| Plan: | TAM-omgevingsplan Varsenerweg 5a Ommen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0175.2025TAMOP0001-VG01 |
Preambule
Dit plan beoogt drie woningbouwkavels te realiseren ten noordwesten van de bestaande bedrijfswoning aan de Varsenerweg 5a in Ommen. Daarnaast worden de huidige bedrijfswoningen aan de Varsenerweg 5a en de Larinkmars 2 omgezet naar reguliere woningen. Het bijgebouw ten zuiden van de bestaande bedrijfswoning aan de Varsenerweg 5a blijft behouden. Dit bijgebouw is bedoeld voor het onderhoud van het omliggende land en het houden van maximaal 150 schapen. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Ommen. De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Ommen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22b gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22b' gelezen worden.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.
het omgevingsplan gemeente Ommen.
het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Varsenerweg 5a Ommen' met identificatienummer NL.IMRO.0175.2025TAMOP0001-VG01 van de gemeente Ommen.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het uitvoeren van activiteiten.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
de teelt van gewassen op open grond.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde.
bouwwerken die aanwezig en toegestaan waren voor het tijdstip dat dit TAM-omgevingsplan rechtskracht heeft verkregen.
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping.
een grens van een bouwwerkperceel.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen een dak.
het houden van melk- en ander vee waarbij de veehouderij geheel of in overwegende
mate afhankelijk is van de bij het bedrijf behorende agrarische grond als productiemiddel, waaronder tevens wordt verstaan een paardenfokkerij.
een activiteit waarbij hoofdzakelijk dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden versterkt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijf, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.
de digitale voorstelling van de in dit plan opgenomen digitale ruimtelijke informatie.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarmee ingevolge de regels bepaalde activiteiten zijn toegelaten.
de grens van een locatie.
een voorziening voor elektriciteit, gas, water, telecommunicatie, (gescheiden) inzameling van (huishoudelijke)afvalstoffen, opslag en transport van afvalwater, openbare veiligheid, volksgezondheid en een daarmee gelijk te stellen voorziening van algemeen nut.
apparatuur zoals metaaldetectoren, grondradar en andere detectieapparatuur die worden gebruikt voor het opsporen van archeologische vondsten en relicten.
bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven.
het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij waarbij het africhten van en de
handel in paarden in ondergeschikte mate plaatsvindt, waaronder niet wordt
verstaan een paardenstalling en manege.
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt.
de langs de weg gelegen lijn, welke zoveel mogelijk een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging heeft ten opzichte van de voorgevels van de bestaande hoofdgebouwen op de naastgelegen bouwpercelen.
een niet-aaneengebouwd hoofdgebouw.
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
De regels in dit artikel zijn van toepassing ter plaatse van de locatie 'Meet- en rekenbepalingen' en gelden als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.24 van het plan.
Voor dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.
Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding ten opzichte van de bouwregels niet meer dan 1 m bedraagt.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
De regels in dit artikel zijn van toepassing ter plaatse van de locatie 'Algemeen gebruiks- en bouwverbod'.
Niet genoemde gebruiks- en bouwactiviteiten en gebruiks- en bouwactiviteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn niet toegestaan, met uitzondering van bestaande bouwwerken.
De locatie 'Archeologisch monument' is aangewezen als archeologisch monument.
De locatie 'Archeologisch waardevol gebied' is aangewezen als gebied met een archeologische verwachtingswaarde.
De locatie 'Belemmeringengebied buisleiding' is aangewezen als belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 5.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
De locatie 'Beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding' is aangewezen als beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding.
De locatie 'Integrale wijziging omgevingsplan' is aangewezen als gebied waarbinnen de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet niet van toepassing zijn.
De locatie 'Voorrangsregels van toepassing' is aangewezen als gebied waarbinnen de regels van dit TAM-omgevingsplan gelden als voorrangsregels in aanvulling op of in afwijking van de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet.
De locatie 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' is aangewezen als zone bestemd voor de waterhuishouding, waaronder begrepen de wateraanvoer en -afvoer, de waterberging alsmede dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Gebruiksactiviteiten algemeen - verbod'.
Het is verboden om de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten:
Agrarische activiteiten zijn toegestaan.
Boomgaardactiviteiten zijn toegestaan.
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is verboden.
Hobbymatig agrarisch gebruik is toegestaan.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Groen - Activiteiten binnen groen - toegestaan'.
De volgende activiteiten zijn toegestaan:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Natuur - Activiteiten binnen natuur - toegestaan'.
De volgende activiteiten zijn toegestaan:
De uitoefening van een ondergeschikte bed & breakfast aan huis is verboden zonder omgevingsvergunning.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 21.2 wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.2 kunnen voorschriften worden verbonden.
Ondergeschikte kleinschalige beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten aan huis zijn verboden zonder omgevingsvergunning.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 22.2 wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.2 kunnen voorschriften worden verbonden.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen van bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Algemene regels voor bouwactiviteiten'.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven, of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van hoofdgebouwen ter plaatse van de locatie 'Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht'.
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een hoofdgebouw, alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wint het college schriftelijk advies in bij de adviescommissie Omgevingskwaliteit over de vraag of het bouwplan in overeenstemming is te achten met de beoordelingsregels inzake beeldkwaliteit.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan'.
Bij de toepassing van artikel 22.27 en 22.36 van het plan moet ook worden voldaan aan de volgende regels:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht', tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 25 van dit TAM-omgevingsplan en artikel 22.27 en artikel 22.36 van het plan.
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een ander bouwwerk, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een ander bouwwerk in een belemmeringengebied buisleiding, alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wint het college, wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 28.2 sub b van dit TAM-omgevingsplan, schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteit de belangen, in verband met het belemmeringengebied buisleiding, niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.25 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bouwwerk in archeologisch waardevol gebied wordt alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, wint het college schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen, in verband met het archeologisch waardevol gebied, niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bouwactiviteiten in waterstaatkundige functie - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan en de artikelen 24, 25, 26, 27 en 28 van dit TAM-omgevingsplan.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bouwwerk in een waterstaatkundige functie, wordt alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wint het college, wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 30.2 sub b van dit TAM-omgevingsplan, schriftelijk advies in bij waterschap Drents Overijsselse Delta omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteit de belangen, in verband met de waterstaatkundige functie, niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bouwactiviteiten in beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan en de artikelen 24, 25, 26, 27 en 28 van dit TAM-omgevingsplan.
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op:
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bouwwerk in een beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding, alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wint het college, wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 31.3 sub c van dit TAM-omgevingsplan, schriftelijk advies in bij de netbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteit de belangen, in verband met de ondergrondse hoogspanningsverbinding, niet onevenredig worden geschaad.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning aanlegactiviteiten uit te voeren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 33.2 wordt alleen verleend als:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 33.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 33.2 van dit TAM-omgevingsplan, wint het college schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen aanlegactiviteiten de belangen, in verband met het archeologisch waardevol gebied, niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 33.2 van dit TAM-omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning aanlegactiviteiten in de belemmeringengebied buisleiding uit te voeren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 34.2 wordt alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 34.2, wint het college schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen aanlegactiviteiten de belangen in verband met de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 34.2 kunnen voorschriften worden verbonden.
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning aanlegactiviteiten uit te voeren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 35.3 van dit TAM-omgevingsplan wordt alleen verleend als:
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 35.3 van dit TAM-omgevingsplan wint het college schriftelijk advies in bij de netbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen aanlegactiviteit de belangen, in verband met de ondergrondse hoogspanningsverbinding, niet onevenredig worden geschaad.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning aanlegactiviteiten in rivierenlandschap uit te voeren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 36.2 wordt alleen verleend als wordt aangetoond dat de betrokken waarden niet onevenredig worden geschaad, gelet op:
Dit artikel is van toepassing op bouwactiviteiten waarbij een parkeerbehoefte wordt verwacht gelet op het beoogde gebruik van dat bouwwerk ter plaatse van de locatie 'Regels voor parkeren'.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over:
Dit artikel is van toepassing op bouwactiviteiten waarbij een ruimte voor laden of lossen wordt verwacht gelet op het beoogde gebruik van dat bouwwerk ter plaatse van de locatie 'Regels voor laden en lossen'.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over:
De regels in dit artikel zijn van toepassing ter plaatse van de locatie 'Overgangsrecht'.