direct naar inhoud van Artikel 4 Gemengd
Plan: Veldwijk Noord - Winkelcentrum
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0164.BP0051-0301

Artikel 4 Gemengd

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. detailhandel uitsluitend op de eerste bouwlaag met een maximaal brutovloeroppervlak van 3000 m2, met dien verstande dat detailhandel in vuurwerk, waaronder begrepen verkoop, herverpakking en opslag hiervan niet is toegestaan;
  • b. horeca 1 activiteiten uitsluitend op de eerste bouwlaag, met dien verstande dat maximaal één horeca 1 bedrijf is toegestaan met een brutovloeroppervlak van maximaal 200 m2;
  • c. dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling en maatschappelijke dienstverleninguitsluitend op de eerste, tweede en derde bouwlaag met dien verstande dat de totale brutovloeroppervlakte maximaal 900 m2 mag bedragen;
  • d. wonen, waaronder woongebouwen ten behoeve van kamerverhuur/kamerbewoning en begeleid wonen met dien verstande dat wonen uitsluitend is toegestaan op de bouwlagen boven de eerste bouwlaag en de woningen moeten voldoen aan het geluidbeleid van de gemeente Hengelo zoals vastgesteld op 10 februari 2009 en de vastgestelde wijzigingen c.q. aanvullingen daarop;
  • e. ondergrondse en bovengrondse parkeervoorzieningen;

met tevens ondergeschikt:

  • f. tuinen, erven en terreinen;
  • g. wegen en paden;
  • h. groenvoorzieningen;
  • i. speelvoorzieningen;
  • j. ondersteunende horeca;
  • k. overpaden en inritten ten behoeve van aanliggende bestemmingen;
  • l. waterberging, watergangen en waterpartijen;
  • m. voorzieningen ten behoeve van afvoer, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater;
  • n. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen

Binnen deze bestemming mogen gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. de gebouwen voor ondergrondse parkeervoorzieningen mogen in maximaal 3 bouwlagen onder maaiveld worden gerealiseerd;
  • c. het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage', mag niet worden overschreden.
  • d. de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte', mag niet worden overschreden;
  • e. ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang' is het bouwen uitsluitend toegestaan boven de eerste bouwlaag;
  • f. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - minimale bouwhoogte 1' dient minimaal 17% van het aanduidingsvlak een minimale bouwhoogte te hebben van 38 meter;
4.2.2 Nutsvoorzieningen

Binnen deze bestemming mogen nutsvoorzieningen worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen, met uitzondering van terrein- en erfafscheidingen die maximaal 1 meter hoog mogen zijn, tenzij de afscheiding achter de voorgevelrooilijn wordt geplaatst. In geval de plaatsing achter de voorgevelrooilijn geschiedt, mag de hoogte niet meer dan 2 meter bedragen;
  • b. de bouwhoogte van kunstobjecten en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, parkeervoorzieningen, beveiliging en regeling van het verkeer mag maximaal 7,5 meter zijn.
4.3 Nadere eisen
4.3.1 Stellen van nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
4.3.2 Procedure nadere eisen

Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van nadere eisen als bedoeld in artikel 4.3.1 is de procedure van toepassing zoals vermeld in artikel 13.2 van het plan.

4.4 Afwijken van de bouwregels
4.4.1 Verlenen van afwijking voor nutsgebouwen

Burgemeester en wethouders zijn bij het verlenen van een omgevingsvergunning bevoegd af te wijken van het bepaalde onder 4.2.2 en toestaan dat grotere nutsvoorzieningen worden opgericht, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen:

  • a. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2;
  • b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 5 m;
  • c. geen onevenredige aantasting plaats vindt van:
    • 1. het straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. de milieusituatie;
    • 5. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.