direct naar inhoud van 5.8 Water
Plan: Haaksbergen-Dorp, deelplan De Els, partiële herziening woningbouwlocatie De Greune
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0158.BP1097-0002

5.8 Water

5.8.1 Kader

Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht om een watertoets uit te voeren bij ruimtelijke ontwikkelingen, wat als gevolg heeft dat in alle ruimtelijke plannen - dat zijn onder andere structuurvisies, bestemmingsplannen, beheersverordeningen en afwijkingsprocedures op grond van de Wabo - een zogeheten waterparagraaf moet zijn opgenomen. In de waterparagraaf moet inzichtelijk worden gemaakt wat de gevolgen zijn van een ruimtelijke ontwikkeling voor het waterbeheerssysteem en op welke wijze de ruimtelijke ontwikkeling en het waterbeheer op elkaar worden afgestemd.

5.8.2 Situatie plangebied

In 2009 is reeds een uitgebreide waterparagraaf opgesteld (zie bijlage 8). Hierin zijn de relevante waterhuishoudkundige aspecten van het plangebied in de huidige en toekomstige situatie onderzocht. Aangezien het stedenbouwkundig plan en het waterbeleid sinds 2009 zijn veranderd, is er door Avecode Bondt op 4 januari 2013 het watertoetsproces doorlopen middels het invullen van de digitale watertoets (zie bijlage 9). De conclusie van deze toetsing was dat de normale procedure op het plan van toepassing is.

De volgende uitgangspunten zijn op het plangebied van toepassing:

Algemeen

  • Bij de keuze voor de locatie van het plangebied wordt rekening gehouden met de wateropgave en de eigenschappen van het watersysteem;
  • Bij het stedenbouwkundig plan moet notie worden genomen van het feit dat water van hoog naar laag stroomt. Water is daarmee ordenend voor het plan;
  • Per project moet in het overleg tussen gemeente en waterschap worden bezien of maatwerkoplossingen nodig en/of wenselijk zijn.

Afvalwater

  • Het afvalwater (het zwarte afvalwater van toilet, het grijze afvalwater van keuken, wasmachine en douche en het eventuele bedrijfsafvalwater) wordt afgevoerd naar de RWZI middels riolering.

Hemelwater

  • De afvoerpiek uit het plangebied door de toename van verhard oppervlak wordt afgevlakt door berging van hemelwater in wadi's of retentievijvers met een gedoseerde afvoer;
  • De norm voor de maximale hoeveelheid te lozen water bedraagt 2,4 l/sec/ha. bij een maatgevende neerslaghoeveelheid van 40 mm in 75 minuten;
  • Het hemelwater wordt zo min mogelijk verontreinigd en komt ten goede aan het lokale water- of grondwatersysteem;
  • Zichtbare oppervlakkige afvoer van hemelwater heeft de voorkeur boven afvoer van hemelwater door buizen, vanwege het grotere risico op ongewenst lozingsgedrag en foutieve aansluitingen bij buizen;
  • Infiltratie van hemelwater in de bodem via een graspassage is de beste optie, omdat hiermee zuivering, retentie en grondwateraanvulling worden gerealiseerd;
  • Op kleine schaal kan dit goed door middel van individuele voorzieningen, op grotere schaal verdient de toepassing van wadi's de voorkeur;
  • Afvoer van hemelwater vindt bij voorkeur plaats via de reeks regenpijp-perceelsgootje-straatgoot-wadi;
  • Bij het ontwerp van het bouwwerk wordt een zodanig samenspel van dakvlakken, dakgoten, regenpijpen en perceelsgoten gekozen dat het water niet in riolen onder grond hoeft;
  • Goede alternatieven in geval van nauwelijks verontreinigd hemelwater zijn regenwaterhergebruik op individuele schaal of directe oppervlakkige afvoer naar sloten of vijvers met retentievoorzieningen op grotere schaal;
  • Het ontwerp van een verbeterd gescheiden stelsel wordt afgestemd op het risico op verontreiniging van het verhard oppervlak en het uitgangspunt dat de afvoer van relatief schoon hemelwater naar de RWZI wordt geminimaliseerd.

Grondwater

  • Het grondwater wordt zoveel mogelijk aangevuld met schoon infiltrerend water;
  • Te hoge grondwaterstanden in natte winterperioden worden beteugeld met drainage in de
    openbare weg en eventueel op de kavels zelf;
  • De drainage voert af naar een wadi of naar oppervlaktewater; dus niet naar de RWZI.
  • Vochtoverlast door hoge grondwaterstanden wordt geminimaliseerd door te bouwen zonder kruipruimten en door eventuele kelders waterdicht te maken.

Oppervlaktewater

  • Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Regge en Dinkel leidend.
  • Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefbaar is en goed te beheersen.

Naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan hebben tussen de initiatiefnemer, de gemeente en het waterschap meerdere overleggen plaatsgevonden. Uitgangspunt is nu dat aan het bovenstaande voldaan zal worden.

5.8.3 Toekomstige waterhuishoudkundige situatie

Onderstaand zal worden ingegaan op welke wijze in de voorgenomen ontwikkeling rekening wordt gehouden met het aspect 'water'.

Algemeen

In het stedenbouwkundig plan speelt water een grote rol. Het waterhuishoudkundige aspect binnen het plangebied en het stedenbouwkundig plan heeft betrekking op twee aspecten; enerzijds de aanwezigheid van de bestaande waterlopen en anderzijds de noodzakelijke waterberging binnen het plangebied.

Ten aanzien van de bestaande waterlopen in het plangebied geldt een onderhoudszone aan de zijde van het plangebied. Deze zone is voor het waterschap noodzakelijk voor een goed beheer en onderhoud van de waterlopen en duikers. In overleg met het waterschap is bij het stedenbouwkundige plan rekening gehouden met een onderhoudszone van minimaal 4 meter.

In de bestaande situatie ligt er in het plangebied, aan de zijde van de Veldmaterstraat, een relatief lange duiker. Afgesproken is het aantal meters duiker in het plangebied te minimaliseren. Hiervoor wordt een extra waterloop aangelegd en zullen uitsluitend onder de twee inritten vanaf de Veldmaterstraat twee korter duikers worden aangelegd.

Voor de benodigde waterberging wordt het bestaande parkje heringericht waarbij water een nadrukkelijke rol zal gaan spelen bij de herinrichting.

Afvalwater

Het afvalwater zal op de gebruikelijke manier wordt afgevoerd naar de RWZI.

Hemelwater

Conform het beleid van het waterschap, en de gemeente Haaksbergen, zal waar mogelijk de reeks "regenpijp-perceelsgootje-straatgoot-wadi" toegepast worden. Indien dit op plekken niet mogelijk is, zal het hemelwater via een it-riool worden afgevoerd naar de wadi in het park. De wadi zal via een overstortconstructie maximaal 2,4 l/sec/ha. lozen op de bestaande waterloop met kenmerk 20-4-1-3. De wijze waarop dit zal plaatsvinden zal nog nader afgestemd worden met het Waterschap.

Grondwater

Door de realisatie van een wadi in het park, en eventueel een it-riool onder het wegprofiel, zal schoon hemelwater aan het grondwater worden toegevoegd.

Oppervlaktewater

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling zal een bestaande waterloop, aan de zijde van de Velmaterstraat, enkele meters naar de straat verplaats worden. Hiermee ontstaat er voldoende ruimte voor de voorgenomen ontwikkeling inclusief een 4 meter brede onderhoudszone voor het onderhoud en beheer van de watergang. Tevens zal er tussen de twee inritten van het plangebied een nieuwe watergang gerealiseerd worden. Bij de verplaatsing en de aanleg van de watergang zullen de ontwerpprofielen van de watergangen, welke zijn vastgelegd in de legger van het Waterschap, gehanteerd worden.

Het oppervlaktewater wat in het park gerealiseerd zal worden om voldoende waterberging te realiseren (40 mm/m2 verhard oppervlak), zal integraal onderdeel uitmaken van de inrichting van de openbare ruimte van het gehele plan. Gedacht wordt aan een wadi waarbij het park tegelijkertijd ingericht kan worden met speelvoorzieningen.

5.8.4 Conclusie

Het Waterschap heeft aangegeven dat indien voldaan wordt aan de in paragraaf 5.8.2 genoemde uitgangspunten en aan de voorwaarden uit de ingediende reactie naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan, voldaan zal worden aan de waterschapsbelangen van het Waterschap Regge en Dinkel. Bij de uitwerking van de bouwplannen, en de inrichting van de openbare ruimte, zal nadere afstemming plaatsvinden tussen de initiatiefnemer, de gemeente en het Waterschap. Tevens zal er bij het Waterschap een watervergunning aangevraagd moeten worden aangezien er werkzaamheden zullen plaatsvinden binnen 5 meter van waterlopen welke vallen onder de Keur.