direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Eerbeek, Oud Eerbeek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3003-va01

Regels

Dit TAM-omgevingsplan beoogt de planologische borging van de realisatie van 59 woningen op de locatie 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Eerbeek, Oud Eerbeek'. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Brummen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22j van het omgevingsplan van de gemeente Brummen.

In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22j' gelezen worden.

De bijlagen bij de in deze voorziening weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als onderdeel van Bijlage 22j bij het omgevingsplan van de gemeente Brummen.

Hoofdstuk 1 (H. 22j paragraaf 1) Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid, met uitzondering van de regels uit:
    • a. het 'Paraplubestemmingsplan Archeologie' zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 15-10-2020 met kenmerk NL.IMRO.0213.BPBREEPARCH20000-va01;
    • b. het 'Paraplubestemmingsplan Mantelzorgwoning', zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 15-20-2015 met kenmerk NL.IMRO.0213.BPBREEPMZ10000-va01;
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  • 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op het ''TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Eerbeek, Oud Eerbeek”, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3003-va01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 2 Begripsbepalingen

  • 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
  • 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend op het bepaalde in het eerste lid de volgende begripsbepalingen:
2.1 plan

het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Eerbeek, Oud Eerbeek" met identificatienummer NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3003-va01 van de gemeente Brummen met de daarbij behorende geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels;

2.2 aan huis gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals arts, notaris of advocaat; evenwel met uitzondering van prostitutie;

2.3 aan huis gebonden bedrijf

bedrijfsmatige activiteit die behoren tot de categorie 1 en 2 van de als bijlage 1 bijge-voegde Lijst van aan-huis-gebonden bedrijfsactiviteiten bij de functie Wonen, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis, met behoud van de woonfunctie kan wor-den uitgeoefend, zoals een kapsalon, schoonheidssalon of bed and breakfast; evenwel met uitzondering van prostitutie;

2.4 aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt;

2.5 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

2.6 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

2.7 aaneengebouwde woningen:

twee of meer woningen met de hoofdgebouwen aaneengebouwd;

2.8 antenne-installatie

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie;

2.9 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

2.10 bebouwingspercentage

een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;

2.11 bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen;

2.12 bestaand
  • a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing die op het moment van inwerkingtreding van het plan rechtens aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning;
  • b. ten aanzien van gebruik; het gebruik van grond en opstallen zoals op het moment van inwerkingtreding van het plan rechtens bestaat.
2.13 bijgebouw

een met het hoofdgebouw verbonden (wel of niet vanuit het hoofdgebouw te bereiken) of daarvan vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw, in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht ten dienste staat van het hoofdgebouw;

2.14 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

2.15 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van zolder en kelder;

2.16 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten;

2.17 bouwvlak

een vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

2.18 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

2.19 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

2.20 dienstverlening

het bedrijfsmatig aanbieden van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder belwinkel en internetcafé;

2.21 evenement

een één of meerdaagse voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak;

2.22 functie

doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan, is toegestaan;

2.23 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

2.24 geschakelde woning

een woning waarvan het hoofdgebouw of een aanbouw (gedeeltelijk) aan het hoofdgebouw of aanbouwen van één of meerdere andere woningen grenst;

2.25 gestapelde woning

een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat al dan niet met daarbij behorende bergingen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is;

2.26 geurgevoelig object van categorie A

een woning, school, ziekenhuis of een vergelijkbaar geurgevoelig object, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt, niet zijnde bedrijven, kantoren of vergelijkbare objecten;

2.27 half vrijstaande woning

een woning waarvan het hoofdgebouw aan één zijde aan het hoofdgebouw van een andere woning is gebouwd;

2.28 hoofdgebouw

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn architectonische verschijningsvorm en functie als het belangrijkste gebouw valt aan te merken;

2.29 huishouden

één of meer personen die in vast verband samenleven, eventueel met (hun) kinderen;

2.30 jongerenontmoetingsplaats

een door het gemeentebestuur als zodanig aangewezen of ingerichte voor jongeren bedoelde openbare locatie, al dan niet met bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

2.31 kunstwerken

creatieve voortbrengselen van de beeldende kunst zoals beeldhouwwerken, schilderijen en andere kunstzinnige objecten;

2.32 mantelzorg

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

2.33 niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen

niet-geluidgevoelige gevel die met toepassing van artikel 5.78y, tweede lid Bkl als zodanig is aangemerkt;

2.34 ondergronds bouwwerk

(een gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil;

2.35 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak;

2.36 peil
  • a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld;
  • c. voor een bouwwerk ten behoeve van spoorwegdoeleinden: de bovenkant van de spoorstaaf;
2.37 perceelsgrens

een grenslijn tussen percelen onderling;

2.38 seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of op een kennelijk bedrijfsmatige wijze seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

2.39 prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

2.40 standplaats

een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;

2.41 straatmeubilair

de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halte aanduidingen, parkeer- en verkeersregulerende constructies, brandkranen, informatieconstructies, rijwielstandaards, papierbakken, zitbanken, plantenbakken, communicatievoorzieningen, gedenktekens en speelplekvoorzieningen, telefooncellen en abri's;

2.42 terras

een buiten de besloten ruimte van een inrichting liggend deel van een horecabedrijf waar sta- en/of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken en/of spijzen kunnen worden genuttigd;

2.43 uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt;

2.44 vloeroppervlakte

de oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen;

2.45 voorgevellijn

de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan;

2.46 voorgevelrooilijn

de naar de openbare weg gekeerde grens van het bouwvlak, of indien het een bouwvlak betreft met meer dan één naar de weg gekeerde grenzen, die grens die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;

2.47 voorzieningen van algemeen nut

voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, waterbeheer, afvalinzameling, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;

2.48 vrijstaande woning

een woning waarvan het hoofdgebouw en aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet aan het hoofdgebouw van een andere woning zijn gebouwd;

2.49 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

3.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de kortste afstand van het gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens.

3.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken samen.

3.3 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.4 breedte, diepte c.q. lengte van gebouwen

tussen de buitenwerkse (hoofd)gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.

3.5 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel met uitzondering van dakkapellen.

3.6 inhoud van een gebouw

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.7 oppervlakte van gebouwen en bouwwerken
  • voor gebouwen: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of het overkapte gedeelte, neerwaarts geprojecteerd tot op peil;
  • voor bouwwerken zonder wanden (open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde): het overdekte en/of bebouwde grondoppervlakte (gemeten loodrecht onder het dakoppervlak en/of bouwwerk).
3.8 uitzonderingen bij wijze van meten

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1,50 meter bedraagt.

Hoofdstuk 2 (H. 22j paragraaf 2) Functies en gebiedsaanwijzingen

Artikel 4 Groen

4.1 Functieomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden mogen worden benut voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. voet- en rijwielpaden;

met de ondergeschikte en/of de bij de functie behorende:

  • c. bermen en beplanting;
  • d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • e. waterlopen en waterpartijen;
  • f. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.2 Beoordelingsregels
4.2.1 Toepassingsbereik

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in artikel 4.2 opgenomen beoordelingsregels.

4.2.2 Gebouwen

Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Binnen deze functie zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 2 meter bedragen;

Artikel 5 Tuin

5.1 Functieomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen worden benut voor:

  • a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;

met de ondergeschikte en/of de bij de functie behorende:

  • b. parkeervoorzieningen, voor zover deze niet worden gesitueerd vóór de voorgevel van het hoofdgebouw;
  • c. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • d. waterlopen en waterpartijen.
5.2 Beoordelingsregels
5.2.1 Toepassingsbereik

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in artikel 5.2 opgenomen beoordelingsregels.

5.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. op of in de gronden zijn uitsluitend aan- en/of uitbouwen (zoals erkers) toegestaan op de gronden voor de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel op minimaal 1,5 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
  • b. de breedte van de aan- en/of uitbouw bedraagt maximaal 50% van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw waaraan de aan- en/of uitbouw is aangebouwd;
  • c. de hoogte van een aan- en/of uitbouw mag maximaal 4 meter bedragen, maar mag niet hoger dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,3 m zijn;
  • d. de maximale diepte van aan- en/of uitbouwen bedraagt 1,5 meter.
5.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan met een maximale bouwhoogte van 1 meter;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van vlaggenmasten maximaal 8 meter bedragen.

Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied

6.1 Functieomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden mogen worden benut voor:

  • a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie;
  • b. voet- en rijwielpaden;

met de ondergeschikte en/of de bij de functie behorende:

  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • d. parkeervoorzieningen;
  • e. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting;
  • f. speelvoorzieningen, met uitzondering van een jongerenontmoetingsplaats;
  • g. straatmeubilair;
  • h. ondergrondse afvalcontainers;
  • i. waterlopen en waterpartijen;
  • j. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.
6.2 Beoordelingsregels
6.2.1 Toepassingsbereik

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in artikel 6.2 opgenomen beoordelingsregels.

6.2.2 Gebouwen

Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.

6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag 2 meter bedragen.

Artikel 7 Wonen

7.1 Functieomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen worden benut voor:

  • a. het wonen in een woning;
  • b. het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep;

met de ondergeschikte en/of de bij de functie behorende:

  • c. tuinen en erven;
  • d. parkeervoorzieningen;
  • e. waterlopen en waterpartijen;
  • f. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
7.2 Beoordelingsregels
7.2.1 Toepassingsbereik

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in artikel 7.2 opgenomen beoordelingsregels.

7.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. binnen deze functie zijn uitsluitend vrijstaande, half vrijstaande, geschakelde en aaneengebouwde woningen toegestaan;
  • b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn tevens gestapelde woningen toegestaan;
  • c. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • d. het aantal woningen binnen de voor 'Wonen' aangewezen gronden bedraagt maximaal 86;
  • e. het hoofdgebouw dient met de voorgevel op of maximaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn te worden geplaatst;
  • f. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
  • g. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte;
  • h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • i. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw wordt uitsluitend verleend als wordt voldaan aan de beeldkwaliteitsregels ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken uit de beleidsregel 'Herstructurerings- en beeldkwaliteitsplan Oud Eerbeek'.
7.2.3 Aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen

Voor het bouwen van aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen mag maximaal 70 m² per woning bedragen, mits de bebouwde oppervlakte van het bouwperceelgedeelte achter de voorgevellijn niet meer bedraagt dan 60%;
  • b. een aan- en/of uitbouw dan wel een bijgebouw mag uitsluitend vanaf 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd;
  • c. de maximale goot- en bouwhoogte van aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen bedragen respectievelijk 3,5 en 6 meter;
  • d. aan- en/of uitbouwen mogen tevens gebruikt worden ten behoeve van de woonfunctie;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder a en b mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' een bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 40 m2 worden gebouwd;
  • f. indien de bouwmogelijkheden voor het hoofdgebouw in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mag het niet benutte deel van het bouwvlak worden gebruikt voor de realisatie van aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen zonder dat dit ten koste gaat van de in lid a en e genoemde oppervlaktenormen.
7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd worden. Overkappingen mogen echter uitsluitend achter de voorgevellijn gebouwd worden;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt per bouwperceel maximaal 40 m2, met dien verstande, dat het achter de voorgevellijn aanwezige voor de hoofdfunctie bestemde erf voor niet meer dan 60% wordt bebouwd;
  • c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 2 meter mag bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn maximaal 1 meter mag bedragen.
7.2.5 Gezamenlijk geluid

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gezamenlijk geluid' mag het gezamenlijk geluid op de gevels niet meer bedragen dan is aangegeven in de volgende tabel:

bouwvlak   Gezamenlijk geluid (in dB Lden)  
1   54  
2   55  

De locatie van de in de tabel genoemde bouwvlakken is grafisch weergegeven in bijlage 2 van deze regels.

7.3 Toegestane gebruiksactiviteiten
7.3.1 Aan huis gebonden beroep

Voor het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep gelden de navolgende regels:

  • a. de woonfunctie moet primair blijven, in die zin dat maximaal 40% van het totale vloeroppervlakte van de woning voor dat doel mag worden gebruikt, met een maximum van 50 m² per woning;
  • b. degene die gebruiker is van de woning, moet ook degene zijn die het aan huis gebonden beroep uitoefent;
  • c. vrijstaande bijgebouwen mogen niet worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep.
7.3.2 niet-geluidgevoelige gevel of ruimte

Het is toegestaan om woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluid' in gebruik te nemen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de gevel aan de zijde van de woning welke in bijlage 3 is aangegeven met een lichtblauwe lijn is uitgevoerd als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, en/of;
  • b. de ruimte achter de onder a bedoelde gevel niet in gebruik is als geluidgevoelige ruimte.
7.4 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
7.4.1 De uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een aan huis gebonden bedrijf te exploiteren.

7.4.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 kan worden verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de woonfunctie blijft in overwegende mate behouden en de ruimtelijke uitwerking is in overeenstemming met de woonfunctie, dan wel geen ernstige hinder voor de omgeving wordt veroorzaakt. Dit betekent dat:
    • 1. het medegebruik van ondergeschikte betekenis moet zijn en maximaal 40% van het totale vloeroppervlakte van de woning voor dat doel mag worden gebruikt, met een maximum van 50 m2 per woning;
    • 2. de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair moet blijven;
    • 3. degene die het aan huis gebonden bedrijf uitoefent ook de gebruiker is van de woning;
    • 4. slechts bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 en 2 van de als bijlage 1 bijgevoegde Lijst van aan-huis-gebonden bedrijfsactiviteiten bij de functie Wonen;
    • 5. geen onevenredige verstoring mag plaatsvinden van de voorzieningenstructuur;
    • 6. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop –als ondergeschikte nevenactiviteit– van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis gebonden bedrijf;
    • 7. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken;
    • 8. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de parkeerbalans, casu quo primair op eigen terrein moet worden geparkeerd door gebruiker en bezoekers;
    • 9. reclame- uitingen beperkt moeten blijven een en ander conform de wettelijke bepalingen;
    • 10. het bij de woning behorende bouwperceel niet mag worden gebruikt voor werkzaamheden en opslag ten behoeve van het aan huis gebonden bedrijf;
    • 11. vrijstaande bijgebouwen niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, met uitzondering van een bed and breakfast.

Artikel 8 Geluidzone - industrie

8.1 Gebiedsomschrijving

In afwijking van het bepaalde voor de ter plaatse voorkomende functies zijn geluidgevoelige gebouwen binnen de 'geluidzone - industrie' uitsluitend toegestaan, indien wordt voldaan aan de wettelijke standaardwaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

Artikel 9 Milieuzone - geurzone 1

9.1 Gebiedsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geurzone 1' zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de aanwezigheid van geurhinderveroorzakende activiteiten.

9.2 Vergunningplichtige activiteiten
9.2.1 Aanwijzing

Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in artikel 9.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag nieuwe geurgevoelige functies van categorie A op te richten.

9.2.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.2.1 kan worden verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. er sprake is van vervangende nieuwbouw overeenkomstig de daar voorkomende functies;
  • b. technische maatregelen ter beperking van geuroverlast worden getroffen aan het geurgevoelige object.

Artikel 10 Milieuzone - geurzone 2

10.1 Gebiedsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geurzone 2' zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de aanwezigheid van geurhinderveroorzakende activiteiten.

10.2 Vergunningplichtige activiteiten
10.2.1 Aanwijzing

Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in artikel 10.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag nieuwe geurgevoelige functies van categorie A op te richten.

10.2.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.2.1 kan worden verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. Indien sprake is van het bouwen van vervangende nieuwbouw overeenkomstig de daar voorkomende functies:
    • 1. technische maatregelen ter beperking van geuroverlast worden getroffen aan het geurgevoelige object;
  • b. Indien sprake is van het bouwen van nieuwe geurgevoelige objecten overeenkomstig de daar voorkomende functies:
    • 1. er compenserende maatregelen getroffen worden die bestaan uit het verplaatsen van geurgevoelige gebouwen uit de aanduiding 'milieuzone - geurzone 2' en buiten de aanduiding 'milieuzone - geurzone 1' of;
    • 2. er technisch compenserende maatregelen ter beperking van geuroverlast worden getroffen aan het geurgevoelige gebouw.

Hoofdstuk 3 (H. 22j paragraaf 3) Algemene regels voor activiteiten

Artikel 11 Anti-dubbeltelregel

Grond die in aanmerking genomen moet worden bij een verleende bouwvergunning en/of omgevingsvergunning mag, behoudens intrekking van die bouwvergunning en/of omgevingsvergunning, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning in aanmerking worden genomen.

Artikel 12 Ruimtelijke bouwactiviteiten

12.1 Algemene regels met betrekking tot ondergronds bouwen
12.1.1 Ondergrondse werken

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

12.1.2 Ondergrondse bouwwerken

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen:

  • a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  • b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m2;
  • c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil;
  • d. bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of van het in de planregels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen voor zover niet gebouwd wordt onder een bovengronds bouwwerk.

Artikel 13 Planologische gebruiksactiviteiten

13.1 Aanwijzing algemene verboden gebruiksactiviteiten
  • a. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
  • b. Het is verboden bouwwerken, voor het bouwen waarvan op grond van de in dit omgevingsplan besloten regels, bij een omgevingsvergunning is afgeweken, te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met het doel, waarvoor bij die omgevingsvergunning is afgeweken.
  • c. Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.

Artikel 14 Parkeeractiviteiten

14.1 Parkeernormen
  • a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als is verzekerd dat op eigen terrein en/of de omliggende openbare ruimte wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Hierbij gelden de normen als opgenomen in de tabel in artikel 14.3;
  • b. de onder a bedoelde parkeerplaatsen voor motorvoertuigen dienen de maatvoering te hebben conform het bepaalde onder c;
  • c. de ruimte voor het parkeren van auto's is afgestemd op gangbare personenauto's waaraan wordt voldaan indien de afmetingen van:
    • 1. bedoelde parkeerruimten ten minste 2,5 x 5 m in geval van kops parkeren en 2 x 6 m bij langsparkeren bedragen;
    • 2. een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte, voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst – ten minste 3, 5 x 6 m bedragen.
14.2 Afwijken van de parkeernormen
14.2.1 Aanwijzing

Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 14.1.

14.2.2 Beoordelingsregels

Voor de in artikel 14.2.1 bedoelde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. het voldoen aan de in artikel 14.1 bedoelde bepalingen is, gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende besluitgebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk en/of stuit op overwegende bezwaren, en / of;
  • b. er wordt op andere wijze in de nodige parkeerruimte voorzien.
14.2.3 Aanvraagvereisten

De aanvraag omgevingsvergunning moet worden voorzien van een motivering waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft.

14.3 Tabel

De norm voor voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen op het eigen terrein is voor de volgende functies:

FUNCTIE   Per   Aantal parkeerplaatsen  
Wonen  
Koop, vrijstaand   woning   2,3  
Koop, twee-onder-een-kap   woning   2,2  
Koop, tussen/hoek   woning   2  
Koop, etage, duur   woning   2,1  
Koop, etage, midden   woning   1,9  
Koop, etage, goedkoop   woning   1,6  
Huurhuis, vrije sector   woning   2  
Huurhuis, sociale huur   woning   1,6  
Huur, etage, duur   woning   1,9  
Huur, etage, midden/goedkoop   woning   1,4  
Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)   kamer   0,7  
Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig   kamer   0,25  
Aanleunwoning en serviceflat   kamer   1,2
 

Artikel 15 Algemene afwijkingsregels

15.1 Geringe mate overschrijden bouwvlak
15.1.1 Aanwijzing

Het is verboden zonder omgevingsvergunning in geringe mate het bouwvlak te overschrijden.

15.1.2 Beoordelingsregels

Voor de in artikel 15.1.1 bedoelde omgevingsvergunning geldt dat deze alleen verleend wordt indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft.

Artikel 16 Overige regels

16.1 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 4 (H. 22j paragraaf 4) Overgangsregels

Artikel 17 Overgangsrecht

17.1 Overgangsrecht bouwwerken
17.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

17.1.2 Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van artikel 17.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 17.1.1 met maximaal 10%.

17.1.3 Uitzondering

Artikel 17.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

17.2 Overgangsrecht gebruik
17.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

17.2.2 Verbod

Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 17.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

17.2.3 Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 17.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

17.2.4 Uitzondering

Artikel 17.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.