| Plan: | TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0193.TAMh22u-0004 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie 'Buitengebied, Heinoseweg 12' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22u) van het omgevingsplan van de gemeente Zwolle. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22u van het omgevingsplan van de gemeente Zwolle. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22u' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22u' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk 22u.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22u gelden aanvullend op artikel 2.1 de volgende begripsbepalingen:
het omgevingsplan van de gemeente Zwolle;
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u 'Heinoseweg 12';
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van de functie, het gebied en/of de locatie;
de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft;
de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het belang voor de archeologie en de kennis van de beschavingsgeschiedenis;
één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of andere bouwwerken;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die hoort bij en functioneel gebonden is aan een bedrijf, instelling of voorziening in dat gebouw of op dat terrein;
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en een gezamenlijke huishouding voeren;
de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur;
werkzaamheden die regelmatig nodig zijn voor een goed beheer van de gronden en/of bouwwerken;
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-, water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de inzameling van afval;
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde;
het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard;
de kwaliteit gevormd door de evenwichtige samenhang tussen (openbare) ruimte en gebouwde elementen;
het beeld dat wordt opgeroepen door het samengaan van gebouwde elementen, beplantingselementen en onbebouwde ruimten;
de naar de weg toegekeerde gevel;
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waarbij inwoning is toegestaan;
een gedeelte van een gebouw dat door één of meer schuine dakschilden is afgedekt en waarvan de borstwering niet hoger is dan 1 meter;
vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen als bedoeld in artikel, 3, lid 5;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meerdere gevelvlakken, de buitenwerkse maar, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, dan wel tussen het maaiveld bij het ontbreken van een begane grondvloer, de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meer gevelvlakken, de buitenwerkse maat, en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Bedrijfswoningen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Bedrijfsactiviteiten Heinoseweg 12' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
Door middel van een omgevingsvergunning kunnen bedrijvenactiviteiten worden toegestaan die niet zijn vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten in artikel 7.1 indien uit onderzoek blijkt dat deze functies wat betreft milieuhinder gelijkgesteld kunnen worden met de bedrijfsactiviteiten die wel als toelaatbaar zijn aangeduid.
Tot een strijdig gebruik als bedoeld in artikel 4 wordt binnen de functie Bedrijfsactiviteiten Heinoseweg 12 in ieder geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig deze functie(s) indien het in Bijlage 1 Inrichtingsplan Heinoseweg 12 met nummer 2 aangeduide bouwwerk niet in zijn geheel is gesloopt binnen twee jaar na vaststelling van dit wijzigingsbesluit (TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12).
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Bos' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk gelden de volgende beoordelingsregels:
In afwijking van de beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, kan een omgevingsvergunning toch worden verleend, uitsluitend voor zover het een afwijking betreft van:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema erfgoed - gebieden met archeologische (verwachtings)waarde' gelden de regels uit dit artikel bij:
voor zover, door die activiteit(en), de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m² zal kunnen worden verstoord.
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 10.1 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - regels over parkeren' gelden de regels uit dit artikel bij:
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van parkeerhinder.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit zoals bedoeld in artikel 11.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend onder de voorwaarde dat:
Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.3, sub a:
Bij de toepassing van deze afwijking wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (28 maart 2025). Indien deze regeling wordt gewijzigd moet rekening worden gehouden met deze wijziging.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 11.1, worden, aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in afdeling 22.2, artikel 22.35, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van parkeerhinder voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - regels over laden en lossen' gelden de regels uit dit artikel bij:
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van hinder ten gevolge van laden en lossen.
Indien de functie van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen. Daarbij moet worden voldaan worden aan het bepaalde in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (28 maart 2025). Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging.
Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.3:
Bij de toepassing van deze afwijking wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (28 maart 2025). Indien deze regeling wordt gewijzigd moet rekening worden gehouden met deze wijziging.
Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van hinder tengevolge van laden en lossen voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen, waarmee aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 12.3, wordt voldaan, worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - geluid bij activiteiten - kaartbaan' gelden de regels uit dit artikel bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, voor zover het gaat om een geluidgevoelig gebouw.
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het milieu en in het bijzonder op het het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige gebouwen vanwege het geluid van de kartbaan.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 13.1, worden, aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in afdeling 22.2,artikel 22.35, gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 13.3.
Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder voorschriften worden verbonden. De voorschriften kunnen zich in ieder geval ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen als bedoeld in artikel 13.3 worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.
Op het bepalen van het geluid zijn de in de Omgevingsregeling gestelde regels van toepassing.
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u'.