| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Ederveen, Hoofdweg 55 |
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0228.TO2025EDRV0009-0301 |
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22t Ederveen, Hoofdweg 55
Versie 2-12-2025
Pre-ambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een concreet initiatief op de locatie Hoofdweg 55 te Ederveen.
De gemeente Ede maakt gebruik van de Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) voor het omgevingsplan, omdat de techniek van het DSO en de software nog verder getest moet worden. Met de TAM kunnen concrete initiatieven zonder technische risico's worden gefaciliteerd, omdat daarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande techniek (IMRO). Het gaat uitdrukkelijk om een tijdelijke overgangsperiode tot 1 januari 2026.
Om te benadrukken dat het TAM-omgevingsplan onderdeel is van de geconsolideerde versie van het Omgevingsplan Ede, is gekozen om de regels van het voorliggende plan te plaatsen in een tijdelijk hoofdstuk 22 met opvolgende lettertoevoeging. Dat sluit goed aan bij de regels die zijn overgeheveld vanuit de rijksoverheid naar de gemeente met inwerkingtreding van de Omgevingswet (hoofdstuk 22).
Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22t] van het Omgevingsplan Ede. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22t]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘[22t]’ gelezen worden.
Inhoudsopgave
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22t Ederveen, Hoofdweg 55
HOOFDSTUK 1 Inleidende bepalingen
Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen
HOOFDSTUK 2 Integratie Omgevingsplan Ede
HOOFDSTUK 3 Activiteiten en toedeling van functies
Artikel 7 Beschermingszone Leiding - Riool
Artikel 8 Beschermingszone Ecologische Hoofdstructuur
Artikel 9 Beschermingszone Natuur en Ecologie
Artikel 10 Anti-dubbeltelregel
Artikel 11 Algemene regels met betrekking tot bouwwerken
Artikel 12 Algemene beoordelingsregels bouwwerken en gebruiksactiviteiten (met afwegingsruimte)
HOOFDSTUK 5 Overgangs- en slotbepalingen
HOOFDSTUK 1 Inleidende bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
1.1 Omgevingswet
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit TAM- omgevingsplan tenzij hierna daarvan is afgeweken.
1.2 TAM-Omgevingsplan
In deze regels wordt verstaan onder:
plan:
Het wijzigingsbesluit ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Ederveen, Hoofdweg 55’ met identificatienummer
NL.IMRO.0228.TO2025EDRV0009-0301 van de gemeente Ede.
Omgevingsplan Ede:
Het Omgevingsplan van de gemeente Ede zoals bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.
aanbouw:
Een aan een hoofdgebouw toegevoegde ruimte die qua afmetingen en/of visueel opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
aanduiding:
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
aanduidingsgrens:
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
aan huis verbonden beroepen:
Een door de hoofdbewoner uitgeoefend beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, alsmede een beroep op het terrein van persoonlijke verzorging, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt. Hieronder wordt in ieder geval niet verstaan een (raam)prostitutiebedrijf en/of escortbedrijf.
abiotische waarden:
Het geheel van waarden in verband met het abiotisch milieu (= niet levende natuur), in de vorm van aardkundige en/of hydrologische kenmerken, zowel op zichzelf als in relatie tot de aanwezigheid of nabijheid van (ontwikkelingsmogelijkheden voor) een waardevol biotisch milieu (= levende natuur, gevormd door organismen en leefgemeenschappen).
agrarisch bedrijf:
Eén bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder begrepen bomen en heesters, en/of het houden van dieren, waarbij opslag van het door het bedrijf ter plaatse voortgebrachte producten en het vergisten van bedrijfseigen mest en co-substraten is toegestaan.
agrarisch bedrijf, grondgebonden:
Een agrarisch bedrijf dat gericht is op het ontwikkelen van activiteiten, waarvan de productie geheel of nagenoeg geheel afhankelijk is van het producerend vermogen van onbebouwde gronden (als productiemiddel) waar het bedrijf over kan beschikken.
agrarisch bedrijf, intensieve veehouderij:
Een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf voor het houden van vee en pluimvee -zelfstandig of als neventak – waarbij dit houden van vee en pluimvee geheel of nagenoeg plaatsvindt in gebouwen. Het houden van melkrundvee, schapen of paarden wordt niet aangemerkt als intensieve veehouderij.
agrarisch bedrijf, glastuinbouw
Een niet grondgebonden agrarisch bedrijf dat gericht is op het telen van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen, al dan niet op substraatbasis.
agrarische nevenactiviteit:
Een kleinschalige agrarische activiteit bij een woning gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder begrepen bomen en heesters, en/of het houden van dieren, waarbij opslag van ter plaatse voortgebrachte producten is toegestaan.
archeologische verwachtingswaarden:
Te verwachten archeologische resten, oftewel restanten van vroegere menselijke bewoning, begraving en/of landgebruik die voor de wetenschap van belang kunnen zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen.
archeologische waarden:
Archeologische resten, oftewel restanten van vroegere menselijke bewoning, begraving en/of landgebruik die voor de wetenschap van belang kunnen zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen.
bebouwing:
Eén of meer gebouwen en/of één of meer bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
bed & breakfast:
een kleinschalige en onzelfstandige overnachtingsaccommodatie zonder keuken in een (bedrijfs)woning of daarbij behorend bijgebouw of bedrijfsgebouw, dat bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende woning en is bedoeld voor kortdurend recreatief nachtverblijf, eventueel in combinatie met ontbijt, door een persoon of groep van personen die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben
bedrijf:
Een onderneming of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan-huis-verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
bedrijfsgebouw:
Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
bedrijfswoning/dienstwoning:
Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is.
bestaande situatie:
ten aanzien van bebouwing:
Legaal aanwezige bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit omgevingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning.
ten aanzien van gebruik:
Het legaal gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit omgevingsplan rechtskracht heeft verkregen.
bestemmingsgrens:
De grens van een bestemmingsvlak waarin de functie van de locatie is beschreven.
bestemmingsvlak:
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
bijgebouw:
Een gebouw dat in architectonisch en/of functioneel opziht ondergeschikt is aan en hoort bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
biogas-vergistinginstallatie:
Een installatie waarbij door toepassing van technieken energie, dan wel warmte, wordt opgewekt met digistaat als eindproduct.
boerenboomgaard:
Een verzameling hoogstamfruitbomen op en/of nabij een bouwperceel met een minimaal aantal van 5 en maximaal 12.
bouwen:
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
bouwgrens:
De grens van een bouwvlak.
bouwlaag:
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en bergzolder.
bouwmassa:
Een verzameling van bij elkaar behorende gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw, dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen.
bouwperceel:
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
bouwperceelgrens:
De grens van een bouwperceel.
bouwvlak:
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
bouwwerk:
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
consumentenvuurwerk:
Vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik.
containervelden:
Al dan niet verharde grond (bijvoorbeeld afgedekt met plastic, antiworteldoek en/of beton) eventueel in combinatie met andere materialen, ten behoeve van de teelt van gewassen. De gewassen worden op deze afdeklaag los van de ondergrond geteeld in potten.
cultuurhistorische waarden:
De aan een bouwwerk, gebied of landschapselement toegekende waarde in verband met ouderdom, gaafheid, zeldzaamheid en herkenbaarheid vanuit historisch oogpunt in relatie met de bijbehorende abiotische randvoorwaarden (bodem, water, terreinvormen).
dagrecreatie:
Recreatieve activiteit die plaats vindt binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang.
detailhandel:
Het te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
detailhandel in volumineuze goederen:
Detailhandel in de volgende categorieën:
detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen;
detailhandel in grootschalige goederen, zoals auto’s keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen;
tuincentra;
grootschalige meubelbedrijven, al dan niet – in ondergeschikte mate – in combinatie met woninginrichting en stoffering;
bouwmarkten.
dienstverlening:
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting.
ecologische waarde:
De aan een gebied toegekende waarde op basis van de aanwezige flora en/of fauna in relatie met de bijbehorende abiotische randvoorwaarden en/of karakteristieke landschapselementen, en/of op basis van de verbindende functie van een zone tussen twee natuurgebieden.
escortbedrijf:
De natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend, zoals escortservices en –bemiddelingsbureaus.
extensief recreatief medegebruik:
Een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de omschrijving van de functie gegeven doeleinden.
functie:
Doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan.
gebouw:
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
gebouwerf:
bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt.
gekoppeld bouwvlak:
Een bouwvlak dat bestaat uit twee of meer onderling niet aaneengesloten bouwvlakken, die op de verbeelding met een specifieke aanduiding ‘relatie’ aan elkaar zijn gekoppeld, die tezamen worden aangemerkt als zijnde één bouwvlak. Daarbij geldt dat de opgenomen aanduidingen op de verbeelding slechts gelden voor het gehele gekoppelde bouwvlak en mogen aanduidingen niet worden gecumuleerd.
groeibegeleidende voorzieningen:
Palen en/of stokken, eventueel onderling verbonden, ten behoeve van begeleiding van gewassen.
hoofdfunctie:
Een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden in hoofdzaak bestemd is.
hoofdgebouw:
Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
horeca:
Een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor consumptie ter plaatse worden verstrekt en/of waar bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, met uitzondering van een discotheek, dancingbar, casino of automatenhal.
hospita(kamer)verhuur:
verhuur door een particuliere eigenaar van maximaal 2 kamers (aan maximaal 1 persoon per kamer) in de door de eigenaaar zelf bewoonde woning.
hoveniersbedrijf:
Een bedrijf, dat primair gericht is op ontwerp, aanleg en onderhoud van tuinen en groenvoorzieningen elders.
huishouden:
Persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen.
hulpgebouwen:
Een gebouw, behorende bij een bedrijf, dat met het oog op een verantwoorde bedrijfsvoering niet binnen het bouwvlak gerealiseerd kan worden, dat zowel qua afmeting als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het (agrarisch) gebruik, en waarbij geen sprake is van permanente stalling van dieren.
kas:
Een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dat dient voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden.
kampeermiddel:
Een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;
enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde,
één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
kelder:
Een geheel of gedeeltelijk ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bovengronds bouwwerk, sleufsilo en/of kuilvoerplaat.
kleinschalige bedrijfsactiviteiten:
het door de hoofdbewoner bedrijfsmatig vervaardigen, herstellen, onderhouden of bewerken van producten en/of diensten in de vorm van bedrijven die voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de van deze regels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt.
kleinschalig kamperen:
Kleinschalige recreatieve activiteiten waarbij niet meer dan 25 kampeermiddelen aanwezig zijn, bijvoorbeeld kamperen bij de boer.
landschapselement:
Houtopstanden en andere elementen in een gebied met streekeigen, inheemse beplanting en/of karakteristiek voor een landschapstype: zoals houtwal en houtsingels, (hakhout)bosje, struweelrand, heg, struweelhaag, laan, bomenrij en/of een solitaire boom met een omtrek van meer dan 65 cm, (boeren)boomgaard, steilrand, streekeigen erf, poel en natuurvriendelijke oever.
landschapswaarde:
De aan een gebied toegekende waarde op basis van de aanwezigheid van de voor het landschapstype karakteristieke kenmerken bestaande uit landschapselementen, verkaveling of openheid, die bepaald wordt door de abiotische en biotische omstandigheden en door cultuurhistorie en menselijk grondgebruik.
maatschappelijke en culturele voorzieningen:
Educatieve, (para)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, religieuze voorzieningen, onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening.
manege:
Bedrijf, bestaande uit een of meerdere (binnen)rijbanen, die uitsluitend is gericht op het bieden van paardrijdmogelijkheden en het geven van instructie aan derden met gebruik van paarden, al dan niet met een ondergeschikte horecavoorziening die is gericht op het verstrekken van dranken en etenswaren aan bezoekers van het manegebedrijf.
mantelzorg:
Langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
milieubelastende activiteit (MBA):
een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, met uitzondering van een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit
natuur:
Elementen of een verzameling van elementen, zoals stromende en stilstaande wateren, bloemrijke graslanden, heide en stuifzanden, bossen en struwelen, bepaald door de specifieke abiotische en biotische omstandigheden.
nevenactiviteit:
Activiteiten die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op een bouwperceel en de hoofdfunctie als zodanig herkenbaar blijft.
nevengeschikte functie:
Functie waarvoor maximaal 50% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt.
NGE:
Nederlandse Grootte Eenheid, een standaard eenheid voor de bepaling van de omvang van een agrarisch bedrijf zoals die gehanteerd wordt door het Landbouw Economisch Instituut (LEI).
normaal (agrarisch) gebruik:
Het regulier bestaande gebruik dat, gelet op de functie, regelmatig noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering en het (agrarisch) gebruik van de gronden.
normaal onderhoud:
Het onderhoud van bestaande objecten c.q. de grond dat, gelet op de functie, noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen.
omgevingsvergunning:
Een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Omgevingswet en bijbehorende besluiten en regelingen (hierna: Omgevingswet).
ondergeschikte functie:
Functie die zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan een hoofdfunctie en daarmee rechtstreeks verband houdt.
opslag:
Opslag van goederen al dan niet in gebouwen.
overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
overkapping:
Een bouwwerk met een draagconstructie en dak niet door eigen wanden omsloten.
paardenbak:
Een onoverdekte voorziening, uitsluitend bestaande uit een afrastering en/of omheining, bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden.
paardenhouderij:
Een bedrijf waarbij de productie geheel of overwegend gericht is op het fokken van paarden, het africhten van paarden, het bieden van verblijf aan paarden (bijvoorbeeld paardenstalling en paardenpension) dan wel de handel in paarden.
pand
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
prostitutie:
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding.
recreatief medegebruik:
Een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de locatie waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan.
recreatieve voorziening:
Voorzieningen bedoeld voor recreatief gebruik zoals musea, sportterreinen, speeltuinen, dierenparken, openluchttheaters en groepsaccommodaties.
recreatiewoning:
Een permanent aanwezig gebouw, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden uitsluitend voor recreatieve doeleinden.
ruimtelijke kwaliteit:
De kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte.
schuilgelegenheid:
Een overdekte ruimte voor weidedieren dat tot doel heeft het bieden van bescherming tegen weersomstandigheden waarbij (buiten)opslag niet is toegestaan met uitzondering van kleinschalige aan het gebruik gerelateerde opslag (onder andere voerproducten, stroo, hooi en mest)
seksinrichting:
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub al dan niet in combinatie met elkaar.
streekeigen producten:
zelfgemaakte, bewerkte, gekweekte of geteelde producten dan wel door agrarische bedrijven uit de Regio FoodValley geproduceerde producten die als streekeigen worden beschouwd.
(teelt)ondersteunende voorzieningen:
Voorzieningen die toegepast worden om de teelt van groenten, fruit, bomen, of potplanten te bevorderen en te beschermen.
tijdelijke (teeltondersteunende) voorzieningen:
Teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een maximum van 6 maanden per jaar. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden onder andere verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen en hagelnetten. Met uitzondering van containervelden.
uitbouw:
De vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
verblijfsrecreatie:
Het kortdurend verblijf van één of meerdere personen met of zonder overnachting die elders hun hoofdverblijf hebben, waarmee in ieder geval geen sprake is van permanente bewoning.
verblijfsrecreatieve voorzieningen:
Voorzieningen ten behoeve van het faciliteren van recreatief verblijf, waarbij overnacht wordt in onder andere kampeermiddelen, recreatiewoningen en/of recreatieverblijven.
verkoopactiviteit:
Een aan de hoofdfunctie gelieerde verkoopactiviteit (niet zijnde groothandel). De verkoop van volumineuze tuinproducten, zoals tuinhuisjes, bestratingsmateriaal en zwembaden etcetera is niet toegestaan.
volwaardig agrarisch bedrijf:
Een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste 70 NGE/ één volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen, en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieuhygiënisch verantwoorde wijze.
voorgevel:
De naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.
voorgevelrooilijn:
De lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk, dan wel bouwvlak, is gelegen alsmede het verlengde daarvan die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd.
waterhuishoudkundige voorzieningen:
Voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop.
webwinkel / internetverkoop:
vorm van kleinschalige bedrijfsactiviteiten die bestaat uit de opslag en distributie van goederen die door particulieren via een website zijn besteld en betaald en waarbij de artikelen (eventueel per post) bij de klant worden thuisbezorgd. Er is geen afhaalpunt voor particulieren of showroom.
werk:
Een constructie geen bouwwerk zijnde.
woning:
Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden.
woongebouw:
Een gebouw, dat naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen wooneenheden omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
wooneenheid:
Een gebouw of een deel van een gebouw, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden (inclusief het bieden van mantelzorg).
zelfstandige woonruimte:
Woonruimte met een eigen aparte opgang en voordeur, met eigen voorzieningen waaronder andere een keuken, toilet, badkamer, douche, die niet met anderen hoeft te worden gedeeld.
zonneveld:
elke groepering van zonnepanelen die niet op een gebouw, maar op of boven de grond wordt geplaatst.
zonneveld (netto-oppervlakte)
de oppervlakte van de grond onder de zonnepanelen, inclusief onderhoudspaden en toebehoren zoals een transformator of inkoopstation. De oppervlakte van de landschappelijke inpassing wordt niet gerekend tot de netto-oppervlakte.
zorggerelateerde voorziening:
Faciliteiten die noodzakelijk zijn voor de (fysieke en/of geestelijke) zorgverlening aan personen en niet kan worden aangemerkt als maatschappelijke dienstverlening of mantelzorg.
Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen
2.1 Algemeen
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten c.q. gerekend:
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:
De kortste afstand van de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk.
bebouwd oppervlak van een bouwperceel:
De oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.
bebouwingspercentage:
Het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.
Bovenkant Spoorstaaf (BS):
De hoogte van de bovenkant van de laagste spoorstaaf.
breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde:
Overeenkomstig de omtreklijn van de horizontale projectie van alle delen van die bouwwerken.
breedte, diepte c.q. lengte van een gebouw:
Tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.
de bruto-vloeroppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande dat wordt gemeten op vloerniveau (NEN 2580). Bij meerlaagse gebouwen wordt per bouwlaag gemeten.
de dakhelling:
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
de goothoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
de bouwhoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
de inhoud van een bouwwerk:
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
oppervlakte van een bouwwerk:
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/ of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
de oppervlakte van een zonneveld:
tussen de buitenzijde van de zonnepanelen, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de panelen. Onderhoudspaden en toebehoren, met uitzondering van groen-voorzieningen, worden tot de oppervlakte van het zonnneveld gerekend.
de hoogte van een windturbine:
Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.
peil:
- Voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
- in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein.
2.2 Ondergronds bouwen
Bij het berekenen van het bebouwingspercentage of de te bebouwen oppervlakte/inhoudsmaat wordt de oppervlakte/inhoud van ondergrondse gebouwen, voor zover gelegen onder het bovengrondse gebouw, buiten beschouwing gelaten.
2.3 Ondergeschikte bouwdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, zoals:
dakkapellen met een maximum breedte van 50% van de gevelbreedte;
plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m.
2.4 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen
Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
HOOFDSTUK 2 Integratie Omgevingsplan Ede
ARTIKEL 3 Toepassingsbereik
3.1 Geometrische afbakening
De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0228.TO2025EDRV0009-0301 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
3.2 Integratie Omgevingsplan Ede
De regels in dit plan zijn integraal onderdeel van de geconsolideerde versie van het Omgevingsplan Ede zoals dat is gepubliceerd op de landelijke voorziening https://omgevingswet.overheid.nl/home.
3.3 Buitenwerkingstelling eerdere besluiten
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in artikel 3.1.
3.4 Buitenwerkingstelling regels tijdelijk deel Omgevingsplan Ede
Voor zover de regels in dit plan in strijd zijn met de regels van hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan Ede gaan de regels in dit plan voor.
Als de regels uit hoofdstuk 22 in de toekomst een andere plek in de structuur van het omgevingsplan krijgen, blijven die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen.
ARTIKEL 4 Algemene bepalingen
4.1 Uitsluiten niet benoemde activiteiten
bouw-, gebruiks- en aanlegactiviteiten die niet zijn benoemd in dit plan en die een mogelijk effect kunnen hebben op de fysieke leefomgeving zijn niet toegestaan.
4.2 Maatwerkvoorschriften
4.2.1 Lid 1
Ten aanzien van activiteiten in dit plan kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld, of kan een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet worden verbonden aan een omgevingsvergunning, tenzij anders is bepaald.
4.2.2 lid 2
Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit plan, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.
4.2.3 lid 3
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning kan worden verbonden.
4.2.4 Lid 4
Artikel 4.2.1 en 4.2.2 gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
4.3 Parkeren, laden en lossen
4.3.1 Parkeren
Een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het wijzigen van het gebruik van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de geldende opgave, zoals beschreven in de hoofdstukken 3 tot en met 6 van de Nota Parkeernormen Ede 2025;
Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet in het plangebied bij de ontwikkeling wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de geldende opgave, zoals beschreven in de hoofdstukken 3 tot en met 6 van de Nota Parkeernormen Ede 2025;
Indien de onder a en b bedoelde (beleids)regels worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.
4.3.2 Laden en Lossen
a. Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het
bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, in deze behoefte in
voldoende mate zijn voorzien binnen het plangebied overeenkomstig de Nota Parkeernormen Ede 2025;
b. Indien de onder a bedoelde (beleids)regels worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze
wijziging.
4.3.3 Afwijken van Parkeren en Laden en Lossen
4.3.3.1 Bevoegdheid
Bij een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.3.1 en artikel 4.3.2
voor zover op andere wijze in de nodige parkeergelegenheid dan wel laad- of losruimte wordt voorzien;
voor zover door een maatregel geen of minder dan de nodige parkeergelegenheid dan wel laad- of losruimte noodzakelijk is;
voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
4.3.3.2 Voorwaarden
Bij de toepassing van de in artikel 4.3.3.1 genoemde afwijkingen wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de Nota Parkeernormen Ede 2025. Indien deze regeling wordt gewijzigd moet rekening worden gehouden met deze wijziging.
HOOFDSTUK 3 Activiteiten en toedeling van functies
Artikel 5 Functie natuur
5.1 Toedeling van functies
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Natuur'' heeft de volgende functies:
behoud, herstel en/of ontwikkeling van natuur, landschapselementen en landschapswaarden;
verharde en onverharde paden en (toegangs)wegen ten dienst van (aangrenzende) functies;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
extensief recreatief medegebruik;
5.2 Beoordelingsregels voor bouwactiviteiten
5.2.1 Beoordelingsregels voor bouwactiviteiten (gesloten normen)
5.2.1.1 Gebouwen
Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
5.2.1.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter.
5.2.2 Beoordelingsregels voor bouwactiviteiten (met afwegingsruimte)
5.2.2.1 Gebouwen
Met betrekking tot het bepaalde in artikel 5.2.1.1 kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de functie Natuur, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
de oppervlakte per gebouw niet meer mag bedragen dan 25 m²;
het aantal gebouwen mag niet meer bedragen dan 1 per 8 ha. natuurgebied aaneengesloten eigendom;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter;
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 meter;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
5.3 Werken en werkzaamheden (geen gebouwen zijnde)
5.3.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden;
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
het verwijderen van zandwegen;
het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding;
het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering.
5.3.2 Beoordelingsregels
De in artikel 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
de werken en/of werkzaamheden noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik/ beheer;
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden.
5.3.3 Uitzonderingen
Het in artikel 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende (omgevings)vergunning;
behoren tot het normale onderhoud, beheer en gebruik van de gronden, waaronder tevens de aanleg van de verplichte inrichting van de natuurgronden en instandhouding en het beheer daarvan conform de regels van dit plan wordt verstaan.
Artikel 6 Functie wonen
6.1 Toedeling van functies en regels voor gebruiksactiviteiten
6.1.1 Toedeling van functies
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies:
wonen in de vorm van een woning;
met daaraan ondergeschikt
hospita(kamer)verhuur;
aan huis verbonden beroepen of kleinschalige bedrijfsactiviteiten;
bed & breakfast;
tuinen, erven en verhardingen.
6.1.2 Beoordelingsregels voor gebruiksactiviteiten (gesloten normen)
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden tevens de volgende bepalingen:
aan huis verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan, met dien verstande dat de omvang van de activiteit niet meer mag bedragen dan 50 m² en plaats moet vinden in de woning;
detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van ter plaatse geproduceerde streekeigen producten met een maximum oppervlakte van 50 m²;
het gebruiken van bijgebouwen als zelfstandige woonruimte is niet toegestaan, met uitzondering van bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bewoning bijgebouw';
het gebruiken van een gebouw voor bed & breakfast en overige nevenactiviteiten is niet toegestaan;
buitenopslag is niet toegestaan, met uitzondering van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarische nevenactiviteit', voor zover het betreft opslag van agrarische producten achter de voorgevelrooilijn ten behoeve van het agrarische bedrijf;
de in dit artikel genoemde activiteiten zijn gebonden aan het betreffende bestemmingsvlak en worden hoofdzakelijk door de hoofdbewoner uitgevoerd.
ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beheer en compensatieplan' mag een woning alleen in gebruik zijn, indien binnen één jaar na oplevering van één of meerdere woningen in dit plan is gestart met de inrichting van de natuurgronden zoals beschreven in bijlage 22t.1 bij deze regels, en deze inpassing na realisatie duurzaam in stand wordt gehouden volgens het beheer zoals beschreven in bijlage 22t.1.
6.1.3 Beoordelingsregels voor gebruiksactiviteiten (met afwegingsruimte)
6.1.3.1 Aan huis verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 6.1.2 onder a en toestaan dat de activiteit mag worden uitgevoerd in een bijgebouw, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 200 m²;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
de activiteit leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en/of ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
de activiteit een ruimtelijke uitwerking en/of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en het parkeren dient op het eigen perceel te worden ingericht;
het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning uitsluitend aan de hoofdbewoner van de betreffende woning en is niet overdraagbaar.
6.1.3.2 Bed & Breakfast
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van een Bed & Breakfast, met inachtneming van de volgende bepalingen:
a een Bed & Breakfast met een bruto vloeroppervlakte van maximaal 50 m² kan binnen de woning worden toegestaan en/of in een legaal aanwezig bijgebouw, waarbij de bruto vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 75 m² met maximaal 4 slaapplaatsen;
b het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning onder voorwaarde van een bedrijfsmatige
exploitatie, een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het bijhouden van een nachtregister;
c er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
d het verblijf binnen een Bed & Breakfast is beperkt tot een aaneengesloten periode van maximaal 2 weken;
e de afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden
van de naastgelegen percelen;
f de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer (via de
bestaande uitweg) en het parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.
6.1.3.3 Zorggerelateerde voorzieningen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van (tijdelijke) zorgvoorzieningen in een bijgebouw, met inachtneming van de volgende bepalingen:
(tijdelijke) zorgvoorzieningen kunnen binnen een legaal aanwezig bijgebouw worden toegestaan tot een maximale oppervlakte van 75 m²;
de omgevingsvergunning wordt verleend onder de voorwaarden:
- bij professionele zorg op commerciële basis: bij de aanvraag moet een bedrijfsplan worden ingediend, waarmee de uitvoerbaarheid van de vergunning aannemelijk wordt gemaakt;
- bij particuliere, niet-professionele zorg voor naasten zonder winstoogmerk: bij de aanvraag moet een ondertekende gemeentelijke zorgverklaring worden ingediend;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
de afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer (via bestaande uitweg) en het parkeren dient op eigen erf plaats te vinden;
de omgevingsvergunning wordt verleend onder de voorwaarde dat alle voorzieningen die strekken tot zorgverlening worden verwijderd na verloop van de vergunning of zodra geen sprake meer van zorgverlening is zoals in de vergunning beschreven.
6.1.3.4 Hospita(kamer)verhuur
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van kamergewijze verhuur in woningen toestaan, mits:
dit niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat;
er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is voor auto en fiets;
de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig wordt aangetast;
de belangen van omwonenden niet onevenredig worden geschaad.
6.2 Bouwactiviteiten met betrekking tot bouwwerken
6.2.1 Beoordelingsregels voor bouwactiviteiten (gesloten normen)
6.2.1.1 Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
de afstand van bebouwing tot de as van de weg mag niet minder bedragen dan 15 meter;
de afstand van bebouwing tot de zijdelingse en achterste bouwperceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 meter, met uitzondering van terreinafscheidingen;
6.2.1.2 Woning
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende beoordelingsregels:
per bestemmingsvlak of een gekoppeld bestemmingsvlak is ten hoogste één woning toegestaan, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
de inhoud van een woning, inclusief aan- en uitbouwen, mag niet meer bedragen dan 1000 m³, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
de dakhelling van een woning, met uitzondering van aan- en uitbouwen, mag niet minder bedragen dan 30º en niet meer dan 50º;
bij vervangende nieuwbouw dient de woning te worden gebouwd ter plaatse van de bestaande woning.
de voorgevel van de meest noordelijke woning in dit plan dient parallel aan de zuidelijke grens van het betreffende bestemmingsvlak te worden gepositioneerd, waarbij de breedte van de voorgevel minimaal 70% van de zuidelijke grens van het betreffende functievlak Wonen dient te bedragen.
de voorgevel van de meest westelijke woning in dit plan dient parallel aan de oostelijke grens van het betreffende bestemmingsvlak te worden gepositioneerd, waarbij de breedte van de voorgevel minimaal 70% van de oostelijke grens van het betreffende functievlak Wonen dient te bedragen.
de voorgevel van de meest zuidelijke woning in dit plan dient parallel aan de noordelijke grens van het betreffende bestemmingsvlak te worden gepositioneerd, waarbij de breedte van de voorgevel minimaal 70% van de noordelijke grens van het betreffende functievlak Wonen dient te bedragen.
6.2.1.3 Bijgebouw en overkapping bij woning
Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen bij een woning of woongebouw gelden de volgende beoordelingsregels:
de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 75 m² per bestemmingsvlak, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,30 meter, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6,60 meter, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
de dakhelling mag niet minder bedragen dan 30º en niet meer dan 50º.
6.2.1.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter;
de totale oppervlakte aan paardenbakken mag niet meer bedragen dan 800 m² en moet zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn. De bouwhoogte van een afrastering/ omheining mag hiervoor niet meer bedragen dan 1,5 meter;
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.
6.2.2 Beoordelingsregels voor bouwactiviteiten (met afwegingsruimte)
6.2.2.1 Herbouw op een andere locatie
In afwijking van artikel 6.2.1.2 onder f en artikel 6.2.1.4 onder f kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor de herbouw van de woning of woongebouw op een andere locatie binnen het bestemmingsvlak, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
herbouw op een andere locatie is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een landschapsinpassingsplan;
herbouw op een andere locatie leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
6.2.2.2 Herbouw bijgebouwen van woning of woongebouw
In afwijking van artikel 6.2.1.3 kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor de herbouw van bijgebouwen voor zover dit de maximale oppervlakte overschrijdt, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
de maximum oppervlakte van artikel 6.2.1.3 kan worden vergroot met maximaal 50% van de bestaande overschrijding aan bijgebouwen tot een absoluut maximum van 200 m²;
de herbouw is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een landschapsinpassingsplan;
herbouw op een andere locatie leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
6.2.2.3 Afstand tot de weg en de zijdelingse/achterste bouwperceelsgrens.
In afwijking van artikel 6.2.1.1 onder a en b kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het verkleinen van de afstand van de bebouwing tot de as van de weg en de zijdelingse/achterste bouwperceelsgrens, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
het verkleinen van de afstand is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
het verkleinen van de afstand is noodzakelijk voor een verantwoorde bedrijfsvoering;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
het verkleinen van de afstand leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
6.2.2.4 Bouwen voor mantelzorg
In afwijking van artikel 6.2.1.2 onder b en artikel 6.2.1.4 onder b kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor vergroten van de inhoudsmaat van een woning of woongebouw voor het bieden van mantelzorg, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
de vergroting is noodzakelijk voor het bieden van mantelzorg;
de vergroting van de woning of wooneenheid mag niet meer bedragen dan 100 m³;
vergroting is alleen toelaatbaar voor zover het bieden van mantelzorg binnen de bestaande woning of wooneenheid niet mogelijk of redelijk is;
er bestaat aantoonbaar behoefte aan mantelzorg in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden;
er wordt een schriftelijke verklaring overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van mantelzorg;
er mag geen zelfstandige woonruimte ontstaan;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
de vergroting leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
6.2.2.5 Extra oppervlakte bijgebouwen en overkappingen bij een woning of woongebouw
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij een woning of woongebouw, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de totale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen kan worden vergroot tot maximaal 150 m²;
bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van deze uitbreiding betrekt het bevoegd gezag zowel de omvang van het bouwperceel als alle reeds aanwezige bijgebouwen, overkappingen en aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw;
de uitbreiding is vanuit stedenbouw- en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar;
de uitbreiding is vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar en er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een natuurinclusief landschapsinpassingsplan;
het vergroten van de oppervlakte leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
6.2.2.6 Uitbreiding oppervlakte bijgebouwen en overkappingen via sloopcompensatie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels voor het vergroten van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de totale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen per woonbestemming bedraagt maximaal 200 m²;
de omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend voor gronden met de bestemming ‘Wonen’ zonder aanduiding met een specifieke vorm van wonen en voor zover de gronden niet gelegen zijn binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Natuurgebied Veluwe' of een herziening hiervan;
voor elke extra vierkante meter bovenop de reeds maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen enoverkappingen, dienen tweemaal zoveel sloopmeters te worden ingezet, conform het Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016;
er moet worden aangetoond dat de benodigde sloopmeters inzetbaar zijn, conform het Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een natuurinclusief landschapsinpassingsplan;
de ontwikkeling leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
de regeling voor ‘herbouw bijgebouwen van woning of woongebouw’ uit onderliggende bestemmingsplannen is niet van toepassing indien op basis van dit artikel een omgevingsvergunning is verleend.
6.2.2.7 Woningsplitsing via sloopcompensatie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels voor het splitsen van een woning naar twee of meer woningen, met inachtneming van de volgende bepalingen:
het betreft een splitsing van een vergunde woning, waarbij de inhoud van deze woning gelijk blijft;
voor elk extra woonrecht dient 300 m² aan inzetbare sloopmeters te worden aangeleverd of aangekocht conform het regiobeleid van Regio FoodValley;
er moet worden aangetoond dat de benodigde sloopmeters inzetbaar zijn;
een woning mag gesplitst worden in maximaal 4 woningen;
na splitsing van de woning zijn de regels voor woongebouw van toepassing zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan ter plaatse;
er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen;
de splitsing leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
6.3 Werken en werkzaamheden (geen bouwwerken zijnde)
6.3.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden;
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding;
het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering.
6.3.2 Beoordelingsregels
De in artikel 6.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
de werken en/of werkzaamheden noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik/ beheer;
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden.
6.3.3 Uitzonderingen
Het in artikel 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende (omgevings)vergunning;
behoren tot het normale onderhoud, beheer en gebruik van de gronden.
Artikel 7 Beschermingszone Leiding - Riool
7.1 Beschermingszone
Voor een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' geldt dat deze, naast de andere daar voorkomende functies in dit hoofdstuk, nog de volgende functie heeft:
a. de bescherming en instandhouding van een rioolwaterpersleiding.
7.2 Beoordelingsregels voor bouwactiviteiten
7.2.1 Beoordelingsregels voor bouwactiviteiten (gesloten normen)
Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen:
ten behoeve van deze bestemming mag uitsluitend worden gebouwd:
gebouwen met een bouwhoogte van maximaal 8 meter;
bouwwerken ten behoeve van de zuivering van rioolwater met een bouwhoogte van maximaal 15 meter;
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 5 meter.
ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag- met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)-regels– uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
7.2.2 Beoordelingsregels voor bouwactiviteiten (met afwegingsruimte)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1, mits het behoud van een veilige ligging en continuïteit van de leidingen zijn gewaarborgd.
7.3 Werken en werkzaamheden (geen bouwwerken zijnde)
7.3.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden van deze bestemming zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
het aanleggen van wegen of paden en/of andere oppervlakteverhardingen;
Het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage, of anderszins wijzigen van het maaiveld of weghoogte;
Het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem;
het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen;
Het permanent opslaan van goederen.
7.3.2 Beoordelingsregels
De werken en werkzaamheden, zoals in artikel 7.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
7.3.3 Uitzonderingen
Het in lid artikel 7.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn;
reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
7.3.4 Advisering over de omgevingsvergunning
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3.1 wint het bevoegde gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder.
Artikel 8 Beschermingszone Ecologische Hoofdstructuur
8.1 Beschermingszone
Voor een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waarde - Ecologische Hoofdstructuur' geldt dat deze, naast de andere daar voorkomende functies in dit hoofdstuk, nog de volgende functie heeft:
a. het behoud, versterking en ontwikkeling van de ecologische hoofdstructuur.
8.1.1 Specifieke maatwerkvoorschriften
Met betrekking tot de in artikel 8.1 genoemde gronden zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats, vorm en afmeting van de bouwwerken:
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de ecologische verbindingszone en ecologische hoofdstructuur;
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de (cultuurhistorische) landschapswaarde.
8.2 Werken en werkzaamheden (geen bouwwerken zijnde)
8.2.1 Omgevingsvergunning landschapswaarden en ecologie
Ter plaatse van de in artikel 8.1 genoemde gronden is het verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden;
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
het verwijderen van zandwegen;
het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding;
het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering;
het telen van houtige gewassen in en/of op de grond (containervelden);
8.2.2 Beoordelingsregels
De in artikel 8.2.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
de werken en/of werkzaamheden noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik/ beheer;
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden.
8.2.3 Uitzonderingen
Het in artikel 8.2.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
plaatsvinden binnen een bouwvlak, met uitzondering van:
het ophogen en verlagen met meer dan 30 cm;
het verwijderen van natuur en landschapselementen;
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende (omgevings)vergunning;
behoren tot het normale onderhoud, beheer en gebruik van de gronden, waaronder tevens de aanleg van de verplichte inrichting van de natuurgronden en instandhouding en het beheer daarvan conform de regels van dit plan wordt verstaan.
Artikel 9 Beschermingszone Natuur en Ecologie
9.1 Beschermingszone
Op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waarde - Natuur en Ecologie' geldt dat deze, naast de daar toegestane gebruiksactiviteiten, mede een functie heeft ten behoeve van:
het behoud, versterking en ontwikkeling van de gemeentelijke groenverbindingen (natuur, landschapselementen en ecologische zones).
9.1.1 Specifieke maatwerkvoorschriften
Met betrekking tot de in artikel 9.1 genoemde gronden zijn burgemeester en wethouders bevoegd maatwerkvoorschriften te stellen aan de plaats, vorm en afmeting van de bouwwerken:
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de ecologische verbindingszone en ecologische hoofdstructuur;
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de (cultuurhistorische) landschapswaarde.
9.2 Werken en werkzaamheden (geen bouwwerken zijnde)
9.2.1 Omgevingsvergunning landschapswaarden en ecologie
Ter plaatse van de in artikel 9.1 genoemde gronden is het verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden;
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
het verwijderen van zandwegen;
het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding;
het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering;
het telen van houtige gewassen in en/of op de grond (containervelden);
9.2.2 Beoordelingsregels
De in artikel 9.2.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
de werken en/of werkzaamheden noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik/ beheer;
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden.
9.2.3 Uitzonderingen
Het in artikel 9.2.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
plaatsvinden binnen een bouwvlak, met uitzondering van:
het ophogen en verlagen met meer dan 30 cm;
het verwijderen van natuur en landschapselementen;
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende (omgevings)vergunning;
behoren tot het normale onderhoud, beheer en gebruik van de gronde, waaronder tevens de aanleg van de verplichte inrichting van de natuurgronden en instandhouding en het beheer daarvan conform de regels van dit plan wordt verstaan.
HOOFDSTUK 4 Algemene regels
Artikel 10 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 11 Algemene regels met betrekking tot bouwwerken
11.1 Bestaande afwijkende maatvoering
Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels:
de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, hellings- en oppervlaktematen, met uitzondering van bijgebouwen bij woningen en woongebouwen als bedoeld in artikel 6.2.1.3 van dit plan, die meer bedragen dan de maximum maten welke in hoofdstuk 3 zijn voorgeschreven, moeten als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden;
de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, hellings- en oppervlaktematen die minder bedragen dan de minimale maten welke in hoofdstuk 3 zijn voorgeschreven, moeten als ten minste toelaatbaar worden aangehouden;
bij vervangende nieuwbouw dient de bebouwing op dezelfde plaats te worden herbouwd;
in afwijking van het bepaalde in sub c kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning toestaan dat herbouw op een andere locatie plaatsvindt, al dan niet met een gecumuleerd oppervlakte van bestaande bebouwing;
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bewoning bijgebouw' geldt de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, hellings- en oppervlaktematen.
11.2 Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens de in de bestemmingsregels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen:
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend binnen de fundering van gebouwen, sleufsilo’s en mestbassins toegestaan;
ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend toegankelijk zijn vanuit het gebouw;
de bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 meter.
11.3 Maatwerkvoorschriften
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften op te nemen met betrekking tot de plaats, vorm en afmeting van bouwwerken:
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
ter bescherming van de monumentale waarde in relatie tot de naaste omgeving;
ter waarborging van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van de naaste omgeving;
ter waarborging van de verkeersveiligheid;
ter waarborging van de ongestoorde ligging van kabels en leidingen.
Artikel 12 Algemene beoordelingsregels bouwwerken en gebruiksactiviteiten (met afwegingsruimte)
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:
de regels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft.
de regels en toestaan dat het bouwvlak met maximaal 2 meter wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft.
de regels voor de bouw van een luifel aan de voorgevel van een hoofdgebouw, geen woning zijnde, mits:
de diepte gemeten vanuit de voorgevel niet meer bedraagt dan 1,5 meter;
de hoogte niet meer bedraagt dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw;
er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid.
de regels en toestaan dat openbare nutsgebouwen, waaronder wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, mits:
de inhoud per gebouw niet meer dan 60m³ zal bedragen;
de bouwhoogte niet meer dan 3 meter zal bedragen;
de regels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken en toestaan dat deze worden vergroot:
ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 meter;
ten behoeve van de bouw van waarschuwings- en of communicatiemasten tot maximaal 10 meter;
ten behoeve van de bouw van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot 3 meter.
het bepaalde ten aanzien van de maximum bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten wordt vergroot, mits:
de maximum oppervlakte van de vergroting niet meer bedraagt dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak;
de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,25 maal de maximum bouwhoogte van het betreffende gebouw.
HOOFDSTUK 5 Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 13 Overgangsrecht
13.1 Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%.
Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2 Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij de afwijking door deze verandering naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevings- of bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.