmingen aanwezig zijn. Hieraan wordt voldaan.
  • Voor het toetsen van het Groepsrisico zijn de ligging van de ondergrondse/ingeterpte LPG-tank en het vulpunt van het tankstation maatgevend. Het invloedsgebied van een LPG-tankstation bedraagt 150m. gerekend vanaf de LPG-tank en het vulpunt. Daarmee doorsnijden deze contouren, zij het marginaal, het plangebied. Er bevinden zich binnen deze contouren nu géén verblijfspanden. Indien binnen deze contouren verblijfspanden worden geprojecteerd zal hiervoor verantwoording van het groepsrisico door middel van een Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) dienen plaats te vinden.

NXP Semiconductors 

Het betreft een inrichting waarvan een opslag- en afvulinstallatie van waterstof deel uitmaken. Het bedrijf valt onder het Besluit Risico's Gevaarlijke Stoffen 1999. Daarom is op deze inrichting het BEVI van toepassing. Het bedrijf heeft in het kader van haar Veiligheids- rapportage een Kwantitatieve Risico Analyse laten opstellen.

  • De contour van het Plaatsgebonden Risico, voor zowel de 10-5- als voor 10-6-contour, ligt binnen de terreingrens van het bedrijf en raakt niet aan het plangebied Nijmegen-West.
  • De groepsrisicocontour ligt in de huidige situatie 200m. vanaf de terreingrens van de inrichting en blijft ruim onder de oriënterende waarde. Binnen het invloedsgebied van het bedrijf zijn geen ontwikkelingen gepland, waardoor de bevolkingsdichtheid kan toenemen. Gezien de beperkte mogelijkheden binnen het plangebied is dit ook niet te verwachten. Het groepsrisico binnen het invloedgebied zal door actualisatie van het bestemmingsplan niet toenemen.

Hoes-Errogas, Roggeweg 9

Het betreft een inrichting met de opslag van propaan en butaan in tanks en gasflessen. Binnen de inrichting worden ook gasflessen afgevuld. De opslag van propaan en butaan op dit bedrijfsterrein kan plaatsvinden in hoeveelheden groter dan 10 ton. Hierop is de BEVI van toepassing. Voor de inschatting van de risico's van deze inrichting wordt geen gebruik gemaakt van het Revi, omdat voor het opslaan en afvullen van gasflessen een specifiekere richtlijn van toepassing is: de QRA-richtlijn met betrekking tot opslag- en opstelplaats van gasflessen opgesteld door het Centrum voor Externe Veiligheid.

  • Uit deze richtlijn blijkt voor het plaatsgebonden risico een afstand van 20m. vanaf de rand van het opslagcompartiment op basis van de 10-6-contour. Omdat deze contour niet raakt aan het plangebied hoeft hiermee geen rekening te worden gehouden.
  • Hoewel het invloedsgebied van de inrichting voor het groepsrisico raakt aan het plan- gebied, wordt dit aspect niet nader beschouwd. In de richtlijn wordt gesteld dat de opslag van gasflessen niet tot noemenswaardige groepsrisico's leidt.

b) Externe veiligheid door het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportassen.

Binnen en nabij het plangebied zijn de volgende potentiële risicobronnen aanwezig:

  • vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor.
  • vervoer van gevaarlijke stoffen over het water.
  • vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg.
  • hogedrukaardgasleiding.

Vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor

Het plangebied ligt in de directe nabijheid van de spoorlijn Nijmegen - 's-Hertogenbosch, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Over de risico's is in 2009 het rapport “Externe veiligheid spooromgeving Nijmegen en Wijchen” verschenen. Hieruit blijkt dat de plaatsgebonden risicocontour zich binnen het baanlichaam van de spoorlijn bevindt en geen beperking vormt voor de planvorming. Wel wordt binnen het afwegingsgebied (tot 200m van het tracé) de oriënterende waarde voor het groepsrisico overschreden. Volgens de prognoses van Prorail zal het groepsrisico in 2020 gezakt te zijn tot onder de oriënterende waarde.

Het plangebied Nijmegen-West ligt buiten de plaatsgebonden risico-contour. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier dus mogelijk. Wel is de dichtheid van de bebouwing en de aanwezige aantallen verblijvenden problematisch vanwege de hoogte van het groepsrisico. Bij een wijziging van het bestemmingsplan moet hierover een afweging worden gemaakt, met name op de aspecten zelfredzaamheid, hulpverlening en rampbestrijding. Het bevoegd gezag besluit of er risicoreducerende maatregelen toegepast moeten worden.

De actualisatie van het bestemmingsplan Nijmegen West kent binnen de invloedszone van 200m vanaf het hart van de spoorlijn slechts conserverende bestemmingen, die niet leiden tot een verhoging van het aantal verblijvenden. Er zal daarom geen toename plaatsvinden van het groepsrisico.

Het invloedsgebied van het groepsrisico is aangegeven op de plankaart zodat hiermee bij eventuele ontwikkelingen rekening gehouden moet worden. Daarnaast is in de algemene regels de gebiedsaanduiding veiligheidszone-vervoer gevaarlijke stoffen opgenomen. Binnen deze gebiedsaanduiding zijn (nieuwe) maatschappelijke voorzieningen slechts toegestaan indien maatregelen worden getroffen om het verblijf of gebruik door verminderd of niet-zelfredzame personen voldoende veilig te maken. Hierover wordt vooraf advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio.

Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water en de weg

Om de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water en de weg in beeld te brengen is o.a. een inventariserend onderzoek uitgevoerd dat zijn weerslag heeft gekregen in het rapport "Bouwstenen voor een inhaalslag" van 16 januari 2003.

Aan de westzijde van het plangebied ligt het Maas-Waalkanaal. De risicocontour voor het plaatsgebonden risico ligt op de oevers van het kanaal. In de huidige situatie wordt ook de oriënterende waarde voor het groepsrisico nergens overschreden. De verwachting is dat dit in de toekomst ook niet gaat gebeuren, omdat de actualisatie van het bestemmingsplan grotendeels een conserverend karakter heeft. Worden er in de toekomst toch grotere hoeveelheden verblijfspanden mogelijk gemaakt in de nabijheid van het kanaal, zal eventueel een nieuwe bereking voor de oriënterende waarde moeten worden uitgevoerd. In de nabijheid van het kanaal wordt een ontwikkeling gerealiseerd met 12 woningen. De risico's ten aanzien van externe veiligheid, waaronder het kanaal, worden beschreven bij de beschrijving van deze ontwikkeling (par. 10.2).

Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg

In het plangebied zijn twee routes gevaarlijke stoffen aanwezig: de Graafseweg en de Neerbosscheweg/Energieweg. In de huidige en toekomstige situatie wordt de norm voor het plaatsgebonden risico nergens overschreden. De risicocontouren liggen binnen het profiel van de weg. Hiermee hoeft in de planvorming geen rekening te worden gehouden. Ook voor het groepsrisico wordt de oriënterende waarde nergens overschreden.

Over toekomstige ontwikkelingen kan aanvullend het volgende worden opgemerkt:

  • Graafseweg: uit de genoemde rapportage blijkt dat het groepsrisico voor het deel van de weg grenzend aan het plangebied tussen 0,5 en 1,0 maal de oriënterende waarde bedraagt en daarmee nu al relatief hoog is. Naast de weg is slechts een minimale verdichting mogelijk zonder overschrijding van de oriënterende waarde. Gezien het conserverende karakter van het bestemmingsplan Nijmegen West leidt dit plan naar verwachting niet tot een significante verhoging van het groepsrisico en dus ook niet tot een overschrijding van de oriënterende waarde.
  • Neerbosschweg/Energieweg: voor delen van deze wegen die zijn aangewezen als route gevaarlijke stoffen ligt het groepsrisico onder 0,5 maal de oriënterende waarde en kan daarmee als relatief laag worden ingeschat. In de onmiddellijke nabijheid van de weg is een duidelijke verdichting van het aantal verblijvenden mogelijk, zonder dat dit leidt tot een overschrijding van de oriënterende waarde. Binnen de invloedssfeer van deze wegen ligt in Neerbosch-Oost de planontwikkeling Dorpsstraat. Deze ontwikkeling zal naar verwachting niet leiden tot een significante stijging van het groepsrisico en een overschrijding van de oriënterende waarde. Er is een nieuwe berekening gemaakt voor het groepsrisico (vgl. par. 10.2).

Hogedrukaardgasleiding

In het westelijk deel van het plangebied en langs de Energieweg ligt een hogedruk- aardgasleiding met een diameter van 324 millimeter (12”) en een werkdruk van 40 bar. De contour van het plaatsgebonden risico ligt op de leiding zelf. Direct grenzend aan de leiding kunnen dus (beperkt) kwetsbare objecten gesitueerd worden. Wel moet een bebouwingsvrije zone van 4m. aan weerszijden van de leiding in acht genomen worden voor eventuele herstel- en/of onderhoudswerkzaamheden. Ook moeten alle handelingen achterwege worden gelaten die een veilig en bedrijfszeker gastransport in gevaar kunnen brengen.

Het groepsrisico wordt beoordeeld binnen het zogenoemde invloedsgebied van de hogedrukaardgasleiding. Binnen dit invloedsgebied zijn de plannen voor Nijmegen-West overwegend conserverend van aard zij. De groepsrisicoberekening blijft hier momenteel onder de oriënterende waarde. Dat geldt overigens niet voor het meest noordelijk gelegen plandeel bij de Dorpsstraat in Neerbosch-Oost. Er is een nieuwe berekening van het groepsrisico uitgevoerd voor deze ontwikkeling (vgl. par. 10.2).