direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Wonen Ommen, herziening Kievitstraat 1 Ommen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Enexis Netbeheer BV (hierna: Enexis) heeft het voornemen om het 110/10 kV-hoogspanningsschakelstation1 in Ommen, aan de rand van de woonwijk Dante, fysiek uit te breiden. Het transformatorstation is in beheer bij Enexis (middenspanningsgedeelte: 10 kV). Op het terrein zijn ook hoogspanningsleidingen van TenneT aanwezig. Uitbreiding van het transformatorstation Ommen - Dante is noodzakelijk om de huidige en toekomstige energievoorziening te kunnen garanderen en het toenemend aantal duurzame energieprojecten in de provincie Overijssel nu en in de toekomst aan te kunnen sluiten op het regionaal/landelijk energienet.

Concreet wil Enexis de bestaande transformatoren vervangen door krachtigere transformatoren en aanvullend twee modulaire gebouwen bouwen met daarin een middenspanningsinstallatie.

Het perceel, in eigendom van Enexis, heeft meerdere bestemmingen. Het grootste gedeelte is bestemd voor het hoogspanningsschakelstation, dat Enexis ter plaatse al jaren bedrijft. Het noordoostelijk deel van de gronden in eigendom van Enexis zijn bestemd voor ‘Groen’ en is tot op heden nog niet ingezet voor de bedrijfsactiviteiten van Enexis. De oude en nieuwe transformatoren vallen binnen de grenzen van de bestaande bedrijfsbestemming. De nieuw te plaatsen modulaire gebouwen komen op de gronden van Enexis die (nu nog) voor groen zijn bestemd. De geldende bestemming laat de plaatsing van de twee modulaire gebouwen niet toe waardoor een herziening van het geldende bestemmingsplan of een afwijking van het geldende bestemmingsplan voor de bouw noodzakelijk is. Daarnaast kent de huidige bestemming van het hoogspanningsschakelstation een bouwhoogte van maximaal 5 meter voor bouwwerken geen gebouwen zijnde, deze hoogte is onvoldoende voor de reeds aanwezige bouwwerken zoals de transformatoren maar ook het schakelveld en bijbehorende bouwwerken. Het is derhalve wenselijk en noodzakelijk het bestemmingsplan voor het gehele terrein van Enexis te herzien voor zo ver in gebruik of te gebruiken voor het hoogspanningsschakelstation, zodat naast de beoogde uitbreiding ook de huidige situatie in het bestemmingsplan past.

Dit bestemmingsplan zorgt dat de huidige situatie past in het geldende bestemmingsplan en maakt de benodigde uitbreiding van het hoogspanningsschakelstation Ommen-Dante juridisch-planologisch mogelijk.

1.2 Ligging plangebied

Het hoogspanningsschakelstation ligt aan de noordwestzijde van de kern Ommen, ten westen van de woonwijk Dante. Het transformatorstation ligt ten westen van de Kievitstraat en ten zuidoosten van het Broekdijkje, te Ommen. De huidige situatie is in Figuur 1.1 weergegeven.

Figuur 1.1 Ligging plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0001.png"

1.3 Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan “Wonen Ommen” (vastgesteld op 27 juni 2013).

Op het perceel in gebruik voor het hoogspanningsschakelstation geldt momenteel een enkelbestemming ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘hoogspanningsschakelstation’. Verder zijn er op het perceel delen waar één of meerdere van de volgende dubbelbestemmingen op rust(en):

  • een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’ (functieaanduiding ‘archeologische verwachting 1’) ter bescherming van aanwezige archeologische waarden;
  • een dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ ter bescherming van de waterkerende functie van de nabij het plangebied aanwezige waterkering;
  • een dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ ter bescherming van de aanwezige bovengrondse hoogspanningsverbinding;
  • een dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ ter bescherming van de aanwezige ondergrondse hoogspanningskabel.

Op het stuk perceel aan de noordzijde, waar de twee modulaire gebouwen geplaatst worden, geldt nu een enkelbestemming ‘Groen’ en een dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’.

Enkelbestemming ‘Bedrijf’ (met functieaanduiding ‘hoogspanningschakelstation’)

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0002.png"

Binnen deze bestemming met functieaanduiding ‘hoogspanning-schakelstation’, mogen bedrijven inclusief bijbehorende bouwwerken, (parkeer)voorzieningen en (on)bebouwde gronden gerealiseerd worden. Verder geldt dat:

  • a. (…)
  • b. de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan 115% van de goot- en bouwhoogte van het bestaande hoofdgebouw op het bouwperceel;
  • c. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens dient minimaal 3 m te bedragen, dan wel tenminste de afstand van het bestaande gebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens indien deze minder bedraagt;
  • d. het bebouwingspercentage bedraagt niet meer dan 70% van het bouwperceel, dan wel ten hoogste het bestaande percentage indien dat meer bedraagt;
  • e. (…)
  • f. (…)
  • g. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde:
    • 1. (…)
    • 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt niet meer dan 5 m.
    • 3. (…)

Voor het bouwen van gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf gelden de volgende regels:

  • de inhoud bedraagt per gebouw niet meer dan 30 m3;
  • de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m.

Voor zowel de bestaande als nieuwe transformatoren geldt dat zij een hoogte hebben groter dan 5 meter. Daarnaast zijn ook andere aanwezige bouwwerken geen gebouwen zijnde al hoger dan de volgens het bestemmingsplan toegestane hoogte van 5 meter. Deze bouwwerken zijn van oudere datum dan het geldende bestemmingsplan. De bestaande bouwwerken zijn bij de integrale herziening van het bestemmingsplan “Wonen Ommen” onjuist meegenomen, dit dient aldus hersteld te worden vanwege de stabiele bedrijfsvoering voor Enexis.

Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’ (functieaanduiding ‘archeologische verwachting 1’)

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0003.png"

Gronden met deze dubbelbestemming zijn naast de geldende enkelbestemming mede bestemd voor behoud, bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarde, waarbij geldt dat:

  • a. Gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen zijn op deze gronden slechts toelaatbaar, indien daarvoor omgevingsvergunning door burgemeester en wethouders is verleend. Omgevingsvergunning wordt verleend, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
  • b. Omgevingsvergunning als bedoeld onder a. is niet vereist, indien:
    • 1. op basis van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden meer aanwezig zijn;
    • 2. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut;
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologische verwachting 1':
      • er geen grondwerk wordt verricht dieper dan 50 cm onder maaiveld en er geen hei- en schroefwerkzaamheden zullen worden verricht; en
      • het te bouwen oppervlak een omvang heeft die kleiner is dan 2.500 m2.
    • 4. (...)

Voor het uitvoeren van werken, zoals aanleggen van kabels, is binnen de dubbelbestemming (mogelijk) een aanlegvergunning nodig wanneer deze werken dieper zijn dan 50 cm.

Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0004.png"

Deze dubbelbestemming heeft op de gehele westzijde van het plangebied betrekking en dient ter bescherming van de aanwezige waterkering. De bouwregels binnen deze bestemming sluiten in beginsel uit dat er gebouwen gebouwd mogen worden tenzij de beheerder van de waterkering (waterschap) hier mee instemt.

Dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0005.png"

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, het beheer en instandhouding van bovengrondse hoogspanningsverbindingen met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0006.png"

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor de bescherming van ondergrondse hoogspanningsverbindingen.

Enkelbestemming ‘Groen’

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0007.png"

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: groenvoorzieningen; tevens voor geluidwerende voorzieningen in de vorm van een wal; water en waterretentievoorzieningen; speelvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; fiets- en voetpaden; uitritten; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende bouwwerken, (parkeer)voorzieningen en (on)bebouwde gronden.

Voor het bouwen van gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:

  • de inhoud bedraagt per gebouw niet meer dan 30 m3;
  • de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m.

Het plaatsen van de twee modulaire gebouwen valt onder het plaatsen/bouwen van een gebouw. De geldende bestemming laat dit niet toe.

Algemene wijzigingsregels

Verder gelden er nog de algemene wijzigingsregels (artikel 30): “Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor de bouw van een transformatorstation, gasdrukmeet- en regelstation, rioolgemaal en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerk van openbaar nut tot een maximum inhoud van 400 m3 en een maximum bouwhoogte van 4 m, mits deze wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.” Deze regels voldoen niet om de gewenste uitbreiding te realiseren.

Conclusie

De planregels in het geldende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied voldoen niet voor het bestaande hoogspanningsschakelstation. Ook de uitbreiding van het station past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er is daarom voor gekozen om één integraal en actueel bestemmingsplan op te stellen voor zowel het bestaande terrein van het hoogspanningsschakelstation als het terrein ter plaatse van de benodigde uitbreiding.

1.4 Procedurele context

Planvorm herzien bestemmingsplan

Omdat het planvoornemen niet past in het geldende bestemmingsplan is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De planregels in het geldende bestemmingsplan voldoen niet aan de bestaande situatie van het hoogspanningsschakelstation. Ook de uitbreiding van het station past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er is daarom voor gekozen om één integraal en actueel bestemmingsplan op te stellen voor zowel het bestaande terrein van het hoogspanningsschakelstation als het terrein ter plaatse van de benodigde uitbreiding.

Relatie met milieueffectrapportage

Het Besluit m.e.r. regelt wanneer een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is opgenomen welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn (onderdeel C) en welke activiteiten m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (onderdeel D).

De door Enexis voorgestelde wijzigingen hebben geen betrekking op de in het gebied gelegen hoogspanningsleidingen waardoor onder onderdeel C/D 24.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een ondergrondse / bovengrondse hoogspanningsleiding’ niet van toepassing is. Bovendien wordt de in onderdeel D gestelde ondergrens van 150 kilovolt niet gehaald, waardoor de (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht vervalt. Ook onderdeel D11.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (…)’ is niet van toepassing omdat het voorgenomen project van zeer kleine omvang is.

Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen niet is opgenomen als activiteit in de onderdelen C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Er hoeft daarom geen MER of (vorm-vrije) m.e.r.-aanmeldnotitie te worden opgesteld.

Bevoegd gezag

Primair is de gemeenteraad bevoegd gezag voor het vaststellen van een bestemmingsplan. Het plangebied van dit project ligt in de gemeente Ommen. Deze gemeenteraad van Ommen is zodoende bevoegd gezag voor dit project.

Crisis- en herstelwet

Hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet (Chw) gaat het over het stroomlijnen en versnellen van procedures voor besluiten van ruimtelijke en infrastructurele projecten, zoals omgevingsvergunningen op basis van de Wabo. Het stroomlijnen van procedures houdt onder meer in dat er beroep in één instantie plaats vindt maar ook een versnelde afhandeling door de Raad van State en het vereiste om direct inhoudelijke beroepsgronden in te dienen.

Op basis van artikel 1.1. lid 1 Chw geldt de stroomlijning van procedures voor besluiten ter verwezenlijking van drie type projecten:

  • projecten die vallen onder de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd in Bijlage I;
  • projecten van Bijlage II;
  • projecten op basis van de bijzondere voorzieningen uit Hoofdstuk 2 Chw, te weten ontwikkelingsgebieden (afdeling 1, hoofdstuk 2 Chw) en "Lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis" (afdeling 7, hoofdstuk 2 Chw) (zie Bijzondere voorzieningen).

De uitbreiding van het hoogspanningsschakelstation Ommen-Dante door Enexis valt onder projecten, zoals bedoeld in Bijlage I van de Chw, onder 1.6: 'ontwikkeling en verwezenlijking van overige ruimtelijke en infrastructurele projecten ten behoeve van het transport of het leveren van duurzame energie' waardoor hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing is. Omdat er tijdsdruk zit achter de uitbreiding van het transformatorstation in verband met de energietransitie en de noodzaak duurzame energieprojecten aan te kunnen sluiten op het openbaar net, is het zeer wenselijk de procedure te stroomlijnen met gebruikmaking van de Chw.

Inwerkingtreding Omgevingswet per 1 januari 2024

Per 1 januari is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat dit bestemmingsplan voor 1 januari 2024 in ontwerp ter inzage is gelegd is overgangsrecht van toepassing en wordt het bestemmingsplan afgehandeld onder oud recht. Wanneer het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden maakt het plan van rechtswege automatisch onderdeel uit van het tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan.

1.5 Leeswijzer

In het hierop volgende hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het onderliggende beleidskader, zowel nationaal als ook provinciaal en gemeentelijk. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de huidige situatie van het plangebied toegelicht. In hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van het plan. Hoofdstuk 5 gaat nader in op de relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op het juridische plangedeelte. Hoofdstuk 7 sluit vervolgens af met de uitwerking van de uitvoerbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 2 Beleidskaders

Dit hoofdstuk beschrijft het beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente ten aanzien van ruimtelijke ordening in het kader van duurzame energie en (de hiervoor benodigde) nutsvoorzieningen. Er wordt nader ingegaan op het nut van en noodzaak tot de bouw en uitbreiding van nutsvoorzieningen, waarbij de doelstellingen van het Rijk, de provincie en gemeente voor duurzame energie en de distributie van deze duurzaam opgewekte energie worden toegelicht. Immers, het plaatsen van de extra nutsvoorzieningen en het herzien van het bestemmingsplan zijn te linken aan de grotere vraag naar netcapaciteit door onder andere groeiende elektrificatie en toelevering van duurzame energie.

2.1 Rijksbeleid

Om de doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs (2015) te halen, heeft Nederland een nationaal Klimaatakkoord opgesteld. In het Klimaatakkoord maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Op 28 juni 2019 is het definitieve Klimaatakkoord door het Kabinet gepresenteerd aan de Tweede Kamer.

Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken.

Aan de sectortafel 'elektriciteit' is besloten dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten.

Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. De transitie naar een duurzaam elektriciteitssysteem stelt het bestaande elektriciteitssysteem en alle betrokken spelers voor nieuwe uitdagingen. In essentie gaat het om drie elementen:

  • De productie van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit kent als gevolg van weersafhankelijke bronnen een grotendeels een gevarieerd patroon. De grotere weersafhankelijkheid van het aanbod leidt ertoe er een grotere behoefte komt aan korte en lange termijn flexibiliteit.
  • De energietransitie zal de vraag naar elektriciteit doen toenemen. Elektrificatie is voor de industrie, gebouwde omgeving en mobiliteit een route voor verduurzaming.\Hernieuwbaar opgewekte elektriciteit zal geleverd en onttrokken moeten kunnen worden aan / op het net. Dat stelt netbeheerders voor de uitdaging om tegen zo laag mogelijke kosten nieuwe bronnen en additionele elektrificatie te faciliteren door o.a. toereikende netcapaciteiten te bieden. Het stelt overheden voor de taak om dit ruimtelijk goed in te passen. Infrastructuren voor het transporteren, converteren en opslaan van elektriciteit, aardgas, biogas, waterstof, CO2 en warmte zullen ook op elkaar afgestemd moeten worden.

De energie infrastructuur (elektriciteit, (groen)gas en andere energiedragers) zal verder ontwikkeld moeten worden zodat tijdig voldoende capaciteit beschikbaar is.

Nationale Omgevingsvisie

Op nationaal niveau is nieuw omgevingsbeleid geformuleerd in de vorm van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI is een structuurvisie onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel met het NOVI, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.

Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland op basis van de nieuwe Omgevingswet die er aan komt. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken.

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn 'nationale belangen'. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De Nationale omgevingsvisie (NOVI) richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

De NOVI benoemt ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie als prioriteit en formuleert daarbij onder andere de beleidskeuze: “We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte”. De transitie naar hernieuwbare energie vraagt meer ruimte voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.

2.2 Provinciaal beleid Overijssel

Omgevingsvisie Overijssel

In de provincie Overijssel geldt de Omgevingsvisie Overijssel 2017 ‘Beken kleur’ (vastgesteld 12 april 2017) en verschillende actualisaties.2 Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal:

  • 1. Of – generieke beleidskeuzes;
  • 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven;
  • 3. Hoe – gebiedskenmerken.

Of – generieke beleidskeuzes

Ten eerste wordt de vraag gesteld of er een maatschappelijke opgave is en of een initiatief aansluit bij de ‘generieke beleidskeuzes’ van de provincie is. De generieke beleidskeuzes worden onder andere vastgelegd in Rijks- en provinciaal beleid. In de omgevingsvisie van Overijssel zijn de volgende thematische provinciale beleidskeuzes vastgelegd: integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

In het licht van toekomstbestendigheid moeten initiatieven bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van zowel de huidige generatie alsook die van toekomstige generaties. Voor dit project is dit direct het geval aangezien een uitbreiding van het transformatorvermogen noodzakelijk is om de energievoorziening zowel nu als in de toekomst in stand te kunnen houden: de energievoorziening moet toekomstbestendig blijven.

Met betrekking tot zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is vastgelegd dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen altijd eerst gezocht moet worden naar een geschikte of geschikt te maken locatie binnen bestaand gebied, voordat een claim gelegd mag worden op de Groene Omgeving. In dit project wordt hier concreet invulling aangegeven doordat Enexis het transformatorvermogen opschaalt binnen de huidige, eigen perceelgrenzen.

Waar - ontwikkelingsperspectieven

Het initiatief is gericht op de Stedelijke Omgeving. Overijssel zet in op het verbinden van stedelijke netwerken, het behouden van de kwaliteit van de woonomgeving en (…) op opwekking van hernieuwbare energie. De provincie spreekt in haar Omgevingsvisie de volgende ambitie uit ten aanzien van het onderwerp energie: “Een betrouwbare, duurzame en betaalbare energievoorziening met beperking van uitstoot van broeikasgassen.” De provincie Overijssel wil een wezenlijke bijdrage leveren aan de energietransitie. Dit doet de provincie onder andere door ondernemers, bewoners en organisaties uit te nodigen én te stimuleren om te investeren in het efficiënter gebruik van energie (of, met andere woorden: in energiebesparing), opwekking van hernieuwbare energie en het aanpassen van de energie-infrastructuur. In dit project wordt door het opschalen van transformatorvermogen de energie infrastructuur direct verbeterd waardoor de kwaliteit van de woonomgeving verbetert en bovendien ruimte wordt geboden voor aansluiting van nieuwe duurzame energie opweklocaties.

Hoe – gebiedskenmerken

Het doel is om een initiatief zo goed als mogelijk te integreren in het landschap. Overijssel onderscheidt vier lagen aan landschappen. Het project richt zich op de stedelijke laag. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. Initiatieven dragen bij aan een aantrekkelijke van mix woon-, werk en recreatiemilieus. In de nabije omgeving van het plangebied vindt bedrijvigheid plaats, ligt er infrastructuur en is er ruimte voor recreatie. De uitbreiding van het transformatorstation voegt bebouwing toe aan de omgeving en zorgt voor versterking van het infrastructuurnetwerk. De balans tussen bebouwing en recreatie blijft echter gewaarborgd omdat het recreatieve gebruik van het aangrenzende gebied niet wordt weggenomen.

Voor de overige lagen geldt dat de voorgenomen ontwikkeling geen ruimte geeft aan de invulling van de specifieke laag maar tegelijkertijd ook geen afbreuk doet aan dat gebiedskenmerk. Dit komt door de ligging van het plangebied in bestaand stedelijk gebied en het feit dat het een uitbreiding van een bestaande activiteit is.

Conclusie

De provincie Overijssel wil een wezenlijke bijdrage leveren aan de energietransitie, mede door het aanpassen van energie-infrastructuur. Er is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik: de uitbreiding vindt plaats in bestaand stedelijk gebied en binnen de grenzen van het bestaande perceel van het transformatorstation. Het plan past binnen de provinciale beleidskaders en gebiedskenmerken.

2.3 Gemeente Ommen

Doelstellingen verduurzaming en energietransitie

Ommen is al jaren aan de slag met het verduurzamen van de gemeente. In 2050 is gemeente Ommen energieneutraal. Dat betekent dat binnen de gemeente grenzen van Ommen evenveel duurzame energie wordt opgewekt dan er wordt verbruikt. Een belangrijke pijler in deze ambitie is om 36% fossiele energie te besparen. Samen werken inwoners, verenigingen van plaatselijke belangen, lokale energie coöperaties,

ondernemers en gemeente aan deze ambitie. Stakeholders als bijvoorbeeld woningbouwcorporatie, waterschap en netbeheerder werken hand in hand met de gemeente. Voor de jaren 2022 tot en met 2030 heeft de gemeente drie opgaven geformuleerd:

  • 1. Energietransitie. Minder energie gebruiken en meer energie duurzaam opwekken
  • 2. Klimaatadaptatie. Inspelen op de gevolgen van klimaatverandering
  • 3. Circulair. Hergebruik grondstoffen in een afvalloze samenleving.

Als onderdeel van de opgave omtrent energietransitie, wil Ommen evenveel duurzame energie in de gemeente Ommen opwekken als dat er wordt verbruikt. Zo moet er in 2030 72 GWh aan energie uit zon worden opgewekt en 34 GWh aan wind.

De voorgestelde investering van Enexis op hoogspanningsstation Ommen-Dante is cruciaal. Zonder de opgeschaalde transformatoren (en modulaire gebouwen met middenspanningsinstallatie) is het onmogelijk om de lokaal opgewekte, groene energie te transformeren en aan het openbare net te leveren. Na de investering is er de komende decennia voldoende capaciteit beschikbaar om hier wel aan te kunnen voldoen.

Hoofdstuk 3 Huidige situatie

Het hoogspanningsschakelstation Ommen-Dante is gelegen in Ommen, ten westen van de Kievitstraat en ten zuidoosten van het Broekdijkje. Direct aan de westkant van het station loopt het Ommerkanaal (zie Figuur 3.1).

Bestaande terrein hoogspanningsschakelstation

Het bestaande hoogspanningsschakelstation Ommen-Dante bestaat uit drie transformatoren (waarvan één reserve transformator die fungeert als back-up) in transformatorcellen of scherfmuren, een schakelveld of -tuin, een middenspanningsruimte (zie Figuur 3.2) en verhardingen en omheining.

De drie aanwezige transformatoren zijn de transformatoren T112 van 20 MVA3, T113 van ook 20 MVA en T111 van 16,5 MVA. De transformatoren T111 en T113 zijn in bedrijf en T112 is de reservetransformator. Dat betekent dat de opgestelde capaciteit 56,5 MVA is en de capaciteit in bedrijf 36,5 MVA.4 Alle drie de transformatoren zijn geplaatst in een transformatorcel. Dit is een halfopen betonnen hok waarin een transformator kan worden opgesteld. De wanden, ook wel scherfmuren genoemd, hebben als doel om bij een onvoorziene gebeurtenis aan een transformator, de andere transformatoren en componenten te beschermen zodat de back-up voorziening niet wordt aangetast en het elektriciteitsnet instant gehouden kan worden. Daarnaast hebben de scherfmuren een geluidwerende functie.

De transformatoren zijn aangesloten op een middenspanningsinstallatie van 10 kV, deze is aanwezig in het gebouw direct ten noorden van de drie transformatoren.

Aan de zuidzijde van het plangebied zijn schakelvelden5 aanwezig. Dit deel van het perceel is van TenneT. Op dit terrein is de spanning 110 kV.

Figuur 3.1 Ligging hoogspanningsschakelstation Ommen-Dante en omliggende bebouwing

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0008.png"

Figuur 3.2 Indeling bestaande hoogspanningsschakelstation

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0009.png"

Woonwijk Dante

Het plangebied ligt aan de rand van de woonwijk Dante. Ten (noord)westen van het plangebied zijn weinig panden te vinden. Op een afstand van 120 meter ligt een woonboerderij (Broekdijkje 1). Voor de rest zijn de woningen aan de westzijde op 300 meter en meer van het plangebied gelegen. Aan de oostkant van het hoogspanningsschakelstation is wel bebouwing aanwezig. Direct aangrenzend liggen tientallen woningen die onderdeel zijn van de wijk Dante. De dichtstbijzijnde woning ligt op ongeveer 50 meter afstand van de drie transformatoren (gemeten vanaf binnenzijde scherfmuur tot aan gevel woning) en op 42 meter van de grens van het plangebied met bedrijfsbestemming (tot aan gevel woning).

Groen en water

Rondom het plangebied zijn meerdere groenstroken aanwezig. Langs de noordwestzijde loopt een groenstrook van ongeveer 15 meter breed over de hele lengte van het plangebied. Direct naast de groenstrook loopt het Ommerkanaal. Het Ommerkanaal heeft vooral een afwateringsfunctie.

Aan de zuidzijde van het plangebied ligt een parkachtig gebied van circa 150 meter breed en 250 meter lang met groen en water. Aan de oostzijde van het perceel ligt een smalle groenstrook langs de Kievitstraat met een rij bomen en een smalle sloot (in totaal circa 30 meter breed).

Figuur 3.3 Aanzicht zuidoost vanaf Kievitstraat (links) en noordzijde met rechts het Broekdijkje (rechts)

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0010.png"

Binnen de uitbreiding van het plangebied is momenteel een bosschage aanwezig met enkele tientallen bomen.

Figuur 3.4 Bovenaanzicht perceel groenbestemming (links) en aanzicht oostzijde (rechts)

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0011.png"

Infrastructuur

  • Wegen: Aan de noordwestzijde loopt langs het plangebied een onverharde weg (Broekdijkje). Aan de oostzijde loopt de woonstraat Kievitstraat. Op een afstand van circa 400 meter van de rand van het plangebied loopt aan de noordwestzijde de rijksweg N48.
  • Hoogspanningsleidingen: Vanuit het westen loopt een bovengrondse hoogspanningsverbinding die uitkomt in het plangebied. Vanuit het noorden loopt een ondergrondse hoogspanningsleiding naar het plangebied.
  • Buisleidingen. Er zijn geen buisleidingen binnen 500 meter rondom het plangebied aanwezig.
  • Water: Naast het perceel bevindt zich het Ommerkanaal. Het Ommerkanaal heeft een afwateringsfunctie en geen functie voor scheepvaart. Ten zuiden het perceel ligt een waterpartij dat onderdeel is van het groengebied (park).

Hoofdstuk 4 Beschrijving van het plan

Noodzaak uitbreiding

Enexis Netbeheer is als regionale netbeheerder wettelijk verplicht om a) ervoor te zorgen dat de middenspanningsinstallaties goed onderhouden en na afschrijving tijdig vervangen worden en b) binnen de gestelde termijnen nieuwe aansluitingen op het elektriciteitsnetwerk te realiseren. Op dit moment is zowel de huidige middenspanningsinstallatie op het transformatorstation in Ommen-Dante van einde levensduur alsook onvoldoende netcapaciteit beschikbaar om aan de groeiende vraag naar elektriciteitsaansluitingen te kunnen voldoen. Het is dan ook noodzakelijk dat Enexis Netbeheer het transformatorstation gaat uitbreiden met nieuwe middenspanningsinstallaties (10 kV), die ondergebracht zijn in twee modulaire gebouwen. Om de nieuwe installaties te kunnen voeden, worden drie verbeterde transformatoren geplaatst. Het initiatief is vanuit algemeen maatschappelijk belang noodzakelijk om stroomonderbrekingen met grote maatschappelijke schade als gevolg te voorkomen. Indien de uitbreiding van dit transformatorstation niet tijdig wordt gerealiseerd, komt de vitaal werkende elektriciteitsvoorziening in de omgeving en de daarmee samenhangende veiligheid mogelijk in het geding. Hiermee dient het project een ‘dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor milieu wezenlijk gunstige effecten’.

Figuur 4.1 Weergave huidige (links) en voorgestelde, nieuwe situatie (rechts)

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0012.png"

Figuur 4.2. Detail plattegrond van toekomstige (beoogde) indeling perceel, inclusief geplande route kabels

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0013.png"

Uitbreiding van het hoogspanningsschakelstation

De uitbreiding van het hoogspanningsschakelstation bestaat uit het bouwen van twee modulaire gebouwen op een uitbreiding van het bestaande terrein, daarvoor dient ook het bestaande hekwerk om het terrein gedeeltelijk verplaatst te worden. Daarnaast worden de drie bestaande transformatoren vervangen door nieuwe transformatoren met meer vermogen.

Modulaire gebouwen met middenspanningsinstallatie

Op de uitbreiding van het terrein worden twee modulaire gebouwen geplaatst van elk circa 25 x 7 x 5,4 meter (lengte x breedte x hoogte (boven maaiveld)), dus twee maal een oppervlakte van 182 m2. Totale oppervlakte beslaat hiermee 364 m2 en de inhoud 1.475 m3 (boven het maaiveld). De modulaire gebouwen zijn twee 10 kV middenspanningsinstallaties die worden geplaatst op de uitbreiding van het terrein. De modulaire gebouwen huisvesten een middenspanningsinstallatie waarop de middenspanningskabels worden aangesloten en doorverbonden naar de transformatoren. Zodoende is er voldoende capaciteit om de vervangende transformatoren aan te sluiten en zo het hoogspanningsnet van TenneT te verbinden met het middenspanningsnet van Enexis (zie Figuur 4.3 voor een voorbeeld).

De modulaire gebouwen zijn geen geluidsbronnen. De transformatoren zijn de voornaamste geluidbronnen binnen het hoogspanningsschakelstation. De uitbreiding van het plangebied bevindt zich dichterbij woningen. Om de geluidhinder op de omgeving niet te laten toenemen worden binnen de uitbreiding van het plangebied dan ook geen transformatoren toegestaan.

Figuur 4.3: Voorbeeld van een modulair gebouw

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0014.png"

Transformatoren

Enexis wil de bestaande transformatoren T111, T112 en T113 vervangen door drie nieuwe krachtigere transformatoren te plaatsen van elk 50 MVA per stuk. De nieuwe transformatoren zijn qua afmetingen ongeveer gelijk aan de bestaande transformatoren en worden op dezelfde locaties (op de bestaande fundering en binnen de huidige scherfmuren) terug geplaatst. Het huidige vermogen van het station betreft 56,5 MVA, waarvan 36,5 MVA beschikbaar (in bedrijf). Na uitbreiding is het opgestelde vermogen 150 MVA, waarvan ten allen tijde slechts 100 MVA in gebruik zal zijn (twee transformatoren in bedrijf, één reserve transformator).

De transformatoren zijn als gezegd de voornaamste geluidbronnen van het station. Vanwege de nabijheid van woningen en het zoveel mogelijk beperken van hinder op de omgeving mogen er geen transformatoren worden gerealiseerd in de uitbreiding van het terrein (i.e. de huidige groenbestemming). Daarnaast wordt de capaciteit van het hoogspanningsschakelstation beperkt op milieucategorie 3.1 en daarmee maximaal 100 MVA (in bedrijf zijnde vermogen). Dit is dezelfde milieucategorie als waar de huidige transformatoren onder vallen. Een hoogspanningsschakelstation in deze milieucategorie is nog inpasbaar in een woonomgeving.

Groene inpassing

De modulaire gebouwen in de planuitbreiding worden aan de zijde van de woningen aan de Kievitstraat voorzien van een groene inpassing. De gronden voor deze groene inpassing hebben de onderliggende groenbestemming behouden.

Bestaande bouwwerken niet passend in bestemmingsplan

De reeds aanwezige bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals de transformatoren, het schakelveld en bijbehorende portalen, en ook bliksempieken, passen niet in het geldende bestemmingsplan doordat de toegestane bouwhoogte voor gebouwen en bouwwerken slechts 5 meter is. De bestaande bouwwerken hebben een bouwhoogte variërend van 3 meter (hekwerken) tot en met maximaal 15 meter. Dit is niet correct in het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het hoogspanningsschakelstation is van eerdere datum dan het geldende bestemmingsplan waardoor dit een omissie is die hersteld dient te worden.

Dit bestemmingsplan voor het hoogspanningsschakelstation Ommen-Dante heeft dus ook betrekking op het bestaande station, waarbij de bouwhoogtes in overeenstemming worden gebracht met de bestaande situatie. Per onderdeel wordt dat in de planregels met een aparte maximale bouwhoogte geregeld. Voor het overige wordt de bestaande regeling zoveel mogelijk overgenomen.

Hoofdstuk 5 Milieuaspecten

5.1 Bedrijven en milieuzonering

5.1.1 Toetsingskader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009). Een richtafstand is de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Kortere afstanden zijn dus mogelijk, een richtafstand is immers geen wettelijke norm, maar dat vereist dan onderzoek en onderbouwing op maat en niet alleen met toepassing van generieke richtafstanden.

5.1.2 Onderzoek

Elektriciteitsdistributiebedrijven zijn in de VNG-publicatie opgenomen. Transformatoren zijn de belangrijkste geluidsbron in een transformatorstation. Zij produceren een laag ‘bromgeluid’, constant en niet bijzonder luid. Er gelden verschillende grootste generieke richtafstanden voor geluid, afhankelijk van het transformatorvermogen. Afwijkingen in de lokale situatie zijn mogelijk. De in de VNG-publicatie gegeven richtafstanden hebben onder meer betrekking op gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten en op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kan zonder meer uitgegaan worden van kleinere afstanden (i.e. minder strenge normen). Wordt voldaan aan een richtafstand dan kan onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs worden uitgesloten, nader milieuonderzoek is dan in principe ook niet nodig. In andere gevallen geldt dat het aan te bevelen is de afwijking nader te motiveren, dan wel dat met onderzoek aangetoond wordt dat de activiteit inpasbaar is.

Het hoogspanningsschakelstation Ommen-Dante heeft na de uitbreiding een in bedrijf zijnde vermogen van maximaal 100 MVA. Hiermee valt het station onder milieucategorie 3.1 (maximaal 100 MVA).

Aspect geluid

Voor een elektriciteitsdistributiebedrijf met milieucategorie 3.1 geldt een grootste aan te houden richtafstand van 50 meter ten opzichte van een rustige woonwijk, vanwege het milieuaspect geluid. De omgeving van het plangebied is weliswaar een woonwijk maar voor de directe omgeving van het plangebied geldt dat deze gekenmerkt wordt als gemengd gebied vanwege de nabijheid van het hoogspanningsschakelstation, de rioolwaterzuiveringsinstallatie, maar ook vanwege de nabijheid van de rijksweg N48. Een kleinere aan te houden afstandsstap van 30 meter voor geluid is daarmee gerechtvaardigd. De afstand vanaf de rand van het perceel met enkelbestemming ‘Bedrijf’ (met functieaanduiding ‘hoogspanningschakelstation’) (het gebied waar transformatoren geplaatst zouden mogen worden) tot de dichtstbijzijnde woning bedraagt 42 meter. Een bedrijf met milieucategorie 3.1 is daarmee passend. Er is echter voor de volledigheid wel nader geluidonderzoek uitgevoerd om te achterhalen bij welke maximale geluidsbelasting de normen / richtafstanden nog gehaald worden (zie paragraaf 5.2).

Voor het aspect gevaar geldt voor milieucategorie 3.1 een grootst aan te houden richtafstand van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk en 10 meter tot aan gemengd gebied. De afstand van de rand van het plangebied tot de dichtstbijzijnde woning bedraagt 42 meter. De Omgevingsdienst IJsselland heeft aangegeven dat het de voorkeur heeft om voor gevaar te toetsen aan de richtafstand voor een rustige woonwijk (30 meter voor categorie 3.1). Met een afstand van circa 42 meter tussen het bedrijfsperceel waar volgens het plan transformatoren kunnen worden opgesteld en de betreffende woningen, wordt voldaan aan de gewenste richtafstand. Nader onderzoek is niet nodig. Ook is het niet nodig om de positie van de nieuwe transformatoren ruimtelijk te borgen.

5.1.3 Conclusie

Vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Voor wat betreft het aspect gevaar is er geen nader onderzoek nodig naar het aspect externe veiligheid. Voor het aspect geluid is voor de volledigheid nader onderzoek uitgevoerd vanwege de nabije ligging van woningen.

5.2 Geluid

5.2.1 Toetsingskader

Peutz heeft geluidsonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1) om zo de geluidsemissies in de huidige en toekomstige situatie te toetsen. In dit onderzoek wordt de toekomstige respresentatieve bedrijfssituatie doorgerekend; waarbij Enexis 100 MVA (twee transformatoren) in gebruik zou nemen en 50 MVA (één transformator) reserve is. De denkbare verschillende variaties met de drie transformatoren, waarbij twee in bedrijf en één in reserve, zijn allen doorgerekend. De te realiseren modulaire gebouwen in het uitbreidingsgebied zijn geen geluidbron.

In het geluidonderzoek worden uitsluitend de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus beschouwd. De invloed van eventuele mobiele bronnen (bijvoorbeeld verkeersbewegingen) is buiten beschouwing gelaten omdat deze over het algemeen bij transformatorstations een zeer geringe tot verwaarloosbare bijdrage leveren aan de totale geluidniveaus, zeker waar het de maatgevende nachtperiode (23 –7 uur) betreft. De maximale geluidniveaus (ook wel piekgeluiden genoemd) zijn tevens niet beschouwd.

Op het transformatorstation zijn de bepalingen van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. Dit geldt zolang het buiten opgestelde, gelijktijdig in te schakelen vermogen van het transformatorstation niet meer dan 200 MVA bedraagt. In deze is dat slechts 100 MVA.

In het Activiteitenbesluit zijn de volgende relevante geluidvoorschriften opgenomen:

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0015.png"

Het geluid afkomstig van de transformatoren is tonaal van karakter. Gelet hierop dient over het algemeen een toeslag voor tonaal geluid (K1 = 5 dB) te worden toegepast bij de beoordeling van het geluid afkomstig van het transformatorstation.

5.2.2 Onderzoek

In onderzoek (Bijlage 1) is de huidige situatie (de geluidsemissie van de transformatoren) gebaseerd op een rapport uit 2015 van Peutz. In concreto zijn destijds de volgende geluidbronsterkten bepaald bij een representatieve bedrijfsvoering:

  • T111: 82 dB(A);
  • T112: 85 à 86 dB(A);
  • T113: 91 dB(A).

Ter onderbouwing van deze geluidsbronsterkten is het rapport van 2015 bijgevoegd (Bijlage 7; zie pagina 14 voor onderbouwing bronsterkten).

Op basis van de specificaties van de nieuwe transformatoren, verstrekt door Enexis, is de geluidemissie in de voorziene situatie bepaald en verwerkt in een rekenmodel (Geomilieu) waarmee de geluidimmissie in de omgeving ten gevolge van de inrichting is berekend. Figuur 5.1 laat de berekende geluidbelasting van de huidige bedrijfssituatie zien. Figuur 5.2, 5.3. en 5.4 laten de toekomstige geluidcontouren zien van de representatieve bedrijfssituatie, uitgaande van de situatie dat er altijd één transformator in reserve staat en dus niet alle transformatoren gelijktijdig in bedrijf zijn.

Figuur 5.1 Globale geluidcontouren huidige situatie (bestaande T111 en T112 belast) [bron: figuur 3.1 van bijlage 1]

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0016.png"

Figuur 5.2 Globale geluidcontouren toekomstige situatie (T111 en T112 belast) [bron: figuur 3.2 van bijlage 1]

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0017.png"

Figuur 5.3 Globale geluidcontouren toekomstige situatie (T112 en T113 belast) [bron: figuur 3.3 van bijlage 1]

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0018.png"

Figuur 5.4 Globale geluidcontouren toekomstige situatie (T113 en T111 belast) [bron: figuur 3.4 van bijlage 1]

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0019.png"

Ter plaatse van dichtstbij gelegen woningen worden in de huidige situatie langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus berekend van ten hoogste 40 dB(A) in zowel de dag-, avond- als de nachtperiode (op 5 meter hoogte). Dit geldt voor de representatieve bedrijfssituatie. Een en ander komt neer op een
etmaalwaarde van 50 dB(A) inclusief toeslag voor tonaal geluid. De berekende geluidniveaus voldoen ruimschoots aan de standaardgeluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (zijnde maximaal 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag-, de avond- en de nachtperiode).

In de toekomstige situatie zal het maximaal berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau 44 dB(A) bedragen in de dag- en avondperiode en 39 dB(A) in de nachtperiode (op 5 m hoogte). De etmaalwaarde bedraagt in dit geval 49 dB(A), inclusief 5 dB toeslag voor tonaal geluid. Hiermee wordt voldaan aan de standaardgeluidgrenswaarden. De berekende geluidniveaus op locatie van de woningen zijn over het algemeen het hoogst wanneer bedrijf wordt gevoerd met T111 en T112, en het laagst wanneer bedrijf wordt gevoerd met T112 en T113.

Op basis van onderzoek kan geconcludeerd worden dat de voorziene uitbreiding voldoet aan de standaard geluidwaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, dat nog gold ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp van het bestemmingsplan.

In de planregels is geregeld dat een hoogspanningsschakelstation in milieucategorie 3.1 direct is toegestaan. Dit is op basis van generieke afstanden uit bedrijven en milieuzonering al inpasbaar (zie paragraaf 5.1).

Daarnaast is op de verbeelding, in combinatie met de planregels, bepaald dat de transformatoren alleen geplaatst kunnen worden op het bestaande terrein en niet op de uitbreiding, die dichter bij woningen aan de Kievitstraat ligt.Daarmee wordt voorkomen dat transformatoren dichter bij de woningen kunnen worden geplaatst dan in de bestaande situatie is toegestaan.

5.2.3 Conclusie

De uitbreiding van het transformatorstation leidt niet tot een toename van de geluidniveaus. De ter plaatse van de woningen optredende maximale geluidniveaus voldoen aan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Er is dus sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.3 Natuur

5.3.1 Toetsingskader

De Wet natuurbescherming (Wnb) bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden.

Soortenbescherming

Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De wet kent verschillende beschermingsregimes. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Daarnaast zijn landelijk van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd.

Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leidt tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer er sprake is van een overtreding dient er onderzocht te worden of er een vrijstelling geldt. Indien dit niet mogelijk blijkt, is het nodig om na te gaan of een ontheffing kan worden verkregen.

Gebiedsbescherming

Natura 2000

Met het onderdeel gebiedsbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht.

Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.

Gebiedsbescherming

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geenontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer bij een ontwikkeling mogelijke effecten op het NNN denkbaar zijn, is het noodzakelijk een NNN-toetsing uit te voeren.

Bescherming van houtopstanden

Het omhakken of rooien van bossen is niet zomaar toegestaan op basis van de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige

beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Er is sprake van beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming indien:

  • De houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt, en
  • De houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m²) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.
5.3.2 Onderzoek

Er is voor het gehele terrein van het transformatorstation een Natuurtoets uitgevoerd (zie Bijlage 2) om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden conform de Wet natuurbescherming (Wnb).

Soortenbescherming

In het door EcoReest uitgevoerde onderzoek in april 2022 is ingegaan op a) de aanwezigheid van broedvogels (soorten met een jaarrond beschermd nest, categorie 1 t/m 5), b) soorten zonder jaarrond beschermd nest, c) vleermuizen, d) grondgebonden zoogdieren en e) overige soorten (amfibieën, reptielen, ongewervelden en vissen). Een uitgebreide versie van dit onderzoek is te vinden in Bijlage 2. Alleen voor onderdelen a) soorten met een jaarrond beschermd nest en d) grondgebonden zoogdieren zijn bijzonderheden te melden:

  • Soorten met een jaarrond beschermd nest. Tijdens het onderzoek werd een nest aangetroffen. Mogelijk betrof dit een nest van een buizerd of sperwer. --> uit nader onderzoek (oktober 2022, uitgewerkt in Bijlage 4) is gebleken dat dit niet het geval is waardoor er geen sprake is van aanwezigheid van soorten met een jaarrond beschermd nest. Aanvraag van ontheffing is niet nodig.
  • Grondgebonden zoogdieren. Uit onderzoek bleek dat binnen het plangebied mogelijk leefgebied van egel en bunzing aanwezig is. Voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van deze soorten zijn beschermd. Omdat potentieel leefgebied en daarmee (potentiële) vaste rust- en verblijfplaatsen bij de werkzaamheden aangetast kunnen worden, is een ontheffing nodig op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.

Op basis van de quickscan uit april 2022 is gebleken dat alleen voor de egel en bunzing een Wnb ontheffing aangevraagd dient te worden.

In dit kader heeft EcoReest een uitgebreid mitigatieplan opgesteld om ervoor te zorgen dat de bunzing en egel minimaal gehinderd worden en dat eventueel verlies aan leefgebied gecompenseerd wordt. Zo zal Enexis ter compensatie van het gekapte stuk bos, een nieuw leefgebied voor de zoogdieren realiseren. Dit nieuwe leefgebied wordt aangelegd voordat het bestaande leefgebied verdwijnt. Daar waar groen reeds aanwezig is, zal het voor de aanvang van de werkzaamheden worden versterkt. Hierbij kan gedacht worden aan het plaatsen van nestkasten en takkenrillen. Het deel waar de kabels ingegraven worden, zal met een ruige vegetatie ingezaaid worden, nadat de werkzaamheden zijn afgerond. Uitgangspunt is dat wanneer zich in het compensatiegebied niet voldoende verblijfplaatsen bevinden, deze worden gecreëerd. Dit kan door nieuwe natuurlijke of gedeeltelijk kunstmatige verblijfplaatsen aan te leggen.

Enexis kiest ervoor om het wegnemen van vaste rust- en verblijfplaatsen te mitigeren door rondom het weg te nemen bos een rand bomen behouden, waarbij het vrijgekomen hout (takken) kan worden ingezet om takkenrillen en -hopen te vormen die als o.a. als winterverblijfplaats voor egels en kleine marters kunnen dienen. Na afronding van de werkzaamheden zal er meer zicht ontstaan op het terrein en de daar aanwezige bebouwing vanaf de kant van de woningen ten oosten van het projectgebied. Om dit zicht zo goed als mogelijk te ontnemen, wordt er een beplantingsplan opgesteld met daarin de toekomstige beplanting op en rond het terrein. Daarbij wordt rekening gehouden met de technische eisen die gelden voor de aanwezige assets en kabels in de grond, wintergroene beplanting en de aansluiting met het huidige te behouden groen. Het beplantingsplan wordt in beginsel gemaakt voor de uitbreiding van het terrein, dus alles ten noorden van de poort. Het bestaande terrein aan de zuidkant van de poort is reeds goed afgeschermd en daar worden verder geen kapwerkzaamheden verricht.

Een nadere uitwerking van het activiteiten- en mitigatieplan is te vinden in Bijlage 4. De provincie heeft de Wnb-ontheffing voor soorten reeds beschikt op 28 februari 2023, kenmerk D2022-12-0023286. Eén van de voorschriften bij deze ontheffing is dat de werkzaamheden uitgevoerd worden onder begeleiding van een ecologisch deskundige op het gebied van de egel en bunzing.

Gebiedsbescherming - Natura 2000

In de directe omgeving van het plangebied ligt op 2 kilometer afstand het Natura 2000-gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied. Gezien de afstand tot dit Natura 2000-gebied en de voorgenomen werkzaamheden is er een kans op negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Omdat het in dit plan gaat over de uitbreiding van een transformatorstation, zijn de eventuele effecten beperkt tot stikstofdepositie in de bouwfase en een minimale uitstoot voor regulier onderhoud in de gebruiksfase. Overige effecten kunnen worden uitgesloten. Gezien de afstand van 2 kilometer is in het kader van de Wet natuurbescherming een toets voor stikstofdepositie afdoende.

Stikstof-gerelateerde effecten

Een AERIUS-berekening is een middel om de uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen. Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening (zie Bijlage 3) is gebleken dat de hoeveelheid stikstofdepositie 0,00 mol N /per hectare/per jaar bedraagt. Een vergunning Wet natuurbescherming is dus niet noodzakelijk.

Gebiedsbescherming - Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van het NNN. Het plangebied ligt echter wel op ongeveer 600 meter afstand van een begrensd NNN-gebied. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Het NNN kent ook geen externe werking, een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Bescherming van houtopstanden

Enexis Netbeheer is voornemens minder dan 1.000 m2 bos te kappen in een bos dat buiten de ‘bebouwde kom’ ligt. Ook betreft het niet > 20 bomen die in een rijbeplanting zijn aangelegd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet geldt. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde.


Vanuit gemeentelijk beleid ten aanzien van bomenkap zijn wel vervolgstappen aan de orde. De gemeente Ommen geeft aan dat bomen niet zonder vergunning gekapt mogen worden (Gemeente Ommen, 2011). Voor de kap van de bomen is een omgevingsvergunning nodig. --> Deze vergunning is reeds verleend op 24 februari 2023, kenmerk Z2023-00001688.

5.3.3 Conclusie

Er is geen vergunning Wnb noodzakelijk. Een ontheffing Wnb is al verleend. Voor het aspect natuur is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.4 Elektrische en magnetische velden

5.4.1 Toetsingskader

Overal waar stroom doorheen loopt ontstaat een magnetisch veld. Zo ook rond hoogspanningsverbindingen. Er is geen sprake van wettelijke limieten voor blootstelling aan deze magnetische velden, maar er is wel sprake van Europees en nationaal beleid.

Ook is er uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan of er gezondheidseffecten bij mensen te verwachten zijn door blootstelling aan laagfrequente magneetvelden zoals die bij hoogspanningsverbindingen voorkomen. Op basis van dit wetenschappelijk onderzoek zijn in internationaal verband blootstellingslimieten aanbevolen voor magneetvelden. Deze houden in dat blootstelling aan een magneetveldsterkte van meer dan 100 microtesla (uT) wordt afgeraden (Europese Richtlijn 1999/519/EC). Deze waarde wordt ook in Nederland gehanteerd en in bestaande situaties nabij hoogspanningsinfrastructuur van TenneT en andere beheerders op voor publiek toegankelijke plaatsen wordt deze nergens overschreden. De verzamelde wetenschappelijke gegevens wijzen op het bestaan van een zwakke, maar statistisch significante associatie tussen het voorkomen van leukemie bij kinderen tot 15 jaar en het wonen in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningsverbinding.

Bovengrondse hoogspanningsverbindingen

Ondanks dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor een oorzakelijk verband heeft de Rijksoverheid, op advies van de Gezondheidsraad, in 2005 een beleidsadvies (Ministerie van VROM, d.d. 3 oktober 2005, verduidelijking d.d. 4 november 2008) uitgebracht voor bovengrondse hoogspanningsverbinding waarin wordt geadviseerd zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magnetische velden met een jaargemiddelde veldsterkte van meer dan 0,4 microtesla. Dit komt erop neer dat het advies is om bij nieuwe situaties gevoelige bestemmingen (woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen) zo veel als redelijkerwijs mogelijk buiten de magneetveldzone van 0,4 microtesla te plaatsen.

Bovengenoemd beleidsadvies van de rijksoverheid ziet op langdurige blootstelling en is van toepassing op nieuwe situaties en bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Voor alle hoogspanningsverbindingen geldt daarnaast te allen tijde de blootstellingslimiet van 100 microtesla conform de aanbeveling van de Europese Unie. Deze waarde wordt ook in Nederland gehanteerd. Op voor publiek toegankelijke plaatsen nabij hoogspanningsinfrastructuur van TenneT wordt deze limiet nergens overschreden.

Hoogspanningsstations en ondergrondse hoogspanningsverbindingen

Bovenbeschreven beleidsadvies geldt alleen voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Voor ondergrondse hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstations geldt een geadviseerde blootstellingslimiet van 100 microtesla conform Aanbeveling 1999/519/EG van de Europese Unie. De Nederlandse Rijksoverheid heeft deze geadviseerde blootstellingslimiet overgenomen. Op voor publiek toegankelijke plaatsen nabij hoogspanningsinfrastructuur van de netbeheerders wordt deze blootstellingslimiet volgens het RIVM nergens overschreden.7 In 2018 heeft de Gezondheidsraad een nieuw advies uitgebracht over mogelijke gezondheidseffecten van magneetvelden. Hierbij geeft de Gezondheidsraad de staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (voorheen VROM) in overweging om het voorzorgsbeleid rondom bovengrondse hoogspanningslijnen uit te breiden naar ondergrondse elektriciteitskabels en andere bronnen die oorzaak kunnen zijn van langdurige blootstelling aan magnetische velden uit het hoogspanningsnet. Momenteel wordt door de minister verkend of er een verbreding van het voorzorgsbeleid naar andere bronnen in het hoogspanningsnet wenselijk is.

5.4.2 Onderzoek

Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor onder andere transformatorstations heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. Op voor publiek toegankelijke plaatsen nabij hoogspanningsinfrastructuur van de netbeheerders wordt deze blootstellingslimiet volgens het RIVM nergens overschreden. De 100 microteslacontour ligt in de regel direct rond de transformatoren en er is geen kans dat deze buiten de stationsgrens komt.

Om ongerustheid over magneetvelden bij bewoners te voorkomen heeft TenneT/Enexis in het verleden bij diverse hoogspanningsstations onderzoek uitgevoerd naar magneetvelden. Daaruit volgt dat de contour van 0,4 microtesla (jaargemiddeld) voor hoogspanningsstations op minder dan 50 meter van het hek van een hoogspanningsstation ligt. Dit onderzoek omvat ook hoogspanningsstations met een veel grotere omvang (capaciteit) dan hoogspanningsschakelstation Ommen-Dante en is daarmee dus ook niet direct maatgevend voor onderhavig transformatorstation. Meer concreet ligt bijvoorbeeld de contour van het Enexis transformatorstation Steenwijk-Onna in de huidige situatie (80 MVA) binnen het hekwerk en in de toekomstige situatie (180 MVA) op een afstand van maximaal circa 20 meter buiten het hekwerk. Bij een ander hoogspanningsstation Westdorplaan Raalte van Enexis/TenneT (maximaal 200 MVA) ligt de contour op maximaal circa 35 meter buiten de grens van het transformatorstation.

De dichtstbij gelegen woning tot de uitbreiding van het transformatorstation is gelegen op een afstand van circa 50 meter van de drie transformatoren (gemeten vanaf binnenzijde scherfmuur tot aan gevel woning) en op 42 meter van de grens van het plangebied met bedrijfsbestemming (tot aan gevel woning). Gezien de beschikbare onderzoeksgegevens bij andere transformatorstations mag aangenomen worden dat de woningen in de omgeving van het (maximaal 100 MVA) transformatorstation buiten de 0,4 microtesla contour zijn gelegen.

5.4.3 Conclusie

Het station voldoet te allen tijde de blootstellingslimiet van 100 microtesla conform de aanbeveling van de Europese Unie. Woningen zijn op voldoende afstand gelegen waardoor zij ook niet binnen de contour van 0,4 microtesla zullen liggen. Vanuit het aspect elektromagnetische straling is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.5 Overig

5.5.1 Cultuurhistorie en archeologie

Toetsingskader

Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag voor de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. De Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 de Monumentenwet 1988 heeft vervangen, vormt het kader voor de bescherming van het cultureel erfgoed.

Onder cultuurhistorie worden aanwezige archeologische waarden verstaan, maar ook overige cultuurhistorische waarden zoals historisch landschap, beschermende stads- en dorpsgezichten en monumenten.

Onderzoek

Archeologie

In februari 2024 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) en bureauonderzoek opgeleverd voor het uitbreidingsgebied (zie Bijlage 5).

Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het uitbreidingsgebied in verband met de ligging buiten een gradiëntzone die aantrekkelijk was voor jagers-verzamelaars en binnen een tot in de twintigste eeuw slecht ontwaterd gebied, een lage verwachting voor resten van bewoning en begraving uit alle perioden. Deze verwachting wordt als het ware bevestigd doordat alle bekende archeologische vondsten in de (wijde) omgeving van het gebied op terreindelen liggen die aanmerkelijk hoger liggen dan het plangebied.

Door de slechte ontwatering van het gebied, de ligging buiten een in de steentijd voor bewoning aantrekkelijke gradiëntzone en de ligging in een laaggelegen voormalige rivierloop, hoeft geen rekening te worden gehouden met de aanwezigheid binnen het gebied van resten van bewoning uit welke periode dan ook. Door de afwezigheid van een veendek hoeft ook geen rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van voor veengebieden kenmerkende vondstcategorieën zoals veendepots, veenlijken en resten van veenwegen en dergelijke. Binnen het uitbreidingsgebied kunnen echter wel deposities, en goed geconserveerde organische resten aanwezig zijn die kenmerkend zijn voor dalen. Dergelijke resten zijn echter niet door middel van prospectief onderzoek op te sporen.

Gezien het bovenstaande wordt geen verder archeologisch onderzoek nodig geacht. In alle gevallen blijft het onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan zoals vondstcomplexen die kenmerkend zijn voor een natte context, hiervan direct melding dient te worden gemaakt op basis van artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.

Overige cultuurhistorie

Er zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig in of nabij het plangebied. Op circa 1.400 meter ten zuidoosten van het plangebied ligt een rijksmonument aan de Bouwstraat 17 (de dorpskerk). Op circa 1800 meter ten zuidwesten ligt een oude boerderij aan de Varsenerweg 11A. Beide monumenten zijn dusdanig ver weg dat deze niet beïnvloed worden door de uitbreiding van het plangebied.

Er gaat in principe geen externe werking uit van overige cultuurhistorische waarden behalve mogelijk van beschermde dorps- of stadsgezichten. Deze zijn niet in de omgeving van het plangebied gelegen. Gezien de ligging buiten het plangebied worden de cultuurhistorische waarden niet door de uitbreiding van het station verstoord.

Conclusie

Vanuit het aspect archeologie en cultuurhistorie is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.5.2 Externe veiligheid

Toetsingskader

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is bedoeld om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen, of een gevaarlijke inrichting, te beschermen. Bij een omgevingsvergunning milieu of een ruimtelijk besluit rond zo'n bedrijf moet het bevoegd gezag rekening houden met veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico).

Waterhuishouding

Een transformatorstation is geen inrichting in het kader van Bevi en betreft geen gevoelig object waarop een risicovolle inrichtingen invloed op heeft. Voor een middenspanningsinstallatie zijn er dan ook geen effecten vanuit externe veiligheid waaraan getoetst moet worden. Onderzoek is niet nodig.

Conclusie

Vanuit het aspect externe veiligheid is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.5.3 Waterhuishouding

Toetsingskader

Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de ordenende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc. te voorkomen.

De verplichte watertoets is geregeld in de artikelen 3.1.1 en 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Ruimtelijke plannen moeten worden afgestemd met onder andere de waterschappen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van waterschap Vechtstromen. Hiervoor moet bij het waterschap Vechtstromen het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Waterschap Vechtstromen beoordeelt wat de invloed van het plan op de waterhuishouding is en geeft een wateradvies.

Onderzoek

Infiltratie hemelwater

Uitgangspunt is dat in verband met de afvoer van hemelwater de verharding niet mag toenemen en dat er voldoende ruimte moet zijn voor de infiltratie van hemelwater. Hierdoor mag niet zonder meer het gehele terrein bebouwd en verhard worden. Het Waterschap geeft aan: 'Goed te horen dat er minder verharding in het plan wordt opgenomen, ten gunste van de infiltratie van hemelwater. Evengoed neemt de verharding wel toe, de half-verharding rekenen wij voor de helft mee. Totaal zal er een bergende voorziening van het aantal m2 verharding x 55 mm gerealiseerd moeten worden. Deze hoeft voor de watertoets niet in detail te worden uitgewerkt, maar moet wel aannemelijk worden gemaakt. Een soort schetsplan met toelichting kan daarbij helpen. Later kan de verdere uitwerking naar een definitief ontwerp in overleg met het waterschap plaats vinden.'

Enexis heeft een schetsplan opgesteld waarin het commentaar van het waterschap verwerkt is, zie Bijlage 6. Het waterschap heeft aangegeven dat deze geschetste, nieuwe situatie leidt tot substantieel minder verharding en daarmee tegemoetkomt aan de gestelde eisen.

Graafwerkzaamheden waterkering

Enexis wil kabels trekken in het gebied waar een dubbelbestemming waterkering op rust. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet het waterschap instemmen met die activiteit. Het waterschap geeft aan in te stemmen met deze herziening van het bestemmingsplan, omdat het de verwachting is dat de kabels niet in de kern van de waterkering gerealiseerd worden en de dubbelbestemming ‘waterstaat – waterkering’ blijft gelden om belangen te beschermen. Er geldt op basis van de dubbelbestemming een vergunningplicht voor de bouw en het uitvoeren van werken binnen de waterstaatszone (op basis van de Waterwet). De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ borgt daarnaast dat het functioneren van de waterkering van primair belang is en blijft.

De belangen van het waterschap zijn daarmee geborgd.

Mitigatie voor overstromingen

Het hoogspanningschakelstation ligt in een gebied met een middelgrote kans (1 keer in de 100 jaar) op een overstroming met een overstromingsdiepte tot 0,5 meter (Bron: Klimaateffectatlas). Enexis is zich van het risico van de overstromingen en aanvaardt deze. Enexis neemt geen aanvullende maatregelen om eventuele impact of schade te beperken.

Conclusie

Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.5.4 Bodemkwaliteit

Toetsingskader

De Wet bodembescherming (Wbb) is erop gericht bodemkwaliteit te waarborgen of te verbeteren indien nodig. De wet schrijft voor dat eenieder die de bodem verontreinigt, verplicht is maatregelen te nemen om deze verontreiniging tegen te gaan. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en dat de ingreep geen onnodige verontreiniging veroorzaakt.

Voor het plaatsen van de twee bouwwerken zal grondverzet plaatsvinden, waarbij grond wordt ontgraven, hergebruikt, toegepast en/of afgevoerd. Bij dergelijke werkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit (hierna: Bbk) van toepassing. Het Bbk bevat algemene regels voor het toepassen van grond (en bouwstoffen) en de kwaliteit van toe te passen grond (en bouwstoffen).

Onderzoek

Voor het aspect bodem is het Bodemloket geraadpleegd.8 Het hoogspanningsschakelstation is aangeduid als ‘voldoende onderzocht’ (zie uitsnede in Figuur 5.3). De bodemkwaliteit is daarmee geschikt voor het uitbreiden van het terrein. Er is geen nader onderzoek nodig.

Figuur 5.5. Uittreksel bodemloket

afbeelding "i_NL.IMRO.0175.wonen2012bp0008-va01_0020.png"

Conclusie

Daardoor is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.5.5 Luchtkwaliteit

Toetsingskader

Op 15 november 2007 is een wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. De hoofdlijnen van deze regelgeving zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien deze voldoet aan één van deze voorwaarden:

  • er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;
  • een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
  • een project 'in niet betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;
  • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie (toestemming) heeft verleend.

Van een verslechtering van de luchtkwaliteit ‘in betekenende mate’ is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet:

  • woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen;
  • infrastructuur: minimaal 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie);
  • kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen.

Onderzoek

Onderhavig plan maakt een ontwikkeling mogelijk dat niet onder één van bovenstaande categorieën onder te brengen is en het is ook geen project dat beschreven staat in het NSL. Geconcludeerd kan worden dat de luchtkwaliteit niet ‘in betekenende mate’ zal verslechteren. Daarom hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan.

Conclusie

Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Hoofdstuk 6 Toelichting op het juridische plangedeelte

6.1 Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid.

Het bestemmingsplan "Wonen Ommen, herziening Kievitstraat 1 Ommen” regelt de juiste bouwhoogte van bestaande bouwwerken geen gebouwen en maakt een uitbreiding van het bestaande hoogspanningsschakelstation mogelijk. Tevens dient het nieuwe bestemmingsplan rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).

6.2 Bestemmingsregels

Algemeen

In dit bestemmingsplan is gekozen voor een bestemmingsregeling, waarbinnen alleen datgene dat noodzakelijk is, wordt vastgelegd. Dit houdt het volgende in:

  • De bedrijfsbestemming, zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan “Wonen Ommen” is niet afdoende voor de bestaande situatie voor wat betreft de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde en laat de uitbreiding van het bestaande terrein niet toe. Er is daarom voor gekozen om een integraal bestemmingsplan op te stellen voor zowel het bestaande deel als de uitbreiding. Overeenkomstig de SVBP2012 is gekozen voor een bedrijfsbestemming specifiek voor een hoogspanningsschakelstation. De functienaam ‘hoogspanningsschakelstation’ wordt hier gebruikt overeenkomstig het geldende bestemmingsplan.
  • De nieuwe bestemming 'Bedrijf – Hoogspanningsschakelstation’ is toegekend aan de grond die al reeds in gebruik was als hoogspanningsschakelstation én aan de grond waarop het station wordt uitgebreid.

Enkelbestemming en dubbelbestemming

Bestemming 'Bedrijf - Hoogspanningsschakelstation'

Ter plaatse van de bestemming zijn gebouwen en bouwwerken geen gebouwen toegestaan ten behoeve van het hoogspanningsschakelstation. Een hoogspanningsschakelstations is toegestaan van maximaal 100 MVA in bedrijf zijnde vermogen, zijnde milieucategorie 3.1 volgens de VNG-lijst bedrijven en milieuzonering. Deze (ook in de huidige situatie van toepassing zijnde) milieucategorie is nog te handhaven in de nabijheid van de woonwijk. Voor het bestemmingsvlak is een maximum bebouwingspercentage opgenomen in de planregels. In de planregels is ook de bouwhoogte geregeld voor verschillende onderdelen van het hoogspanningsschakelstation. Gebouwen moeten 3 meter uit de perceelsgrens worden gebouwd. Dit alles is overeenkomstig het geldende bestemmingsplan of bestaande bouwhoogtes.

Voor gebouwen is een maximale bouwhoogte opgenomen van 6 meter. Dit is gedaan omdat de nieuwe modulaire gebouwen een hoogte hebben van maximaal 6 meter. De maximale bouwhoogte van transformatoren en bijbehorende scherfmuren mag maximaal 7 meter bedragen overeenkomstig de bestaande en toekomstige transformatoren. Voor bliksempieken geldt dat de maximale bouwhoogte 15 meter mag bedragen en de bouwhoogte van schakelvelden maximaal 9 meter overeenkomstig de bestaande situatie. Het hekwerk om het transformatorstation mag maximaal 3 meter hoog worden. Voor overige bouwwerken, geen gebouwen geldt een hoogte van maximaal 5 meter overeenkomstig het geldende bestemmingsplan. Transformatoren als voornaamste geluidbron mogen niet gerealiseerd worden op de uitbreiding van het transformatorstation volgens de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - transformatoren uitgesloten'.

Dubbelbestemmingen

De dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning', 'Leiding - Hoogspanningsverbinding', 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1' en 'Waterstaat - Waterkering' zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan "Wonen Ommen" ter bescherming van de ondergrondse en bovengrondse hoogspanningsleiding en -verbinding, de aanwezige waterkering en archeologische waarde.

6.3 Artikelsgewijze toelichting bestemmingsregeling

Artikel 1 Begrippen

De begripsbepalingen uit artikel 1 zijn overgenomen uit de SVBP2012, het bestemmingsplan "Wonen Ommen" en aangevuld met ontbrekende begrippen voor dit plan.

Artikel 2 Wijze van meten

De wijze van meten uit artikel 2 is overgenomen uit de SVBP2012 en het bestemmingsplan "Wonen Ommen".

Artikel 3 Bedrijf - Hoogspanningsschakelstation

Deze bestemming is toegekend aan de grond van het huidige hoogspanningsschakelstation en de grond waarop het hoogspanningsschakelstation wordt uitgebreid voor een elektriciteitsdistributiebedrijf in milieucategorie 3.1 en een milieucategorie 3.2 voorwaardelijk. De regeling uit deze bestemming vervangt integraal de onderliggende bestemming uit het geldende bestemmingsplan "Wonen Ommen".

Artikel 4 Leiding - Hoogspanning

Deze bestemming is overgenomen uit het onderliggende bestemmingsplan "Wonen Ommen".

Artikel 5 Leiding - Hoogspanningsverbinding

Deze bestemming is overgenomen uit het onderliggende bestemmingsplan "Wonen Ommen".

Artikel 6 Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1

Deze bestemming is overgenomen uit het onderliggende bestemmingsplan "Wonen Ommen" met dien verstande dat de algemene dubbelbestemming voor archeologische waarde en de specifieke aanduiding voor waarde 1 uit het geldende bestemmingsplan zijn samengevoegd tot een dubbelbestemming voor archeologische verwachtingswaarde 1.

Artikel 7 Waterstaat - Waterkering

Deze bestemming is overgenomen uit het onderliggende bestemmingsplan "Wonen Ommen".

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel

Het Bro stelt de verplichting de anti-dubbeltelregel over te nemen in het bestemmingsplan. Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een ruimtelijk plan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruikgemaakt.

Artikel 9 Overgangsrecht

De bepalingen in artikel 9.1 en 9.2 zijn conform het Bro en SVBP2012 overgenomen. Het betreft de algemene en wettelijk voorschreven regeling voor het overgangsrecht voor met dit bestemmingsplan strijdige bouwwerken en strijdig gebruik.

Artikel 10 Slotregel

De slotregel is conform het Bro en SVBP2012 overgenomen en behoeft geen nadere toelichting.

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

7.1 Economische uitvoerbaarheid

Krachtens de Wet ruimtelijke ordening (Wro), waarin in afdeling 6.4 bepalingen zijn opgenomen betreffende de grondexploitatie, geldt de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is kostenverhaal verplicht in geval van:

  • de bouw van één of meer woningen en hoofdgebouwen;
  • uitbreidingen van gebouwen met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen;
  • de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;
  • één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren bij ingebruikname voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte ten minste 1.500 m2 bedraagt;
  • de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2.

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie en uitbreiding van gebouwen en bouwwerken op een hoogspanningsschakelstation. Aangezien hiermee geen sprake is van de bouw van een hoofdgebouw zoals bedoeld in artikel 6.2.1. sub b van het Besluit ruimtelijke ordening, is kostenverhaal niet verplicht.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan planschade ontstaan. De Wro voorziet in een regeling voor vergoeding van planschade. Op basis van artikel 6.1 Wro wordt aan degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van de wijziging, herziening of afwijking van het bestemmingsplan, tegemoet gekomen, wanneer de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet anderszins is verzekerd. Eventuele planschadekosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een planschadeovereenkomst afgesloten tussen gemeente en initiatiefnemer.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Een paragraaf maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat er voor een ruimtelijk plan maatschappelijk draagvlak is gezocht. Om te voldoen aan de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt inzicht gegeven in op welke wijze draagvlak is gezocht, inspraak is verleend of anderszins de omgeving is geïnformeerd en betrokken bij de planvorming en welke partijen zijn betrokken.

Communicatie met de omgeving

Voor aanvang van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft Enexis de directe omwonenden geïnformeerd over het plan. Dit zijn de bewoners van de Kievitstraat 2 t/m 36 en Broekdijkje 1. Informeren is gebeurd per informatiebrief en, indien mogelijk, met keukentafelgesprekken. Er heeft verslaglegging plaatsgevonden van de gesprekken. Uit de gesprekken is gebleken dat er zorgen zijn over het verdwijnen van groen en het hiermee gepaard gaande verslechteren van het uitzicht. Enexis heeft hierop aangegeven dat er tenminste één rij bomen tussen het plangebied en de huizen aan de Kievietstraat behouden blijft en dat er een beplantingsplan wordt opgesteld met daarin de toekomstige beplanting op en rond het noordelijke gedeelte van het terrein (zie ook paragraaf 5.3.2).

Overleg met instanties

Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan instanties (onder andere waterschap en provincie). Resultaten zijn in het ontwerp bestemmingsplan verwerkt.

Terinzagelegging ontwerp

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met bijbehorende stukken met ingang van 21 december 2023 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er drie zienswijzen ingediend, waarvan er één uiteindelijk is ingetrokken. De beantwoording van de zienswijzen is opgenomen in Bijlage 8. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn er enkele aanpassingen in het ontwerp bestemmingsplan doorgevoerd voor vaststelling. Ook is er sprake van ambtshalve wijzigingen:

  • enkele tekstuele en inhoudelijke aanpassingen in de toelichting;
  • begrenzing bestemming 'Bedrijf - Hoogspanningsschakelstation' van het uitbreidingsgebied op de verbeelding is aangepast (en daarmee de begrenzing van de bestemming 'Groen' in het onderliggende bestemmingsplan) richting Kievitstraat, op de bij het bestemmingsplan gevoegde schetsplan waterberging (Bijlage 6). Figuur 4.1 en 4.2 uit de toelichting zijn hier ook op aangepast;
  • aan de plantoelichting zijn enkele geactualiseerde bijlagen toegevoegd, namelijk het akoestisch onderzoek (Bijlage 1), het archeologisch onderzoek (Bijlage 5) en de AERIUS-berekening (Bijlage 3). Voor zo ver aan de orde zijn ook de bijbehorende paragrafen in de toelichting aangepast op de geactualiseerde bijlagen (vooral in paragraaf 5.2.2 en paragraaf 5.5.1);
  • Bijlage 8 Notitie zienswijzen is toegevoegd.

Beroep

Na het vaststellen van het bestemmingsplan wordt deze voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode wordt aan belanghebbenden de gelegenheid geboden om rechtstreeks beroep instellen tegen het bestemmingsplan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroepstermijn geen beroep wordt ingesteld, is het bestemmingsplan na het verstrijken van de beroepstermijn onherroepelijk.