| Plan: | TAM-omgevingsplan Beerzerweg 26 Beerze |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0175.2025TAMOP0004-VG01 |
Preambule
Dit plan beoogt een functiewijziging naar wonen mogelijk te maken op de locatie Beerzerweg 26 te Beerze. Daarnaast worden voor deze locatie karakteristieke bouwwerken aangewezen. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Ommen. De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente Ommen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22d gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22d' gelezen worden.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.
het omgevingsplan van de gemeente Ommen.
het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Beerzerweg 26 Beerze' met identificatienummer NL.IMRO.0175.2025TAMOP0004-VG01 van de gemeente Ommen.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het uitvoeren van activiteiten.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
een (para)medisch, juridisch, administratie, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is.
de teelt van gewassen op open grond.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde.
bouwwerken die aanwezig en toegestaan waren voor het tijdstip dat dit TAM-omgevingsplan rechtskracht heeft verkregen.
een gebouw dat in ruimtelijk, bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, zijnde een (bedrijfs)woning.
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping.
een grens van een bouwwerkperceel.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen een dak.
een activiteit waarbij hoofdzakelijk dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden versterkt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijf, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.
de digitale voorstelling van de in dit plan opgenomen digitale ruimtelijke informatie.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarmee ingevolge de regels bepaalde activiteiten zijn toegelaten.
de grens van een locatie.
een voorziening voor elektriciteit, gas, water, telecommunicatie, (gescheiden) inzameling van (huishoudelijke)afvalstoffen, opslag en transport van afvalwater, openbare veiligheid, volksgezondheid en een daarmee gelijk te stellen voorziening van algemeen nut.
apparatuur zoals metaaldetectoren, grondradar en andere detectieapparatuur die worden gebruikt voor het opsporen van archeologische vondsten en relicten.
bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven.
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt.
de langs de weg gelegen lijn, welke zoveel mogelijk een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging heeft ten opzichte van de voorgevels van de bestaande hoofdgebouwen op de naastgelegen bouwpercelen.
een niet-aaneengebouwd hoofdgebouw.
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
een woning.
In aanvulling op artikel 22.24 van het omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.
Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding ten opzichte van de bouwregels niet meer dan 1 m bedraagt.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Niet genoemde gebruiks- en bouwactiviteiten en gebruiks- en bouwactiviteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn niet toegestaan, met uitzondering van bestaande bouwwerken.
De locatie 'Archeologisch waardevol gebied' is aangewezen als gebied met een archeologische verwachtingswaarde.
De locatie 'Beschermd dorpsgezicht en historische buitenplaats' is aangewezen als gebied met een beschermd dorpsgezicht en historische buitenplaats voor het behoud en herstel van de cultuurhistorisch ruimtelijke structuur, het historische bebouwingsbeeld en overige ruimtelijke elementen, zoals omschreven in de betreffende aanwijzingsbesluiten van de beschermde dorpsgezichten van de beschermde dorpsgezichten Beerze en Vilsteren en de historische buitenplaats Vilsteren, zoals opgenomen in respectievelijk bijlage 1, bijlage 2 en bijlage 3 van deze regels.
De bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Karakteristiek bouwwerk' zijn aangewezen als karakteristiek bouwwerk.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken.
Het is verboden om de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten:
Agrarische activiteiten zijn toegestaan.
Extensieve agrarische activiteiten zijn toegestaan.
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is verboden.
De uitoefening van een ondergeschikte bed & breakfast aan huis is verboden zonder omgevingsvergunning.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 13.2 wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.2 kunnen voorschriften worden verbonden.
De uitoefening van een beroep aan huis is toegestaan als:
Kleinschalige beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten aan huis zijn verboden zonder omgevingsvergunning.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 15.2 wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.2 kunnen voorschriften worden verbonden.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bouwwerken.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven, of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van hoofdgebouwen ter plaatse van de locatie 'Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht'.
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een hoofdgebouw, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan'.
Bij de toepassing van artikel 22.27 en 22.36 van het plan moet ook worden voldaan aan de volgende regels:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht', tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 18 van dit TAM-omgevingsplan en artikel 22.27 en artikel 22.36 van het plan.
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
In aanvulling op artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een ander bouwwerk, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bouwwerk in archeologisch waardevol gebied wordt alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, wint het college schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen, in verband met het archeologisch waardevol gebied, niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het verbouwen van bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bouwactiviteiten in beschermd dorpsgezicht en historische buitenplaats - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.26 van het plan en artikel 17, artikel 19 en artikel 20 van dit TAM-omgevingsplan.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bouwwerk in beschermd dorpsgezicht en historische buitenplaats wordt alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, wint het college schriftelijk advies in bij Het Oversticht omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen, in verband met het behoud en herstel van het karakter van het beschermd dorpsgezicht en de historische buitenplaats, niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning aanlegactiviteiten uit te voeren.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.2 wordt alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.2 van dit TAM-omgevingsplan, wint het college schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen aanlegactiviteiten de belangen, in verband met het archeologisch waardevol gebied, niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.2 van dit TAM-omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning aanlegactiviteiten in beschermd dorpsgezicht en historische buitenplaats uit te voeren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 25.2 wordt alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 25.2 van dit TAM-omgevingsplan, wint het college schriftelijk advies in bij Het Oversticht omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen, in verband met het behoud en herstel van het karakter van het beschermd dorpsgezicht en de historische buitenplaats, niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 25.2 van dit TAM-omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden.
Dit artikel is van toepassing op activiteiten met betrekking tot onroerende zaken die zijn aangewezen als 'Karakteristiek bouwwerk' ter plaatse van de locatie 'Activiteiten met betrekking tot karakteristieke bouwwerken - zorgplicht'.
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op:
Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of vernielen van een karakteristiek bouwwerk, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of vernieling te voorkomen.
De regels van dit artikel zijn gesteld met het oog op:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het verbouwen van een karakteristiek bouwwerk, alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wint het college schriftelijk advies in bij Het Oversticht omtrent de vraag of door de voorgenomen activiteit de karakteristieke elementen van het bouwwerk niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
De regels van dit artikel zijn gesteld met het oog op:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een karakteristiek bouwwerk geheel of gedeeltelijk te slopen.
De aanvraagvereisten, bedoeld in artikel 22.287, artikel 22.290 en artikel 22.294 van het plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van artikel 28.3 van dit TAM-omgevingsplan.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28.3 van dit TAM-omgevingsplan wordt alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28.3 van dit TAM-omgevingsplan wint het college schriftelijk advies in bij Het Oversticht omtrent de vraag of door de voorgenomen sloopactiviteit de karakteristieke elementen van het bouwwerk niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28.3 van dit TAM-omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden.
Dit artikel is van toepassing op activiteiten met betrekking tot onroerende zaken die zijn aangewezen als 'Karakteristiek bouwwerk' ter plaatse van de locatie 'Activiteiten met betrekking tot karakteristieke bouwwerken - verbod'.
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op:
Het is verboden:
Dit artikel is van toepassing op bouwactiviteiten waarbij een parkeerbehoefte wordt verwacht gelet op het beoogde gebruik van dat bouwwerk.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over:
Dit artikel is van toepassing op bouwactiviteiten waarbij een ruimte voor laden of lossen wordt verwacht gelet op het beoogde gebruik van dat bouwwerk.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over: