| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Parkeernormen Doesburg |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0221.TAM22BHBY-VA01 |
Parkeernormen worden gehanteerd om bij bouwplannen of wijzigingen in het gebruik de behoefte aan de benodigde parkeerruimte te bepalen. Het uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van een plan op eigen terrein wordt voldaan aan het aantal benodigde parkeerplaatsen. In bepaalde situaties kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld als er bij bestaande bebouwing onvoldoende ruimte op eigen terrein is of als er op andere wijze in parkeerruimte wordt voorzien.
Huidig kader voor de parkeernormen is het in 2018 vastgestelde Paraplubestemmingsplan Parkeren (als tijdelijk onderdeel van het omgevingsplan). Voor de te hanteren parkeernormen is destijds aangesloten bij de parkeerkencijfers van Nationaal kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer en openbare ruimte (CROW: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317, oktober 2012). Deze normen zijn echter gedateerd en voldoen niet meer aan de huidige inzichten rondom parkeren en de situatie in Doesburg.
In juli 2024 is een nieuwe CROW gepubliceerd (publicatie 744) met daarin de meest recente inzichten over parkeernormen. Ook is er informatie van de afgelopen jaren beschikbaar over het daadwerkelijke autobezit voor woningen in Doesburg. Om ontwikkelingen aan de laatst geldende richtlijn en feitelijke situatie te kunnen toetsen, heeft de gemeente Doesburg de parkeernormen geactualiseerd. In de Nota Parkeernormen Doesburg 2025 is het toetsingskader opgenomen voor voldoende parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen.
De juridische borging van deze nota dient nu te gebeuren via een wijziging van het omgevingsplan. Ter onderbouwing van de wijziging van het omgevingsplan is voorliggende motivering opgesteld.
De wijziging van het omgevingsplan geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Doesburg.
Huidig kader voor de parkeernormen is het 'Parapluplan parkeren' (vastgesteld op 28 juni 2018) als tijdelijk onderdeel van het omgevingsplan. Vanuit de andere bestemmingsplannen die onderdeel zijn van het tijdelijk onderdeel van het omgevingsplan wordt verwezen naar het paraplubestemmingsplan.
Deze motivering gaat in op dat deel van het besluit waar het gaat over een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de motivering is het volgende opgenomen:
Parkeernormen worden gehanteerd om bij bouwplannen of wijzigingen in het gebruik de behoefte aan de benodigde parkeerruimte te bepalen. Het uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van een plan op eigen terrein wordt voldaan aan het aantal benodigde parkeerplaatsen. In bepaalde situaties kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld als er bij bestaande bebouwing onvoldoende ruimte op eigen terrein is of als er op andere wijze in parkeerruimte wordt voorzien.
Daarmee maakt parkeerruimte onderdeel uit van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Deze term is afkomstig uit de Omgevingswet (artikel 4.2) en is een manier om de ruimte in een gebied zo te verdelen dat verschillende functies (zoals wonen, werken en recreatie, met daarbij behorende voorzieningen waaronder parkeren), op een slimme manier worden gecombineerd en conflicten worden voorkomen. Het doel is om een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving te creëren.
Voor de bevoorrading van winkels en horeca moeten vrachtwagens geladen en gelost kunnen worden. In sommige gevallen is het wenselijk om hieraan kaders te stellen, bijvoorbeeld om verkeersonveilige situaties te voorkomen.
In juli 2024 is een nieuwe CROW gepubliceerd (publicatie 744) met daarin de meest recente inzichten over parkeernormen. Ook is er informatie van de afgelopen jaren beschikbaar over het daadwerkelijke autobezit voor woningen in Doesburg. Om ontwikkelingen aan de laatst geldende richtlijn en feitelijke situatie te kunnen toetsen, heeft de gemeente Doesburg de parkeernormen geactualiseerd. In de Nota Parkeernormen Doesburg 2025 is het toetsingskader opgenomen voor voldoende parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hieronder wordt op de belangrijkste onderdelen ingegaan.
De parkeernorm, parkeerbalans en de parkeerbehoefte
Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen benodigd zijn per eenheid/maatstaaf, zoals oppervlakten (vierkante meters) of aantal (wooneenheid). Op basis van de functies die worden gerealiseerd, met de bijbehorende parkeernormen, wordt een parkeerbalans opgesteld. Daarbij wordt per functie het aantal eenheden keer de parkeernorm uitgerekend. In een parkeerbalans wordt ook rekening gehouden met tekorten van eerder gebruik en de aanwezigheid van doelgroepen tijdens de dag (dubbelgebruik wanneer functies deels op andere tijden parkeerplaatsen nodig hebben).
Uit de parkeerbalans volgt een parkeerbehoefte: hoeveel parkeerplaatsen zijn voor een ontwikkeling nodig. Deze behoefte kan op verschillende manieren worden opgelost, waarbij de volgorde is om eerst op eigen terrein te kijken en daarna pas naar andere oplossingen:
Indeling in deelgebieden
De locatie van een functie is van belang voor de omvang van de parkeervraag. Functies in het centrum hebben namelijk over het algemeen een lagere parkeervraag dan dezelfde functies aan bijvoorbeeld de rand van het dorp. Meerdere factoren zoals het autogebruik, het fietsgebruik, de OV-bereikbaarheid en de bereikbaarheid te voet, spelen hierin een rol. Als gevolg hiervan worden binnen de verschillende gebieden andere parkeernormen gehanteerd.
Nieuwe indeling van Doesburg in deelgebieden t.b.v. parkeernormen
CROW maakt onderscheid in vier stedelijke zones: centrum, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied. Voor het bepalen van de parkeernormen in Doesburg wordt aangesloten bij de gebiedsindeling zoals opgenomen in het huidige Parapluplan Parkeren, waarbij de grenzen geactualiseerd zijn daar waar nieuwe ontwikkelingen zijn geweest sinds 2018 of al zijn gepland. De nieuwe begrenzing sluit aan op de grens die voor het omgevingsplan gehanteerd gaat worden voor de bebouwde kom (voor o.a. geur en houtkap).
Nieuwe parkeernormen
In de nieuwe parkeernota wordt aangesloten bij de meest actuele parkeerkencijfers van het CROW uit 2024. Deze parkeerkencijfers zijn gebaseerd op (literatuur)onderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. In de nota is voor woonfuncties ook gekeken naar CBS-gegevens over het daadwerkelijke autobezit in Doesburg. Voor niet-woonfuncties blijven de autoparkeernormen gebaseerd op CROW (hiervoor zijn ook geen gegevens over daadwerkelijk autogebruik beschikbaar).
De parkeernormen in deze nota zijn gebaseerd op de meest recente CROW-parkeerkencijfers (publicatie 744), passend bij de stedelijkheidsklassen die van toepassing zijn voor Doesburg. De analyse van de stedelijkheidsklassen is opgenomen als bijlage bij de parkeernota.
De kencijfers van het CROW zijn geen normen, maar richtlijnen. Ze geven per functie niet één getal, maar een bepaalde bandbreedte weer (minimaal-maximaal). De gemeente Doesburg hanteert het gemiddelde van de bandbreedte van de CROW-kencijfers als vertrekpunt bij ruimtelijke ontwikkelingen. Op deze wijze kan, afhankelijk van de locatie en specifieke kenmerken van de functie, bepaald worden wat benodigde invulling van het aantal parkeerplaatsen is. Deze normen zijn terug te vinden in de bijlagen bij deze nota en worden via de wijziging ook in het omgevingsplan opgenomen.
Laden en lossen
Voor het laden/lossen past de gemeente Doesburg de richtlijnen toe die door het landelijke kennisplatform CROW zijn opgesteld.
Deze wijziging van het omgevingsplan regelt alleen juridisch de parkeernormen van de gemeente en heeft geen betrekking op belangen van andere overheidsinstanties. In hoofdstuk 2 is ingegaan op de nieuwe Nota Parkeernormen Doesburg 2025. In deze nota worden ook de andere gemeentelijke beleidskaders genoemd die raken aan parkeren en laden/lossen.
Er zijn met voorliggende wijziging van het omgevingsplan geen nieuwe ontwikkelingen voorzien. Het voorziet in actualisatie van de huidige parkeernormen en voortzetting van de kaders voor laden/lossen. Wel nieuw is dat via de Nota Parkeernormen Doesburg 2025 duidelijker vastgelegd wordt hoe de parkeernormen toegepast moeten worden om tot de parkeereis te komen. Via de wijziging omgevingsplan en de nota parkeernormen wordt geborgd dat er bij nieuwe ontwikkelingen voorzien moet worden in goede oplossingen voor parkeren en laden/lossen. Daarmee zijn er door deze wijziging van het omgevingsplan en de nota parkeren zelf geen effecten op de fysieke leefomgeving, doel is juist om een goede omgevingskwaliteit te waarborgen.
Om een omgevingsplan te kunnen wijzigen dient het te voldoen aan de wettelijk eis dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om deze vraag te beantwoorden is een afweging nodig tussen alle relevante aspecten met betrekking tot het plan. In voorgaande hoofdstukken is ingegaan op deze aspecten.
Hieruit blijkt dat er geen aspecten zijn die beperkend werken op de gewenste beleidsontwikkeling. Met de ontwikkeling wordt bijgedragen aan de beleidsdoelen van de gemeente ten aanzien van parkeren en laden/lossen. Dit zorgt voor zorgvuldig ruimtegebruik en een goede omgevingskwaliteit, waarbij een veilige en gezonde fysieke leefomgeving kan worden gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan. Het TAM-omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat losstaat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Het TAM-omgevingsplan is een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) voor gemeenten die in de beginperiode van de Omgevingswet nog niet in staat zijn om een omgevingsplan in STOP/TPOD op te stellen of te wijzigen. Kort gezegd houdt TAM-omgevingsplan in dat de oude IMRO-standaard voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet (nieuw juridisch kader, oude techniek).
Hoewel onderhavig initiatief gebruik maakt van bestaande techniek, wordt juridisch wel voldaan aan de regels van de Omgevingswet. De regels en verbeelding van voorliggend TAM-omgevingsplan zijn opgesteld in lijn met Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. De regels zijn onderverdeeld in een preambule en vier hoofdstukken:
Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan van rechtswege, wordt het als het ware als een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden, in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan. Daarom is er in de regels van onderhavig TAM-omgevingsplan een pre-ambule opgenomen, waarin staat dat het plan vigeert als hoofdstuk 22b van het omgevingsplan. Dit TAM-omgevingsplan (hierna: plan) wijzigt het omgevingsplan in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan een hoofdstuk 22b wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in de regels moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan Doesburg . Dit plan komt in het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
Op de verbeelding is de omvang van het plangebied aangeduid. In dit geval gaat het om het gehele grondgebied van de gemeente. Door middel van gebiedsaanduidingen is onderscheid gemaakt in drie typen gebieden waarvoor eigen parkeernormen gelden:
In artikel 1 is aangegeven dat alle andere regels dan parkeren uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan van toepassing blijven. Ook wordt aangegeven voor welk gebied de wijziging van toepassing is. In artikel 2 zijn de begrippen opgenomen die in de regels worden gebruikt.
Artikel 4 (Anti-dubbeltelregel) dient om te voorkomen dat indien in het omgevingsplan bij een bepaald gebouw een zeker open terrein is geëist, dat terrein nog eens meetelt bij het beoordelen van een aanvraag voor een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. In artikel 5 is aangegeven welk gebruik in strijd is met de regels. Artikel 6 regelt de voorwaardelijke verplichtingen voor parkeren en laden/lossen. In dit artikel is geregeld dat bij nieuwbouw, uitbreiding of functiewijziging voorzien moet zijn in voldoende parkeergelegenheid. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen die in de bijlagen van de regels zijn opgenomen en voor de overige de kaders in de Nota Parkeernormen Doesburg 2025. Als de parkeernota in de toekomst wordt herzien, dient getoetst te worden aan de rechtsopvolger(s) van voornoemde nota. Het laden/lossen wordt beoordeeld aan de hand van de richtlijnen van het landelijke kennisplatform CROW.
Indien niet voorzien kan worden in voldoende voorzieningen voor parkeren of laden/lossen op eigen terrein, dan kan via een vergunningsvoorschrift worden afgeweken. Voorwaarde is wel dat een naar aard en omvang gelijkwaardige voorziening wordt getroffen die voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In dit hoofdstuk staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het omgevingsplan.
Behalve de beoordeling of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient ook ingegaan te worden op de aspecten participatie, kostenverhaal en vooroverleg. In dit hoofdstuk worden deze aspecten behandeld om te kunnen beoordelen of het plan maatschappelijk en economisch uitvoerbaar is.
Onder de Omgevingswet is het belang van participatie toegenomen. De gemeente Doesburg hanteert geen verplichtingen ten aanzien van participatie bij wijzigingen van het omgevingsplan. Wel wordt gestimuleerd om aan participatie te doen. In dit geval heeft er geen participatie plaats gevonden voorafgaand aan de wettelijke procedure. De wijziging ziet niet op een concreet initiatief dat effecten heeft voor omwonenden. Het actualiseert de huidige parkeernormen, zodat bij nieuwe ontwikkelingen aan de meest recente inzichten en beleidskaders getoetst kan worden.
Gedurende de wettelijke procedure heeft iedereen de gelegenheid gehad om zienswijzen in te dienen over de ontwerpversie van de wijziging van het omgevingsplan. Eventuele zienswijzen worden betrokken bij de besluitvorming door de gemeenteraad.
De Omgevingswet biedt ruimte aan initiatiefnemers voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van deze activiteiten zal ook de gemeente vaak kosten maken. Voorbeelden zijn de aanleg van openbare voorzieningen en het doorlopen van een procedure voor een omgevingsvergunning.
De Omgevingswet (hoofdstuk 13) en het Omgevingsbesluit (hoofdstuk 8) bieden de gemeente de mogelijkheid om de gemeentelijke kosten in rekening te brengen bij een initiatiefnemer. Ook kan het zijn dat derden nadeel ondervinden van een nieuwe ontwikkeling. De Omgevingswet bevat hiervoor regels over mogelijke financiële compensatie in hoofdstuk 15.
Het vastleggen van de normen voor parkeren en laden/lossen valt niet onder één van de genoemde activiteiten in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Verplicht kostenverhaal is daarmee niet van toepassing. De gemeentelijke proceskosten worden betaald vanuit de gemeentelijke begroting (ruimtelijke ordening). Deze wijziging van het omgevingsplan zorgt niet rechtstreeks voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, maar stelt daar juist kaders aan. Daarmee is op voorhand duidelijk dat er geen sprake kan zijn van nadeelcompensatie.
De wijziging is in het kader van vooroverleg niet verzonden aan andere overheidsinstanties. Deze wijziging van het omgevingsplan regelt alleen juridisch de parkeernormen van de gemeente en heeft geen betrekking op belangen van andere overheidsinstanties.