direct naar inhoud van Regels

Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek

Status: Vastgesteld
Idn: NL.IMRO.0252.GHbpkernenHONMh-VA01

Artikel 9 Natuur

 

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. het behoud en ontwikkeling van de ecologische waarden van de ecologische hoofdstructuur natuur ter plaatse, waaronder tevens bos wordt verstaan;

  2. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden;

  3. waterstaatkundige doeleinden, zoals de afvoer van water, ijs en sediment, waarop de Wet beheer rijkswaterstaatswerken van toepassing is;

  4. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen;

  5. voorzieningen voor de waterhuishouding;

  6. extensieve vormen van openluchtrecreatie, zoals wandelen, picknicken en fietsen;

met bijbehorende bebouwing, wegen, paden en groenvoorzieningen.

 

9.2 Bouwregels

 

9.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd

 

9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  1. De bouwhoogte van erf en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m.

  2. De bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 m.

  3. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m.

 

9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 

9.3.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

  1. het ontginnen, verlagen van de bodem of afgraven, ophogen en egaliseren van gronden;

  2. het aanleggen en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

  3. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;

  4. het vellen en rooien van bomen en ander houtgewas en het verrichten van handelingen, die ernstige beschadiging of de dood van bomen en ander houtgewas ten gevolge kunnen hebben;

  5. het winnen van mos en bosstrooisel;

  6. het uitvoeren van grondbewerking dieper dan 0,4 m;

  7. het aanbrengen van drainageleidingen;

  8. het graven en dempen van sloten, watergangen en andere waterpartijen.

 

9.3.2 Uitzonderingen

Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.3.1 is nodig voor:

  1. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning;

  2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;

  3. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;

  4. het periodiek vellen van hakhout.

 

9.3.3 Toelaatbaarheid

  1. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.3.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurwaarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoetgekomen.

  2. Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend als bedoeld in lid 9.3.1 dient tevens te worden aangetoond dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

  3. Alvorens op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.3.1 te beschikken wint het bevoegd gezag het advies in van een deskundige op het gebied van natuur en landschap.