direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan H22S Backenhagenlaan naast nr. 1
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.TAMH22S-0003

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het mogelijk maken van een vrijstaande woning op het perceel gelegen naast Backenhagenlaan nr. 1 en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22S) van het omgevingsplan van de gemeente Enschede. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekendgemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl en/of https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl en/of https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22S van het omgevingsplan van de gemeente Enschede. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22S' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22S’ gelezen worden.

Bij een wijziging van het omgevingsplan van gemeente Enschede waarbij regels worden vernummerd zonder dat de inhoud wezenlijk wijzigt, worden bestaande verwijzingen naar eerdere regels geacht te verwijzen naar de overeenkomstige regels met de nieuwe nummering.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid. De enige uitzondering hierop is dat de regels van het tijdelijk omgevingsplan, zoals vastgelegd in de bestemmingsplannen "Kwalitatief sturen op appartementen 2022" (met identificatienummer NL.IMRO.0153.BP00244-0003) en "Onzelfstandige bewoning Enschede 2022" (met identificatienummer NL.IMRO.0153.BP00227-0003), ongewijzigd en onverminderd van kracht blijven op de locatie in het derde lid.
  • 2. De regels in hoofdstuk 1 tot en met 5, met uitzondering van Artikelen 2.7 t/m 2.10, en de regels in afdeling 22.3 (milieubelastende activiteiten) van het omgevingsplan van gemeente Enschede, zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk (22S).
  • 3. De regels in dit hoofdstuk (22S) zijn van toepassing op de locatie Bakcenhagenlaan naast nr. 1, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0153.TAMH22S-0003 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 2 Toepassing begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, Bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 3 daarvan is afgeweken.

Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

3.1 plan:

de omgevingsplanwijziging TAM-omgevingsplan H22S Backenhagenlaan naast nr. 1 met identificatienummer NL.IMRO.0153.TAMH22S-0003 van de gemeente Enschede.

3.2 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

3.3 bebouwingspercentage:

een op de verbeelding van het plan of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten minste moet of ten hoogste mag worden bebouwd.

3.4 bed and breakfast:

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch of anderszins veelal kortdurend verblijf, met de mogelijkheid tot het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woning of een daarbij behorend gebouw en wordt geëxploiteerd door de bewoners van de betreffende woning.

3.5 beroep of bedrijf aan huis:

een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, digitaal of technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten of een ambachtelijk bedrijf dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij:

  • a. de ruimtelijke uitwerking of uitstraling met de woonfunctie verenigbaar is en waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en;
  • b. degene die het beroep of het bedrijf uitoefent ook bewoner van de woning is.
3.6 bestaande bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan volgens het geldende recht aanwezig of in uitvoering zijn dan wel na dat tijdstip zijn of mogen worden opgericht krachtens een omgevingsvergunning die vóór dat tijdstip is aangevraagd.

3.7 bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

3.8 bouwen:

plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten.

3.9 bouwgrens:

de grens van een bouwvlak.

3.10 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

3.11 bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel.

3.12 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

3.13 bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

3.14 dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw.

3.15 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van afhaalzaken.

3.16 dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals een uitzendbureau, reisbureau, kapsalon, wasserette, schoonheidsinstituut, pedicure, belwinkel en internetcafé, met uitzondering van seksinrichtingen.

3.17 erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover het plan die inrichting niet verbiedt.

3.18 garagebedrijf:

een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bedoeld voor de verkoop van motorvoertuigen en het onderhoud en/of de reparatie van motorvoertuigen.

3.19 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

3.20 geluidzoneringsplichtige inrichting:

een inrichting waarvoor op grond van de Wet geluidhinder bij de vaststelling van een bestemmingsplan, of herziening daarvan, een zone moet worden vastgesteld waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.

3.21 hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

3.22 horecabedrijf:

een bedrijf, dat in zijn algemeenheid is gericht op het verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waaronder bed & breakfast, en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, discotheek, feestzaal en partyboerderij; met een horecabedrijf wordt een afhaalzaak gelijkgesteld.

3.23 luifel

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand.

3.24 maatschappelijke voorzieningen

educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen, zoals de in bijlage 1 van deze regels onder de hoofdgroep 'Maatschappelijk' genoemde voorzieningen.

3.25 mantelzorg:

het op individuele basis, buiten organisatorisch verband, bieden van zorg aan personen die fysiek, psychisch of verstandelijk ernstig hulpbehoevend zijn.

3.26 nutsvoorzieningen:

gebouwde dan wel ongebouwde voorzieningen ten behoeve van algemene nutsdoeleinden zoals de watervoorziening, afval, energievoorziening of het (tele)communicatie-verkeer.,

3.27 openbaar toegankelijk gebied

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.

3.28 perceelsgrens:

de grens van een (bouw)perceel.

3.29 praktijkruimte

een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied.

3.30 risicovolle inrichting:

een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde of richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten.

3.31 seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

3.32 slopen

geheel of gedeeltelijk afbreken.

3.33 voorerfgebied

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied.

3.34 voorgevelrooilijn:

de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, die zoveel mogelijk aansluit bij de ligging van - een deel van de - voorgevels van de bestaande bebouwing.

3.35 vuurwerkbedrijf:

inrichting waar professioneel vuurwerk en/of meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk aanwezig is.

3.36 woning:

een (gedeelte van een) gebouw / een complex van ruimten met woonfunctie, dat door zijn indeling en inrichting bedoeld is voor de huisvesting van en het gebruik door één huishouden. Daarbij zijn alle voorzieningen (keuken, badkamer en toilet) aanwezig en direct bereikbaar zonder daarvoor eerst een gemeenschappelijke verkeersruimte te moeten betreden.

3.37 zakelijke dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van administratieve diensten aan of ten behoeve van bedrijven en/of personen, zoals administratie-, advocaten-, advies- en ingenieursbureaus met een beperkt publieksgerichte functie.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

Bij toepassing van de regels in dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten:

4.1 afstand tot de perceelsgrens:

de kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de perceelsscheiding van het bouwperceel.

4.2 afstand tussen gebouwen:

de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen.

4.3 bouwdiepte van een bouwwerk:

tussen de voorgevel en de achtergevel, gemeten ter hoogte van het peil.

4.4 bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

4.5 bruto vloeroppervlak van een gebouw (b.v.o.):

de totale en buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van de ruimten van een gebouw met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige ruimten.

4.6 buitenwerks gevelvlak van een bouwwerk:

Het gedeelte van het bouwwerk dat, voor zover van wanden voorzien, van buitenaf zichtbaar is. Voor bouwwerken die niet of niet aan alle zijden door wanden omsloten worden, wordt de loodrechte projectie van de dakrand op het maaiveld als buitenwerks gevelvlak aangemerkt.

4.7 dakhelling:

de hoek van het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

4.8 gebruiksoppervlak van een woning

de gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580.

4.9 goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

4.10 inhoud minimum bergingsopgave hemelwater

het grondoppervlak van de te realiseren bebouwing vermenigvuldigd met het aantal millimeters bergingsopgave per m2, uitgedrukt in kubieke meters: .. m2 x 0,055 m = .. m3 bergingsopgave.

4.11 inhoud van een bouwwerk (volume):

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

4.12 minimum/maximum bebouwingspercentage:

het aangegeven bebouwingspercentage moet worden berekend over het gehele bouwperceel, met inbegrip van de buiten de bouwgrens gelegen gronden. Voor de berekening blijven bouwwerken gelegen beneden peil buiten beschouwing.

4.13 ondergeschikte bouwdelen:

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- en functiegrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

4.14 oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

4.15 peil:
  • a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • b. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
  • c. voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw.
4.16 plafondhoogte van de benedenverdieping van een gebouw:

de kleinste afstand tussen de begane grondvloer en de bovenliggende bouwkundige constructie van de betreffende ruimte(n).

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Aanvraagvereisten

6.1 Algemeen

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 1.5.2 en Artikel 2.2 van het omgevingsplan van gemeente Enschede, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk 22S.

Artikel 7 Overgangsrecht

7.1 Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wijziging op het omgevingsplan (het plan) aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit en indien van toepassing een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
7.2 Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wijziging op het omgevingsplan en hiermee in strijd is mag, mits dit strijdige gebruik naar aard en omvang niet wordt vergroot, worden voortgezet of hervat als:

  • a. het gebruik niet in strijd was met het voor deze wijziging van het omgevingsplan (het plan) geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat omgevingsplan.
  • b. het gebruik niet langer dan een periode van een jaar is/wordt onderbroken na de inwerkingtreding van deze wijziging op het omgevingsplan (het plan).

Hoofdstuk 2 Algemene activiteiten

Artikel 8 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functie(s).

Tot een strijdig gebruik met activiteit(en) en functie(s) wordt, tenzij anders bepaald in de betreffende regels, in ieder geval gerekend:

  • a. een seksinrichting;
  • b. iedere vorm van wonen;
  • c. indien wonen is toegestaan op basis van de daar geldende regels: het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor iedere vorm van bewoning, anders dan huisvesting ten behoeve van mantelzorg;
  • d. detailhandel;
  • e. horeca;
  • f. zelfstandige kantoren;
  • g. garagebedrijven;
  • h. vuurwerkbedrijven en andere bedrijven die activiteiten verrichten die risicovol zijn voor de omgeving;
  • i. (andere) vergunningsplichtige mileubelastende activiteiten in de zin van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 9 Algemene beoordelingsregel voor omgevingsplanactiviteiten, voor zover van toepassing verklaard

Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van:

  • a. Woon- en leefklimaat;
  • b. Straat- en bebouwingsbeeld;
  • c. Verkeersveiligheid;
  • d. Parkeersituatie in de openbare ruimte;
  • e. Groenwaarden in de openbare ruimte;
  • f. Sociale veiligheid;
  • g. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding;
  • h. Milieusituatie en beschermde natuurwaarden;
  • i. Cultuurhistorische waarden;
  • j. Gebruiks- en bouwmogelijkheden van aangrenzende gronden.

Artikel 10 Toepassingsbereik bouwregels

  • a. De bouwregels in dit hoofdstuk (22S) gelden als beoordelingsregels als bedoeld in Artikel 2.11 van het omgevingsplan van gemeente Enschede voor de omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken zoals opgenomen Artikel 2.1 van het omgevingsplan van gemeente Enschede.
  • b. De bouwregels in dit hoofdstuk (22S) gelden in aanvulling op of (bij strijdigheid) in afwijking van de beoordelingsregels in hoofdstuk 1 tot en met 5 van het omgevingsplan van Enschede voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken.
  • c. De bouwregels in dit hoofdstuk (22S) gelden eveneens als ruimtelijke regels ter begrenzing van de vergunningvrije bouwactiviteiten als genoemd in Artikel 2.5 van het omgevingsplan van Enschede, waarop het omgevingsplan onverminderd van toepassing is.

Artikel 11 Algemene bouwregel

Bouwen is alleen toegestaan als dit in overeenstemming is met de ter plaatse toegestane functies en activiteiten op basis van het omgevingsplan van de gemeente Enschede (waaronder dit plan), al dan niet op voorwaarde van een omgevingsvergunning.

Artikel 12 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen

12.1 Bestaande woningen niet splitsen

Een bestaande woning mag niet worden gesplitst in meerdere grondgebonden woningen.

12.2 Nutsvoorzieningen

Daar waar het bouwen van nutsvoorzieningen is toegestaan, gelden voor het bouwen van nutsvoorzieningen de volgende bepalingen:

  • a. De maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 25 m².
  • b. De maximum goothoogte van een bouwwerk bedraagt 3 meter.
  • c. De maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 5 meter.
12.3 Kelders

Daar waar het bouwen of verbouwen van gebouwen is toegestaan, is het ook mogelijk deze gebouwen te onderkelderen of van een onderbouw te voorzien, onder de volgende voorwaarden:

  • a. De kelder of onderbouw mag maximaal 3 meter horizontaal buiten de boven het peil gelegen buitenwerkse gevelvlakken van het gebouw liggen.
  • b. De bovenkant van de vloer van de kelder of onderbouw ligt maximaal 5 meter onder het peil.
  • c. Het is mogelijk om gebouwen en terreinen te onderkelderen met een geheel of gedeeltelijk ondergrondse parkeervoorziening (daarbij gelden de voorwaarden onder a en b niet) als:
    • 1. dit ten behoeve van parkeren op eigen terrein is en
    • 2. dit uit een oogpunt van functionaliteit en/of veiligheid noodzakelijk is.
  • d. In alle gevallen wordt voldaan aan de beoordelingsregel in artikel 9.
12.4 Beoordelingsregels voor algemene afwijkingsmogelijkheden voor bouwwerken

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden in aanvulling op de beoordelingsregels in dit plan de volgende beoordelingsregels:

  • a. Als een bouwwerk niet voldoet aan beoordelingsregels op gebied van bouwkundige maten (geen gebruiksoppervlaktes), afmetingen (met uitzondering van de hoogte) en percentages, dan is een afwijking van die beoordelingsregels mogelijk:
    • 1. met ten hoogste 10% en
    • 2. als daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregel in artikel 9.
  • b. Als een bouwwerk niet voldoet aan beoordelingsregels op gebied van maten, afmetingen, percentages, bouwvlakken of gebruiks-/functiegrenzen, dan is een geringe afwijking van die beoordelingsregels mogelijk als:
    • 1. dat noodzakelijk is voor het realiseren van voorzieningen in het kader van duurzaamheid en/of klimaatadaptatie en
    • 2. daarbij wordt voldaan worden aan de beoordelingsregel in artikel 9.
  • c. Als een bouwwerk niet voldoet aan beoordelingsregels voor het bouwen binnen een bouwvlak, dan is een horizontale afwijking van grenzen van het bouwvlak met maximaal 3 meter mogelijk als:
    • 1. dat noodzakelijk is vanwege de definitieve inmeting van het bouwperceel of
    • 2. dat noodzakelijk is in verband met de verkaveling of situering en
    • 3. als daarbij (zowel in het geval als bedoeld onder a als b) voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 9.
  • d. Als een bouwwerk niet voldoet aan beoordelingsregels voor het bouwen, dan is een afwijking van de beoordelingsregels mogelijk voor een (ondergrondse) voorziening voor het bergen van hemelwater als:
    • 1. het bouwwerk in openbaar toegankelijk gebied ligt en/of
    • 2. het bouwwerk noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan het bepaalde in artikel 17 en
    • 3. als daarbij (zowel in het geval als bedoeld onder 1 als 2) voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 9.
  • e. Als een bouwwerk niet voldoet aan beoordelingsregels voor het bouwen, dan is een afwijking van de beoordelingsregels mogelijk voor het bouwen op aangekocht voormalig openbaar groen als:
    • 1. het aangekochte terrein grenst aan het perceel waarop het hoofdgebouw is gesitueerd en is te beschouwen als 'gebouwerf' en
    • 2. er wordt voldaan aan de bouwregels van functie(s) die gelden voor het perceel van het hoofdgebouw als bedoeld onder 1 en
    • 3. daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 9.
  • f. Als een ondergeschikt bouwdeel geheel of gedeeltelijk ligt boven een locatie waar de daar geldende regels van het plan dit niet toelaten, dan is het realiseren van ondergeschikte bouwdelen aan gebouwen mogelijk als daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 9.

Artikel 13 Beroep of bedrijf aan huis

13.1 Regeling beroep of bedrijf aan huis

Voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis in samenhang met (bedrijfs)wonen gelden de volgende regels:

  • a. het maximum vloeroppervlak voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis bedraagt 30% van het totale vloeroppervlak van de woning, met inbegrip van de daarbij behorende bergruimten en bijgebouwen en met een maximum van 100 m2;
  • b. buitenopslag van goederen en bedrijfsmatige activiteiten in het openbaar toegankelijk gebied, anders dan laden en lossen, zijn niet toegestaan;
  • c. horeca en detailhandel zijn niet toegestaan;
  • d. er is geen sprake van bedrijfsactiviteiten die geheel of grotendeels zijn gebaseerd op het ontvangen van groepen klanten, tenzij wordt voldaan aan de hierna genoemde criteria:
    • 1. tijdens de reguliere kantooruren is het ontvangen van groepen klanten van maximaal 5 personen gelijktijdig toegestaan;
    • 2. buiten de reguliere kantooruren is het ontvangen van groepen klanten van maximaal 2 personen gelijktijdig toegestaan.
13.2 Omgevingsplanactiviteit beroep en bedrijf aan huis

De volgende activiteiten zijn alleen toegestaan met een omgevingsvergunning:

  • a. Een groter vloeroppervlak dan bepaald in lid 13.1 voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, tot een maximum van 49%.
  • b. Een bed and breakfast (in afwijking van begripsbepaling beroep en bedrijf aan huis).
13.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit beroep en bedrijf aan huis

De omgevingsvergunningen als bedoeld in lid 13.2 worden alleen verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels in artikel 9.

Hoofdstuk 3 Activiteiten per functie

Artikel 14 Functie wonen

14.1 Gebruiksactiviteiten wonen
14.1.1 Algemeen
  • a. Binnen het werkingsgebied Wonen is wonen toegestaan, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis.
  • b. Binnen het werkingsgebied Wonen mogen de gronden gebruikt worden voor bij het wonen behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:
    • 1. woningen, bergingen en trappenhuizen;
    • 2. parkeervoorzieningen en laden en lossen;
    • 3. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals sloten, beken, vijvers, poelen, wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water;
    • 4. voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;
    • 5. groenvoorzieningen;
    • 6. (openbare) nutsvoorzieningen;
    • 7. uit- en inritten, toegangswegen, wandel- en fietspaden.
14.1.2 Specifieke gebruiksregels
  • a. Voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis als bedoeld in lid 14.1.1 onder a gelden de regels van artikel 13;
  • b. Het gebruik van vrijstaande bijgebouwen is verboden voor iedere vorm van bewoning, anders dan als huisvesting in verband met mantelzorg;
  • c. Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting is verboden;
  • d. Het gebruik van garageboxen is verboden voor iedere vorm van bewoning;
  • e. Het gebruik van gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning is verboden.

14.2 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken
14.2.1 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van een gebied met een norm (maatvoering) voor de 'maximum bouwhoogte (m)', geldt de daar aangegeven maximale bouwhoogte in meters.
  • c. ter plaatse van een gebied met een norm (maatvoering) voor de 'maximum goothoogte (m)', geldt de daar aangegeven maximale goothoogte in meters.
  • d. ter plaatse van een gebied met een norm (maatvoering) voor 'maximum aantal woningen', geldt het daar aangegeven maximale aantal woningen.
14.2.2 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

  • a. bijbehorende bouwwerken mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. bijbehorende bouwwerken mogen buiten het bouwvlak uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd tot maximaal 30 m²;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder b, is een gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak en achter de voorgevelrooilijn toegestaan tot maximaal 50 m², mits het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan 50% en daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 9;
  • d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag maximaal 4,5 meter bedragen;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder b, is vóór de voorgevelrooilijn de bouw van een erker of portaal aan de voorgevel van een woning mogelijk onder de volgende voorwaarden:
      • de breedte mag maximaal 2/3 van de gevellengte bedragen;
      • de diepte mag maximaal 1,5 meter bedragen;
      • de goothoogte mag maximaal 3 meter bedragen;
      • de bouwhoogte mag maximaal 4,5 meter bedragen;
      • de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 1 meter, tenzij er sprake is van twee aan elkaar gekoppelde erkers bij twee aaneengesloten woningen;
  • f. in afwijking van het bepaalde onder b, is vóór de voorgevelrooilijn de bouw van een carport of overkapping mogelijk onder de volgende voorwaarden:
      • de voorgevelrooilijn mag met ten hoogste 3 meter worden overschreden;
      • minimaal 50% van de oppervlakte van de carport of overkapping dient achter de voorgevelrooilijn te worden geplaatst;
      • de carport of overkapping dient minimaal 2 meter van het openbaar gebied te worden geplaatst;
      • de bouwhoogte mag maximaal 3 meter bedragen.
14.2.3 Overige bouwwerken

Voor het bouwen van niet eerder genoemde overige bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen, voor zover gelegen vóór de voorgevelrooilijn, mag maximaal 1 meter bedragen;
  • b. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen, voor zover gelegen achter de voorgevelrooilijn, mag maximaal 2 meter bedragen;
  • c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 6 meter bedragen;
  • d. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken, voor zover gelegen achter de voorgevelrooilijn, mag maximaal 5 meter bedragen.

Artikel 15 Overige zone - slopen schuur

15.1 Gebruik van bouwwerken en voorwaardelijke verplichting

Het gebruik van de bouwwerken ten behoeve van de functie als bedoeld in artikel 14.1 is uitsluitend toegestaan nadat de bestaande bebouwing (schuur) ter plaatse van het werkingsgebied "overige zone - slopen schuur" geheel is verwijderd. Nadat deze bestaande bebouwing (schuur) is verwijderd, mag deze niet herbouwd worden.

Hoofdstuk 4 Activiteiten per thema

Artikel 16 Archeologie

16.1 archeologisch onderzoeksgebied b
16.1.1 Verbod archeologisch onderzoeksgebied b

Ter plaatse van het werkingsgebied "archeologisch onderzoeksgebied b” mogen, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte meer dan 2.500 m².

16.1.2 Omgevingsplanactiviteiten archeologisch onderzoeksgebied

In afwijking van het bepaalde in 16.1.1 is de de daar bedoelde bouw van bouwwerken en uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden mogelijk op voorwaarde van een omgevingsvergunning.

16.1.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten archeologisch onderzoeksgebied

De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.1.2 wordt alleen verleend als:

  • a. Uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel indien daardoor geen onevenredige aantasting plaats vindt van de aanwezige archeologische waarden.
  • b. Burgemeester en wethouders afzien van het laten uitvoeren van archeologisch vooronderzoek als bedoeld onder a indien zij van oordeel zijn dat door bodemingrepen het terrein ter plaatse reeds zodanig is verstoord dat er redelijkerwijs geen sprake meer is van mogelijke aantasting van archeologische waarden.
  • c. Burgemeester en wethouders advies hebben gevraagd aan de regioarcheoloog.

Artikel 17 Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater

17.1 Algemene regels waterberging
  • a. Als het verhard oppervlak (bouwwerken en/of overige verharding) wordt aangepast, moeten in verhouding met de oppervlakte van het verhard oppervlak op het bouwperceel voldoende voorzieningen gerealiseerd worden voor het bergen en/of in de bodem infiltreren van hemelwater afkomstig van dat verhard oppervlak, bij voorkeur in combinatie met drainage.
  • b. De minimum bergingsopgave als bedoeld onder a bedraagt 55 mm per m2 verhard oppervlak.
  • c. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein.
  • d. De onder a bedoelde berging of infiltratie van hemelwater dient het (teveel aan) water af te wateren op een voorziening voor de ontvangst van hemelwater in het openbaar toegankelijk gebied.
  • e. In afwijking van c is het mogelijk om de voorzieningen als bedoeld onder a niet (geheel) op eigen terrein te realiseren, onder de volgende voorwaarden (uiteraard met toestemming eigenaar terrein buiten eigen terrein):
    • 1. Berging of infiltratie van hemelwater op eigen terrein is redelijkerwijs niet op doelmatige wijze mogelijk.
    • 2. Binnen of in de directe omgeving van het plangebied wordt ten allen tijde voldoende voorzien in waterbergende voorzieningen in relatie met de hoeveelheid verhard oppervlak in het plangebied.
    • 3. In het geval van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken of een andere omgevingsplanactiviteit waarbij het verhard oppervlak wordt aangepast, wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.
  • f. De voldoende waterbergende voorzieningen als bedoeld onder a moeten in stand gehouden worden.
17.2 Beoordelingsregels waterberging bij omgevingsplanactiviteiten ten aanzien van bouwwerken en verharding

Bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken of een andere omgevingsplanactiviteit waarbij het verhard oppervlak wordt aangepast, gelden de regels in artikel 17.1 als beoordelingsregels.

Artikel 18 Parkeren

18.1 Algemene regels parkeren
  • a. Bij het (ver)bouwen van bouwwerken en/of het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden moet, gelet op de omvang en het gebruik daarvan, in voldoende mate worden voorzien in ruimte voor:
    • 1. het parkeren van auto's;
    • 2. het stallen van fietsen;
    • 3. het stallen van brommers, scooters en andere soortgelijke vervoersmiddelen.
  • b. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein.
  • c. In afwijking van b is het mogelijk om de voorzieningen als bedoeld onder a niet geheel op eigen terrein te realiseren, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. Er wordt aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte voorzien;
    • 2. In het geval van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of voor het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.
  • d. Stallingsplaatsen voor fietsen van bewoners en gebruikers van appartementen dienen inpandig (in een gebouw of onder een overkapping) te worden gerealiseerd.
  • e. Bij de beoordeling of er wordt voldaan aan het genoemde onder a gelden de parkeernormen en andere richtlijnen (zoals afmetingen van parkeerplaatsen) in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen gemeente Enschede 2025' of in een beleidsregel die deze Nota wijzigt of vervangt.
18.2 Beoordelingsregels parkeren bij omgevingsplanactiviteiten bouwwerken en gebruik

Bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of een omgevingsplanactiviteit voor het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden, gelden de regels in artikel 18.1 als beoordelingsregels.