direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan 22n Leuvenumseveld 50 Ermelo
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0233.TAMLeuvenum50-0401

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Pre-ambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Leuvenumseveld 50 Ermelo en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22n) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Ermelo. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit plan) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22n van het omgevingsplan van de gemeente Ermelo. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22n' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22n' gelezen worden.

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Omgevingsplan Ermelo

Dit plan wijzigt het omgevingsplan Ermelo in die zin dat na hoofdstuk 22 een hoofdstuk 22n wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.

1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in artikel 1.1.

1.3 Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan 22n Leuvenumseveld 50 Ermelo, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0233.TAMLeuvenum50-0401.

Artikel 2 Begripsbepaling

2.1 Algemene begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Ermelo zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

2.2 Aanvullende begrippen

In aanvulling of afwijking op het bepaalde in artikel 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen onder 2.2.1 tot en met 2.2.13 gehanteerd.

2.2.1 TAM-omgevingsplan

Het TAM-omgevingsplan 22n Leuvenumseveld 50 Ermelo met identificatienummer NL.IMRO.0233.TAMLeuvenum50-0401 van de gemeente Ermelo.

2.2.2 Omgevingsplan

Omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.

2.2.3 Bebouwing

Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.2.4 Bebouwingspercentage

het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd.

2.2.5 Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

2.2.6 Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.

2.2.7 Bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

2.2.8 Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

2.2.9 Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

2.2.10 Twee-aaneen woning

Een woning in de vorm van twee woningen aan elkaar gebouwd.

2.2.11 Peil
  • 1. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
2.2.12 Vrijstaande woning

Een op zichzelf staand niet aan een andere woning vastgemaakte woning.

2.2.13 Woning

Een eenheid van ruimten voor de huisvesting van één huishouden.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

3.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de zijdelingse grens van het bouwperceel;

3.2 bebouwde oppervlak van het perceel

de gezamenlijke oppervlakten van de gebouwen, die op hetzelfde perceel zijn of mogen worden opgericht, daaronder de oppervlakten van kelderruimten onder maaiveld mede begrepen met uitzondering van parkeerkelders;

3.3 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

3.4 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel;

3.5 inhoud van een bouwwerk

boven peil, tussen de buitenwerkse gevelvlakken, harten van scheidsmuren en dakvlakken, met inbegrip van erkers en dakkapellen, en voor zover betreft recreatiewoningen, bovendien met inbegrip van kelders;

3.6 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van scheidsmuren;

3.7 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.8 ondergeschikte delen

in afwijking van artikel 22.24 van het Omgevingsplan Ermelo blijven maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard zijn tot ten hoogste 0,75 m, buiten beschouwing.

Hoofdstuk 2 Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema's)

Artikel 4 Archeologie

4.1 Toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologische waardengebieden
  • a. Dit artikel gaat over het verrichten van activiteiten in archeologische waardengebieden die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de archeologische waarden.
  • b. Het betreft in ieder geval de volgende activiteiten voor zover deze activiteiten worden verricht in een gebied met een archeologische waarde:
    • 1. bouwen;
    • 2. het uitvoeren van werkzaamheden.

4.2 Aanwijzing archeologische waarden

Er is een gebied met een Waarde - Archeologie H.

4.3 Doelstelling archeologische waardengebieden

De archeologische waardengebieden zijn gericht op instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische (verwachtings)waarden.

4.4 Bouwactiviteiten in gebieden met een archeologische waarde
4.4.1 Vergunningplicht bouwactiviteiten binnen archeologische waardengebieden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning in gebieden met een archeologische waarde zoals bedoeld in artikel 4.2 bouwactiviteiten te verrichten.

4.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht in waarde - archeologie H

In afwijking van artikel 4.4.1 geldt er geen vergunningplicht voor het verrichten van de volgende bouwactiviteiten binnen waarde - archeologie H:

  • a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 0,3 meter;
  • b. het nieuwe gebouw of de uitbreiding niet groter is dan 100 m2.

4.4.3 Beoordelingsregels van bouwen binnen gebieden met archeologische waarde

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 wordt verleend mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de archeologische waarden van het gebied.

4.5 Uitvoeren werkzaamheden in gebieden met archeologische waarde
4.5.1 Vergunningplicht activiteiten binnen archeologische waardengebieden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning in gebieden met een archeologische waarde zoals bedoeld in artikel 4.2 de volgende werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren:

  • a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
  • b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage;
  • d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen van gronden en het rooien van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd;
  • f. het scheuren van grasland.

4.5.2 Uitzonderingen vergunningplicht in waarde - archeologie H

In afwijking van artikel 4.5.1 geldt er geen vergunningplicht voor het verrichten van de volgende werkzaamheden binnen waarde - archeologie H:

  • a. werkzaamheden waarbij de gronden over een oppervlakte van niet groter dan 100 m2 worden geroerd;
  • b. werkzaamheden waarbij de gronden niet dieper dan 0,3 meter worden geroerd;
  • c. werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning.

4.5.3 Beoordelingsregels van werkzaamheden binnen gebieden met archeologische waarde

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5.1 wordt verleend indien door het uitvoeren van de werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.

Artikel 5 Algemene regels over parkeren

5.1 Toepassingsbereik parkeerregels

Dit artikel is van toepassing binnen het hele plangebied zoals bedoeld in 1.3 en ziet toe op het realiseren en gebruiken van parkeerplaatsen voor vervoersmiddelen (daaronder begrepen (vracht)auto's en overige vervoersmiddelen) als opgenomen in Bijlage 3 Nota Parkeernormen Ermelo en dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken gerealiseerd en in stand gehouden moet worden.

5.2 Parkeernormen voor activiteiten zonder vergunningplicht
  • a. Het aantal parkeerplaatsen voor vervoersmiddelen, zoals elders in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning is bepaald, wordt in stand gehouden.
  • b. Voor activiteiten die het gebruik van gronden en bouwwerken of de omvang van het gebruik op gronden en bouwwerken wijzigen en waarvoor op grond van dit omgevingsplan geen verbod behoudens omgevingsvergunning geldt, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor vervoersmiddelen.
  • c. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake als wordt voldaan aan de parkeernormen volgens de beleidsregel 'Nota parkeernormen Ermelo' in Bijlage 3 Nota Parkeernormen Ermelo of, indien van toepassing, de daarna geldende beleidsregel waarin parkeernormen voor Ermelo zijn vastgelegd.

5.3 Omgevingsvergunning afwijken parkeernorm

Een omgevingsvergunning voor het afwijken van artikel 5.2 wordt verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. indien het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of
  • b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien,
  • c. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de parkeersituatie.

Hoofdstuk 3 Activiteiten

Artikel 6 Wonen - Leuvenumseveld 50 Ermelo

6.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op de locatie Wonen - Leuvenumseveld 50 Ermelo.

6.2 Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
  • b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken;
  • c. het bereiken van een goed evenwicht tussen woonfunctie en de landschappelijke kwaliteiten rond de terreinen;
  • d. het bereiken van een goede landschappelijke inpassing van gronden en bouwwerken;
  • e. het beschermen van de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving.

6.3 Gebruik
6.3.1 Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Wonen - Leuvenumseveld 50 Ermelo zijn uitsluitend de volgende activiteiten toegestaan:

  • a. wonen in een woning in overeenstemming met artikel 6.3.2;
  • b. aan huis gebonden beroep in overeenstemming met artikel 6.3.3;
  • c. tuinen en erven;
  • d. parkeren;
  • e. water.

6.3.2 Woonactiviteit in één woning

Ter plaatse van de locatie Wonen - Leuvenumseveld 50 Ermelo is wonen in een woning toegestaan overeenkomstig de volgende regels:

  • a. per woning is maximaal één huishouden gehuisvest.

6.3.3 Aan huis gebonden beroep

Een beroep aan huis is toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten zijn opgenomen in Bijlage 2 Lijst van niet publieksgerichte bedrijven aan huis of de bedrijfsmatige activiteit is qua aard, omvang en invloed vergelijkbaar met een daarin opgenomen beroeps- of bedrijfsmatige activiteit;
  • b. ten hoogste 30% van de bruto vloeroppervlakte van een woonhuis tot een maximum van 60 m2 mag worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een beroepsmatige dan wel bedrijfsmatige activiteit aan huis;
  • c. bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van deze beroeps- en bedrijfsmatige activiteit;
  • d. de gezamenlijke voor de activiteiten te gebruiken bruto vloeroppervlakte per woning inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 100 m2;
  • e. de uitstraling van de woning blijft intact;
  • f. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu;
  • g. het gebruik geen onevenredige afbreuk heeft aan het karakter van het gebied;
  • h. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt. Er wordt voldaan aan Artikel 5 Algemene regels over parkeren;
  • i. detailhandel is niet toegestaan;
  • j. het beroep wordt uitsluitend door de bewoner uitgeoefend.

6.3.4 Verboden gebruik

Het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning is verboden.

6.3.5 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

Het gebruiken en/of laten gebruiken van de woningen als bedoeld in artikel 6.3.1 is uitsluitend toegestaan als de gronden ter plaatse van de aanduiding 'voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Leuvenumseveld 50 Ermelo' worden ingericht en in stand worden gehouden overeenkomstig het Landschappelijk inpassingsplan zoals bedoeld in Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Leuvenumseveld 50 Ermelo, waarbij geldt dat de inrichting van het erf dient te zijn gerealiseerd binnen één jaar na gereedmelding van de technische bouwactiviteit zoals bedoeld in artikel 2.21 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

6.4 Bouwen
6.4.1 Aanwijzing toegestane bouwactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Wonen - Leuvenumseveld 50 Ermelo is het toegestaan de volgende bouwwerken te bouwen:

  • a. gebouwen aangewezen met een bebouwingstype mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van en in de vorm van de aangeduide bebouwingstype:
    • 1. het woningtype vrijstaand in overeenstemming met artikel 6.4.2;
    • 2. het woningtype twee-aaneen in overeenstemming met artikel 6.4.3;
  • b. bijbehorende bouwwerken in overeenstemming met artikel 6.4.4;
  • c. een bouwwerk geen gebouwen zijnde in overeenstemming met artikel 6.4.5.

6.4.2 Bouwen van woningtype vrijstaand

Het is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' een vrijstaande woning te bouwen mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de woning wordt binnen het bouwvlak gerealiseerd;
  • b. de maximale goot- en bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4,5 respectievelijk 9 meter;
  • c. de inhoud bedraagt niet meer dan 750 m3;
  • d. in afwijking van het gestelde onder c. bedraagt de inhoud van een woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - kleine woning', maximaal 400 m3;
  • e. het aantal woningen bedraagt maximaal 3;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'afwijkende geluidsnorm geluidgevoelig gebouw Leuvenumseveld 50 Ermelo' bedraagt het gezamenlijke geluid zoals bedoeld in artikel 4.103 van het Besluit bouwwerken leefomgeving op de noordoostelijke gevellijn van de woning maximaal 54 dB(A), in afwijking van het bepaalde in artikel 22.63 van het Omgevingsplan gemeente Ermelo.

6.4.3 Bouwen van woningtype twee-aaneen

Het is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' twee woningen aan een te bouwen mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de woningen worden binnen het bouwvlak gerealiseerd;
  • b. de maximale goot- en bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4,5 respectievelijk 9 meter;
  • c. de inhoud per woning bedraagt niet meer dan 550 m3.

6.4.4 Bijbehorende bouwwerken

In afwijking van het bepaalde in paragraaf 22.2.7 van het Omgevingsplan gemeente Ermelo is het toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' een bijbehorend bouwwerk te bouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 1 meter bedragen;
  • b. hetgeen onder a is opgenomen geldt niet in het geval van (hoek-)erkers over maximaal de halve gevelbreedte van het hoofdgebouw, waarvoor geldt dat deze zijn toegestaan tot een afstand van 1 meter vóór de voorgevel van het hoofdgebouw;
  • c. de afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 1 meter bedragen, tenzij in de perceelsgrens wordt gebouwd;
  • d. ten aanzien van de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
    • 1. bij het woningtype vrijstaand bedraagt de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – kleine woning' de gezamenlijke oppervlakte maximaal 100 m2 bedraagt en dat het bebouwingspercentage van het achtererf per woning maximaal 50% bedraagt;
    • 2. bij het woningtype twee-aaneen bedraagt de totale oppervlakte van de hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken van de twee woningen gezamenlijk maximaal 270 m2, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van het achtererf per woning maximaal 50% bedraagt;
    • 3. in afwijking van het bepaalde onder 2 bedraagt de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een bestaande twee-aaneengebouwde woning niet meer dan de bestaande oppervlakte;
  • e. voor de bouw- en goothoogte van een bijbehorend bouwwerk gelden de volgende regels:
    • 1. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 3 meter;
    • 2. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 5 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet hoger is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw minus 2 meter;
  • f. het bijbehorend bouwwerk voldoet aan het Landschappelijk inpassingsplan als bedoeld in Bijlage 1.

6.4.5 Bouwen van een bouwwerk geen gebouwen zijnde
  • a. Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan:
    • a. bij pergola's en soortgelijke constructies 3 meter;
    • b. bij palen en masten, zoals vlaggenmasten 8 meter;
    • c. bij erfafscheidingen op het voorerf 1 meter;
    • d. bij overige erfafscheidingen 2 meter;
    • e. bij overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 3 meter;
  • b. Overkappingen moeten achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd.

6.4.6 Verboden bouwactiviteit

Het is verboden gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde op te richten in strijd met het Landschappelijk inpassingsplan als bedoeld in Bijlage 1.

6.4.7 Voorwaardelijke verplichting

Het bouwen van de woningen als bedoeld in artikel 6.4.2 en artikel 6.4.3 is uitsluitend toegestaan als agrarische bedrijfsgebouwen ter plaatse van de locatie Wonen - Leuvenumseveld 50 Ermelo zijn verwijderd.

Hoofdstuk 4 Algemene regels

Artikel 7 Algemeen verbod

7.1 Verbod gebruiksactiviteit
  • a. Het is verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan deze gronden gegeven gebruiksactiviteit en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van deze gronden en bouwwerken bepaalde.
  • b. Als verboden gebruik als bedoeld onder a wordt in ieder geval aangemerkt het gebruik van gronden en bouwwerken:
    • 1. als stand- of ligplaats van kampeermiddelen, demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor detailhandel in etenswaren en/of dranken, en andere onderkomens;
    • 2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten;
    • 3. voor het beproeven van voertuigen, voor het racen of crossen met motorvoertuigen of bromfietsen en voor het beoefenen van de modelvliegtuigsport;
    • 4. gebruik van gronden, gelegen buiten het bouwvlak, als paardenbak.
  • c. Het is verboden een beroep aan huis te gebruiken voor bedrijfsactiviteiten die normaliter in een winkelcentrum of winkelstraat worden uitgeoefend.

Hoofdstuk 5 Overgangsregels

Artikel 8 Overgangsrecht

8.1 Overgangsrecht bouwwerken
8.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang na maximaal 10% voor isolatie of verduurzaming niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

8.1.2 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 8.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

8.2 Overgangsrecht gebruik
8.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

8.2.2 Strijdig gebruik

Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 8.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

8.2.3 Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 8.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

8.2.4 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 8.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.