2.1 Van toepassing verklaring
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan
2.2 Aanvullende begrippen
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.25 gehanteerd.
2.3 Plan
Het TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54-58 - Hoofdstuk 22i met identificatienummer NL.IMRO.0263 TAMOP22i-VG01 van de gemeente Maasdriel bestaande uit:
- de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0263.TAMOP22i-VG01;
- Het TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54-58 - Hoofdstuk 22i met identificatienummer NL.IMRO.0263 TAMOP22i-VG01 van de gemeente Maasdriel bestaande uit:
- de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0263.TAMOP22i-VG01.
2.4 Ambachtelijk bedrijf
een bedrijf, dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen, alsook in verband hiermee en als nevenactiviteit van ondergeschikt belang- het verkopen en/of leveren van goederen.
2.5 Bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
2.6 Bedrijf
een locatie, waarbinnen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden vergelijkbaar met of zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten gemengd gebied (bijlage 1 van voorliggend plan).
2.7 Bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.
2.8 Begane grond
de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder.
2.9 Bestaand
bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan.
2.10 Bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap.
2.11 Bouwgrens
De grens van een bouwvlak.
2.12 Bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
2.13 Bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
2.14 Detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
2.15 Functie
Het gebruiksdoel dat een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft.
2.16 Gebruik
De wijze waarop gronden en bouwwerken worden gebruikt, waarbij het kan gaan om functies en gebruiksactiviteiten.
2.17 Hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
2.18 Kampeermiddel
- een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren;
- enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
2.19 Locatievlak
Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een functie.
2.20 Nevenactiviteit
een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel.
2.21 Ondersteunende horeca
een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is, maar waar men ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren.
2.22 (openbare) nutsvoorziening
een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation.
2.23 Openbaar toegankelijk gebied
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
2.24 Overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één gesloten wand.
2.25 Risicovolle milieubelastende activiteit
Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s, zoals genoemd in bijlage VII t/m X van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en daarmee vergelijkbare risicovolle activiteiten waaronder meldingsplichtige vuurwerkopslagen (§5.1.2.4 Bkl), meldingsplichtige opslagen van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (§5.1.2.5 Bkl) en energieopslagsystemen (EOS).