| Plan: | TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22s De Doornweg 18 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0193.TAMh22s-0003 |
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk 22s.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22s gelden aanvullend op artikel 2.1 de volgende begripsbepalingen:
het omgevingsplan van de gemeente Zwolle;
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s 'De Doornweg 18';
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van de functie, het gebied en/of de locatie;
de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft;
de adviescommissie overeenkomstig de Verordening op de adviescommissies voor omgevingskwaliteit Zwolle.
de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het belang voor de archeologie en de kennis van de beschavingsgeschiedenis;
één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of andere bouwwerken;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
de bouwlaag op de begane grond;
de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur;
werkzaamheden die regelmatig nodig zijn voor een goed beheer van de gronden en/of bouwwerken;
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-, water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de inzameling van afval;
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde;
de kwaliteit gevormd door de evenwichtige samenhang tussen (openbare) ruimte en gebouwde elementen;
het beeld dat wordt opgeroepen door het samengaan van gebouwde elementen, beplantingselementen en onbebouwde ruimten;
de naar de weg toegekeerde gevel;
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waarbij inwoning is toegestaan;
een gedeelte van een gebouw dat door één of meer schuine dakschilden is afgedekt en waarvan de borstwering niet hoger is dan 1 meter;
vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen als bedoeld in artikel, 3, lid 5;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meerdere gevelvlakken, de buitenwerkse maar, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, dan wel tussen het maaiveld bij het ontbreken van een begane grondvloer, de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meer gevelvlakken, de buitenwerkse maat, en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Agrarisch' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Groen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Natuur' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Eengezinshuizen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum aantal woningen' gelden de volgende specifieke regels:
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk gelden de volgende beoordelingsregels:
In afwijking van de beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken in dit hoofdstuk 22s, kan een omgevingsvergunning toch worden verleend, uitsluitend voor zover het een afwijking betreft van:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema erfgoed - gebieden met archeologische (verwachtings)waarde' gelden de regels uit dit artikel bij:
voor zover, door die activiteit(en), de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m² zal kunnen worden verstoord.
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 11.1 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema landschap - bescherming landschapswaarden reliëf' is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod is niet van toepassing op een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden welke:
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur- en landschapswaarden van de gronden. Voorts zijn de regels gesteld ter behoud, herstel en de ontwikkeling van de kernkwaliteiten:
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit en/of een omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, zoals aangegeven in artikel 12.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend, mits:
Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van het behoud van de landschapswaarden.
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema landschap - bescherming landschapswaarden openheid' is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod is niet van toepassing op een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden welke:
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het behoud en het herstel van het open karakter van het landschap dat ter plaatse aanwezig is. Voorts zijn de regels gesteld ter behoud, herstel en de ontwikkeling van de kernkwaliteiten:
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit en/of een omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, zoals aangegeven in artikel 13.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend, mits:
Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van het behoud van de landschapswaarden.
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - regels over parkeren' gelden de regels uit dit artikel bij:
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van parkeerhinder.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit zoals bedoeld in artikel 14.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend onder de voorwaarde dat:
Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 14.3, sub a:
Bij de toepassing van deze afwijking wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (3 decemberi 2024). Indien deze regeling wordt gewijzigd moet rekening worden gehouden met deze wijziging.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 14.1, worden, aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in afdeling 22.2, artikel 22.35, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van parkeerhinder voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat:
In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - regels over laden en lossen' gelden de regels uit dit artikel bij:
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van hinder ten gevolge van laden en lossen.
Indien de functie van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen. Daarbij moet worden voldaan worden aan het bepaalde in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (3 december 2024). Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging.
Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 15.3:
Bij de toepassing van deze afwijking wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (3 december 2024). Indien deze regeling wordt gewijzigd moet rekening worden gehouden met deze wijziging.
Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van hinder tengevolge van laden en lossen voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen, waarmee aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 15.3, wordt voldaan, worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.
In het gebied aangeduid als "overige zone- overige verplichtingen - voorwaardelijke verplichting De Doornweg 18" mogen de gronden alleen worden gebruikt voor de toegelaten activiteiten onder de volgende voorwaarde:
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in het voorgaande lid voor andere maatregelen dan voorgeschreven in Bijlage 1, onder voorwaarde dat daarmee de met het plan beoogde kwaliteitsimpuls en landschappelijke kwaliteit wordt bereikt.
In het gebied aangeduid als "overige zone- overige verplichtingen - voorwaardelijke verplichting instandhouding" moeten de in de bij deze regels behorende Bijlage 1 voorgeschreven maatregelen na realisatie in stand worden gehouden.
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s'.