direct naar inhoud van REGELS
Plan: TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0193.TAMh22i-0004

REGELS

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie 'Harculo' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22i) van het omgevingsplan van de gemeente Zwolle. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22i van het omgevingsplan van de gemeente Zwolle. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22i.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22i' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld onder lid 3, voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g van de Invoeringswet Omgevingswet.
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie bedoeld onder lid 3, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 22i.
  • 3. De regels in dit hoofdstuk 22i zijn van toepassing op de locatie 'Harculo', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0193.TAMh22i-0004 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 2 Begripsbepalingen

2.1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk 22i.

2.2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22i gelden aanvullend op artikel 2, lid 1, de volgende begripsbepalingen:

2.2.1 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van de functie, het gebied en/of de locatie;

2.2.2 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft;

2.2.3 adviescommissie voor omgevingskwaliteit Zwolle

de adviescommissie overeenkomstig de Verordening op de adviescommissies voor omgevingskwaliteit Zwolle.

2.2.4 archeologische waarden

de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het belang voor de archeologie en de kennis van de beschavingsgeschiedenis;

2.2.5 bebouwing

één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of overige bouwwerken;

2.2.6 bedrijf

het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten;

2.2.7 bedrijf aan huis

een bedrijf, dat in of bij een woning in ieder geval door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

2.2.8 bedrijfsgebouw

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

2.2.9 beroep aan huis

een beroep, dat in ieder geval door de bewoner in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

2.2.10 bijeenkomst

een tijd- en plaatsgebonden gebeurtenis in een gebouw, gerelateerd aan de ter plekke toegestane (hoofd)activiteiten, die door een initiatiefnemer bewust is georganiseerd en bekendgemaakt en die gericht is op een bepaalde doelgroep, waarbij het aantal bezoekers niet meer dan 500 betreft;

2.2.11 bijzondere woonvorm

een voorziening voor de huisvesting van personen die niet in staat zijn om zelfstandig te wonen en bij hun normale, dagelijkse functioneren huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven;

2.2.12 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de zolder;

2.2.13 carport

een overdekt bouwwerk dat blijkens zijn aard kennelijk is bestemd voor het stallen van een motorvoertuig;

2.2.14 cultuur activiteit

activiteiten op het gebied van muziek, dans, theater, fotografie en film, beeldende kunsten, literatuur, geschiedenis en erfgoed, of gericht op zelfreflectie en bezinning (meditatie, yoga) of andere artistieke individuele of collectieve creatieve uitingen;

2.2.15 cultuur evenement

een evenement dat op enigerlei wijze uitdrukking geeft aan een bepaald cultureel thema, zoals muziek, dans, theater, fotografie en film, beeldende kunsten, literatuur, geschiedenis en erfgoed, of op zelfreflectie en bezinning (meditatie, yoga) geriht is of andere artistieke individuele of collectieve creatieve uitingen;

2.2.16 daghoreca

een horecavoorziening die gericht is op het verstrekken van eenvoudige maaltijden, etenswaren als broodjes, hapjes, snacks en dranken gedurende de dagperiode, zoals lunchrooms, koffie- of theehuizen en ijssalons;

2.2.17 dagrecreatie

recreatie in de open lucht uitsluitend gedurende een dagperiode op speciaal daarvoor ingerichte terreinen, zoals een wandelbos, wandelpark, strandbad, vis- en zwemvijvers, speel- en ligweide, speelterrein, kinderspeelplaats, dierenpark, volkstuinen of nutstuinen;

2.2.18 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

2.2.19 eengezinshuis

een gebouw, dat één woning omvat;

2.2.20 eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond;

2.2.21 erftoegangsweg

een straat of weg waar de doorgaande functie van het verkeer niet meer primair is en waar aandacht kan worden gegeven aan snelheidsreducerende maatregelen;

2.2.22 evenement

elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak in de open lucht, dan wel (mede) in een tijdelijke tent of gebouw, waarbij het aantal aanwezigen niet meer dan 1000 personen bedraagt;

2.2.23 gebiedsontsluitingsweg

een straat of weg waar de doorgaande functie van het verkeer primair is en welke dient voor de ontsluiting van een gebied;

2.2.24 geluidluw geveldeel

een geveldeel van een woning dat grenst aan een verblijfsruimte en is voorzien van een te openen geveldeel (zoals een raam, deur of ventilatievoorziening), waarbij de geluidbelasting op het geveldeel als gevolg van activiteiten niet hoger is dan de waarden, zoals opgenomen in artikel 22.63 en tabel 22.3.1 van het Omgevingsplan gemeente Zwolle. Onder een geluidluw geveldeel wordt mede verstaan een geveldeel waarbij door de realisatie van een serre, loggia of vergelijkbare bouwkundige voorziening, dan wel door het treffen van andere bouwkundige maatregelen, wordt geborgd dat de genoemde standaardwaarden ter plaatse van het te openen geveldeel van de achtergelegen verblijfsruimte niet worden overschreden;

2.2.25 grafkelder

ondergrondse, duurzame constructie, met een eigen toegang van buiten (dus niet toegankelijk binnendoor in het gebouw), die dient als laatste rustplaats voor een overledene, bedoeld om de stoffelijke resten te beschermen tegen de elementen en een permanente rustplaats te bieden;

2.2.26 horeca

de bedrijfssector gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken;

2.2.27 horecabedrijf

een bedrijf, waar ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken worden verstrekt;

2.2.28 huishouden

een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en een gezamenlijke huishouding voeren;

2.2.29 ingebruikname

het moment waarop een woning voor het eerst feitelijk in gebruik wordt genomen door bewoning;

2.2.30 inwoning

twee huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen en (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn;

2.2.31 kantoor

een ruimte of complex van ruimten, welke dient voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder is begrepen, congres- en vergaderaccommodatie;

2.2.32 kunstwerk

een artistieke creatie door een kunstenaar die wordt beschouwd als kunst, vaak met een esthetische waarde of bedoeling om een nieuwe ervaring, inzicht of emotie bij de toeschouwer op te roepen;

2.2.33 landschapswaarden

de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur;

2.2.34 maatschappelijke voorzieningen

educatieve, (para)medische, sociale, culturele en levensbeschouwlijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening (zoals een pakketverzamelpunt);

2.2.35 meergezinshuis

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

2.2.36 normaal onderhoud

werkzaamheden die regelmatig nodig zijn voor een goed beheer van de gronden en/of bouwwerken;

2.2.37 omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Zwolle;

2.2.38 ondergrondse bouwlaag

bouwlagen onder het straatpeil;

2.2.39 openbare nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-, water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de inzameling van afval;

2.2.40 opslag

het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard;

2.2.41 overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde;

2.2.42 prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

2.2.43 publieke dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij, het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen internetcafés, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;

2.2.44 quick scan verkeer

een beknopte verkeerskundige analyse waarin de verwachte verkeersgeneratie, parkeerdruk en bereikbaarheid van een bijeenkomst globaal worden beoordeeld om mogelijke verkeerskundige risico's en noodzaak voor maatregelen te signaleren;

2.2.45 recreatief medegebruik

een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;

2.2.46 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden;
onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan:
een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

2.2.47 short stay

het bedrijfsmatig verstrekken van logies waarbij de aaneengesloten periode van bewoning door dezelfde bewoner minimaal twee weken tot maximaal 6 maanden is;

2.2.48 sociale huurwoning

sociale huurwoningen, zijnde huurwoningen met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;

2.2.49 sociale koopwoning

sociale koopwoningen, zijnde koopwoningen met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste de kostengrens, bedoeld in de Voorwaarden en Normen Nationale Hypotheekgarantie;

2.2.50 sportschool

een gebouw of ruimte bestemd voor het op commerciële basis geven van onderricht in sport danwel gelegenheid geven te sporten al dan niet met (para)medische begeleiding;

2.2.51 stedenbouwkundig beeld

het beeld dat wordt opgeroepen door het samengaan van gebouwde elementen, beplantingselementen en onbebouwde ruimten;

2.2.52 straatpeil
  • voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
  • voor bouwwerken die geen hoofdtoegang hebben, de hoogte vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven;
  • indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);
  • indien ter plaatse van 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - maximale bouwhoogte' een accommodatie voor tijdelijk verblijf, wordt gebouwd de bovenkant steiger;
2.2.53 TAM omgevingsplan

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i 'Harculo';

2.2.54 verkeersplan

een operationeel plan waarin de verkeersmaatregelen, routing, parkeerorganisatie, inzet bijvoorbeeld de inzet van verkeersregelaars en bereikbaarheid van hulpdiensten rondom een evenement of bijeenkomst zijn uitgewerkt;

2.2.55 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waarbij inwoning is toegestaan;

2.2.56 zolder

een gedeelte van een gebouw dat door één of meer schuine dakschilden is afgedekt en waarvan de borstwering niet hoger is dan 1 meter.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

3.1 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

3.2 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen als bedoeld in artikel 3.7;

3.3 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meerdere gevelvlakken, de buitenwerkse maar, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

3.4 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, dan wel tussen het maaiveld bij het ontbreken van een begane grondvloer, de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meer gevelvlakken, de buitenwerkse maat, en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

3.5 de vloeroppervlakte

binnenwerks op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor de bestemde functie;

3.6 de verticale bouwdiepte van een gebouw

de diepte van een gebouw, gemeten vanaf het straatpeil;

3.7 ondergeschikte bouwdelen die buiten beschouwing gelaten moeten worden:
  • a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals luchtbehandelingsinstallaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, zonnepanelen en gevel- en kroonlijsten, liftkokers, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de maximale toegestane hoogte niet meer dan 1,30 meter bedraagt;
  • b. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden erkers, balkons en luifels buiten beschouwing gelaten, mits:
    • 1. de overschrijding van de aanduidingsgrens niet meer dan 1,30 meter bedraagt;
    • 2. een erker niet breder is dan 3/5 deel van de betreffende gevel, en gericht naar het openbaar toegankelijk gebied en maximaal één bouwlaag betreft;
  • c. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen blijven uitstekende delen van ondergeschikte aard, zoals plinten, dorpels, kozijnen, gevelversieringen en overstekende dakgoten tot ten hoogste 0,5 meter buiten beschouwing.

Hoofdstuk 2 Algemeen

Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Artikel 5 Anti-dubbelteltregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 3 Functies

Artikel 6 Gemengd - Gemengde functies Uitspanning Harculo

6.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Gemengd - Gemengde functies Uitspanning Harculo' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor cultuur en ontspanning, in de vorm van:
  • 1. ateliers;
  • 2. expositieruimtes, met een maximum vloeroppervlak van 1.560 m² en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - koelwatergebouw';
  • 3. een sportschool, met een maximum vloeroppervlak van 650 m² en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - magazijn';
  • 4. een accommodatie voor short stay, met een maximum vloeroppervlak van 75 m² die gedurende in totaal 8 maanden per kalenderjaar in gebruik is, en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - short stay';
  • 5. ondergeschikte activiteiten (zoals horeca, kantoor), ten dienste van en behorende bij een activiteit als bedoeld in sub 1 tot en met 3 zijn toegestaan, met dien verstande dat deze dezelfde openingstijden en dezelfde ingang hebben als de betreffende activiteit onder sub 1 tot en met 3 en deze maximaal 10% van het vloeroppervlak van de betreffende activiteit omvat met een maximum van 100 m².

  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor horeca, in de vorm van:
  • 1. een restaurant, met een maximum vloeroppervlak van 215 m² en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - koelwatergebouw';
  • 2. daghoreca, met een maximum vloeroppervlak van 25 m² en uitsluitend ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - specifieke functieregels - dienstengebouw', 'overige zone - specifieke functieregels - hijshal' en 'overige zone - specifieke functieregels - magazijn'.

  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor publieke dienstverlening:
  • 1. uitsluitend op de begane grond, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - hijshal';
  • 2. het maximum vloeroppervlak per publieke dienstverlenings voorziening bedraagt 150 m².

  • d. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor maatschappelijke voorzieningen, met een maximum vloeroppervlak van 300 m²;

  • e. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor bedrijvigheid:
  • 1. uitsluitend ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - specifieke functieregels - magazijn' en overige zone - specifieke functieregels - hijshal';
  • 2. uitsluitend in de milieucategorie 1 en 2 zoals opgenomen in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten;  
  • 3. met een maximum vloeroppervlak van 1.000 m²;
  • 4. het maximale vloeroppervlak per bedrijf bedraagt 150 m².

  • f. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor kantoren:
  • 1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - dienstengebouw';
  • 2. met een maximum vloeroppervlak van 1.200 m² voor kantoorruimte en 340 m² voor congres- en expositieruimte;
  • 3. ondergeschikte activiteiten (zoals horeca), ten dienste van en behorende bij een activiteit als bedoeld in sub 2 zijn toegestaan, met dien verstande dat deze dezelfde openingstijden en zelfde ingang hebben als de betreffende activiteit onder sub 2 en deze maximaal 10% van het vloeroppervlak van de betreffende activiteit omvat met een maximum van 100 m².

  • g. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor woningen:
  • 1. uitsluitend op de bouwlagen boven de eerste bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - hijshal';
  • 2. in de vorm van bergingen ten dienste van woningen, met een maximum vloeroppervlak van 300 m², uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - dienstengebouw';
  • 3. het maximum aantal woningen bedraagt 26.

  • h. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor een bedrijfswoning:
  • 1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - nieuwbouw atelier';
  • 2. behorende bij een ter plekke van deze aanduiding aanwezig atelier;
  • 3. het maximum aantal bedrijfswoningen bedraagt 1.

  • i. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor recreatief medegebruik;

  • j. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor een grafkelder voor maximaal één persoon, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - koelwatergebouw';

  • k. Het gebruiken van gronden voor terrassen, met een maximum oppervlak van 80 m² en uitsluitend voor zover behorende bij horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - terras'.

  • l. Het gebruiken van gronden voor buitenopslag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - buitenopslag';

  • m. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a tot en met l benoemde activiteiten, zoals: wegen en paden, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstwerken, beeldentuin, geluidwerende voorzieningen, tuinen en erven.
6.2 Specifieke gebruiksregels - geldigheidsduur tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking' zijn tijdelijke functies zoals beschreven in projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' toegestaan tot uiterlijk 31 december 2034 of zoveel eerder na afronding van de werkzaamheden volgens dit projectbesluit.

6.3 Afwijken toegelaten gebruiksactiviteiten
  • a. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1, sub a, onder 1 en 2, teneinde (overige) cultuur-activiteiten toe te staan, onder de voorwaarde dat:
  • 1. deze naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de activiteiten die ter plaatse bij recht zijn toegestaan, en
  • 2. het bepaalde in artikel 30 onverminderd wordt toegepast.

  • b. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 teneinde detailhandel toe te staan, onder de voorwaarde dat:
  • 1. deze functioneel verbonden is met de activiteiten als bedoeld in artikel 6.1, onder a;
  • 2. het maximale vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 350 m², en
  • 3. het bepaalde in artikel 30 onverminderd wordt toegepast.

c. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 sub e onder 4 teneinde bedrijvigheid toe te staan, onder de voorwaarde dat:

1. het maximale vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 450 m², en

2. het bepaalde in artikel 30 onverminderd wordt toegepast.

6.4 Specifieke functieregels - Bijeenkomsten

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - bijeenkomsten' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Het gebruiken van bebouwing voor een bijeenkomst is toegestaan, uitsluitend voor zover:
  • 1. het een bijeenkomst betreft welke past binnen de normale bedrijfsvoering van de activiteiten, genoemd onder artikel 6.1 sub a onder 1 en 2, sub b onder 1 en sub c, sub d, sub e en/of sub f;
  • 2. het aantal bezoekers per bijeenkomst niet meer bedraagt dan 175;
  • 3. de bijeenkomst niet langer dan één dag duurt;
  • 4. de bijeenkomst (inclusief opbouwen en afbouwen) plaatsvindt tussen 7.00 uur en 23.00 uur;
  • 5. maximaal één bijeenkomst per dagdeel plaatsvindt, waarbij de opvolgende bijeenkomst minimaal 1 uur na het einde van de voorgaande bijeenkomst aanvangt.
6.5 Meldingsplichtige gebruiksactiviteiten - Bijeenkomsten
  • a. Onverminderd het bepaalde in artikel 6.4, sub a, onder 1 en 3 tot en met 5, is het verboden bijeenkomsten te laten plaatsvinden met meer dan 175 en minder dan 251 bezoekers, zonder dit ten minste vier weken voor het begin van de bijeenkomst te melden bij het bevoegd gezag.
  • b. Tot een strijdig gebruik als bedoeld in artikel 4 wordt, binnen de functie Gemengd - De Uitspanning, in ieder geval gerekend, het gebruik van gronden en bebouwing voor bijeenkomsten met meer dan 250 bezoekers.
6.6 Afwijken toegelaten gebruiksactiviteiten - Bijeenkomsten
  • a. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.4 teneinde in het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - bijeenkomsten' bijeenkomsten met meer dan 250 bezoekers toe te staan, onder de voorwaarde dat:
  • 1. het maximale aantal bezoekers per dag niet meer dan 500 bedraagt;
  • 2. verkeers- en/of parkeeroverlast wordt voorkomen;
  • 3. gelijktijdig geen andere bijeenkomsten of evenementen plaatsvinden.
6.7 Afwijken toegelaten gebruiksactiviteiten - Evenementen
  • a. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 teneinde in het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - evenementen' evenementen toe te staan, onder de voorwaarde dat:
  • 1. het maximaal aantal evenementen per kalenderjaar niet meer dan 12 bedraagt;
  • 2. het maximaal aantal evenementendagen per kalenderjaar (exclusief opbouw en afbouw) niet meer dan 12 bedraagt;
  • 3. het maximale aantal dagen per evenement niet meer dan 2 bedraagt;
  • 4. het maximale aantal bezoekers per dag niet meer dan 1.000 bedraagt;
  • 5. van zondag tot en met donderdag het gebruik van geluidsversterkende apparatuur om 23.00 uur beëindigd dient te zijn en uiterlijk 23.30 uur het evenement afgelopen dient te zijn;
  • 6. op vrijdag en zaterdag het gebruik van geluidsversterkende apparatuur om 24.00 uur beëindigd dient te zijn en uiterlijk 00.30 uur het evenement afgelopen dient te zijn;
  • 7. het een cultureel evenement betreft;
  • 8. de maximale equivalente geluidsbelasting op de gevels van geluidgevoelige gebouwen niet meer dan 70 dB(A)/84 dB(C) bedraagt, met dien verstande dat geluidsversterkende apparatuur is toegestaan;
  • 9. verkeers- en/of parkeeroverlast wordt voorkomen;
  • 10. gelijktijdig geen andere bijeenkomsten of evenementen plaatsvinden.
6.8 Indieningsvereisten melding

Een melding als bedoeld in artikel 6.5 wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens en bescheiden:

  • a. de naam, het adres en het telefoonnummer van degene die de bijeenkomst organiseert;
  • b. als de melding wordt ingediend door een gemachtigde: de naam, het adres en het telefoonnummer van de gemachtigde;
  • c. als de melding elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de degene die de bijeenkomst organiseert of de gemachtigde;
  • d. de dagtekening;
  • e. het adres, de kadastrale aanduiding of de coördinaten van de locatie waar de bijeenkomst wordt gehouden;
  • f. een beschrijving van de bijeenkomst;
  • g. een rapportage quick scan verkeer bij bijeenkomsten bestaande uit een ingevuld formulier 'Quick scan bijeenkomst 175-250 personen in gebouwen binnen de Uitspanning Harculo' zoals opgenomen in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 2 Formulier meldingsplichtige gebruiksactiviteiten bijeenkomsten Harculo.
6.9 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.6 en 6.7 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een beschrijving van de bijeenkomst of het evenement;
  • b. een verkeersplan bij de bijeenkomst of het evenement;
  • c. een geluidsplan bij evenementen.
6.10 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.6 en 6.7 kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van verkeers-, parkeer- en/of geluidhinder voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen, waarmee aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 6.6 en 6.7, wordt voldaan, worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.

6.11 Maatwerkvoorschriften
  • a. Een maatwerkvoorschrift kan door het college van burgemeester en wethouders worden gesteld over artikel 6.1, 6.4 en 6.5.
  • b. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 6.1, 6.4 en 6.5.
  • c. Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op het belang van het voorkomen of beperken van verkeers-, parkeer- en/of geluidhinder.

Artikel 7 Groen

7.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Groen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor groenvoorzieningen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voet- en fietspaden;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • d. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor recreatief medegebruik;
  • e. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor een zonnepark, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - zonnepark';
  • f. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor een parkeerterrein bij bijeenkomsten en evenementen, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - parkeerterrein evenementen';
  • g. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a tot en met f benoemde activiteiten, zoals: speel- en sportvoorzieningen, boothelling voor brandweer, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstwerken, geluidwerende voorzieningen, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.
7.2 Specifieke gebruiksregels - geldigheidsduur tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking' zijn tijdelijke functies zoals beschreven in projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' toegestaan tot uiterlijk 31 december 2034 of zoveel eerder na afronding van de werkzaamheden volgens dit projectbesluit.

7.3 Afwijken toegelaten gebruiksactiviteiten
  • a. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4 en artikel 7.1, uitsluitend voor zover het een afwijking betreft in de vorm van het overschrijden van een aanduidingsgrens ten behoeve van balkons behorende bij meergezinshuizen.
  • b. Afwijken, zoals bedoeld onder sub a, kan uitsluitend onder de voorwaarde dat deze past binnen het stedenbouwkundige beeld dat met het plan wordt beoogd.

Artikel 8 Hoogspanningsverbinding

8.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Hoogspanningsverbinding' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor het bovengrondse transport van elektrische energie door een hoogspanningsleiding met de daarbij behorende voorzieningen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a benoemde activiteit, zoals: voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, geluidwerende voorzieningen, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.
8.2 Verboden gebruiksactiviteiten

Tot een strijdig gebruik als bedoeld in artikel 4 wordt in ieder geval gerekend:

  • a. een gebruik dat geen rekening houdt met het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de bovengrondse hoogspanningsleiding en de risico's die ermee verbonden zijn;
  • b. het hebben van beplantingen die door hun hoogte de goede werking van de bovengrondse hoogspanningsleiding in gevaar kunnen brengen.
8.3 Maatwerkvoorschriften
  • a. Een maatwerkvoorschrift kan door het college van burgemeester en wethouders worden gesteld over artikel 8.
  • b. Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op het belang van het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de bovengrondse hoogspanningsleiding.

Artikel 9 Natuur

9.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Natuur' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor natuurgebied;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor de waterhuishouding;
  • c. gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten: erftoegangswegen
9.2 Specifieke gebruiksregels - geldigheidsduur tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking' zijn tijdelijke functies zoals beschreven in projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' toegestaan tot uiterlijk 31 december 2034 of zoveel eerder na afronding van de werkzaamheden volgens dit projectbesluit.

Artikel 10 Nutsvoorzieningen

10.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Nutsvoorzieningen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor nutsvoorzieningen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor een zonnepark, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - zonnepark';
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten, zoals: ontsluitingswegen en paden, parkeren, groenvoorzieningen, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, geluidwerende voorzieningen, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.

Artikel 11 Nutsvoorzieningen - Hoogspanningsstation

11.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Nutsvoorzieningen - Hoogspanningsstation' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor openbare nutsvoorzieningen waaronder een 110 kV-hoogspanningsstation voor het transporteren, verdelen en transformeren van elektrische energie;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten, zoals: ontsluitingswegen en paden, parkeren, groenvoorzieningen, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, geluidwerende voorzieningen, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.
11.2 Verboden gebruiksactiviteiten

Tot een strijdig gebruik als bedoeld in artikel 4 wordt in ieder geval gerekend:

  • a. activiteiten, als bedoeld in artikel 5.78b Besluit kwaliteit leefomgeving, die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken.

Artikel 12 Nutsvoorzieningen - Zendinstallatie

12.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Nutsvoorzieningen - Zendinstallatie' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor de telecommunicatie,
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a benoemde activiteit, zoals: voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, geluidwerende voorzieningen, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.

Artikel 13 Verkeer - Erftoegangswegen

13.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Verkeer - Erftoegangswegen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor erftoegangswegen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voet- en fietspaden;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor parkeervoorzieningen;
  • d. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor groenvoorzieningen;
  • e. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor recreatief medegebruik;
  • g. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a tot en met f benoemde activiteiten, zoals: speel- en sportvoorzieningen, water, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstwerken, geluidwerende voorzieningen, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.
13.2 Specifieke gebruiksregels - geldigheidsduur tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking' zijn tijdelijke functies zoals beschreven in projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' toegestaan tot uiterlijk 31 december 2034 of zoveel eerder na afronding van de werkzaamheden volgens dit projectbesluit.

13.3 Afwijken toegelaten gebruiksactiviteiten
  • a. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4 en artikel 13.1, uitsluitend voor zover het een afwijking betreft in de vorm van het overschrijden van een aanduidingsgrens ten behoeve van balkons behorende bij meergezinshuizen.
  • b. Afwijken, zoals bedoeld onder sub a, kan uitsluitend onder de voorwaarde dat deze past binnen het stedenbouwkundige beeld dat met het plan wordt beoogd en geen onevenredige hinder optreedt voor de gebruiksactiviteiten als bedoeld in artikel 13.1.

Artikel 14 Verkeer - Hoofdwegen

14.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Verkeer - Hoofdwegen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor gebiedsontsluitingswegen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voet- en fietspaden;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor parkeervoorzieningen, waaronder parkeerterrein;
  • d. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor groenvoorzieningen;
  • e. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor recreatief medegebruik;
  • g. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a. tot en met f benoemde activiteiten, zoals: speel- en sportvoorzieningen, water, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstwerken, geluidwerende voorzieningen, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.

Artikel 15 Verkeer - Verblijfsgebied

15.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Verkeer - Verblijfsgebied' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor woonerf, (ontsluitings)paden, water en waterbeheer, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a benoemde activiteiten, zoals: wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstwerken, geluidwerende voorzieningen, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.
15.2 Specifieke gebruiksregels - geldigheidsduur tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking' zijn tijdelijke functies zoals beschreven in projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' toegestaan tot uiterlijk 31 december 2034 of zoveel eerder na afronding van de werkzaamheden volgens dit projectbesluit.

15.3 Afwijken toegelaten gebruiksactiviteiten
  • a. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4 en artikel 15.1, uitsluitend voor zover het een afwijking betreft in de vorm van het overschrijden van een aanduidingsgrens ten behoeve van balkons behorende bij meergezinshuizen.
  • b. Afwijken, zoals bedoeld onder sub a, kan uitsluitend onder de voorwaarde dat deze past binnen het stedenbouwkundige beeld dat met het plan wordt beoogd en geen onevenredige hinder optreedt voor de gebruiksactiviteiten als bedoeld in artikel 15.1.

Artikel 16 Water

16.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Water' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterberging;
  • b. het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterhuishouding;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterlopen;
  • d. Het gebruiken van gronden voor scheepvaart;
  • e. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a tot en met d benoemde activiteiten, zoals: civiele werken, groenvoorzieningen, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.
16.2 Specifieke gebruiksregels - geldigheidsduur tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking' zijn tijdelijke functies zoals beschreven in projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' toegestaan tot uiterlijk 31 december 2034 of zoveel eerder na afronding van de werkzaamheden volgens dit projectbesluit.

Artikel 17 Waterstaatswerk

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Waterstaatswerk' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor primaire waterkeringen, zoals dijken;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterhuishouding;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten, zoals: civiele werken, infrastructurele voorzieningen, nutsvoorzieningen.

Artikel 18 Wonen - Eengezinshuizen

18.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Eengezinshuizen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor eengezinshuizen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor beroep of bedrijf aan huis, met dien verstande dat de vloeroppervlakte die voor beroep of bedrijf aan huis wordt gebruikt niet groter mag zijn dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning met inbegrip van de bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m²;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten, zoals: paden, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstwerken, geluidwerende voorzieningen, tuinen en erven.
18.2 Specifieke gebruiksregels - geldigheidsduur tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking' zijn tijdelijke functies zoals beschreven in projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' toegestaan tot uiterlijk 31 december 2034 of zoveel eerder na afronding van de werkzaamheden volgens dit projectbesluit.

18.3 Specifieke functieregels - maximum aantal woningen

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - maximum aantal woningen' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - maximum aantal woningen' geldt als maximum aantal woningen de daar bepaalde norm in aantallen;
  • b. Daar waar binnen de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - maximum aantal woningen' geen norm is aangeduid geldt dat het maximale aantal woningen in totaal 57 bedraagt.
18.4 Specifieke functieregels - woningcategorie

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - woningcategorie' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Van het totaal aantal toegestane woningen, zoals aangegeven onder artikel 18.3 en artikel 19.1, moet:
  • 1. minimaal 20% onder de categorie sociale huurwoningen vallen;
  • 2. maximaal 10% onder de categorie sociale koopwoningen vallen.
  • b. Het gebruik van de onder sub a onder 1 bedoelde woningen als sociale huurwoningen, dient in stand te blijven voor de doelgroep, gedurende een termijn van 20 jaar na ingebruikname van de sociale huurwoningen.
  • c. Het gebruik van de onder sub a onder 2 bedoelde woningen als sociale koopwoningen, dient in stand te blijven voor de doelgroep, gedurende een termijn van 3 jaar na ingebruikname van de sociale koopwoningen.
18.5 Afwijken eengezinshuizen

Bij een omgevingsvergunning kan, uitsluitend ter plekke van de aanduiding overige zone - specifieke functieregel - afwijken eengezinshuizen' door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 18.1, sub a, en artikel 19.1, sub a, teneinde meergezinshuizen toe te staan, onder de voorwaarde dat:

  • a. het aantal meergezinshuizen in het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Eengezinshuizen' niet meer dan 20 woningen bedraagt;
  • b. het totaal aantal woningen binnen de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Eengezinshuizen' en 'overige zone - functie Wonen - Meergezinshuizen' niet meer dan 500 bedraagt, en;
  • c. dit past binnen het stedenbouwkundige beeld dat met het plan wordt beoogd.

Artikel 19 Wonen - Meergezinshuizen

19.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Meergezinshuizen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor meergezinshuizen, waarbij het maximale aantal woningen binnen de functie niet meer bedraagt dan 250;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor beroep of bedrijf aan huis, met dien verstande dat de vloeroppervlakte die voor beroep of bedrijf aan huis wordt gebruikt niet groter mag zijn dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning met inbegrip van de bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m²;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten, zoals: wegen en paden, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusieviteit, kunstwerken, geluidwerende voorzieningen, tuinen en erven.
19.2 Specifieke gebruiksregels - geldigheidsduur tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking' zijn tijdelijke functies zoals beschreven in projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' toegestaan tot uiterlijk 31 december 2034 of zoveel eerder na afronding van de werkzaamheden volgens dit projectbesluit.

19.3 Specifieke functieregels - woningcategorie

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - woningcategorie' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Van het totaal aantal toegestane woningen, zoals aangegeven onder artikel 18.3 en artikel 19.1, moet:
  • 1. minimaal 20% onder de categorie sociale huurwoningen vallen;
  • 2. maximaal 10% onder de categorie sociale koopwoningen vallen.
  • b. Het gebruik van de onder sub a onder 1 bedoelde woningen als sociale huurwoningen, dient in stand te blijven voor de doelgroep, gedurende een termijn van 20 jaar na ingebruikname van de sociale huurwoningen.
  • c. Het gebruik van de onder sub a onder 2 bedoelde woningen als sociale koopwoningen, dient in stand te blijven voor de doelgroep, gedurende een termijn van 3 jaar na ingebruikname van de sociale koopwoningen.
19.4 Afwijken meergezinshuizen

Bij een omgevingsvergunning kan, uitsluitend ter plekke van de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregel – afwijken meergezinshuizen' door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 19.1, sub a, teneinde eengezinshuizen toe te staan, onder de voorwaarde dat:

  • a. het aantal eengezinshuizen in het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Meergezinshuizen' niet meer dan 20 woningen bedraagt,
  • b. het totaal aantal woningen binnen de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Eengezinshuizen' en 'overige zone - functie Wonen - Meergezinshuizen' niet meer dan 500 bedraagt, en;
  • c. dit past binnen het stedenbouwkundige beeld dat met het plan wordt beoogd.
19.5 Afwijken maatschappelijk

Bij een omgevingsvergunning kan, uitsluitend ter plekke van de aanduiding 'overige zone - afwijken functie Maatschappelijk' door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 19.1 teneinde maatschappelijke voorzieningen en/of kinderdagopvang, waaronder buitenschoolse opvang toe te staan, onder de voorwaarde dat :

  • a. de functie gerealiseerd kan worden op de begane grond en eerste verdieping;
  • b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
  • 1. het stedenbouwkundig beeld;
  • 2. de woonsituatie;
  • 3. de verkeersveiligheid
  • 4. de parkeergelegenheid;
  • 5. de sociale veiligheid;
  • 6. de milieusituatie;
  • 7. de groenstructuur;
  • 8. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 20 Wonen - Parkeergarage

20.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Parkeergarage' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor bergingen en stallingsruimte voor parkeren en fietsparkeren, ten dienste van eengezinshuizen en meergezinshuizen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor tuin en erf behorende bij de in artikel 18 toegestane eengezinshuizen en de in artikel 19 toegestane meergezinshuizen;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten, zoals: wegen en paden, in- en uitritten, fietsparkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstwerken, geluidwerende voorzieningen.
20.2 Specifieke gebruiksregels - geldigheidsduur tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - tijdelijk ruimtebeslag dijkversterking' zijn tijdelijke functies zoals beschreven in projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' toegestaan tot uiterlijk 31 december 2034 of zoveel eerder na afronding van de werkzaamheden volgens dit projectbesluit.

Hoofdstuk 4 Algemene regels over activiteiten

Artikel 21 Bouwactiviteiten

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk gelden de volgende beoordelingsregels:

21.1 Aanvullende beoordelingsregels voor bouwen binnen bouwvlakken
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - bouwvlak' zijn hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken toegestaan.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - maximale bouwhoogte' geldt als maximum bouwhoogte van een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken de daar bepaalde norm in meters.
  • c. in afwijking van het bepaalde in sub a, geldt als maximum oppervlak aan gebouwen ter plekke van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - maximale oppervlakte' de daar bepaalde norm in vierkante meters.
  • d. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovergronds bouwen - vloerpeil' geldt het minimale vloerpeil zoals opgenomen in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 3 Vloerpeil.
21.2 Aanvullende beoordelingsregels voor bouwen buiten bouwvlakken
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - bijbehorende bouwwerken' zijn geen hoofdgebouwen toegestaan.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - bijbehorende bouwwerken' zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan, waarbij ter plaatse van deze aanduiding het gezamenlijk oppervlak van de bijbehorende bouwwerken per gebouwerf niet meer mag bedragen dan 50% van de oppervlakte van dat gedeelte van het erf tot een maximum van 100 m².
  • c. De goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen
  • d. De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 meter bedragen.
21.3 Aanvullende beoordelingsregels overige bouwwerken
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - overige bouwwerken' zijn overige bouwwerken toegestaan.
  • b. De bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, maar de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien:
  • 1. op het erf of perceel al een gebouw staat, waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat;
  • 2. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder sub b, mag niet meer dan 10 meter bedragen, met uitzondering van:
  • 1. overige bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Functie Wonen - Eengezinshuizen' en ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Functie Wonen - meergezinshuizen', hier mogen deze niet meer dan 3 meter bedragen.
21.4 Specifieke regels overige bouwwerken
  • a. In aanvulling op afdeling 22.2 artikel 22.27 geldt het verbod, bedoeld in artikel 22.26, niet voor de daarin genoemde activiteiten, als die betrekking heeft op een overig bouwwerk in de vorm van een kunstwerk ter plaatse van de functie Gemengd - Gemengde functies Uitspanning Harculo;
  • b. in afwijking van het bepaalde in artikel 21.3, sub b en c, mag de bouwhoogte van:
  • 1. een zendmast ten dienste van de functie Nutsvoorzieningen - Zendinstallatie niet meer dan 100 meter bedragen;
  • 2. erf- of perceelafscheidingen ten dienste van een hoogspanningsstation niet meer dan 3 meter bedragen;
  • 3. overige bouwwerken ten dienste van een hoogspanningsstation niet meer dan 25 meter bedragen;
  • 4. hoogspanningsmasten niet meer dan 71 meter bedragen.
21.5 Afwijken van beoordelingsregels bouwactiviteiten

In afwijking van de beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken in dit hoofdstuk 22i, kan een omgevingsvergunning toch worden verleend, uitsluitend voor zover het een afwijking betreft van:

  • a. het bepaalde ten aanzien van de maximum bouwhoogte van gebouwen om toe te staan dat de bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen van bouwdelen die niet van ondergeschikte aard zijn, als, liftkokers, trappenhuizen, en lichtkappen, wordt vergroot, mits:
  • 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 50 m² bedraagt;
  • 2. de bouwhoogte niet meer dan 1,25 maal de maximum bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt;
  • b. de aanduidingsgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  • c. de aanduidingsgrenzen, ten behoeve van balkons, mits de overschrijding niet meer dan 3 meter bedraagt;
  • d. afwijken, zoals bedoeld onder sub a tot en met sub c, kan uitsluitend onder de voorwaarde dat deze past binnen het stedenbouwkundige beeld dat met het plan wordt beoogd en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 22 Activiteit uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden

  • 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, voor zover de activiteit werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, van toepassing is verklaard in hoofdstuk 5.

Artikel 23 Sloopactiviteiten

  • 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de omgevingsplanactiviteit slopen bouwwerken uit te voeren, voor zover deze sloopactiviteit van toepassing is verklaard in hoofdstuk 5.

Hoofdstuk 5 Thema's

Artikel 24 Omgevingskwaliteit - Beeldkwaliteit bouwwerken

24.1 Toepassingsbereik
  • a. In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema omgevingskwaliteit - beeldkwaliteit bouwwerken' gelden de regels uit dit artikel bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, waarvoor een omgevingsvergunning is vereist.
  • b. Het bepaalde in afdeling 22.2 artikel 22.7 en artikel 22.29, lid 1, onder b, is niet van toepassing in het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema omgevingskwaliteit - beeldkwaliteit bouwwerken'.
24.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het bereiken en instandhouden van een voldoende kwaliteit van het uiterlijk van bouwwerken.

24.3 Beoordelingsregels uiterlijk van bouwwerken
  • a. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit, zoals aangegeven in artikel 24.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend onder de voorwaarde dat het uiterlijk van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van beeldkwaliteit, beoordeeld volgens de criteria zoals opgenomen in de Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo of diens opvolger.
  • b. De beoordelingsregel onder sub a is niet van toepassing bij een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is;
  • c. De beoordelingsregel onder sub a is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van de criteria zoals opgenomen Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo of diens opvolger toch moet worden verleend.
24.4 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, zoals aangegeven in afdeling 22.2 artikel 22.35 onder i, zijn van overeenkomstige toepassing op dit hoofdstuk 22i, bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk, welke beoordeeld wordt volgens de criteria zoals opgenomen in de Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo of diens opvolger.

24.5 Advies

Een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk wordt voor advies voorgelegd aan de Adviescommissie voor omgevingskwaliteit Zwolle.

24.6 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het bereiken en in stand houden van een voldoende kwaliteit van het uiterlijk van bouwwerken voorschriften worden verbonden.

24.7 Repressieve beeldkwaliteit
  • a. Het uiterlijk van een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van beeldkwaliteit, beoordeeld volgens de criteria zoals opgenomen in de Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo.
  • b. Indien niet wordt voldaan aan het bepaalde onder sub a, kan het college van burgemeester en wethouders, degene die als eigenaar van een bouwwerk dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen daaraan, met een maatwerkvoorschrift verplichten tot het binnen een door hem te bepalen termijn treffen van zodanige door hem daarbij aan te geven voorzieningen, dat nadien wordt voldaan aan het bepaalde onder sub a.

 

Artikel 25 Omgevingskwaliteit - Natuurinclusief en ecologie

25.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema omgevingskwaliteit - natuurinclusief en ecologie' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een gebruiksactiviteit zoals bedoeld onder artikel 18 (Wonen - Eengezinshuizen) en artikel 19 (Wonen - Meergezinshuizen);
  • b. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, uitsluitend voor zover het betreft de nieuwbouw van eengezinshuizen, als bedoeld onder artikel 18.1 sub a, en meergezinshuizen, als bedoeld onder artikel 19.1;
  • c. een omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, uitsluitend voor zover het betreft de eerste aanleg en aanplant van de openbare groene buitenruimte als bedoeld onder artikel 7 (Groen), 13 (Verkeer - Erftoeganswegen), 14 (Verkeer - Hoofdwegen) en 15 (Verkeer - Verblijfsgebied) ten behoeve van het woonrijp maken.
25.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het bereiken en instandhouden van een natuurinclusieve woonwijk.

25.3 Beoordelingsregels natuurinclusief bouwen

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsvergunning voor bouwen en/of uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, zoals aangegeven in artikel 25.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag:

  • a. tenminste het aantal punten behaald wordt zoals opgenomen in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 4 Punten natuurinclusief bouwen;
  • b. de punten conform de methodiek zoals beschreven in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 5 Natuur inclusief bouwen Zwolle zijn behaald:
    • 1. voor zover het een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 25.1 sub b betreft worden punten toegekend volgens het thema 'Bebouwing';
    • 2. voor zover het een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 25.1 sub c betreft worden punten toegekend volgens de thema’s ‘Natte omgeving’, ‘Groene buitenruimte’ en/of ‘Verharding’.
25.4 Voorwaardelijke verplichtingen
  • a. Het gebruiken van gronden ten behoeve van de in artikel 6 tot en met 20 toegelaten functies is uitsluitend toegestaan, indien de agrarische activiteiten (waaronder het bemesten) ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - thema omgevingskwaliteit - voorwaardelijke verplichting opheffen beweiden en bemesten van gronden’ blijvend gestaakt is.
  • b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a door een gelijkwaardige maatregel te treffen. Met de gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat worden bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.
25.5 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 25.1, waarop de beoordelingsregels natuurinclusief bouwen van toepassing zijn, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een ingevuld formulier 'Puntentelling Natuurinclusief' zoals opgenomen in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 6 Formulier puntensysteem.
25.6 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen, in het belang van het bereiken en in stand houden van een voldoende kwaliteit van natuurinclusiviteit, voorschriften worden verbonden.

25.7 Maatwerkvoorschriften
  • a. Een maatwerkvoorschrift kan door het college van burgemeester en wethouders worden gesteld over artikel 25.
  • b. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 25.
  • c. Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op het belang van het bereiken en in stand houden van een voldoende kwaliteit van natuurinclusiviteit.

 

Artikel 26 Landschap - bescherming uiterwaarden

26.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema landschap - bescherming landschapswaarden uiterwaarden' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, uitsluitend voor zover het betreft:
  • 1. het aanplanten of verwijderen van bossen en houtopstanden;
  • 2. het aanleggen van verharde en halfverharde wegen en paden;
  • 3. het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen dan genoemd onder 2 met een oppervlakte van meer dan 25 m²;
  • 4. het ontgronden, afgraven, ophogen, egaliseren of diepploegen van gronden, over een oppervlakte van
  • 5. meer dan 25 m²;
  • 6. het graven, vergraven of dempen, verdiepen of verbreden van watergangen, vijvers en poelen, over een oppervlakte van meer dan 25 m²;
  • 7. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • 8. het aanbrengen dan wel wijzigen van drainagesystemen;

en voorzover het geen normaal onderhoud betreft.

26.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op de bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van:

  • een robuust watersysteem, de waterkwaliteit en ruimte voor water;
  • rust en de natuurkwaliteit;
  • een open en afwisselend dynamisch landschap van geulen of meanders, open vlaktes, lange zichtlijnen en beslotenheid van struikgewas en hagen;
  • grazige vegetaties zoals stroomdalgraslanden, glanshaverhooilanden en bloemrijke weidevogelgraslanden.
26.3 Beoordelingsregels

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsvergunning uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, zoals aangegeven in artikel 26.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag:

  • a. geen afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel of de ontwikkeling van de waarden zoals benoemd in artikel 26.2;
  • b. de waarden zoals benoemd in artikel 26.2 alleen in beperkte mate wordt aangetast, er in redelijkheid geen alternatieven voor de ingreep zijn en per saldo sprake is van een versterking van deze waarden, of
  • c. uitvoeren noodzakelijk is uit een oogpunt van zwaarwegende maatschappelijke belangen, er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten van de ontwikkelingen zo beperkt mogelijk worden gehouden en de overblijvende negatieve effecten in voldoende mate worden gecompenseerd, en
  • d. het oppervlak, zoals benoemd in artikel 26.1 onder 3, 4 en 5, niet meer dan 100 m² betreft.
26.4 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van uiterwaarden voorschriften worden verbonden.

26.5 Gebodsbepaling
  • a. Ten behoeve van het behouden van ecologische waarden in de uiterwaarden geldt ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - thema omgevingskwaliteit - afscheiding’ een gebodsbepaling op het binnen 2 jaar na gereedkomen van de dijkverstrerking zoals beschreven in projectbesluit 'IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst' in uitvoering brengen en instandhouden van een afscheiding zoals beschreven in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende in Bijlage 7 Afscheiding uiterwaarden.
  • b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a, door een gelijkwaardige maatregel te treffen. Met de gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat worden bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.
26.6 Maatwerkvoorschriften
  • a. Een maatwerkvoorschrift kan door het college van burgemeester en wethouders worden gesteld over artikel 26.
  • b. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 26.
  • c. Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van uiterwaarden.

Artikel 27 Landschap - bescherming bos

27.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema landschap - bescherming landschapswaarden bos' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, uitsluitend voor zover het betreft:
  • 1. het aanplanten of kappen van bossen en houtopstanden;
  • 2. het aanleggen van verharde en halfverharde wegen en paden;
  • 3. het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen dan genoemd onder 2 met een oppervlakte van meer dan 50 m²;
  • 4. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • 5. het graven, vergraven of dempen, verdiepen of verbreden van watergangen, vijvers en poelen,

en voor zover het geen normaal onderhoud betreft.

27.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op behoud, herstel en ontwikkeling van het bestaande bosgebied.

27.3 Beoordelingsregels

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsvergunning uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, zoals aangegeven in artikel 27.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend, indien:

  • a. naar het oordeel van het bevoegd gezag geen afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel of de ontwikkeling van het bestaande bosgebied,
  • b. de waarde van een bestaand bosgebied alleen in beperkte mate wordt aangetast, er in redelijkheid geen alternatieven voor de ingreep zijn en per saldo sprake is van een versterking van de waarden van het bosgebied of vergroting van het oppervlakte daarvan, of
  • c. uitvoeren noodzakelijk is uit een oogpunt van zwaarwegende maatschappelijke belangen, er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten van de ontwikkelingen zo beperkt mogelijk worden gehouden en de overblijvende negatieve effecten in voldoende mate worden gecompenseerd.
27.4 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het behoud, herstel en ontwikkeling van het bosgebied voorschriften worden verbonden.

27.5 Maatwerkvoorschriften
  • a. Een maatwerkvoorschrift kan door het college van burgemeester en wethouders worden gesteld over artikel 27.
  • b. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 27.
  • c. Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op het belang van van het behoud, herstel en ontwikkeling van het bosgebied.

Artikel 28 Erfgoed - Waarden cultuurhistorie 2

28.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema erfgoed - waarden cultuurhistorie 2' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, uitsluitend voor zover het betreft het aanbrengen van veranderingen in de bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing welke zichtbaar is vanaf het openbaar toegankelijk gebied en aan de bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in het openbaar toegankelijk gebied, en
  • b. een omgevingsplanactiviteit slopen bouwwerken, met uitzondering van het geheel of gedeeltelijk slopen:
  • 1. van delen die geen waarde hebben vanuit cultuurhistorisch oogpunt, en/of
  • 2. die het normale onderhoud en beheer betreffen.
28.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het behoud en herstel van cultureel erfgoed.

28.3 Beoordelingsregels
  • a. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of slopen, zoals aangegeven in artikel 28.1 onder sub a en sub b, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag:
  • 1. in voldoende mate rekening wordt gehouden met het behoud of herstel van de cultuurhistorische waarden, zoals verbeeld en beschreven in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 8 Cultuurhistorische waarden, en
  • 2. in voldoende mate rekening gehouden wordt met het behoud en/of herstel van cultuurhistorische waarden, waarbij de volgende aspecten worden betrokken:
  • stedenbouwkundige en landschappelijke structuren;
  • hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen;
  • eenheid in verschijningsvorm;
  • bebouwingstypologie;
  • massa en vorm;
  • dakvorm en –richting en –helling;
  • gevelkarakteristiek;
  • rooilijnen;
  • historische materialisering en detaillering.
  • b. In afwijking van het bepaalde onder sub a, wordt een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit slopen bouwwerken, verleend, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de materiële cultuurhistorische waarden ter plaatse vanwege een calamiteit (grotendeels) verloren zijn gegaan.
28.4 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het behoud van cultureel erfgoed voorschriften worden verbonden.

Artikel 29 Erfgoed - gebieden met archeologische (verwachtings)waarde

29.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema erfgoed - gebieden met archeologische (verwachtings)waarde' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken,
  • b. een omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden,

voor zover, door die activiteit(en), de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m² zal kunnen worden verstoord.

29.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten.

29.3 Beoordelingsregels
  • a. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en/of een omgevingsvergunning uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, zoals aangegeven in artikel 29.1 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend, indien de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld.
29.4 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 28.1 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;
  • b. het verstrekken van een rapport, als bedoeld onder sub a, is niet vereist indien dat, in het belang van de archeologische monumentenzorg, niet noodzakelijk wordt geacht door het bevoegd gezag.
29.5 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:

  • a. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. De verplichting tot het doen van opgravingen;
  • c. De verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Artikel 30 Mobiliteit - Parkeren

30.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - regels over parkeren' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken;
  • b. een omgevingsplanactiviteit afwijken gebruiksactiviteit.
30.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van parkeerhinder.

30.3 Beoordelingsregels

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en/of een omgevingsvergunning activiteit afwijken gebruik, zoals aangegeven in artikel 30.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend onder de voorwaarde dat:

  • a. is verzekerd, dat op eigen terrein, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Daarbij moet worden voldaan worden aan de parkeeropgave, zoals neergelegd in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 9 Parkeerregeling
  • b. de onder sub a bedoelde plaatsen voor het parkeren van motorvoertuigen afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare motorvoertuigen, zoals neergelegd in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 9 Parkeerregeling.
30.4 Specifieke beoordelingsregels parkeren

In afwijking van de beoordelingsregels, zoals aangegeven in artikel 30.3 sub a, kan een omgevingsvergunning toch worden verleend:

  • a. voor zover op andere wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien;
  • b. voor zover door een maatregel geen of minder dan de nodige parkeergelegenheid noodzakelijk is;
  • c. voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Bij de toepassing van deze afwijking wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 9 Parkeerregeling.

30.5 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 30.1,worden, aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in afdeling 22.2 artikel 22.35, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een beschrijving van de beoogde parkeeroplossing als de aanvraag niet voorziet in parkeren op eigen terrein.
30.6 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van parkeerhinder voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen, waarmee aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 30.3 en 30.4 wordt voldaan, worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.

Artikel 31 Mobiliteit - Laden en lossen

31.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - regels over laden en lossen' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken;
  • b. een omgevingsplanactiviteit afwijken gebruiksactiviteit.
31.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van hinder ten gevolge van laden en lossen.

31.3 Beoordelingsregels

Indien de functie van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit en/of een omgevingsvergunning voor een activiteit afwijken gebruik, zoals aangegeven in artikel 31.1, zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen. Daarbij moet worden voldaan worden aan het bepaalde in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende.

31.4 Specifieke beoordelingsregels laden en lossen

In afwijking van de beoordelingsregels, zoals aangegeven in artikel 31.3, kan een omgevingsvergunning toch worden verleend;

  • a. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien;
  • b. voor zover door een maatregel geen of minder dan de nodige laad- of losruimte noodzakelijk is;
  • c. voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Bij de toepassing van deze afwijking wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 9 Parkeerregeling.

31.5 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van hinder ten gevolge van laden en lossen voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen, waarmee aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 31.3 en 31.4, wordt voldaan, worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.

Artikel 32 Mobiliteit - Verkeersveiligheid

32.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - verkeersveiligheid' gelden de regels uit dit artikel bij de gebruiksactiviteit eengezinshuizen, als bedoeld onder artikel 18.1 sub a, en de gebruiksactiviteit meergezinshuizen, als bedoeld onder artikel 19.1 sub a.

32.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de verkeersveiligheid.

32.3 Gebodsbepaling
  • a. Ten behoeve van de verkeersveiligheid geldt ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - thema mobiliteit - verkeersveiligheid’ een gebodsbepaling op het binnen 2 jaar na gereedkomen van de laatste woningen in uitvoering brengen en instandhouden van de herinrichting van de aansluiting IJsselcentraleweg-Commissarislaan zoals is opgenomen in de van dit hoofdstuk 22i deel uitmakende Bijlage 10 Herinrichting kruising.
  • b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a, door een gelijkwaardige maatregel te treffen. Met de gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat worden bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.
32.4 Maatwerkvoorschriften
  • a. Een maatwerkvoorschrift kan door het college van burgemeester en wethouders worden gesteld over artikel 32.
  • b. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 32.
  • c. Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op het beschermen van de verkeersveiligheid

Artikel 33 Milieu - Bodemkwaliteit

33.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - bodemkwaliteit' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. Een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, uitsluitend voor zover het betreft de nieuwbouw van eengezinshuizen, als bedoeld onder artikel 18.1 sub a, en meergezinshuizen, als bedoeld onder artikel 19.1;
  • b. Een omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, voor zover het gaat om uitsluitend de eerste uitvoering van:
  • 1. het aanplanten of verwijderen van bossen en houtopstanden;
  • 2. het aanleggen van verharde en halfverharde wegen en paden;
  • 3. het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen dan genoemd onder 1;
  • 4. het ontgronden, afgraven, ophogen, egaliseren of diepploegen van gronden;
  • 5. het graven, vergraven of dempen, verdiepen of verbreden van watergangen, vijvers en poelen;
  • 6. het aanleggen van ondergrondse of transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • 7. het aanbrengen dan wel wijzigen van drainagesystemen;

ten behoeve van het woonrijp maken en voorzover het geen normaal onderhoud betreft.

33.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid van mens, dier en milieu en het tegengaan van bouwen en het uitvoeren van werken op verontreinigde grond.

33.3 Beoordelingsregels

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en/of het uitvoeren van werken, zoals aangegeven in artikel 33.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend onder de voorwaarde dat:

  • a. De bodemkwaliteit voldoet aan de in bijlage b van de Regeling bodemkwaliteit genoemde waarde bij kwaliteitsklasse 'wonen'.
  • b. Voor Lood geldt in aanpassing op bijlage b Regeling bodemkwaliteit voor wonen een maximale waarde van 90 mg/kg.
  • c. In toevoeging op bijlage b van de Regeling bodemkwaliteit gelden voor Pfas de waarden van het Handelingskader voor hergebruik van Pfashoudende grond en baggerspecie versie december 2023.
  • d. Indien de kwaliteit van de bodem niet voldoet aan de kwaliteitsklasse 'wonen': bij het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning maatregelen zijn beschreven die borgen dat risico’s voor de bodem worden wegnomen.
  • e. Indien sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde als bedoeld in bijlage b van de Regeling bodemkwaliteit: een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt uitgevoerd waarbij de bouwactiviteiten en/of het uitvoeren van werkzaamheden zoals aangegeven in artikel 33.1 alleen mogen aanvangen nadat het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan.
33.4 Bodemfunctieklassekaart
  • a. In afwijking van de geldende bodemfunctieklassekaart geldt voor het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - bodemkwaliteit' dat de bodemfunctieklasse wordt gewijzigd in de bodemfunctieklasse wonen, als bedoeld in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
  • b. Het bepaalde in artikel 33.4 geldt totdat de bodemfunctieklassekaart voor deze locatie is geactualiseerd.
33.5 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of uitvoeren van werkzaamheden zoals aangegeven in artikel 33.1, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. Een vooronderzoek/verkennend bodemonderzoek of verkennend bodemonderzoek asbest/nader bodemonderzoek/nader bodemonderzoek asbest, conform paragraaf 5.2.2 Besluit activiteiten leefomgeving;
  • b. Als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen;
  • c. De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.
33.6 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het waarborgen van de gezondheid van mens, dier en milieu en het tegengaan van bouwen en het uitvoeren van werken op verontreinigde grond voorschriften worden verbonden.

33.7 Gebodsbepaling

Uiterlijk 6 maanden na inwerkingtreding van dit TAM omgevingsplan wordt door initiatiefnemer aan het bevoegd gezag een verkennend bodemonderzoek overgelegd als bedoeld in artikel 5.7b en 5.7c Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 34 Milieu - Omgevingsveiligheid

34.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - omgevingsveiligheid - vluchtroutes' gelden de regels uit dit artikel bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken.

34.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het milieu en in het bijzonder op het waarborgen van de omgevingsveiligheid.

34.3 Beoordelingsregels
  • a. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit, zoals aangegeven in artikel 33.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend onder de voorwaarde dat de bouwactiviteit voorziet in vluchtmogelijkheden van de spoorweg Zwolle - Deventer af gericht;
  • b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a door een gelijkwaardige maatregel te treffen. Met de gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat worden bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.
34.4 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het waarborgen van de omgevingsveiligheid voorschriften worden verbonden.

Artikel 35 Milieu - geluid door activiteiten

35.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - geluid bij activiteiten' gelden de regels uit dit artikel bij een gebruiksactiviteit, anders dan het wonen, die geluid veroorzaakt op een geluidgevoelig gebouw.

35.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het milieu en in het bijzonder op het voorkomen of beperken van geluidhinder.

35.3 Gebruiksactiviteiten - specifieke functieregels

Op de gebruiksactiviteiten, anders dan het wonen, binnen de aanduiding 'overige zone - thema milieu - geluid bij activiteiten' die geluid veroorzaken op een geluidgevoelig gebouw is het bepaalde in paragraaf 22.3.4 onverkort van toepassing, met dien verstande dat de volgende specifieke functieregels gelden:

  • a. voor de gebruiksactiviteit terras zoals bedoeld in artikel 6.1 sub k geldt dat:
  • een gebruik als zodanig uitsluitend is toegestaan tussen 08.00 en 23.00 uur, en
  • geen muziek op het terras is toegestaan.
35.4 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder voorschriften worden verbonden.

35.5 Meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid zijn de in de Omgevingsregeling gestelde regels van toepassing.

Artikel 36 Milieu - geluid door activiteiten - nutsvoorziening

36.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - geluid door activiteiten - nutsvoorziening' geldend de regels uit dit artikel bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken. 

36.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het milieu en in het bijzonder op het voorkomen of beperken van geluidhinder.

36.3 Beoordelingsregels

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit, zoals aangegeven in artikel 36.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend onder de voorwaarde dat:

  • a. iedere woning tenminste beschikt over één geluidluw geveldeel; en
  • b. de geluidbelasting op een geluidluw geveldeel ter plaatse van te openen geveldelen niet hoger is dan de (standaard)waarden als bedoeld in artikel 22.63 en tabel 22.3.1 van het omgevingsplan gemeente Zwolle.
36.4 Overschrijding van de (standaard)waarde

Wanneer het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw, binnen het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - geluid door activiteiten - nutsvoorziening', hoger is dan de in artikel 36.3 sub b bedoelde (standaard)waarde, kan het geluid aanvaardbaar zijn als:

  • a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de (standaard)waarde te voldoen;
  • b. de overschrijding van de (standaard)waarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en
  • c. het geluid op het geluidgevoelige gebouw maximaal 45 dB bedraagt in de nachtperiode.
36.5 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 36.1, worden, aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in afdeling 22.2, artikel 22.35, gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 36.3 dan wel, voor zover van toepassing, aan artikel 36.4.

36.6 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder voorschriften worden verbonden. De voorschriften kunnen zich in ieder geval ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen als bedoeld in artikel 36.3 dan wel, voor zover van toepassing, aan artikel 36.4 worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.

36.7 Meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid zijn de in de Omgevingsregeling gestelde regels van toepassing.

36.8 Maatwerkvoorschriften

Op het bepalen van het geluid zijn de in de Omgevingsregeling gestelde regels van toepassing.

  • a. Een maatwerkvoorschrift kan door het college van burgemeester en wethouders worden gesteld over artikel 36.
  • b. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 36.
  • c. Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder.

Hoofdstuk 6 Overgangsrecht

Artikel 37 Overgangsrecht bouwen, werken en slopen

  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van artikel 37.1, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%.
  • 3. Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, of uitgevoerd kunnen worden krachtens een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden, zijn toegestaan.
  • 4. Het geheel of gedeeltelijk slopen van bouwwerken, welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, of uitgevoerd kunnen worden krachtens een omgevingsvergunning voor het slopen van bouwwerken, zijn toegestaan.
  • 5. Artikel 37.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en/of in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
  • 6. Artikel 37.3 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, die uitgevoerd worden op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar uitgevoerd worden zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
  • 7. Artikel 37.4 is niet van toepassing op geheel of gedeeltelijk slopen van bouwwerkenwerken, die uitgevoerd worden op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar uitgevoerd worden zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

Artikel 38 Overgangsrecht gebruik

  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 38.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld artikel 38.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Artikel 38.1 is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met dit omgevingsplan voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.