direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan 22m Meeboerserf 6 ong Ermelo
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0233.TAMMeeboerserf6ong-0401

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Pre-ambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Meeboerserf 6 ong Ermelo en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22m) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Ermelo. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit plan) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22m van het omgevingsplan van de gemeente Ermelo. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22m' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22m' gelezen worden.

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Omgevingsplan Ermelo

Dit plan wijzigt het omgevingsplan Ermelo in die zin dat na hoofdstuk 22 een hoofdstuk 22m wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.

1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in artikel 1.1.

1.3 Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan 22m Meeboerserf 6 ong Ermelo, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0233.TAMMeeboerserf6ong-0401.

Artikel 2 Begripsbepaling

2.1 Algemene begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Ermelo zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

2.2 Aanvullende begrippen

In aanvulling of afwijking op het bepaalde in artikel 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen onder 2.2.1 tot en met 2.2.13 gehanteerd.

2.2.1 TAM-omgevingsplan

Het TAM-omgevingsplan 22m Meeboerserf 6 ong Ermelo met identificatienummer NL.IMRO.0233.TAMMeeboerserf6ong-0401 van de gemeente Ermelo.

2.2.2 Omgevingsplan

Omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.

2.2.3 Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

2.2.4 Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

2.2.5 Bebouwing

Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.2.6 Bouwperceelsgrens

Een op verbeelding als zodanig aangegeven lijn, die door gebouwen niet mag worden overschreden, tenzij dat krachtens deze regels is toegestaan.

2.2.7 Bebouwingspercentage

het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd.

2.2.8 Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

2.2.9 Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.

2.2.10 Bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

2.2.11 Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

2.2.12 Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

2.2.13 Peil
  • 1. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

3.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de zijdelingse grens van het bouwperceel;

3.2 bebouwde oppervlak van het perceel

de gezamenlijke oppervlakten van de gebouwen, die op hetzelfde perceel zijn of mogen worden opgericht, daaronder de oppervlakten van kelderruimten onder maaiveld mede begrepen met uitzondering van parkeerkelders;

3.3 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

3.4 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel;

3.5 inhoud van een bouwwerk

boven peil, tussen de buitenwerkse gevelvlakken, harten van scheidsmuren en dakvlakken, met inbegrip van erkers en dakkapellen, en voor zover betreft recreatiewoningen, bovendien met inbegrip van kelders;

3.6 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van scheidsmuren;

3.7 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Hoofdstuk 2 Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema's)

Artikel 4 Leiding - Hoogspanningsverbinding

4.1 Toepassingsbereik beperkingengebied hoogspanningsverbinding
  • a. Dit artikel gaat over het verrichten van activiteiten in beperkingengebied hoogspanningsverbinding die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de hoogspanningsverbindingen.
  • b. Het betreft in ieder geval de volgende activiteiten:
    • 1. bouwen;
    • 2. het uitvoeren van werkzaamheden.

4.2 Aanwijzing beperkingengebied hoogspanningsverbinding

Er is een beperkingengebied Leiding - Hoogspanningsverbinding.

4.3 Doelstelling beperkingengebied hoogspanningsverbinding

Het beperkingengebied is gericht op:

  • a. het beschermen van de hoogspanningsverbinding;
  • b. de aanleg en instandhouding van hoogspanningsverbindingen.

4.4 Uitvoeren werkzaamheden in beperkingengebied hoogspanningsverbinding
4.4.1 Vergunningplicht activiteiten binnen beperkingengebied hoogspanningsverbinding

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning in het beperkingengebied hoogspanningsverbinding zoals bedoeld in artikel 4.2 de volgende werkzaamheden uit te voeren:

  • a. werkzaamheden met een graafmachine, dragline, (hijs)kraan, heistelling en dergelijke.

4.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht in beperkingengebied hoogspanningsverbinding

In afwijking van artikel 4.4.1 geldt er geen vergunningplicht voor het verrichten van de volgende werkzaamheden in het beperkingengebied hoogspanningsverbinding:

  • b. werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende omgevingsvergunning.

4.4.3 Beoordelingsregels van werkzaamheden binnen beperkingengebied hoogspanningsverbinding
  • a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 wordt verleend indien voldaan wordt aan hetgeen opgenomen is in Bijlage 1 Veiligheidsvoorschriften werkzaamheden bij hoogspanningslijn.
  • b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 wordt geweigerd indien niet voldaan kan worden aan de voorwaarden zoals opgenomen onder a en door het uitvoeren van de werkzaamheden, direct dan wel indirect, eventuele gevolgen onevenredig afbreuk doen aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de hoogspanningsleidingen en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
  • c. Indien niet voldaan kan worden aan het bepaalde onder a dan wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de netbeheerder.

Artikel 5 Archeologie

5.1 Toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologische waardengebieden
  • a. Deze afdeling gaat over het verrichten van activiteiten in archeologische waardengebieden die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de archeologische waarden.
  • b. Het betreft in ieder geval de volgende activiteiten voor zover deze activiteiten worden verricht in een gebied met een archeologische waarde:
    • 1. bouwen;
    • 2. het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden.

5.2 Aanwijzing archeologische waarden

Er is een gebied met een waarde - archeologie L.

5.3 Doelstelling archeologische waardengebieden

De archeologische waardengebieden zijn gericht op instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische (verwachtings)waarden.

5.4 Bouwactiviteiten in gebieden met een archeologische waarde
5.4.1 Vergunningplicht bouwactiviteiten binnen archeologische waardengebieden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning in gebieden met een archeologische waarde zoals bedoeld in artikel 5.2 bouwactiviteiten te verrichten.

5.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht in waarde - archeologie L

In afwijking van artikel 5.4.1 geldt er geen vergunningplicht voor het verrichten van de volgende bouwactiviteiten binnen waarde - archeologie L:

  • a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 0,3 meter;
  • b. het nieuwe gebouw of de uitbreiding niet groter is dan 2.500 m2.

5.4.3 Beoordelingsregels van bouwen binnen gebieden met archeologische waarde

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 wordt verleend mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de archeologische waarden van het gebied.

5.5 Uitvoeren werken en werkzaamheden in gebieden met archeologische waarde
5.5.1 Vergunningplicht activiteiten binnen archeologische waardengebieden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning in gebieden met een archeologische waarde zoals bedoeld in artikel 5.2 de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren:

  • a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
  • b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage;
  • d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen van gronden en het rooien van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd;
  • f. het scheuren van grasland.

5.5.2 Uitzonderingen vergunningplicht in waarde - archeologie L

In afwijking van artikel 5.5.1 geldt er geen vergunningplicht voor het verrichten van de volgende werken en werkzaamheden binnen waarde - archeologie L:

  • a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarbij de gronden over een oppervlakte van niet groter dan 2.500 m2 worden geroerd;
  • b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarbij de gronden niet dieper dan 0,3 meter worden geroerd;
  • c. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning.

5.5.3 Beoordelingsregels van werken en werkzaamheden binnen gebieden met archeologische waarde

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.1 wordt verleend indien door het uitvoeren van de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolge blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.

Artikel 6 Algemene regels over parkeren

6.1 Toepassingsbereik parkeerregels

Deze paragraaf is van toepassing op het realiseren en gebruiken van parkeerplaatsen voor vervoersmiddelen (daaronder begrepen (vracht)auto's en overige vervoersmiddelen) als opgenomen in Bijlage 4 Nota Parkeernormen Ermelo en dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken gerealiseerd en in stand gehouden moet worden.

6.2 Parkeernormen voor activiteiten zonder vergunningplicht
  • a. Het aantal parkeerplaatsen voor vervoersmiddelen, zoals elders in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning is bepaald, wordt in stand gehouden.
  • b. Voor activiteiten die het gebruik van gronden en bouwwerken of de omvang van het gebruik op gronden en bouwwerken wijzigen en waarvoor op grond van dit omgevingsplan geen verbod behoudens omgevingsvergunning geldt, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor vervoersmiddelen.
  • c. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake als wordt voldaan aan de parkeernormen volgens de beleidsregel 'Nota parkeernormen Ermelo' in Bijlage 4 Nota Parkeernormen Ermelo of, indien van toepassing, de daarna geldende beleidsregel waarin parkeernormen voor Ermelo zijn vastgelegd.

6.3 Omgevingsvergunning afwijken parkeernorm

Een omgevingsvergunning voor het afwijken van artikel 6.2 wordt verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. indien het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of
  • b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien,
  • c. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de parkeersituatie.

Artikel 7 Voorwaardelijke verplichting

Het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden overeenkomstig de activiteiten in Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3 van dit TAM-omgevingsplan is uitsluitend toegestaan als de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Meeboerserf 6 ong Ermelo' worden ingericht en in stand worden gehouden overeenkomstig het Landschappelijk inpassingsplan zoals bedoeld in Bijlage 3 Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit Meeboerserf 6 ong Ermelo waarbij geldt dat de inrichting van het erf binnen drie jaar na vaststelling van dit TAM-omgevingsplan dient te zijn gerealiseerd.

Hoofdstuk 3 Activiteiten

Artikel 8 Bedrijf - Meeboerserf 6 ong Ermelo

8.1 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op de locatie Bedrijf - Meeboerserf 6 ong Ermelo.

8.2 Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
  • b. het bereiken van een goede landschappelijke inpassing van gronden en bouwwerken;
  • c. het beschermen van de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving.

8.3 Gebruik
8.3.1 Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Bedrijf - Meeboerserf 6 ong Ermelo zijn uitsluitend de volgende activiteiten toegestaan:

  • a. bedrijfsmatige activiteiten in overeenstemming met artikel 8.3.2;
  • b. kantooractiviteiten in overeenstemming met artikel 8.3.2;
  • c. tuinen en erven;
  • d. parkeren;
  • e. water.

8.3.2 Bedrijfsactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Bedrijf - Meeboerserf 6 ong Ermelo zijn bedrijfsmatige en kantooractiviteiten toegestaan overeenkomstig de volgende regels:

8.3.3 Verboden gebruik

Andere gebruiksactiviteiten dan genoemd in artikel 8.3.1 zijn niet toegestaan. Daaronder vallen in ieder geval:

  • a. buitenopslag;
  • b. (grootschalige)detailhandelsbedrijven, behoudens ondergeschikte detailhandel als nevenactiviteit bij ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteiten;
  • c. horecabedrijven en daarmee gelijk te stellen bedrijven, met uitzondering van ondergeschikte horeca-activiteiten ten dienste van de activiteiten genoemd in artikel 8.3.1;
  • d. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken als bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
  • e. activiteiten met betrekking tot een ippc-installatie;
  • f. Seveso-inrichtingen;
  • g. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk;
  • h. seksinrichtingen;
  • i. verkoop van motorbrandstoffen;
  • j. wonen.

8.4 Bouwen
8.4.1 Aanwijzing toegestane bouwactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Bedrijf - Meeboerserf 6 ong Ermelo is het toegestaan de volgende bouwwerken te bouwen:

  • a. een bedrijfsgebouw in overeenstemming met artikel 8.4.2;
  • b. een bouwwerk geen gebouw zijnde in overeenstemming met artikel 8.4.3.

8.4.2 Bouwen van een bedrijfsgebouw

Het is toegestaan ter plaatse van de locatie Bedrijf - Meeboerserf 6 ong Ermelo een bedrijfsgebouw te bouwen mits wordt voldaan onder de volgende voorwaarden:

8.4.3 Bouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde

Het is toegestaan ter plaatse van de locatie Bedrijf - Meeboerserf 6 ong Ermelo de volgende bouwwerken geen gebouw zijnde te bouwen:

  • a. erfafscheidingen, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 2 meter bedraagt;
  • b. reclamezuilen, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 2,5 meter bedraagt en maximaal 2 reclamezuil is toegestaan;
  • c. luifels, plastische kunstwerken en pergola's, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 4,5 meter bedraagt;
  • d. palen, masten, erkers- en ander tekens en technische installaties, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 10 meter bedraagt.

8.4.4 Verboden bouwactiviteit

Het is verboden gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde op te richten in strijd met het Landschappelijk inpassingsplan als bedoeld in Bijlage 3.

Artikel 9 Groen - Meeboerserf 6 ong Ermelo

9.1 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op de locatie Groen - Meeboerserf 6 ong Ermelo.

9.2 Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
  • b. het bereiken van een goed evenwicht tussen woonfunctie en de landschappelijke kwaliteiten rond het terrein;
  • c. het beschermen van de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving.

9.3 Gebruik
9.3.1 Aanwijzing gebruiksactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Groen - Meeboerserf 6 ong Ermelo is uitsluitend toegestaan het inrichten en in stand houden van de houtopstanden, groenelementen en beplanting zoals opgenomen in het Landschappelijk inpassingsplan als bedoeld in Bijlage 3 Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit Meeboerserf 6 ong Ermelo.

9.4 Bouwen
9.4.1 Verbod bouwactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Groen - Meeboerserf 6 ong Ermelo is het verboden gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde op te richten.

Artikel 10 Verkeer - Meeboerserf 6 ong Ermelo

10.1 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op de locatie Verkeer - Meeboerserf 6 ong Ermelo.

10.2 Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
  • b. het beschermen van de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving.

10.3 Gebruik
10.3.1 Aanwijzing gebruiksactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Verkeer - Meeboerserf 6 ong Ermelo zijn uitsluitend de volgende activiteiten toegestaan:

  • a. wegen, straten en pleinen;
  • b. voet- en fietspaden;
  • c. groenvoorzieningen;
  • d. water en waterhuishoudkundige doeleinden;
  • e. geluidwerende voorzieningen;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. speelvoorzieningen.

10.4 Bouwen
10.4.1 Aanwijzing toegestane bouwactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Verkeer - Meeboerserf 6 ong Ermelo is het toegestaan de volgende bouwwerken te bouwen:

  • a. een gebouw in overeenstemming met artikel 10.4.2;
  • b. een bouwwerk niet zijnde gebouwen zoals lichtmasten, in overeenstemming met artikel 10.4.3.

10.4.2 Bouwen van een gebouw

Het is toegestaan ter plaatse van de locatie Verkeer - Meeboerserf 6 ong Ermelo een gebouw te bouwen mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de maximale oppervlakte van een gebouw bedraagt niet meer dan 10 m2;
  • b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4 meter.

10.4.3 Bouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde

Het is toegestaan ter plaatse van de locatie Verkeer - Meeboerserf 6 ong Ermelo de volgende bouwwerken geen gebouw zijnde te bouwen:

  • a. verkeerstekens, palen en masten, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 12 meter bedraagt;
  • b. overige bouwwerken, waarbij de de bouwhoogte niet meer dan 6 meter bedraagt.

Hoofdstuk 4 Algemene regels

Artikel 11 Algemeen verbod

11.1 Verbod gebruiksactiviteit
  • a. Het is verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan deze gronden gegeven gebruiksactiviteit en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van deze gronden en bouwwerken bepaalde.
  • b. Als verboden gebruik als bedoeld onder a wordt in ieder geval aangemerkt het gebruik van gronden en bouwwerken:
    • 1. als stand- of ligplaats van kampeermiddelen, demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor detailhandel in etenswaren en/of dranken, en andere onderkomens;
    • 2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten;
    • 3. voor het beproeven van voertuigen, voor het racen of crossen met motorvoertuigen of bromfietsen en voor het beoefenen van de modelvliegtuigsport.

Hoofdstuk 5 Overgangsregels

Artikel 12 Overgangsrecht

12.1 Overgangsrecht bouwwerken
12.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

12.1.2 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

12.2 Overgangsrecht gebruik
12.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

12.2.2 Strijdig gebruik

Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

12.2.3 Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 12.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

12.2.4 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.